Textus receptus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorkant van een textus receptus

De Textus receptus (Latijn voor 'ontvangen/aanvaarde tekst') is de naam voor de eerste Griekse tekst van het Nieuwe Testament die door middel van de boekdrukpers verspreid werd. De eerste versie werd in 1516 gedrukt. Manuscripten voor de uitgave van de tekst werden verzameld door de Nederlandse monnik en humanist Desiderius Erasmus. De tekst fungeerde als uitgangspunt voor de nationale vertalingen, waaronder de Lutherse bijbel (1522) in het Duits, King James Version (1611) in het Engels en de Statenvertaling (1637) in het Nederlands.

Verschillende edities[bewerken]

Door de jaren heen zijn er revisies van de tekst geweest door verschillende personen. De bekendste van hen zijn Desiderius Erasmus, Theodore Beza, Robert Stephanus (Robert Etienne) en de broers Abraham en Bonaventura Elsevier.

Erasmus publiceerde vijf edities van het Nieuwe Testament. De eerste editie van 1516 werd opgevolgd door een andere in 1519, die gebruikt werd door Maarten Luther voor zijn Duitse vertaling. Zijn derde, vierde en vijfde volgden in 1522, 1527 en 1535. Erasmus' werk was de standaard voor de komende eeuwen.

Robert Estienne publiceerde vier edities, namelijk in 1546, 1549, 1550 en de laatste in 1551.

Theodore Beza publiceerde verschillende edities van het Griekse Nieuwe Testament, waarbij hij de tekstkritische standaard die Erasmus had gezet navolgde. Hij publiceerde in 1565, 1582, 1588 en 1598 vier edities die in folio werden gedrukt; dit betekent dat een bedrukt vel papier eenmaal gevouwen werd, en zo ontstonden vier (grote) pagina's van het boek. Hij publiceerde tevens vijf octavo edities, in 1565, 1567, 1580, 1590 en 1604. "Octavo" betekent dat een gedrukt vel driemaal doormidden wordt gevouwen, zodat een katern zestien afzonderlijke pagina's oplevert van een kleiner formaat.

De 1598 versie van Beza en de in 1550 en 1551 verschenen versie van Stephanus zijn de belangrijkste bronnen voor de vertalers van de Engelse King James Version en de Nederlandse Statenvertaling.

In 1624, 1633 en 1641 publiceerden de gebroeders Elsevier drie edities van het Griekse Nieuwe Testament. Zij volgden nauwkeurig het werk van Beza. Het voorwoord van de uitgever van de editie van 1633 bevat de zinsnede textum ergo habes, nunc ab omnibus receptum, vertaald als: "Alzo heeft u de tekst, die door allen ontvangen/aanvaard is". Hieruit is het begrip "textus receptus" of "ontvangen/aanvaarde tekst" ontstaan.

De Textus Receptus en de meerderheidstekst[bewerken]

De Textus Receptus vertoont de meeste overeenkomsten met de Byzantijnse tekst (zie hieronder), die ook wel de meerderheidstekst wordt genoemd omdat de meerderheid van de manuscripten van het Nieuwe Testament van dit type zijn. Maar het is onjuist om de Textus Receptus gelijk te stellen aan de Byzantijnse tekst. Tussen beide teksttypen zitten ongeveer duizend verschillen.

Bijvoorbeeld in Efeziërs 1:18 heeft de Textus Receptus "διανοιας" ("verstand") in plaats van "καρδίας" ("hart"), dat in vrijwel alle handschriften, ook de meeste Byzantijnse, te vinden is. Deze variant uit enkele laatmiddeleeuwse handschriften en citaten wordt in het Novum Testamentum Graece niet eens genoemd.[1]

In de Textus Receptus staat soms iets dat geen enkele basis heeft in de handschriften. Erasmus verwijderde bijvoorbeeld in Handelingen 9:6 ἀλλά ("maar") uit ἀλλὰ ἀνάστηθι ("maar sta op"), terwijl dat in alle handschriften staat.

De Textus receptus bevat het Comma Johanneum. Deze Latijnse glosse (die in geen enkel Grieks handschrift vóór de 14e eeuw voorkomt) werd door Erasmus aanvankelijk uit zijn editie gehouden, maar toen men hem beschuldigde van ketterij, nam hij het Comma toch op. In zijn commentaar legde hij uit dat dit een latere toevoeging aan de tekst was. Het is een mythe dat Erasmus een Griekse tekst met het Comma van zijn tegenstanders geëist had en dat zij toen zo'n handschrift speciaal voor dat doel vervaardigd hebben. In feite heeft Erasmus waarschijnlijk in 1520 de codex Montfortianus geraadpleegd, waarin het Comma uit het Latijn in het Grieks vertaald was.[2] De Statenvertaling en Herziene Statenvertaling bevatten het Comma Johanneum zonder voetnoot. De geschiedenis van het Comma is een argument voor de stelling van tekstcritici dat teksten wel langer worden, maar slechts zelden korter. "Mit Hartnäckigkeit wird hier festgehalten, was einmal existiert." [3]

Byzantijnse familie[bewerken]

De Textus Receptus vertoont de meeste overeenkomsten met de Byzantijnse tekst. De manuscripten van het Nieuwe Testament worden onderverdeeld in drie of vier "families," waarvan de Byzantijnse familie er één is. Niet alle families van handschriften zijn even groot. De Byzantijnse tekst ongeveer 80% van het totaal aantal manuscripten uit. Byzantijnse handschriften vormen de meerderheid en hebben weinig onderlinge variatie. Toch is gangbare mening van tekstcritici dat de Byzantijnse familie de laagste tekstkwaliteit heeft. De reden daarvoor is dat inmiddels veel oudere handschriften en papyri zijn teruggevonden met een betere tekstkwaliteit.[4]

Met name liefhebbers van de Statenvertaling en de King James Version, die doorgaans de Textus Receptus ten onrechte met de Byzantijnse tekst identificeren, zien de Textus Receptus als de meest betrouwbare tekst. Men wijst erop, dat het grootste deel van de manuscripten tot de Byzantijnse familie behoort en dat de manuscripten die tot de andere families behoren, op veel plaatsen niet met elkaar overeenkomen.

Maar de meeste eigen(aardig)heden van de Byzantijnse tekst komen alleen voor in late handschriften van na 500 n.Chr. en maken bij serieus onderzoek niet de indruk oorspronkelijk te zijn. Een voorbeeld is harmonisatie: de schrijvers pasten de tekst van parallelle gedeelten aan elkaar aan en redigeerden ook verschillen tussen hun voorbeeldhandschriften weg. Het gevolg is, dat de Byzantijnse tekst eenvormig is en vaak langer, want verschillen tussen bijbelboeken of handschriften werden namelijk niet opgelost door weglating, maar door toevoeging. Dit verklaart de eenvormigheid van de latere, Byzantijnse handschriften.

Dat verrreweg de meeste bijbelse handschriften Byzantijns zijn, is te verklaren door de opkomst van het Latijn in het westen en de Islam in Egypte en het Midden-Oosten, waardoor de productie van Griekse handschriften daar stopte, terwijl het kopiëren van Byzantijnse handschriften in Constantinopel nog voort ging. Daarom is in de tekstkritiek niet het aantal handschriften doorslaggevend, maar de kwaliteit van de handschriften. De tekstvariant die alle andere kan verklaren is het origineel, niet de variant met de meeste handschriften achter zich.

Grote variatie vindt men overigens vooral in de nogal vrije Westerse tekst die in de Latijnstalige gebieden circuleerde, voordat ze verdrongen werd door Latijnse vertalingen. In de handschriften die tot de 7e eeuw in Egypte circuleerden, de Alexandrijnse tekstfamilie, zoals de codex Sinaiticus en de Codex Vaticanus is de variatie minder groot. De vooral in Egypte gevonden papyri, die in de regel veel ouder zijn dan de tot dan toe bekende handschriften (en zeker dan de Byzantijnse), komen soms overeen met het Alexandrijnse type, een enkele keer met het Westerse en soms hebben ze een variant die bij geen van beide hoort. De typisch Byzantijnse harmonisaties (onderlinge afstemming van parallelle gedeelten) en interpolaties (tussenvoegsels) vinden bijna nooit steun in de oude papyri.

Wetenschappelijke status[bewerken]

De Textus Receptus had tot de 18e eeuw een vrijwel onbetwiste goddelijke status. Voor velen was het een schok toen John Mill in 1707 een editie met ongeveer 30.000 plaatsen van variatie in de handschriften publiceerde.[5] Sindsdien is door de herontdekking van oude handschriften, de vondst van papyri en de ontwikkeling van tekstkritiek als wetenschap grote vooruitgang geboekt. De status van de Byzantijnse tekst, en dus helemaal van de Textus Receptus, werd volledig ondermijnd. Inmiddels is de Textus Receptus als editie van het Griekse Nieuwe Testament al bijna twee eeuwen wetenschappelijk volkomen achterhaald.[6]

Varia[bewerken]

Overigens hanteert men ook bij de bestudering van de grote werken uit de wereldliteratuur de uitdrukking textus receptus om de standaardeditie van een tekst aan te duiden, zo bijvoorbeeld bij de werken van Dante Alighieri, Geoffrey Chaucer en William Shakespeare.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Aland, Kurt en Barbara, Der Text des Neuen Testaments Stuttgart, 1982.
  2. Biblical Criticism, Harrison, Waltke, Guthrie en Fee, Zondervan 1978.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. K. Aland e.a. (eds.), Novum Testamentum Graece. Stuttgart 27e editie 1993, in loco.
  2. G.R. McDonald, ‘Het Comma Johanneum en onze omgang met de geschiedenis van de bijbeltekst’, Met Andere Woorden 30.2 (2011), 10-21.
  3. Aland, Kurt en Barbara, Der Text des Neuen Testaments Stuttgart, 1982, p. 293.
  4. De textus receptus wordt "slechts nog als vergelijkend materiaal gebruikt", omdat "het gezag van de textus receptus gedaald is door de vondst van belangrijke bijbelhandschriften en voortgaande tekstkritiek." Bijbelse Encyclopedie, Kok Kampen, 3e druk 1979.
  5. John Mill, Novum Testamentum Graecum, cum lectionibus variantibus MSS. Oxford 1707.
  6. J.L.H. Krans, ‘De Herziene Statenvertaling en de grondtekst van het Nieuwe Testament’, Met Andere Woorden 29.4 (december 2010), 12-19.