Techniekfilosofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De techniekfilosofie is de filosofische discipline die onderzoek doet naar aard en betekenis van techniek en de verhouding tussen techniek, mens en samenleving.

Thematiek[bewerken]

De techniekfilosofie reflecteert op de verhouding tussen techniek en andere domeinen zoals:

  • wetenschap
  • economie
  • cultuur en moraal
  • maatschappelijke structuren
  • politiek
  • organisaties
  • de mens
  • milieu

Ontwikkeling[bewerken]

Hoewel ook vroegere filosofen al uitspraken over techniek deden, wordt Ernst Kapp gezien als grondlegger van de techniekfilosofie. Hij publiceerde in 1877 het boek Grundlinien einer Philosophie der Technik.

Vanaf het midden van de vorige eeuw kwam het veld tot verdere ontwikkeling door de inzet van denkers zoals Lewis Mumford, Martin Heidegger, Jacques Ellul en Hans Jonas. Ten eerste beschreven zij de nieuwe verhouding tussen mens en natuur en werkelijkheid die in hun ogen de voorwaarde vormt voor de ontwikkeling van de techniek. Zij betogen dat technologie voor een nieuw cultureel systeem staat, een technische benadering van de werkelijkheid, dat de hele natuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid wil beheersen. Zij geven aan dat de techniek geen neutraal instrument is, maar eerder een autonoom systeem, dat zich niet meer (meer) door mensen laat dirigeren. Volgens deze filosofen is technologie is een zeer sterke en onafhankelijke kracht die van buitenaf volgens een eigen innerlijke dynamiek op de maatschappij inwerkt, en daarom sterk bepalend is voor de ontwikkeling van de maatschappij. Het oordeel hierover is vaak negatief, waardoor deze techniekfilosofie veel techniekkritiek bevat.

De techniekfilosofie van de laatste decennia heeft het beeld van autonome techniek genuanceerd. In plaats van technologie als autonoom te beschrijven worden de vele maatschappelijke krachten die er op in werken aan het licht gebracht. Veelal wordt uitgegaan van een co-evolutie van techniek en samenleving. In tegenstelling tot de klassieke techniekfilosofen richt men zich sterker op concrete technische praktijken en ontwikkelingen.

Boeken[bewerken]

  • Hans Achterhuis (2001) American Philosophy of Technology. Indiana University Press. ISBN 978-0-253-33903-4
  • Hans Achterhuis (1997) Van stoommachine tot cyborg, denken over techniek in de nieuwe wereld, Ambo uitgeverij
  • Albert Borgmann (1984) Technology and the Character of Contemporary Life. University of Chicago Press. ISBN 978-0226066288
  • Ellul, Jacques (1964), The Technological Society. Vintage Books.
  • Andrew Feenberg (1999) Questioning Technology. Routledge Press. ISBN 978-0415197540
  • Heidegger, Martin (1977) The Question Concerning Technology. Harper and Row.
  • David M. Kaplan, ed. (2004) Readings in the Philosophy of Technology. Rowman & Littlefield.
  • Nye, David. (2006). Technology Matters. MIT Press. ISBN 978-0-262-64067-1
  • Scharff, Robert C. and Val Dusek eds. (2003). Philosophy of Technology: The Technological Condition. An Anthology. Blackwell Publishing. ISBN 978-0-631-22219-4
  • Langdon Winner (1977). Autonomous Technology. MIT Press. ISBN 978-0262-23078-0

Weblinks[bewerken]