Theodorus Schrevelius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige burgemeester, zie Theodorus Schrevelius (burgemeester).
Portret van Theodorus Schrevelius (Frans Hals, 1617, Frans Hals Museum)

Theodorus Schrevelius (Haarlem, 25 juli 1572 - Leiden, 2 december 1649), een latinisering van de naam Dirk Schrevel, was een humanist, schrijver en dichter. Op 28 januari 1591 werd hij student aan de universiteit van Leiden. Hij werd in 1597 conrector van de Latijnse school in Haarlem. In 1609 werd hij daar als rector ingehuldigd, maar in 1620 vanwege zijn Remonstrantse gevoelens ontslagen. Tussen 1625 en 1642 was hij rector van de Latijnse school in Leiden aan de Lokhorststraat, waar ook Rembrandt van Rijn leerling was. Hij was gehuwd met Maria van Teilingen (1570-1652). Zijn zoon Cornelius Schrevelius, filoloog, volgde hem op als rector van de Latijnse school.

Algemeen wordt zijn beschrijving van Haarlem als zijn beste werk beschouwd. Het kwam in 1647 uit in het Latijn, Harlemum, en in 1648 in het Nederlands, Harlemias. In dit werk gaat hij onder meer in op de manier van schilderen van Frans Hals, die hem meerdere malen portretteerde. Tot zijn overige werk behoort een vertaling van Ovidius' Tristia in het Nederlands (Tristium, 1612).

Verder zou Schrevelius over De gruwelijke pest te Leiden in 1635 en het Beleg van 's-Hertogenbosch hebben geschreven en zou hij verscheidene dichtwerkjes in het Latijn en het Nederduits hebben opgesteld.[1] Abraham Jacob van der Aa trekt het bestaan van deze laatste werken echter in twijfel, omdat ze, zoals hij in zijn Nieuw biographisch, anthologisch en critisch woordenboek van Nederlandsche dichters beschreef, enkel in een levensbericht over Schrevelius zijn genoemd.[2]

Trivia[bewerken]

Naar Theodorus Schrevelius is de Schreveliusstraat in Haarlem vernoemd.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. F.Jos. van den Branden, J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde, L.J. Veen, Amsterdam, 1888-1891
  2. A.J. van der Aa, Nieuw biographisch, anthologisch en critisch woordenboek van Nederlandsche dichters, W. de Grebber, Amsterdam, 1844