Technisch secundair onderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Technisch secundair onderwijs of tso is in Vlaanderen de verzamelnaam van alle technische studierichtingen vanaf het derde jaar secundair onderwijs. In de eerste graad van het secundair onderwijs (het eerste en het tweede leerjaar) zijn weliswaar technische opties mogelijk, maar wordt er niet gesproken van onderwijsvormen (tso, aso, kso en bso).

In tegenstelling tot in Nederland, geeft elk diploma van het secundair onderwijs toegang tot de universiteit. Het diploma is vergelijkbaar met een Nederlands MBO-diploma.

Het tso is opgesplitst in een aantal studiegebieden die soms gedeeld worden met het aso of bso. Binnen deze studiegebieden worden telkens een aantal studierichtingen aangeboden. Op de website van het Departement Onderwijs van de Vlaamse overheid staat de volledige lijst.

Binnen het tso kunnen deze studierichtingen opgesplitst worden in drie types:

  • eerder theoretische opleidingen, die bedoeld zijn voor verdere studie in het hoger onderwijs, meestal aan een hogeschool, bijvoorbeeld Industriële Wetenschappen, Techniek-wetenschappen en Handel
  • meer praktijkgerichte opleidingen die voorbereiden voor onmiddellijke tewerkstelling, bijvoorbeeld Houttechnieken en Hotel
  • opleidingen die zowel verder studeren als onmiddellijke tewerkstelling mogelijk maken, bijvoorbeeld Elektriciteit

De tweede graad (het derde en vierde leerjaar) en de derde graad (het vijfde, zesde en eventueel zevende leerjaar) vormen in principe één opleiding. Toch is het veranderen van studierichting, ook naar aso, kso of bso, tot en met het eerste leerjaar van de derde graad haast onbeperkt mogelijk. In de praktijk stappen echter vooral leerlingen die moeite hebben met het theoretisch karakter van de opleiding over naar een aanverwante opleiding in het beroepssecundair onderwijs (bso). Daarnaast zijn er enkele tso-richtingen die pas starten in de derde graad. Het zijn dan eigenlijk uitsplitsingen van studierichtingen in de tweede graad. Het lessenrooster omvat wekelijks minimum 32 en maximum 36 lestijden van 50 minuten.

Elke leerling in het tso moet op het eind van het 6de jaar een (meestal) omvangrijke Geïntegreerde Proef maken (GIP), waarin de leerling moet tonen de belangrijkste kennis, vaardigheden en attitudes meester te zijn.

In de meeste tso-richtingen moet elke leerling een stage in een bedrijf doorlopen, waarin de schooltheorie wordt toegepast in de praktijk. Die stage kan in bepaalde richtingen al beginnen in het eerste jaar van de derde graad (5de jaar) en eindigen in het tweede of derde jaar van de derde graad (6de of 7dejaar).

Het 7de jaar is in het tso een specialisatiejaar, waarin een aantal algemene vakken soms wegvallen, zodat voldoende vakspecifieke vakken kunnen gegeven worden. Vanaf 2008-2009 werd dit zevende specialisatiejaar omgevormd tot "Se-n-se" (secundair-na-secundair), een hbo5-opleiding.

Met een diploma secundair onderwijs, behaald in het tso heb je dus de keuze: je kan meteen overstappen naar de arbeidsmarkt, of verder studeren in het hoger onderwijs.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal Onderwijs

Externe link[bewerken]