Two hand tapping

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Tapping)
Ga naar: navigatie, zoeken
Tapping guitar.jpg

Two hand Tapping ook wel tapping of tappen is een gitaartechniek waarbij met beide handen op de toets van een gitaar of ander gefret snaarinstrument wordt gespeeld.

Speelwijze[bewerken]

Bij deze techniek gebruikt de gitarist de vingers van beide handen door de vingers met hoge snelheid tussen de frets op de snaren te plaatsen (hammer-on) en zijwaarts van de snaar af te trekken (pull-of). Beide bewegingen veroorzaken een toon, doordat ze de snaar in beweging brengen. Door de juiste volgorde en vingerzettingen kunnen hierdoor met zeer hoge snelheid arpeggio's en melodieën gespeeld worden.

Historiek[bewerken]

Tapping bestaan al eeuwen in een of andere vorm. Niccolò Paganini gebruikte gelijkaardige technieken op de viool. Verwant aan het two hand tapping is de selpe techniek op de saz, een Turks snaarinstrument uit de Turkse volksmuziek. Taptechnieken en solo's op verscheidene snaarinstrumenten als de banjo zijn veelvuldig gedocumenteerd in oude films, opnames en optredens in de vroege 20ste eeuw.

Verschillende muzikanten worden vernoemd als de uitvinders van tapping op de gitaar. Roy Smeck paste een two-hand tapping techniek toe op de ukulele in de film Club House Party uit 1932. Een ontwerper van gitaarelementen Harry DeArmond ontwikkelde en two-hand tapping methode als een manier om de degelijkheid van zijn ontwerpen te demonstreren. Een van de studenten van DeArmond, Jimmie Webster maakte opnames in de jaren 50, waarbij hij gebruik maakte van deze techniek die hij toelichtte in een boek 'Touch Method for Electric and Amplified Spanish Guitar', gepubliceerd in 1952. De heavy metal gitarist George Lynch (ook bekend voor zijn tapping skills) beweerde dat George Van Eps de tapping techniek gebruikte in de 50s. Een ander vroeg voorbeeld van een opname van tapping in de rockmuziek is van Santana uit het album Abraxas (1970): het nummer "I hope you're feeling better", beginnend op 2:02.

De two-handed tapping techniek is gekend bij vele 1950s and 1960s jazz-gitaristen als Barney Kessel die een vroege aanhanger was van Emmet Chapman. Vittorio Camardese een Italiaanse radioloog ontwikkelde zijn eigen tapping techniek in de vroege jaren 60 en trad op in een Italiaanse televisieshow. In augustus 1969 ontdekte een gitarist uit Los Angeles een nieuwe manier van tapping: met beide handen loodrecht tegenover elkaar aan de beide zijden van de gitaarnek. Om deze techniek te optimaliseren ontwierp Chapman een 9-snarig instrument dat hij "the Electric Stick" noemde (later werd dat gewoon de Chapman Stick). In 1974 stichtte hij de firma Stick Enterprises en begon hij instrumenten te bouwen voor andere muzikanten. Chapman beïnvloedde verscheidene two-hand tapping gitaristen waaronder Steve Lynch van de groep Autograph en Jennifer Batten. De techniek werd opgevist door rock en blues spelers in de late jaren 60. Eén van de eersten was de gitarist Harvey Mandel van Canned Heat, van wie Ritchie Blackmore zei hem de techniek te zien gebruiken in de Whisky a Go Go in 1968.

Randy Resnick (van de groep Pure Food and Drug Act, Harvey Mandel was ooit één van de leden) gebruikte two-hand tapping technieken tijdens zijn optredens en opnames tussen 1969 en 1974. Resnick werd vernoemd in de biografie van Eddie Van Halen voor zijn bijdrage aan de two-hand tapping techniek. Eén van de eerste rockgitaristen die two-hand tapping technieken opnam was Steve Hackett van Genesis. Twee voorbeelden zijn "Dancing with the Moonlit Knight" (1973) en "The Return of the Giant Hogweed" (1971). Andere gitaristen zoals Frank Zappa, Billy Gibbons van ZZ Top, Brian May van Queen, Duane Allman van The Allman Brothers Band, Larry Carlton (Kid Charlemagne 1976), en Leslie West van Mountain gebruikte de techniek ook in de jaren 70. In de late jaren 70, bracht Eddie Van Halen de two-hand tapping techniek in het centrum van de rockmuziek. Hij was dus niet de vroegste, maar zijn kunde en inventiviteit maakten hem wel tot één van de meest invloedrijke spelers om deze manier van spelen te promoten. Van Halen zelf zei dat hij zijn inspiratie kreeg van Jimmy Page: "I think I got the idea of tapping watching (Page) do his 'Heartbreaker' solo back in 1971… He was doing a pull-off to an open string and I thought...I can do that, but what if I use my finger as the nut and move it around?" Van Halens onbegeleide solo "Eruption," met arpeggio's van triadische akkoorden demonstreren het toppunt van zijn kunnen.

In de jaren 80 werd de two-hand tapping techniek gedemystificeerd door hard-rock en heavy-metal gitaristen en aldus als wezenlijk deel van hun manier van spelen gemaakt. De meest bekende onder hen zijn Steve Vai en Joe Satriani. In de late jaren 80 werd de two-hand tapping techniek standaard in het vocabularium van de rockgitarist. Ook in de jazz-fusion wordt de techniek heel vaak gebruikt. Two-hand tapping op de basgitaar was nooit zo populair als die op de gewone elektrische gitaar, maar het werd wel al toegepast voor Eddie Van Halen de techniek populariseerde. Jaco Pastorius, Billy Sheehan, Victor Wooten, Stuart Hamm, John Myung, Les Claypool, Cliff Burton, Alex Webster, Sean Beasley en Arif Mirabdolbaghi gebruikten de two-hand tapping techniek op de basgitaar.

De Belgische gitarist en componist Daniel Schell baseerde zijn eigen speeltechniek op die van Emmett Chapman, één van de pioniers van de two hand taptechniek. Hij ontmoette Chapman in 1980. Schell beschreef methodes in een boek My Space, My Time, ontwierp zijn eigen instrumenten (tapgitaar) en leidt "E-Tap, European Tap Seminar". Veel van zijn muziek is te vinden op You Tube. Hij haalt veel van zijn inspiratie uit de Indische traditionele muziek. In Nederland is Jan Akkerman een goed voorbeeld.

Een heel erg jonge en virtuoze gitarist uit Zuid-Korea, Zack Kim, voegt een totaal nieuwe dimensie toe aan deze techniek door op twee gitaren tegelijk te spelen waarbij hij op de ene gitaar akkoorden tapt en op de andere ingewikkelde melodische variaties zoals in zijn versie van Canon in D van Pachelbel.

Externe link[bewerken]