Ted Hughes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ted Hughes in 1993

Edward James (Ted) Hughes (Mytholmroyd, Yorkshire, 17 augustus 1930North Tawton, Devon, 28 oktober 1998) was een Engels dichter en schrijver van kinderboeken.


Leven[bewerken]

Ted Hughes was de zoon van William Henry en Edith. Hij had een 10 jaar oudere broer, Gerald, en een twee jaar oudere zus, Olwyn.

Hughes studeerde Engels, antropologie and archeologie in Cambridge. Hier ontmoette hij zijn latere vrouw, de dichteres Sylvia Plath. Zij trouwden in 1956 en gingen in 1962 uit elkaar. Plath pleegde in 1963 zelfmoord.

Omtrent Plaths zelfmoord en Hughes' mogelijke verantwoordelijkheid hiervoor werd en wordt nog steeds wild gespeculeerd. Ted Hughes werd na haar dood eigenaar van Plaths literaire erfgoed. Hij keek nauw toe op alle postume publicaties en vernietigde een deel van haar dagboek dat de herinneringen van de laatste drie jaar van hun leven samen bevatte.

In 1969 pleegde Assia Wevill, die toen Hughes' vriendin was, eveneens zelfmoord (nota bene op dezelfde wijze als Plath), na eerst hun vierjarige dochter Alexandra gedood te hebben.

In 1970 trouwde Hughes met verpleegster Carol Orchard. Ze bleven getrouwd tot aan Hughes' dood in 1998. Hij stierf aan de gevolgen van leverkanker.

Werk[bewerken]

Hughes wordt beschouwd als één van de beste dichters van zijn generatie, hoewel er twijfel bestaat over zowel zijn techniek als intellect.[1] Na het overlijden van John Betjeman werd hij in 1984 benoemd tot Poet Laureate. Hij zou de benoeming hebben gekregen nadat Philip Larkin weigerde omdat die zich er literair niet meer toe in staat achtte.

Met zijn eerste gedichtenbundel, The Hawk in the Rain (1957), vestigde hij de aandacht op zich. Zijn werk is dan sterk gericht op de natuur, die gezien wordt als hard en meedogenloos en waarvan de mens met zijn dierlijke eigenschappen slechts een onderdeel uitmaakt. In 1959 won hij de Galbraith Prize.

Zijn latere werk staat meer in het licht van de mythe en de bardtraditie. Tot zijn belangrijkste werken behoort dan zeker "Crow" uit 1970. In Tales from Ovid (1997) geeft hij de lezer een selectie van vrije vertalingen van de Metamorphosen van Ovidius.

In Birthday Letters (1998) doorbrak hij eindelijk enkele mysteries rondom zijn relatie met Sylvia Plath en haar dood. Het is een weergave van zijn gedrag uit die periode en Hughes geeft ook enkele aspecten weer uit hun relatie. Het boek werd bekroond in het jaar van uitgave met de 'Forward Poetry Prize' voor de beste bundel.

Naast zijn gedichten en kinderboeken schreef Hughes operalibretto's. Op zijn boek The Iron Man baseerde Pete Townshend de rockopera van die naam. Ook de animatiefilm 'The Iron Giant' was op dit boek gebaseerd. Tevens redigeerde hij verscheidene bloemlezingen.

In 2003 verscheen postuum de 'Collected Poems', waarin al Hughes' gedichten werden samengebracht.

Selecte bibliografie[bewerken]

Gedichten[bewerken]

  • (1957) The Hawk in the Rain
  • (1960) Lupercal
  • (1967) Wodwo
  • (1968) The Iron Man
  • (1970) Crow
  • (1977) Gaudete
  • (1979) Moortown Diary
  • (1979) Remains of Elmet
  • (1986) Flowers and Insects
  • (1989) Wolfwatching
  • (1992) Rain-charm for the Duchy
  • (1994) New Selected Poems 1957-1994
  • (1997) Tales from Ovid
  • (1998) Birthday Letters

Kinderboeken[bewerken]

  • How the Whale Became
  • Meet my Folks!
  • The Earth Owl and Other Moon-people
  • Nessie the Mannerless Monster
  • The Coming of the Kings
  • The Iron Man
  • Moon Whales
  • Season Songs
  • Under the North Star
  • Ffangs the Vampire Bat and the Kiss of Truth
  • Tales of the Early World
  • The Iron Woman
  • The Dreamfighter and Other Creation Tales
  • Collected Animal Poems
  • Shaggy and Spotty
Noten
  1. Opgesomd in Who's Who in Literature (London: Weidenfeld and Nicolson, 1976) door Martin Seymour-Smith: "Hughes has always been overrated but as a young man he combined a certain raw power with a simple-minded but sincere dedication to the project of becoming a major poet (..) His technique was poor and has since deteriorated (...) The points that admirers of his cruelty want to miss are that, for a poet who all too clearly intends to deal with 'profound' themes, both his technique and intellect are deficient. This became fully evident in Crow (1970) ... with its apparently impressive outbursts of linguistic violence (the writer's ear for vowels is extraordinarily lax)." (p. 167).