Tengiz Sigua

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tengiz Sigua

Tengiz Sigua (Georgisch: თენგიზ სიგუა) (Lentichi, 9 november 1934) is een Georgisch politicus en voormalig premier van het land.

Sigua was opgeleid als metallurgisch ingenieur. Bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie trad hij toe tot de Georgische politiek. In 1990 richtte hij het Roestaveli genootschap voor heel Georgië op (genoemd naar de dichter Sjota Roestaveli, en leidde hij een deskundigenpanel van de lijstverbinding Mrgvali Magida Tavisoepali Sakartvelo (Ronde Tafel Vrij Georgië). Op 28 oktober 1990 won deze partij de eerste verkiezingen met meerdere partijen in de Georgische Socialistische Sovjetrepubliek. Partijvoorzitter en voormalig dissident Zviad Gamsachoerdia werd voorzitter van de Opperste Sovjet van Georgië. Sigua kreeg de positie van voorzitter van de ministerraad.

Van 15 november 1990 tot 18 augustus 1991 was Sigua premier in de regering van Gamsachoerdia. Hij diende echter zijn ontslag in, omdat hij meende dat Gamsachoerdia een “dictator en demagoog” was, die “dagelijks zijn mening en wekelijks zijn principes herzag”. Hij sloot zich aan bij de oppositie van Dzjaba Ioseliani en Tengiz Kitovani, die op 22 december een door paramilitairen en een deel van de Georgische nationale garde ondernomen belegering van het Georgische parlementsgebouw aanvoerden in reactie op onvrede over het regime van Gamsachoerdia. Deze belegering leidde tot de vlucht van Gamsachoerdia.

Op 6 januari 1992 trad Sigua toe tot een tijdelijke Militaire Raad onder leiding van Ioseliani en Kitova, die het land tot maart van dat jaar zou regeren. In de daarop volgende regering van Edoeard Sjevardnadze werd hij opnieuw premier. Op 6 augustus 1993 moest hij wederom zijn ontslag indienen, nadat het parlement tot tweemaal toe de begroting afwees.

Vervolgens richtte hij met de voormalige Minister van Defensie Tengiz Kitovani de oppositiepartij Nationaal Front op. In januari 1995 nam hij deel aan een vergeefse particuliere poging van Kitovani om Abchazië terug te veroveren. Daarna keerde hij niet meer terug in de Georgische politiek. In 1996 werd hij beschuldigd van verduistering van staatsfinanciën, maar hij werd daarvan vrijgepleit door de media die ontlastende documenten publiceerden.