Theodulf van Orléans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kerk van Germigny die Theodulf van Orléans liet bouwen

Theodulf van Orléans (circa 750-760 - 821 te Angers) was als theoloog, dichter en kenner van de Klassieke Oudheid verbonden aan de wetenschappelijke kring die Karel de Grote om zich had gevormd.

Theodulf was van geboren in Spanje en was van Visigotische afkomst. Hij ontvluchtte zijn geboorteland toen het door de Moren bezet werd en vestigde zich in Aquitanië. Bij het Zuid-Franse Maguelone trad hij in een klooster in. Omstreeks 786 maakte hij een reis naar Rome, die hem na terugkomst inspireerde om brieven te schrijven naar vele bisschoppen en abten in het Frankische Rijk om hen te bewegen scholen te stichten.

Karel de Grote onderkende Theodulfs belang voor zijn rijk. Na in de jaren 790 als missus dominicus van de koning in het zuiden van Frankrijk te hebben gewerkt, werd Theodulf in 798 benoemd tot bisschop van Orléans en abt van een aantal kloosters, waaronder de abdij van Fleury te Saint-Benoît-sur-Loire. In en buiten zijn diocees stichtte hij vele scholen. Theodulf werd spoedig naast Alcuin een van Karels belangrijkste theologen en speelde een belangrijke rol in de door Karel gewenste vernieuwing van de kerk. Hij was betrokken bij de herziening van een aantal vertaalde teksten, en was in staat direct uit het Grieks en het Hebreeuws te vertalen.

Hij vestigde zich in een Galloromeinse villa in Germigny-des-Prés nabij Orléans en liet een paleis bouwen. Het paleis werd minder dan een eeuw later door de Vikingen verwoest, maar de kerk, die in 806 gebouwd zou zijn volgens een ontwerp van de van oorsprong Armeense architect Odo van Metz, is nog grotendeels intact. De kerk van Germigny is een van de weinige nog bestaande kerken in Karolingische stijl.

Na de dood van zijn beschermheer Karel de Grote werd Theodulf met vele anderen in 818 door diens opvolger Lodewijk de Vrome beschuldigd van samenzwering, uit zijn ambten ontzet en verbannen naar een klooster in Angers. Na zijn vrijlating wilde hij terugkeren naar Orléans om zijn ambten weer op zich te nemen, maar hij overleed tijdens de reis als gevolg van vergiftiging op 18 januari 821. Hij werd begraven in Angers.