Terugleververgoeding in Duitsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een terugleververgoeding voor elektriciteit werd in 1991 in Duitsland geïntroduceerd om het gebruik van milieuvriendelijke technieken zoals windenergie, biomassa, waterkracht, aardwarmte and fotovoltaïsche cellen aan te moedigen. De regeling "Stromeinspeisungsgesetz" werd herzien in 1999, in 2000 werd het "Erneuerbare-Energien-Gesetz" aangenomen met een herziening in 2004[1].

Elke techniek heeft een andere aanleververgoeding. Met de regeling wordt beoogd om de gestelde doelen, 12,5% van de elektriciteitsconsumptie in 2010 en 20% in 2020 uit duurzame energie te halen. Het beleid heeft tevens als doel om de ontwikkeling van duurzame technieken te stimuleren, de externe kosten te verminderen en het verhogen van de controle over de energieaanvoer.[2]

In 2005 was 10% van de elektriciteit in Duitsland duurzame energie en hiervan werd 70% aangeleverd met een terugleververgoeding. Hierbij zou tot 2010 een besparing van 52 miljoen ton kooldioxide behaald worden. De gemiddelde terugleververgoeding was € 0,0953 per kWh in 2005 (vergeleken met de gemiddelde kosten van de vervangen energie van € 0,047 kWh). Het totale bedrag aan subsidie was € 2,4 miljard, aan kosten bij de consument € 0,0056 per kWh (3% van de elektriciteitskosten per huishouden).[2] In 2014 is de energieheffing gestegen naar € 0,0624 per kWh.

Er zijn in Duitsland 170.000 werknemers actief in de sector duurzame energie met een jaarlijkse omzet van € 8.7 miljard.[2]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. 2004 - Gesetz rechts der eneuerbaren energien im strombereich
  2. a b c HM Treasury (2006). Stern Review on the Economics of Climate Change p. 367.

Externe links[bewerken]