Tengiz Kitovani

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tengiz Kitovani

Tengiz Kitovani (Georgisch: თენგიზ კიტოვანი) (Tbilisi, 9 juni 1938) is een Georgisch politicus en militair leider, die zijn carrière begon als kunstenaar. Op 22 december 1991 voerde hij met Dzjaba Ioseliani een door paramilitairen en een deel van de Georgische Nationale Garde ondernomen belegering van het Georgische parlementsgebouw aan, die het gevolg was van onvrede over het regime van Zviad Gamsachoerdia.

Kitovani studeerde aan de academie voor schone kunsten te Tbilisi en werd docent aan een kostschool in het stadje Tetri Tsqaro. Pas in 1990 trad hij toe tot de Georgische politiek, door zich aan te sluiten bij de onafhankelijkheidsbeweging. Hij werd gekozen in de Opperste Sovjet van Georgië, bij de eerste met meerdere partijen gehouden verkiezingen die op 28 oktober 1990 werden gehouden in de Georgische Socialistische Sovjetrepubliek. Bij deze verkiezingen was de lijstverbinding Mrgvali Magida Tavisoepali Sakartvelo (Ronde Tafel Vrij Georgië) de winnende partij. Partijvoorzitter en voormalig dissident Gamsachoerdia werd voorzitter van de Opperste Sovjet.

Gamsachoerdia benoemde hem tot opperbevelhebber van de in december 1990 opgerichte nationale garde. In augustus 1991 (de onafhankelijkheid van Georgië was inmiddels uitgeroepen) werd hij echter vervangen, omdat hij opdrachten van Gamsachoerdia genegeerd had. Kitovani accepteerde het ontslag niet, en verschanste zich met een aantal voormalig gardisten in de Rkoni-kloof. Hij sloot hij zich aan bij de oppositie, leidend tot de belegering van het parlementsgebouw in december 1991 en de daarop volgende vlucht van Gamsachoerdia. Op 6 januari 1992 werd Kitovani met Dzjaba Ioseliani voorzitter van een tijdelijke Militaire Raad die het land tot maart van dat jaar zou regeren. In de daarop volgende regering van Edoeard Sjevardnadze kreeg hij de post van Minister van Defensie. In die hoedanigheid had hij de leiding over de Georgische strijdkrachten in het conflict in Abchazië, dat in 1992 hevig oplaaide. Kitovani liet zich niet altijd veel gelegen liggen aan de inzichten van Sjevardnadze, en met name in Abchazië handelde hij vaak naar eigen inzicht. In een poging zijn tanende gezag te herstellen ontsloeg Sjevardnadze Kitovani in mei 1993, samen met de al even recalcitrante Ioseliani.

Na zijn ontslag richtte Kitovani met de voormalige premier Tengiz Sigua de oppositiepartij Nationaal Front op. In januari 1995 ondernam hij met voormalige leden van de nationale garde op persoonlijke titel een poging om Abchazië terug te veroveren. Hij werd door het Georgische leger ontwapend en gevangengezet. In 1996 werd hij tot een gevangenisstraf van acht jaar veroordeeld op grond van het oprichten van een onwettige gewapende organisatie. Hij ondernam in februari 1999 een hongerstaking om heropening van het proces te forceren. Op 22 mei 1999 verleende president Sjevardnadze hem om gezondheidsredenen amnestie. Hij slaagde er sindsdien niet meer in om nog invloed te krijgen in de Georgische politiek.