The Phantom of the Opera (1925)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Phantom of the Opera
Regie Rupert Julian
Lon Chaney
Edward Sedgwick
Ernst Laemmle
Producent Carl Laemmle
Scenario Elliott J. Clawson
Raymond L. Schrock
Bernard McConville
Jasper Spearing
Richard Wallace
Walter Anthony
Tom Reed
Frank M. McCormack
Gaston Leroux (boek)
Hoofdrollen Lon Chaney
Mary Philbin
Norman Kerry
Carla Laemmle
Muziek Gustav Hinrichs
Montage Maurice Pivar
Gilmore Walker
Edward Curtiss
Cinematografie Milton Bridenbecker
Virgil Miller
Charles Van Enger
Distributie Universal Studios
Première 25 november 1925 (vs)
28 januari 1926 (nl)
Genre Horror
Speelduur 93 minuten
Taal Engels
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Budget $2,000,000
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

The Phantom of the Opera is een Amerikaanse horrorfilm uit 1925 met in de hoofdrol Lon Chaney. Andere rollen worden vertolkt door Mary Philbin, Norman Kerry, Arthur Edmund Carewe, Gibson Gowland, John St. Polis, en Snitz Edwards. De film is gebaseerd op het boek Het spook van de opera van Gaston Leroux.


In 1998 werd de film opgenomen in het National Film Registry. De film is vooral bekend vanwege Chaneys indrukwekkend macabere make-up. De film bevindt zich momenteel in het publiek domein.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De film begint aan de start van het nieuwe operaseizoen in het Parijse Operahuis. Vicomte Raoul is bij de eerste voorstelling van het seizoen aanwezig in de hoop zijn geliefde, Christine Daaé, te horen zingen. Zij heeft zich in korte tijd opgewerkt tot understudy.

Een mysterieuze man die bekendstaat als het Spook van de Opera eist dat Christine definitief de hoofdrol zal krijgen. Ook stelt hij andere eisen, zoals dat box #5 voor hem alleen zal worden vrijgelaten. Het management besluit zich terug te trekken vanwege de dreigementen van het spook. De nieuwe managers geloven de verhalen over het spook niet. Het spook bedreigt onder andere hoofdrolspeelster Mme. Carlotta zodat ze haar plaats zal afstaan aan Christine. Ze gaat op de eisen in en Christine krijgt de hoofdrol. Het publiek blijkt dol te zijn op haar. Raoul ontdekt echter dat het spook Christine alleen maar helpt omdat hij zelf verliefd op haar is, en eist dat zij die liefde beantwoord. Wanneer tijdens een latere voorstelling Christine toch weer vervangen wordt door een andere speelster, zorgt het spook ervoor dat de voorstelling in het honderd loopt. Hij laat onder andere een kristallen kroonluchter neerstorten op het publiek. Christine ontdekt in haar kleedkamer een geheime gang die toegang geeft tot de ondergrondse gewelven onder het gebouw. Daar houdt het spook zich schuil. Het spook stelt zich eindelijk aan Christine voor. Hij heet Erik, en heeft een gruwelijk misvormd gezicht. Dat is de reden dat hij zich verborgen houdt. Nu Christine dit weet, wil het spook haar niet meer laten gaan.

Christine weet het spook over te halen haar nog eenmaal de bovenwereld te laten bezoeken. Ze vlucht naar een gemaskerd bal, waar ze Raoul alles verteld. In jaloezie neemt het spook Raoul en Ledoux gevangen wanneer deze op zoek gaan naar het spook. Christine gebruikt het Spook’s liefde voor haar om hem te smeken de twee mannen te laten gaan, wat hij uiteindelijk doet. Daarna probeert hij met Christine te vluchten, maar wordt overmeesterd door een boze menigte en in de Seine gegooid.

Rolverdeling[bewerken]

Lon Chaney en Mary Philbin in een scène uit de film
Niet vermeld op de aftiteling
Verwijderde scènes

Achtergrond[bewerken]

Productie[bewerken]

De productie van The Phantom of the Opera begon eind 1924 in Universal Studios. De opnames verliepen echter niet soepel. Zo waren de werkrelaties tussen regisseur Ruper Julian en de acteurs stroef.

De eerste versie van de film werd op 7 januari 1925 vertoon in Los Angeles. Reacties van het publiek waren negatief, en Julian kreeg de opdracht een groot deel van de film opnieuw op te nemen. Hij verliet het project echter en Edward Sedgwick nam zijn plaats in. Raymond L. Schrock en Elliot Clawson schreven nieuwe scènes voor het script. Zo werden er een paar subplots met Chester Conklin en Vola Vale toegevoegd als vrolijke noot. De derde en uiteindelijke versie van de film was grotendeels het werk van Maurice Pivar en Lois Weber, die de film terugsnoeiden tot negen filmrollen.

Na het succes van The Hunchback of Notre Dame uit 1923, kreeg Chaney ook voor zijn rol in The Phantom of the Opera vrij spel om zelf zijn make-up te regelen. Hij verfde onder andere zijn oogkassen zwart, tilde de punt van zijn neus omhoog met draad, en deed valse tanden in om een zo misvormd mogelijk gezicht te krijgen. Volgens verhalen zouden mensen die de film voor het eerst zagen zijn flauwgevallen bij het zien van zijn gezicht.

De muziek van de film werd gecomponeerd door Professor Gustav Hinrichs.

Uitgave en ontvangst[bewerken]

De film ging in première op 6 september 1925 in het Astor Theatre in New York City.[1] De Hollywoodpremière was op 17 oktober 1925.

Mordaunt Hall van The New York Times gaf The Phantom of the Opera een positieve beoordeling. [2] TIME prees de decors, maar vond de film zelf maar gemiddeld.[3]

In 1929 bracht Universal een herziene versie van The Phantom of the Opera uit met speciaal voor deze versie opgenomen dialoog. Ernst Laemmle nam ongeveer de helft van de film opnieuw als geluidsfilm op.

Het succes van The Phantom of the Opera was voor Universal de reden om te beginnen met hun Universal Monsters-reeks.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Lon Chaney Plays Role Of Paris Opera Phantom", New York Times, September 7, 1925. Geraadpleegd op 2010-11-01. “The Phantom of the Opera, which has been many months in the making, is to be presented this evening at the Astor Theatre. We have told of the great stage effects, of the production of a section of the Paris Opera, with the grand staircase, the amphitheater, the back-stage scene -- shifting devices and cellars associated with the horrors of the Second Commune. ...”
  2. Mordaunt Hall, "The Screen", The New York Times, September 7, 1925
  3. "Cinema: The New Pictures Sep. 21, 1925", TIME