Teugelastrild

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Teugelastrild
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Estrildidae (Prachtvinken)
Geslacht: Estrilda (Astrilden)
Soort
Estrilda rhodopyga
Sundevall, 1850
Teugelastrild op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De teugelastrild (Estrilda rhodopyga) is een vogeltje van onveer 10 centimeter.

Kenmerken[bewerken]

Het vogeltje heeft een bruine rug en een lichte golfbeweging. Op de buik is het meer gelig, goudachtig. Langs de flanken kan er een rode schijn voorkomen. De stuit en bovenstaartveren zijn intens rood. De grote veren van de vleugel zijn rood omzoomd. De teugelastrild heeft meestal een zwarte snavel met een licht rode schijn. Aan de ogen loopt er een rood stuk verder, de teugels genaamd. Zo kan men ook het geslacht onderscheiden. Bij het mannetje loopt deze namelijk verder door dan bij het vrouwtje.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Hun natuurlijke habitat is Noordoost-Afrika. Ze leven in (boom)steppen en graslanden. Teugelastrilden (de nominaat-vorm) komen ook in Ethiopië, Soedan en Eritrea voor in het wild.

De soort telt twee ondersoorten:

  • E. r. rhodopyga: van noordelijk Soedan tot noordelijk Somalië.
  • E. r. centralis: van zuidoostelijk Soedan tot zuidelijk Somalië en zuidelijk tot Tanzania en Malawi.

Verzorging[bewerken]

Teugelastrilden zijn erg vreedzame en sociale vogeltjes en zijn niet schrikachtig of bang. Ze zijn een goede aanwinst in een gemengde volière. Ze zijn het best als ze in een klein groepje van teugelastrilden kunnen samenleven. U kunt ze in ruime broedkooien houden, maar ze gedijen het het best in een goede beplante buiten- of kamervolière. Deze vogels zijn vrij sterk als het op de temperatuur aankomt, met uitzondering van onlangs geïmporteerde vogels. Indien je een buitenvolière gebruikt, is er geen verwarming nodig, als ze beschikken over een goed geïsoleerd nachthok. Ze eten en lusten graag het gewone basisvoedsel (tropisch mengsel voor kleine vogels). maar het is aan te raden ook trosgierst, kleine insecten te geven en natuurlijk ook grit en eiwitvoer.

Kweek[bewerken]

Teugelastrilden kunnen vrij goed hun nest aanleggen in een vrijstaand nest, in een struik of in een halfopen nestkastje. Ze gebruiken kokosvezel, sisaltouw, grashalmen en hooi. Voor de afwerking worden zachte donsveertjes gebruikt. Er worden 2 tot 4 eitjes gelegd en deze komen na ongeveer 12 dagen uit. De jongen worden gevoederd door de ouders en kunnen na 16 dagen uitvliegen. Daarna worden ze nog twee weken verzorgd door de ouders.

Bronnen, noten en/of referenties
  • boek: kooi en volièrevogels door Esther Verhoef-Verhallen