Tegelkachel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tegelkachel in kasteel Rundale, Letland
Een moderne tegelkachel in een woonhuis

Een tegelkachel (Duits: Kachelofen, Kachel = tegel, de Nederlandse naam is dus eigenlijk een pleonasme) bestaat van oudsher zoals de naam al aangeeft uit zachtgebakken tegels.

Deze tegels worden niet gestort of geplakt. De tegels zijn 5 cm dik en hiermee wordt de kachel geheel opgemetseld. De opbouw kan verder ook bestaan uit leem, speksteen of chamotte.

De afbouw kan bestaan uit leem stucwerk bij lemen en chamotte kachels en uiteraard is de afwerking bij speksteen als vanzelf dit speksteen zelf. Keramiek kan tegenwoordig in vele bijzondere kleuren en vormen worden aangeboden. Ook tegels van wel één meter.

De tegelkachel is een accumulatiekachel waarbij in een zeer korte tijd (een uur slechts, afhankelijk van de grootte) hout wordt verbrand onder hoge temperatuur. Hierdoor ontstaat een zeer volledige en daardoor schone verbranding met een hoog rendement. De rookgassen worden nu door vuurvaste gemetselde kanalen geleid en geven daar hun warmte af. De gehele stenen kachel komt op temperatuur. Uiteindelijk komen de rookgassen bij de schoorsteen. De gehele berekening en opbouw van de stookkamer, kanalen en hoeveelheid leem staat met elkaar in verhouding. Twee keer een uurtje stoken betekent 24 uur warmte. Tegelkachels kunnen ook een geheel huis verwarmen en aangesloten worden op een boiler-systeem met warmtewanden of vloerverwarming.