Tasmaanse diamantvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tasmaanse diamantvogel
IUCN-status: Bedreigd[1] (2008)
Forty-spotted Pardalote.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes
Familie: Pardalotidae
Geslacht: Pardalotus
Soort
Pardalotus quadragintus
Gould, 1838
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Tasmaanse diamantvogel (Pardalotus quadragintus) is veruit de meest zeldzame Pardalotussoort en komt alleen nog in het uiterste zuidoosten van Tasmanië en op Flinderseiland voor.

Inhoud

Kenmerken [bewerken]

De Tasmaanse diamantvogel lijkt uiterlijk veel op de veel algemener voorkomende gevlekte diamantvogel (Pardalotus punctatus). De Tasmaanse diamantvogel heeft echter een veel gedempter gekleurde, groenbruine rug en kop in tegenstelling tot het veel kleurrijkere verenkleed van de gevlekte diamantvogel en voorts ontbreekt de witte band op het voorhoofd. De twee soorten komen naast elkaar voor binnen het verspreidingsgebied van de Tasmaanse diamantvogel. De rug is olijfkleurig en de flanken zijn matgeel. De borst is wit met lichtgele markeringen. De zwarte vleugels hebben witte punten, die bij samengevouwen vleugels het effect van vele bescheiden kleine witte vlekjes produceren. Dit zijn er in tegenspraak tot de lokale Engelstalige naam Forty-spotted pardalote en tot de wetenschappelijke soortnaam meer dan veertig, het zijn er eerder rond de zestig. Het verenkleed vertoont geen seizoensgebonden wijziging. Juveniele vogels zijn enigszins minder kleurrijk dan volwassen dieren.

Met zijn lengte van 9-10 cm en gewicht van ca. 10 g (Woinarski & Bulman 1985) is het een kleine, energieke zangvogel. Opvallend is voorts de zeer korte snavel van het dier.

Verspreiding en leefomgeving [bewerken]

De aanwezigheid van deze soort is slechts met zekerheid aangetoond in een klein aantal geïsoleerde kolonies op Flinderseiland en in het zuidoosten van Tasmanië, op Maria-eiland en op het zuidelijk deel van Bruny-eiland. Op deze laatste twee locaties bevindt zich 90% van de totale populatie. Er zijn geïsloleerde waarnemingen in de voorsteden van Hobart. De vogel is grotendeels als standvogel te typeren, maar verplaatst zich soms lokaal binnen zijn beperkte verspreidingsgebied. Voornamelijk in de winter zijn de dieren op het Tasmaanse vasteland geneigd zich te verspreiden. De soort gaat in aantal achteruit, maar houdt het best stand op Maria-eiland, dat als natuurreservaat geldt en waar alle door de mens geïntroduceerde roofdieren zijn uitgeroeid.

Het dier komt voornamelijk voor in relatief droge eucalyptusbossen waar de suikereucalyptus (Eucalyptus viminalis) een groot deel van het bomenbestand vormt. Uitsluitend in deze boom scharrelt het dier zijn kostje bij elkaar.

Gedrag [bewerken]

Het dier zoekt en op systematische en relatief bedachtzame wijze naar kleine insecten, lerpen en druppeltjes suikerige afscheiding (manna) van de suikereucalyptus te midden van het loof van deze boom. Het dier leeft meestal in paartjes of in kleine zwermen. De vogels worden wel “de verzamelaars van het bladerdek” genoemd vanwege de wijze waarop ze dit ontdoen van insecten. Paartjes vormen zich voor enkele jaren en verdedigen hun territorium fel en maken slechts gebruik van hun vaste nestholte (Woinarski & Bulman 1985, Brown 1986).

Voortplanting [bewerken]

De Tasmaanse diamantvogel nestelt in holtes in de stam of hoofdtakken van volwassen bomen. Een enkele keer neemt een vogel de toevlucht tot een ondergronds nest. In de nestholte wordt een bolvormig of halfrond nest van stukjes boomschors en gras gebouwd, afgekleed met veertjes of plukjes haar. De man en pop bouwen het nest gezamenlijk. In het broedseizoen, dat van augustus tot december duurt, legt de pop gemiddeld vier eieren in het nest. Deze komen na ca. 23 dagen uit en na 25 dagen door de oudervogels te zijn gevoerd met manna en lerpen, verlaten de kuikens het nest. De vogels hebben concurrentie te duchten van de talrijkere geelvlekdiamantvogel waar het op nestruimte aankomt. Door een kleine nestkolonie te vormen, kunnen de vogels deze het hoofd bieden.

Bedreigingen [bewerken]

De aanwezigheid van de mens (en zijn huidier de kat) in het leefgebied van de Tasmaanse diamantvogel vormt een constante bedreiging voor het bestaan van de soort. Dit is in hoofdzaak te wijten aan versplintering van het leefgebied door het rooien van natuur. Voornamelijk het vellen van de suikereucalyptusbomen waar deze soort zo innig mee verbonden is draagt hiertoe bij. Inmiddels is de soort een van de meest bedreigde soorten van Australië en staat op grond hiervan zowel in de deelstaat Tasmanië als op federaal niveau te boek als bedreigd. Ook de IUCN hanteert deze status. Op het moment is de populatie echter stabiel te noemen, deze wordt geschat op 3800 individuen.

Bronnen, noten en/of referenties