Tapdansen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tapdansshow
Tapdansschoenen

Tapdansen is een vorm van dans waarbij ritmische klanken worden gemaakt door tikken op de grond met metalen plaatjes aan de schoenzolen. De danser doet daarmee aan een vorm van percussie.

Het tapdansen had zijn oorsprong in de jaren dertig van de 19e eeuw in de wijk Five Points in New York als een mengeling van de Afrikaanse Shuffle en Ierse, Schotse en Engelse step dances. Waarschijnlijk waren de syncope uit de Afrikaanse muziek en dans en de Ierse jig (stijl van volksdansen en de bijbehorende muziekstijl) het meest van invloed. Dansers uit verschillende immigrantengroepen wedijverden met hun beste passen, waaruit een Amerikaanse stijl ontstond. Vanaf de jaren dertig mengde tapdansen zich ook met Lindy Hop. Flying swing outs en flying circles zijn Lindy Hop-passen met tappen erin verwerkt.

De bloeitijd van tapdansen liep van ongeveer 1900 tot 1955. Het was in die tijd de belangrijkste showdans in Vaudeville en op Broadway. Vanaf de jaren dertig waren de beste tapdansers ook op televisie en in diverse films te zien.

Tapdansen werd voor de Tweede Wereldoorlog ook wel jazzdans genoemd vanwege de muziek waarop gedanst werd. Toen in de jaren vijftig de jazz plaatsmaakte voor rock-'n-roll, ontstonden er nieuwe jazzdansen.

In de tapdans maken dansers vaak gebruikt van syncopering en starten meestal op de achtste maat of tussen de achtste en de eerste maat. Tapdans is bovendien vaak geïmproviseerd, al dan niet met begeleidende muziek.

De tapdansgeneratie 1973-1985[bewerken]

Na de eerste tapdans pioniers Jack Bow en José Lewis volgde er een nieuwe generatie beter opgeleide dansers en docenten. Het succes van groot opgezette musicals in New York City in de jaren zeventig, met daarin geïntegreerd de tapdans was een stimulering voor de weer opbloeiende tapdansrage van dat moment.

Benjamin Feliksdal was, voordat hij met zijn balletopleiding begon, een tapdansleerling bij Jack Bow en Iris Ray in Amsterdam (1950-1955). Later in zijn danscarrière werd die passie voor jazz en tapdans weer aangewakkerd. Zijn kennis op het gebied van tapdans heeft Feliksdal in de jaren 1973-1975 in New York verder uitgediept. Intensieve tapdanslessen volgde hij bij gerenommeerde docenten zoals Henry le Tang, Jerry Ames, Michael Dominico, Charles Loëwe, Mary Jane Brown en Carol Hess. Bij terugkeer uit New York, gaf Feliksdal door zijn dynamische stijl, en flitsende tapdanslessen, workshops en het ontwikkelen van een tapdansgroep, aan de Nederlandse tapdans nieuwe impulsen.

Historie[bewerken]

Als voorlopers van het tapdansen worden genoemd:

Ontwikkelingen in Nederland[bewerken]

Tapdanschoreografen en -leraren kwamen meestal uit het buitenland. In de jaren dertig specialiseerde de showdanser Johannes Bouman (JACK BOW) zich in de toen populaire English Tap dance. Jack ging regelmatig terug naar Londen om zijn tapdanstechniek bij te slijpen, en er kennis te nemen van de nieuwste ontwikkelingen op dat gebied. Na zijn danscarrière gaf hij les aan de Kleinkunst Academie en choreografeerde voor de Hoofdstad Operette en Revues. De volgende tapdanspionier was José Lewis. José Lewis uit Londen kreeg, naast haar balletopleiding bij de Royal Academy of Dancing, ook een degelijke tapopleiding bij de Imperial Society of Teachers of Dancing. In 1952 kwam ze naar Nederland om er in de Sleeswijk Revue op te treden in een choreografie van Jack Bow. Al gauw vormde ze haar eigen dansgroep "The José Lewis Dancers" en maakte vervolgens dansen voor de Haagsche Comedie, en andere gezelschappen maar later ook voor televisieproducties. In de jaren zeventig ging Lewis les geven en leidde een groot aantal leraren op en zodoende bracht zij het vak tapdans in die periode op een hoger niveau.

Nederland nu[bewerken]

Tapdanser Marijke de Braal, door Amerikaanse tapdansers The Walking Library genoemd, heeft een encyclopedische kennis van de tapgeschiedenis. Deze kennis heeft zij verzameld door vanaf 1980 bij alle tapgrootheden in de Verenigde Staten te studeren en met hen samen te werken. Zodoende heeft zij de laatste dertig jaar van de Amerikaanse tapgeschiedenis persoonlijk meegemaakt en heeft zij anekdotes uit de eerste hand kunnen optekenen. De Braal is de eerste Nederlandse tapdanser die het Tapdance Concerto van Morton Gould heeft uitgevoerd. Zij speelde het concert met verschillende symfonieorkesten in binnen- en buitenland. Zij zat in het International Tap Dance Orchestra van Brenda Bufalino, Manhattan Tap van Heather Cornell (New York) en werkte met Tobias Tak, met Marijn van Veen als het tapduo Four feet and the beat, met Josh Hilberman en Tap and Tray (Duitsland). Zij choreografeerde o.a. voor Viktor & Rolf (Pret a Porter 2000, Parijs), opening van de Nederlandse Dansdagen op muziek van Chiel Meijering, voor Karin Post op muziek van Guus Janssen en op muziek van componist Paul M van Brugge. Marijke de Braal heeft in Amsterdam haar eigen tapstudio Tokotap.

Tapdanser Peter Kuit heeft een heel eigen techniek en lesmethode ontwikkeld. In de jaren tachtig heeft hij zich gestort op de improvisatie en sindsdien heeft hij jamsessies toegankelijk gemaakt voor tapdansers. Door zijn samenwerking met Nanette Currie ontwikkelde hij zijn theatrale kanten. Hij speelde met mensen als Steve Coleman, zowel Hans als Candy Dulfer , Esther Apituley, Paul Koek, David Kweksilber en zijn eigen groep Tafel 9. Hij is tapdansvernieuwer en leermeester van de nieuwe generatie.

Tapdanser Marije Nie is op zoek naar nieuwe uitdagingen, met improvisatiemuziek, elektronica, poppenspelers, symfonische muziek en film. Zij werkte o.a. met het POW Ensemble (Luc Houtkamp Joseph Bowie), Theo Loevendie, RPhO, Han Bennink en won in 2007 de Jur Naessens Muziekprijs voor vernieuwing in de muziek met haar groep Villa Sonora (poppen, muziek en dans). Marije Nie studeerde tapdans bij Peter Kuit en muziek bij bassist Arnold Dooyeweerd.

Marijn van Veen was een tweevoetige tapdanseres (links net zo virtuoos als rechts). Zij heeft met veel verschillende jazzmuzikanten gespeeld onder meer op het North Sea Jazz Festival en in het Bimhuis. Zij is opgeleid door Josh Hilberman en Heather Cornell. Op 5 januari 2008 is Marijn van Veen (37 jaar) gestorven.

Tapdanser Marieke van der Ven is een rhythm-tapdanser met een grote fascinatie voor de tapdanstechniek. Zij grossiert in fysiek zware en virtuoze sprongen. Naast deze in het oog springende techniek heeft zij tal van vondsten binnen de fijne tapmotoriek. Met haar improvisaties zoekt zij het voornamelijk in de meer theatrale hoek van de tapdans. Samen met Peter Kuit vormt zij het tapduo Tafel 9. Marieke heeft onder meer samengewerkt met Ed Spanjaard, Jeffrey Bruinsma, het Nieuw Ensemble, Paul Koek, Moos d'Herripon, Kees Wieringa en met verschillende big bands en gewerkt op verschillende festivals, onder andere De Parade, Festival Over 't IJ en de Boulevard. Van der Ven is opgeleid door Peter Kuit en heeft gestudeerd bij Marijke de Braal, Sam Weber, Brenda Bufalino, Josh Hilberman, Buster Brown, Gregory Hines en Savion Glover.

Peter Kuit en Marieke van der Ven vormen samen het tapduo Tafel 9. In 2006 werden zij uitgenodigd voor een tour in China. Samen met Marijke de Braal en elf anderen hebben zij twee weken lang door China getrokken. In de choreografie van Peter Kuit had iedere tapper, als in een sambaband, zijn of haar eigen partij. Tijdens de reis hebben de tappers meegelopen in een parade. Aangezien tapschoenen op steen als nagels over een schoolbord klinken, heeft Marieke een choreografie gemaakt op klompen waarbij met tapschoenen in de hand tegenritmes werden geslagen.

Verder zijn er nog de volgende tapdansers in Nederland: Renée Hanjoel, Marike Hetjes, Matthias Löffler, Arnold van Maanen, Ruth Rosendaal, Tobias Tak, Willie de Vries, Peter Dehing, Declan Winstanley.

Beroemde tapdansers[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Tapdans van A tot Z van Wllie de Vries 1995
  • Moderne Tapdans, techniek, theorie, methodiek, anatomie,geschiedenis,oefeningen en dansroutines van Benjamin Feliksdal 2003