Theodor Schwann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Theodor Schwann

Theodor Schwann (7 december 1810, Neuss - 11 januari 1882, Keulen) was een Duitse bioloog uit de 19e eeuw, die bekend is geworden door de theorie van de cel, die hij samen met Matthias Jacob Schleiden (1804-1881) in 1839 presenteerde.

In het begin gaf hij lessen in Berlijn en vanaf 1839 was hij hoogleraar in de anatomie te Leuven. Dit was hij ook van 1848 tot 1882 in Luik. Schwann werd bekend door zijn theorie van de cel. Hij was, met Schleiden, de eerste die stelde dat al het plantaardig en dierlijk leven zich afspeelt in cellen die tot op zekere hoogte een eigen leven leiden naast hun bepaalde integratie in het organisme. Hij introduceerde de begrippen cytoblastema en metabolisme. Cytoblastema wordt tegenwoordig protoplasma genoemd. Ook deelde hij weefsels op cellulaire basis in 5 fundamentele soorten in. Hiermee is hij de grondlegger van de moderne histologie. Tevens ontdekte hij onder meer pepsine in het maagsap en de naar hem genoemde cellen die de mergscheden vormen. Niet alles wat hij bedacht werd goed behandeld. Toen Schwann in 1836 aantoonde dat gist een rol speelt bij fermentatie werd hij door andere Duitse hoogleraren zo scherp bekritiseerd dat hij gedwongen was in ballingschap te gaan naar België.

In 1845 kreeg hij de Copley Medal. In 1868, tijdens zijn verblijf in Luik verkozen de leden van de vooraanstaande en exclusieve Orde Pour le Mérite Theodor Schwann tot ridder in deze orde.

Celtheorie[bewerken]

Schleiden en Schwann, bestudeerden meerdere cellen en schreven al hun bevindingen op als de zogenaamde celtheorie. Deze theorie zegt dat een cel drie functies heeft:

  • De cel is de bouwsteen van alle levende wezens. De meeste organismen zijn meercellig, dat betekent dat ze opgebouwd zijn uit grote hoeveelheden cellen. Andere, primitieve wezens, hebben één cel, zij heten dan ook eencellige wezens.
  • De cel is de functionele eenheid van leven. Alle functies die nodig zijn om te overleven vinden plaats in een cel. Meercellige organismen zijn meer dan alleen een massa cellen. De cellen tonen een grote samenhang omdat ze samenwerken.
  • De cel is het oorspronkelijke deel dus alle cellen waar een wezen uit bestaat zijn zelf ook uit cellen geboren. Cellen blijven zich delen en vormen zo steeds weer cellen (celcyclus).