Televisie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Televisietechniek)
Ga naar: navigatie, zoeken

Televisie of tv is een telecommunicatiesysteem voor het verzenden en ontvangen van bewegende beelden en geluid. Het ontvangstapparaat heet ook televisie of tv, of voluit televisietoestel.

De televisie is in de 20ste eeuw uitgegroeid tot een groot massamedium dat miljarden mensen bereikt. Aanvankelijk waren de beelden die de televisies genereerden enkel in zwart-wit, later werd er ook in kleur uitgezonden. Hiervoor was een nieuw soort televisie nodig: de kleurentelevisie. Na de analoge televisies kwamen de digitale televisies.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Technologische innovatie

De eerste live-uitzending in de Verenigde Staten had plaats op 4 september 1951 toen de speech van president Harry Truman op de Japanese Peace Treaty Conference in San Francisco werd overgebracht via AT&T's transcontinentale coaxkabel en microwave radio relay systeem om broadcast stations in lokale markten.[1][2][3] De eerste live-uitzending van commerciële televisie in de VS was op 18 november 1951 tijdens de première van het CBS-programma See It Now. Er werden twee beelden weergegeven naast elkaar: de Brooklyn Bridge in New York City en de Golden Gate Bridge in San Francisco. In 1958 maakte CBC het grootste televisienetwerk uit de wereld af van Sydney naar Victoria. Naar verluidt was de eerste live-uitzending van belangrijk nieuws uitgevoerd door de CBC tijdens de Springhill-mijnramp op 23 oktober 1958.

De ontwikkeling van de kabeltelevisie en de satelliettelevisie in de jaren 70 bood mogelijkheden om meer kanalen aan te bieden en moedigde zakenmannen aan om de programmatie van de zenders te richten op specifieke doelgroepen. Daardoor was de opkomst van betaaltelevisiekanalen mogelijk, zoals Prime in België en Canal+

[bewerken] Belangrijke personen in de ontwikkeling van de televisie

Belangrijke personen bij de ontwikkeling van de tv-technologie in de 19e en 20e eeuw.

[bewerken] Ontwikkeling in België en Nederland

[bewerken] Techniek

Er bestaan drie gangbare soorten televisietoestellen: de lcd-televisie, de plasmatelevisie en de CRT-televisie (beeldbuis). De lcd-televisie is betrekkelijk nieuw, de plasmatelevisie iets ouder (introductie op de consumentenmarkt rond 1995) en de CRT-televisie bestaat al langer (introductie in Nederland rond 1951). Deze pagina legt het verschil uit in techniek tussen de lcd-televisie en de CRT-televisie.

[bewerken] De beeldbuistelevisie

Een televisiebeeld is opgedeeld in verschillende beeldpunten van de kleuren rood, groen en blauw. Een beeldbuistelevisie heeft een beeldbuis. Deze beeldbuis is samengesteld uit 3 elektronen-kanonnen die achterin de beeldbuis zijn gemonteerd. één kanon voor de kleur rood, eentje voor blauw en eentje voor groen. Door elektronen met een enorme snelheid tegen de beeldpunten aan te laten schieten, lichten de punten op. Zo gaat een CRT-televisie één voor één alle punten af. Afhankelijk van het beeld, wordt het ene puntje minder hard aangeschoten dan het andere. Elektronen vliegen niet uit zichzelf naar de voorkant van de buis, je moet ze versnellen. Door een enorme hoogspanning van gemiddeld 30 000 V en 1-3 mA op de beeldbuis te zetten, trek je als het ware de elektronen achter uit de kanonnen. Zo vliegen ze naar voren, richting de beeldpunten. Er is één probleem, de straal elektronen gaat regelrecht naar voren en zo kan je enkel de middelste beeldpunten aanschieten. Om alle punten aan te kunnen schieten, zul je de straal zowel horizontaal als verticaal moeten afbuigen. Voor zowel de horizontale als de verticale afbuiging zitten sterke elektromagneten die de straal die uit het kanon komt, afbuigen. Afhankelijk op welke positie de straal moet zijn, wordt de straal meer of minder, in verticale en horizontale richting afgebogen. Door de toevoeging van een schaduwmasker vlak bij de beeldpunten wordt ervoor gezorgd dat het kanon met bijvoorbeeld rode beeldinformatie alleen terecht kan komen op de beeldpunten die rood oplichten. Oftewel, het schaduwmasker is als het ware een zeef, die ervoor zorgt dat de elektronen straal niet per ongeluk de omliggende punten kan aanschieten.

Een kleur anders dan rood, groen of blauw wordt gemaakt door de kleuren te mengen door de ene kleur wat meer op te lichten dan de ander.

Dit proces herhaalt zich in Europa 50× per seconde (gebruikmakend van de frequentie van het lichtnet), maar slechts met 25 verschillende beelden - door interlacing bestaat één beeld uit twee halfbeelden. Omdat film met 24 beeldjes per seconde werkt, worden die soms iets te snel afgespeeld op televisie. In het verleden hadden filmacteurs daardoor een onnatuurlijk hoge stem op televisie. TV-principe CRT-groot.gif

[bewerken] De lcd-televisie

Een lcd-scherm straalt zelf geen licht uit, maar manipuleert het omgevingslicht of het licht dat vanaf de achterzijde door kan stralen. Elke pixel (zie tekst hierboven) uit het scherm bestaat uit twee groepen vloeibare kristallen (vandaar 'Liquid Crystal Display'). Deze kristallen hebben de eigenschap dat ze afhankelijk van wel of geen aangelegde spanning, opvallend of doorvallend licht in polarisatie verdraaien. Als er geen spanning op één van de lagen staat, gebeurt er niets en kan het licht er gewoon door. Echter als er spanning op wordt gezet, kan het licht er niet meer of slechter (afhankelijk van de hoeveelheid spanning) door.

[bewerken] Plasmatelevisie

Bij een plasmatelevisie worden de beeldpunten gevormd door kleine gasontladingslampjes, enigszins vergelijkbaar met het principe van bijvoorbeeld een tl-lamp. Door de juiste materiaalkeuze worden de verschillende kleuren per beeldpunt uitgestraald. In een plasma display wordt elektrische energie aan een gasmengsel toegevoegd. Plasma is instabiel en geeft de opgenomen energie af in de vorm van warmte en een ultraviolette lichtstraal (foton). Een fosforescerende laag zet het ultraviolette licht om in zichtbaar licht. De kleur van dit zichtbare licht wordt bepaald door het fosfor. Om ruim 17 miljoen verschillende kleuren te kunnen maken worden er rode, groene en blauwe kleuren opgewekt. Deze kleuren mengen zich tot de gewenste kleur.

[bewerken] Het ontvangen van televisieprogramma's

Onderdeel van de televisietechniek zijn de frequenties voor ontvangst en uitzending.

Voor televisie wordt in het Verenigd Koninkrijk gebruikgemaakt van de ether-frequenties tussen 470 en 860 MHz (kanalen 21 tot en met 69), terwijl in de rest van Europa ook de kanalen 2 tot en met 12 gebruikt worden. Voor gebruik op gesloten kabelnetten zijn ook andere frequenties in gebruik, die tussen kanaal 12 en 21 inliggen, de zogeheten S- en H-band. In de ether is de trend om van analoog signaal naar DVB-T over te stappen, waar alleen UHF kanalen voor gebruikt worden. In Nederland zijn alle analoge etherfrequenties (VHF en UHF) vervallen per 11 december 2006. De bekendste hiervan waren de Lopikse kanalen 4, 27 en 30. In Vlaanderen wordt nog tot op z'n minst tot 3 november 2008 analoge televisie uitgezonden.

Ook op de kabeltelevisie is er als gevolg van de invoering van DVB-C en internet via de kabel een trend om de VHF, S- en H-kanalen te verlaten.

Bij televisie wordt een zwart-wit-beeld beeldsignaal via amplitudemodulatie (AM) aangebracht op de draaggolf-frequentie. De bijbehorende kleur informatie wordt met een hulpdraaggolf middels kwadratuurmodulatie meegezonden. Hierdoor was bij invoering van een kleursignaal het signaal ook nog goed te ontvangen op een zwart-wit televisie, die alleen het eerste signaal verwerkt. Een dergelijke technische truc is ook uitgehaald bij stereo radio. Het bijbehorende geluid wordt een hulpdraaggolf op enige afstand van het beeldsignaal verzonden. De informatie hier wordt door middel van frequentiemodulatie (FM) meegestuurd.

Om de bandbreedte van het hele signaal beperkt te houden tot ongeveer 6 MHz, wordt restzijbandmodulatie toegepast, een speciale vorm van AM.

De frequentie van de hulpdraaggolf is voor West-Europese landen (buiten het VK) 5,5 MHz. In het VK wordt 6,0 MHz gebruikt terwijl in Oost-Europese landen 6,5 MHz gangbaar is.

Aangezien AM veel gevoeliger is voor pulssignalen dan FM, zal bij bliksem in de nabije omgeving wel het beeld in lichte mate worden verstoord, maar blijft het geluid meestal onaangetast. Ook ontstekingsbronnen zoals brommers kunnen dit gevolg hebben.

[bewerken] Zie ook


Referenties
  1. "Truman to Be Televised In First National Hook-Up", The New York Times, 4 september 1951, pagina 2
  2. "Televisiehoogtepunten", The Washington Post, 4 september 1951, p. B13.
  3. "Coast to Coast Television" (CBS advertentie), The Wall Street Journal, September 4, 1951, p. 9.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen