The Wealth of Nations

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adam Smith

An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations, doorgaans naar gerefereerd als The Wealth of Nations (Een onderzoek naar de aard en oorzaken van de rijkdom der naties, of De rijkdom der naties) is het magnum opus van Adam Smith, gepubliceerd in 1776 aan de vooravond van de Industriële revolutie. Het wordt veelal beschouwd als het eerste moderne werk op het gebied van de economie. In de boeken worden ook de principes van de vrijemarkteconomie voor het eerst systematisch verdedigd. Het bestaat uit vijf boeken en twee delen.

Onderwerpen[bewerken]

Titelpagina van Adam Smith's The Wealth of Nations

De specifieke onderwerpen die aan bod komen, zijn:

De Industriële revolutie[bewerken]

In het eerste boek:

Mercantilisme[bewerken]

Het boek wordt soms beschreven en als een kritiek op het mercantilisme als een synthese van het nieuwe economisch denken van die tijd. Meer bepaald bekritiseert The Wealth of Nations twee belangrijke principes van mercantilisme:

  1. Het idee dat protectionistische invoerrechten een staat enkel ten goede komen.
  2. Het idee dat grote reserves goud en andere edele metalen noodzakelijk zijn voor de economische welvaart van een land.

Het concept van de Onzichtbare Hand[bewerken]

Concept[bewerken]

De "Onzichtbare Hand" is een concept uit het werk waar vaak naar verwezen wordt, hoewel Smith het daar maar één keer specifiek over heeft. Het idee achter de "Onzichtbare Hand" is dat mensen die handelen uit eigenbelang vaak gelijktijdig bijdragen aan de gemeenschap zonder dat dit hun intentie is.

...every individual necessarily labours to render the annual revenue of the society as great as he can. He generally, indeed, neither intends to promote the public interest, nor knows how much he is promoting it. By preferring the support of domestic to that of foreign industry, he intends only his own security; and by directing that industry in such a manner as its produce may be of the greatest value, he intends only his own gain, and he is in this, as in many other cases, led by an invisible hand to promote an end which was no part of his intention. Nor is it always the worse for the society that it was no part of it. By pursuing his own interest he frequently promotes that of the society more effectually than when he really intends to promote it. I have never known much good done by those who affected to trade for the public good.
("... ieder individu werkt noodzakelijkerwijs om de jaarlijkse opbrengst van de samenleving zo groot mogelijk te maken. Inderdaad, over het algemeen bedoelt hij niet het publieke belang te dienen, noch weet hij hoeveel hij het dient. Met zijn voorkeur voor het steunen van binnenlandse boven buitenlandse bedrijvigheid, heeft hij alleen zijn eigen welzijn voor ogen; en bij het richten van deze bedrijvigheid op een zodanige wijze dat de opbrengsten van maximale waarde zijn, heeft hij alleen zijn eigen profijt voor ogen, en hierin wordt hij, evenals in vele andere gevallen, gestuurd door een onzichtbare hand om een doel te bevorderen dat geen onderdeel vormde van zijn intentie. Noch is de samenleving altijd slechter af omdat het daar geen onderdeel van vormt. Door het nastreven van zijn eigen belang bevordert hij vaak dat van de samenleving effectiever dan wanneer hij bedoelde dat te bevorderen. Ik kan niet veel goeds noemen dat gedaan is door hen wier voorkeur uitgaat naar handel voor het publieke belang.")

In deze passage uit Boek IV Hoofdstuk 2 zet Adam Smith één van de centrale mechanismes uiteen hoe een marktsamenleving volgens hem werkt. Elk individu werkt om een inkomen te hebben om producten te kopen, waarbij hij zijn eigen veiligheid en voordeel voor ogen heeft. Dit is niet slecht noch erg omdat hij daarbij - zonder dat dit zijn intentie is - ook vaak het publieke belang dient. Adam Smith was een diep religieus man, hij zag de "onzichtbare hand" als het mechanisme waarbij een weldadige God een universum beheert waarin menselijk geluk wordt gemaximaliseerd. In zijn boeken maakt hij duidelijk dat een aanzienlijke structuur van regulering en instellingen noodzakelijk is om de "onzichtbare hand" efficiënt te laten werken.

Controverse[bewerken]

Dit concept lijkt paradoxaal; het was en is controversieel, ook in de religieuze gemeenschap, die vond dat eigenbelang zondig was en dat liefdadigheid de beste manier was om de gemeenschap te dienen, en politiek links bleef niet gespaard voor zijn harde kritiek. Er zijn twee belangrijke kenmerken aan Smiths visie op de "onzichtbare hand" die vaak over het hoofd worden gezien. Ten eerste propageerde Smith geen sociaal systeem waarin de burger handelt uit eigenbelang, hij beschreef gewoon de realiteit: mensen handelen uit eigenbelang. En ten tweede beweerde Smith niet dat elke vorm van eigenbelang bijdroeg tot het algemeen belang. Hij vond eigenbelang niet altijd goed maar hij vond het ook niet noodzakelijk slecht. Adam Smith bekritiseerde de personen die enkel uit hebzucht handelen en waarschuwde dat

[a]ll for ourselves, and nothing for other people, seems, in every age of the world, to have been the vile maxim of the masters of mankind.
("Alles voor onszelf en niets voor anderen, lijkt in ieder tijdperk de gemene spreuk te zijn geweest van de heersers over de mensheid.")

Weerbaarheid van de markt[bewerken]

Anderzijds echter verwijst "de onzichtbare hand" ernaar dat de markt in staat is om zich teweer te stellen tegen ogenschijnlijk rampzalige toestanden zonder interventie vanwege regering of andere organisaties. Smith zelf gebruikte de term "onzichtbare hand" niet in deze betekenis. Bijvoorbeeld: Smith zegt dat als zich een tekort van een product zou voordoen, de prijs van dit product zou stijgen, waardoor er een stimulans wordt gecreëerd om het te produceren en de consumptie te doen dalen en zo het tekort weg te werken.

De verhoogde concurrentie tussen de producenten en de gestegen voorraad zou de prijs van een product eveneens doen dalen naar zijn productieprijs plus een kleine winstmarge, de "natuurlijke prijs". Smith was ervan overtuigd dat, hoewel mensen vaak door egoïsme en hebzucht gedreven werden, de concurrentie in de vrijemarkteconomie de gemeenschap als geheel ten goede komt. Dit werd later aangepast als een universeel principe door de laissez-faire-economen van de 19de eeuw.

Regulering?[bewerken]

Smith was geenszins een voorstander van laissez faire; hij beweert niet dat de vrije markt alle economische problemen kan oplossen. Bijvoorbeeld met betrekking tot regulering zegt hij:

Whenever the legislature attempts to regulate the differences between masters and their workmen, its counsellors are always the masters. When the regulation, therefore, is in favour of the workmen, it is always just and equitable; but it is sometimes otherwise when in favour of the masters. (boek 1, hoofdstuk 10).
("Telkens als de wetgevende macht probeert de verschillen tussen werkgevers en hun werknemers te regelen, zijn de raadgevers altijd de werkgevers. Wanneer de regeling ten gunste van de arbeiders is, is ze dan ook altijd rechtvaardig en billijk, maar ze is dat soms niet wanneer ze in het voordeel van de werkgevers is.")

In The Wealth of Nations toont Smith dat de regulaties van de overheid op de private sector niet zwart-wit is maar een kwestie van balans.

The obvious and simple system of natural liberty establishes itself of its own accord... The sovereign [i.e., politician] is completely discharged from a duty, in the attempting to perform which he must always be exposed to innumerable delusions, and for the proper performance of which no human wisdom or knowledge could ever be sufficient: the duty of superintending the industry of private people. (boek 4, hoofdstuk 9).
("Het evidente en eenvoudige stelsel der natuurlijke vrijheid vestigt zich eigener beweging... De soeverein (dat wil zeggen de politicus) is geheel ontheven van een taak, waarvan de uitvoering hem noodzakelijkerwijs zal blootstellen aan talloze dwalingen, en voor de uitvoering waarvan geen menselijke wijsheid of kennis ooit toereikend zou kunnen zijn - de taak om toe te zien op de nijverheid van privé-personen.")

Smith waarschuwt in de conclusie van Boek I voor de samenzwering tegen het publiek (en de vrije markt) door machtige economische belangen die van het gebrek aan kennis bij de wetgevende macht gebruikmaken om hun eigenbelang tot publiek belang te verheven.

"Their superiority over the country gentleman is not so much in their knowledge of the public interest, as in their having a better knowledge of their own interest than he has of his. It is by this superior knowledge of their own interest that they have frequently imposed upon his generosity, and persuaded him to give up both his own interest and that of the public, from a very simple but honest conviction that their interest, and not his, was the interest of the public. The interest of the dealers, however, in any particular branch of trade or manufactures, is always in some respects different from, and even opposite to, that of the public. To widen the market and to narrow the competition, is always the interest of the dealers. To widen the market may frequently be agreeable enough to the interest of the public; but to narrow the competition must always be against it, and can serve only to enable the dealers, by raising their profits above what they naturally would be, to levy, for their own benefit, an absurd tax upon the rest of their fellow-citizens."

Boek I van de Wealth of Nations eindigt met de volgende paragraaf over hoe moet worden aangekeken tegen voorstellen voor wetten en regulering die afkomstig zijn van de ondernemende klasse (the third order).

"The proposal of any new law or regulation of commerce which comes from this order ought always to be listened to with great precaution, and ought never to be adopted till after having been long and carefully examined, not only with the most scrupulous, but with the most suspicious attention. It comes from an order of men whose interest is never exactly the same with that of the public, who have generally an interest to deceive and even to oppress the public, and who accordingly have, upon many occasions, both deceived and oppressed it."

De derde orde[bewerken]

Smith koesterde een natuurlijk wantrouwen tegenover de derde klasse ('third order') zij die leven door en voor winst. Hij was van mening dat de leden van deze klasse, vooral zij die tezamen opereerden in gilden, een machtsblok konden vormen en de staat konden manipuleren bij het regelen van speciale voorwaarden voor de handeldoenden.

People of the same trade seldom meet together, even for merriment and diversion, but the conversation ends in a conspiracy against the public, or in some contrivance to raise prices. (boek 1, hoofdstuk 10).
("Mensen van hetzelfde beroep komen zelden samen, zelfs niet voor vertier en verstrooiing, maar het het gesprek loopt uit in een samenzwering tegen het volk of in een list om de prijzen te verhogen.")
" The interest of the dealers, however, in any particular branch of trade or manufactures, is always in some respects different from, and even opposite to, that of the public. To widen the market and to narrow the competition, is always the interest of the dealers."
("Het belang van de verkopers echter, in om het even welke tak van handel of productie, is altijd in enkele opzichten verschillend van en zelfs tegengesteld aan dat van het volk. Het vergroten van de markt en het verminderen van de concurrentie is altijd het belang van de verkopers.")

De term "onzichtbare hand"[bewerken]

De term "de onzichtbare hand" zelf komt eigenlijk uit een later deel van het boek.

....by preferring the support of domestic to that of foreign industry, he intends only his own security, and by directing that industry in such a manner as its produce may be of the greatest value, he intends only his own gain, and he is in this, as in many other cases, led by an invisible hand to promote an end which was no part of his intention. (boek 4, hoofdstuk 2.)
("...door de steun van binnenlandse boven die van buitenlandse industrie te verkiezen, beoogt hij enkel zijn eigen zekerheid en door die industrie zo te sturen dat de opbrengst de grootst mogelijke waarde oplevert, beoogt hij zijn eigen profijt; en laat zich hier, alsook in vele andere gevallen, leiden door een onzichtbare hand om een doel te bevorderen dat nooit zijn bedoeling was.")

Meritocratie[bewerken]

Meritocratie is een belangrijk thema in het werk. Smith benadrukt dat het van vitaal belang is dat individuen de gelegenheid wordt geboden hun talenten volledig te ontplooien, zonder de tussenkomst van buitenaf van hen die hogere sociale resultaten doelen nastreven. Smith poneert dat deze tussenkomst tot inefficiëntie in de arbeidsverdeling leidt, en in het algemeen de vooruitgang tegenwerkt.

Win-Win Transactie[bewerken]

Van alle innovatieve theorieën en waarnemingen in The Wealth of Nations is de scherpzinnigste (en voor het economische denken van die tijd de revolutionairste) misschien wel Smiths herziening van de resultaten van een handelstransactie. Tot The Wealth of Nations verscheen, werd algemeen aanvaard dat iedere economische transactie er maar één kant "won". Met andere woorden, hetzij de koper, hetzij de verkoper "bedroog" de ander — een van beiden ging tevreden naar huis, de ander nam zichzelf ten slotte kwalijk dat hij zich had laten bedotten.

Smith verwierp deze gedachte en verklaarde dat een vrijwillige transactie, waarbij beide partijen over informatie beschikten, altijd beide partijen ten goede komt. De voorwaarde is namelijk dat er geen sprake is van dwang of fraude. Wanneer de koper iets waardevols ruilt met de verkoper voor iets anders dat waarde heeft, winnen beide partijen. Dit komt doordat de koper de waar van de verkoper hoger schat dan wat hij aan de verkoper geeft in ruil voor zijn waar. En de verkoper op zijn beurt is ook gelukkig omdat hij zijn waar minder waard acht dan die van de ander. Deze overdracht van goederen zal nooit plaatsvinden als dit niet het geval is, omdat geen van beide partijen iets zal willen inruilen voor iets dat hij minder waard acht dan zijn eigen goed.

De diamant-waterparadox[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Klassieke waardeparadox voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Smith kaart in The Wealth of Nations een probleem aan dat de grote economische geesten van zijn tijd bezighield. Dit probleem school in de manier waarop de waarde van voorwerpen werd geschat. De twee heersende theorieën voor zo'n schatting waren in Smiths tijd de zogenaamde "praktische theorie van waarde" en de "arbeidstheorie van waarde".

De praktische theorie van waarde (ook de objectieve of intrinsieke theorie van waarde genoemd) hield in dat de waarde van een voorwerp bepaald werd door zijn nuttigheid voor de mens. Dit was tot de komst van Smith een algemeen aanvaarde theorie. Maar als deze gedachte waar is, waarom is diamant, dat in die tijd niet echt nuttig was, dan veel duurder dan water, dat noodzakelijk was voor het bestaan van de mens? Dit probleem werd de diamant-waterparadox genoemd.

Smith lost het raadsel niet op in zijn werk, maar hij duidt het aan als een belangrijke vraag die beantwoord dient te worden. Hij probeert wel een oplossing te geven door de arbeidstheorie aan te passen: hij stelt dat diamanten waardevoller zijn dan water door hun zeldzaamheid, en doordat er veel moeite gedaan moet worden om diamant te winnen en te polijsten. Smith geeft zelf toe dat hij hiermee het probleem niet geheel oplost, omdat er niet verklaard wordt waarom diamanten meer waard zijn dan bijvoorbeeld smaragden, waarvan de winning nog meer moeite kost en die ook veel zeldzamer zijn. Ook wordt niet verklaard waarom een grote, makkelijk gevonden diamant duurder is dan een kleine die moeilijk te vinden is.

Geschiedenis en betekenis[bewerken]

The Wealth of Nations kwam uit in 1776, tijdens de Verlichting. Het werk beïnvloedde niet alleen auteurs en economen, maar ook regeringen en organisaties. Zo werd bijvoorbeeld Alexander Hamilton deels beïnvloed door The Wealth of Nations toen hij zijn Report on Manufactures schreef, waarin hij vele van Smiths conclusies bestreed. Het is interessant dat Hamilton veel van zijn Report baseerde op het gedachtegoed van Jean-Baptiste Colbert en voor een deel was The Wealth of Nations ook als reactie op Colbert bedoeld.

Veel auteurs werden beïnvloed door The Wealth of Nations en gebruikten het als uitgangspunt voor hun werk. Jean-Baptiste Say, David Ricardo, Thomas Malthus en later ook nog Karl Marx en Ludwig von Mises zijn de belangrijkste auteurs die de invloed van Smiths boek ondergingen.

The Wealth of Nations betekende een grote sprong vooruit in de economie. Het is in dat opzicht vergelijkbaar met wat Sir Isaac Newtons Principia Mathematica voor de fysica betekende, of Antoine Lavoisiers Traité élémentaire de chimie voor de chemie.

Anachronismen[bewerken]

Sommige besprekingen van het boek lijden aan anachronismen. Dit komt vooral doordat men het boek leest alsof het in deze tijd is geschreven. Er zijn enkele aspecten waar even bij moet worden stilgestaan:

  • De term economie werd nog niet gebruikt.
  • De term kapitalisme werd nog evenmin gebruikt; Smith spreekt van een system of perfect liberty of van een "system of natural liberty" ("een systeem van perfecte, respectievelijk natuurlijke vrijheid").
  • Feodaliteit was nog steeds dominant aanwezig in Europa.
  • De (feodale) bedrijven waar Smith het over heeft, verschillen sterk van moderne bedrijven.

Uitgaven[bewerken]

Tijdens het leven van Smith werd The Wealth of Nations in totaal viermaal herdrukt, de oorspronkelijke druk in 1776 en de tweede tot vijfde in 1778, 1784, 1786 en 1789. Na de dood van Smith in 1790 verschenen er nog talrijke uitgaven.

Om de evolutie van het werk te begrijpen (Smith paste het boek bij iedere herdruk wat aan), heeft een team geleid door Edwin Cannan de eerste vijf drukken met elkaar vergeleken. De verschillen werden samen met een geredigeerde vijfde druk in 1904 gepubliceerd. Men ontdekte talrijke kleine verschillen tussen de eerste en de tweede uitgave (waaronder vele toegevoegde voetnoten), die beide in twee delen waren uitgekomen.

De verschillen tussen de derde en vierde uitgave zijn echter belangrijker: in 1784 voegde Smith Additions and Corrections to the First and Second Editions of Dr. Adam Smith’s Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations aan de driedelige derde druk toe ("Addenda en Correcties bij de eerste en tweede druk van Dr. Adam Smiths Onderzoek naar de aard en oorzaken van de rijkdom van naties"). Het werk bevatte nu voor het eerst Additions and Corrections en een index. Ook deze Additions and Corrections bevatten volledig nieuwe stukken.

De vierde druk, van 1786, vertoonde enkele kleine verschillen met de derde. Smith zegt zelf aan het begin van het boek dat hij geen wijzigingen heeft doorgevoerd.

Ten slotte geeft Cannan enkel kleine verschillen aan tussen de vierde en vijfde druk; een aantal drukfouten uit de vierde editie worden verwijderd en andere drukfouten sluipen er dan weer in.

Het eerste economische werk?[bewerken]

Elf jaar voor The Wealth of Nations publiceerde de Zweeds-Finse priester en econoom Anders Chydenius Den Nationale Winsten. Finland hoorde destijds bij Zweden. Chydenius bespreekt in zijn werk enkele sleutelbegrippen van het liberalisme, de vrije markt en de vrije economie. Veel hiervan is ook terug te vinden in The Wealth of Nations. Velen beweerden dan ook dat The Wealth of Nations niet aan de wieg stond van de economie, maar eigenlijk als tweede kwam.

Het is met zekerheid vast te stellen (en Smith geeft dat ook zelf toe) dat The Wealth of Nations gedeeltelijk een samenstelling is van bestaande syntheses en analyses van politieke en economische theorieën. Dit geldt vooral voor het standpunt betreffende het mercantilisme en het protectionisme. Smith ontleende veel over dergelijke onderwerpen aan bijvoorbeeld de fysiocratie (zie: François Quesnay).

Dat neemt niet weg dat Den Nationnale Winsten en vergelijkbare werken internationaal veel minder invloed hebben gehad dan The Wealth of Nations. De invloed van Smiths werk was en is groot in vergelijking tot die van Den Nationale Winsten, dat helemaal geen invloed had buiten Chydenius' geboorteland.

Hoewel het boek dus niet met recht het eerste moderne werk over economie en de invloed van de staat op de economie kan worden genoemd, is The Wealth of Nations toch veruit het belangrijkste en meest fundamentele werk op het gebied van de economie: als geen ander is het de grondslag geweest van bijna alle economische theorieën. De situatie is enigszins vergelijkbaar met de invloed die De oorsprong der soorten van Darwin heeft gehad op de antropologie. Darwins werk was ook niet het eerste werk waarin de evolutietheorie werd verkondigd, maar het blijft het belangrijkste en origineelste werk op het gebied van de antropologie. Chydenius mag dan wel de eerste geweest zijn in de letterlijke betekenis, maar Smith was de eerste die grote internationale invloed verwierf.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina The Wealth of Nations op de Engelstalige versie van Wikisource.