Tetrachord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder tetrachord wordt in de muziektheorie verstaan: de helft van een toonladder. Het woord is afkomstig uit het oudgrieks en betekent: vier tonen. Men verdeelt daartoe de toonladder in twee groepen van elk vier tonen, waarbij aan de voorwaarde moet worden voldaan dat deze twee tetrachorden 'gelijk' gebouwd zijn, dat wil zeggen: dat elk een gelijke wijze van opvolging laat zien. De reeks C-D-E-F-G-A-B-C kan als volgt in twee tetrachorden verdeeld worden:

  • Eerste tetrachord: C (1) D (1) E (1/2) F
  • Tweede tetrachord: G (1) A (1) B (1/2) C

De beide tetrachorden worden door een hele toonafstand gescheiden. Als de beide tetrachorden door een hele toon van elkaar worden gescheiden, spreekt men van disjuncte tetrachorden. Als de laatste noot van het ene tetrachord de eerste van het andere is, spreekt men van conjuncte tetrachorden.

Doordat men bij het aanschouwen van één tetrachord niet kan bepalen of de groep tonen het eerste of het tweede tetrachord van een toonladder vormt, kan een tetrachord op zichzelf zowel het begin als het eind van een toonladder voorstellen. Door het opeenstapelen van tetrachorden komt men langs de kwintencirkel heen tot de vorming van alle toonladders, waarbij er telkens één kruis toegevoegd wordt.