Telefooncoup

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De telefooncoup (ook wel Kerstcoup) is de populaire naam voor de op 24 december 1990 door de legerleiding gepleegde staatsgreep in Suriname. Bij deze staatsgreep werd de regering van president Ramsewak Shankar 'via de telefoon' afgezet.

Inhoud

President Shankar [bewerken]

Na toenemende onvrede bij het volk over de dictatuur en een bloederige burgeroorlog, besloot Desi Bouterse, leider van het militair regime, om het proces van herdemocratisering in te zetten. In november 1987 werden verkiezingen gehouden en het Front voor Democratie en Ontwikkeling won deze verkiezingen door 40 van de 51 zetels te behalen. De Nationale Democratische Partij (NDP), de partij van Bouterse, won maar drie zetels. Het Front voor Democratie en Ontwikkeling was een bundeling van de traditionele Surinaamse partijen VHP, NPS en KTPI. Na de verkiezingsoverwinning schoof het Front voor Democratie en Ontwikkeling Ir. Ramsewak Shankar (VHP) naar voren als presidentskandidaat. Shankar won de presidentsverkiezingen en werd op 25 januari 1988 geïnaugureerd in die functie. Henck Arron (NPS) werd namens het Front voor Democratie en Ontwikkeling vicepresident van Suriname. Arron was een van de regeringsleiders die in 1980 door de militairen van Desi Bouterse werd afgezet en zij waren allerminst blij met zijn benoeming. Shankar zelf gold ook niet als favoriet van het leger.

Tijdens de ambtsperiode van Shankar (1988-1990) probeerde hij de betrekkingen met het voormalig moederland Nederland te verbeteren om zo de ontwikkelingshulp weer op gang te laten komen. De anti-kolonialistische Desi Bouterse, die als legerleider nog steeds veel macht had in Suriname, was niet blij deze actie van Shankar.

De staatsgreep [bewerken]

Half december 1990 maakte het vliegtuig waarin legerleider Bouterse en president Shankar zaten een tussenlanding op Schiphol. De Nederlandse politie schermde Bouterse af van de pers en van de in Nederland verblijvende Surinamers. Bouterse wilde hen aanvankelijk toespreken, maar door het politiekordon werd hem dit onmogelijk gemaakt. Bouterse was niet alleen kwaad op de Nederlandse autoriteiten, maar ook op president Shankar. Hij vond dat Shankar het niet of onvoldoende voor hem opnam tijdens het incident.

Op 22 december bood Bouterse zijn ontslag aan als legerleider. Twee dagen later werd door het leger de staatsgreep gepleegd. Op 24 december, rond middernacht, deelde de legerleiding president Shankar telefonisch mee dat hij en zijn regering "maar beter thuis konden blijven". Ivan Graanoogst, de politiechef en tevens waarnemend legerleider na het ontslag van Bouterse, werd waarnemend president van Suriname. Op 27 december werd het ontslag van de regering door het parlement bekrachtigd. Op die dag werd Johannes Kraag president van Suriname en op 31 december werd Bouterse opnieuw benoemd tot legerleider en opperbevelhebber van het leger.

De Nederlandse reactie [bewerken]

In Nederland werd heftig gereageerd op de staatsgreep. De regeringspartijen (CDA en PvdA) en de VVD stemden in met het wederom stopzetten van de ontwikkelingshulp aan Suriname. Pas na het aantreden van president Ronald Venetiaan in 1991 verbeterde de situatie tussen Suriname en Nederland aanzienlijk.

Literatuur [bewerken]

  • Aniel P. Bangoer: De telefooncoup: grondwet, recht en macht in Suriname, Uitg. Bangoer, Zoetermeer, 1991. (ISBN 9090046356)