Theorieën over de moord op president Kennedy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy in Dallas (Texas) op 22 november 1963 heeft geleid tot het ontstaan van diverse theorieën. In veel van deze theorieën wordt verband gelegd met een samenzwering, waarbij instanties betrokken zouden zijn geweest als de CIA, de KGB, de FBI, de Amerikaanse maffia, alsmede vicepresident Lyndon B. Johnson, de Cubaanse president Fidel Castro, Cubaanse vluchtelingen die tegen Castro waren, personen uit het Amerikaanse leger en / of de industrie, dan wel uit de voormalige Sovjet-Unie. Zelfs is serieus naar voren gebracht dat Kennedy een georganiseerde zelfmoord zou hebben laten uitvoeren.

Een van de oorzaken van de vele speculaties is het omstreden onderzoeksrapport van de Commissie-Warren, de officiële onderzoekscommissie naar de moord op de president. Volgens velen heeft deze commissie tal van aanwijzingen, al of niet in strijd met haar eindconclusies, genegeerd, of was er (nog) niet mee bekend. Ze stond bovendien onder zware druk het onderzoek binnen één jaar af te ronden, aangezien de gebeurtenis veel onrust in de samenleving had teweeggebracht. Het feit dat Lee Harvey Oswald, volgens de commissie de (enige) moordenaar, twee dagen na de moord op president Kennedy op zijn beurt vermoord werd –vóór hij berecht was of zelfs maar een verklaring had afgelegd– heeft de geloofwaardigheid van het rapport ook geen goed gedaan. Verder is een moord op een charismatische president als Kennedy, die zeer geliefd was maar ook tal van vijanden had, een niet te versmaden onderwerp voor schrijvers en filmmakers. Ook de politieke gevolgen van de moord op de president waren groot; zo verdween Kennedy's loyale broer, Robert F. Kennedy, die daadkrachtig had opgetreden tegen de Amerikaanse maffia, een jaar later eveneens van het toneel. Ook hij werd vermoord, wat het geloof in een complot nog verder versterkte.

Vast staat inmiddels dat het Rapport van de Commissie tal van tegenstrijdige beweringen en onjuistheden bevat; verder heeft zij veel materiaal niet in handen kunnen krijgen, doordat tal van documenten tot het jaar 2029 het stempel 'staatsgeheim' kregen. Dit geldt in het bijzonder voor documenten die betrekking hebben op activiteiten van de binnenlandse en buitenlandse inlichtingendiensten van de Verenigde Staten: de FBI resp. de CIA.

Achtergrond[bewerken]

In 1964 concludeerde de Commissie-Warren dat Lee Harvey Oswald in zijn eentje president John F. Kennedy had vermoord en dat er van een samenzwering geen sprake was geweest. Kort daarna begonnen critici het onderzoek en de conclusies van de commissie in twijfel te trekken. De eerste was de advocaat van Oswalds moeder, Mark Lane, die in 1966 het kritische boek Rush to Judgment schreef en dit tevens verfilmde. Al in december 1963 had hij in An examination of the evidence against Oswald openbaar stelling genomen tegen de eindconclusies van de Commissie.[1]

In de volgende decennia werd door tal van critici een groot aantal zeer verschillende en dikwijls elkaar tegensprekende theorieën gepubliceerd. Van die theorieën zijn een groot aantal niet gebaseerd op nieuwe feiten, maar wordt daarin het bestaande, merendeels door de Commissie-Warren verzamelde materiaal over de moord, waarvoor niemand ooit werd veroordeeld, anders uitgelegd dan de Commissie-Warren, of het officiële overheidsstandpunt over de moord op Kennedy, zoals dat is geëvolueerd na onderzoek van de Amerikaanse Senaatscommissie voor Moordzaken in 1979. Deze commissie, die ook bepaalde inconsistenties uit het rapport van de Commissie-Warren moest onderzoeken, oordeelde in 1979 dat Kennedy "vermoedelijk als gevolg van een samenzwering" om het leven was gebracht.

Een belangrijke gebeurtenis was het proces dat officier van justitie Jim Garrison in 1967 aanspande tegen de zakenman Clay Shaw. Hij beschuldigde Shaw ervan deel van een samenzwering om Kennedy te vermoorden te zijn geweest. Na minder dan een uur beraadslagen sprak de jury hem vrij, maar ze was niettemin onder de indruk van Garrisons bewijsvoering. Onder andere bleek uit Garrisons ondervraging van een arts, die de lijkschouwing op Kennedy had verricht, dat een daarbij aanwezige generaal hem had bevolen de halswond van Kennedy niet nader te onderzoeken, en dat een admiraal hem had bevolen nooit meer te spreken over de sectie op de president. Als hij dat wel zou doen, zou hij gearresteerd worden. Verder wist Garrison de aandacht te vestigen op de film van Abraham Zapruder, een toeschouwer die de moord op de president toevallig had vastgelegd. Dit materiaal was voor het proces niet openbaar gemaakt, en lijkt de visie te ondersteunen, dat Kennedy niet alleen van achteren werd beschoten vanuit het Schoolboekendepot, maar ook van voren.

In 1979 onderzocht de speciale Enquêtecommissie van het Huis van Afgevaardigden de moord. De Commissie keek naar de vele theorieën die inmiddels ontwikkeld waren en achtte die onbewezen. Zij beoordeelde een samenzwering als zeer waarschijnlijk, mede, maar niet alleen, op basis van geluidsopnamen gemaakt met een dictabelt op een politiemotor. De relevantie van dit bewijsmateriaal werd later weer ter discussie gesteld, zoals overigens bijna alle nieuwe feiten inzake de moord op de president. De Enquêtecommissie besteedde echter anders dan de Commissie-Warren wel aandacht aan figuren als Clay Shaw en de piloot David Ferrie, die met de in 1964 overleden privédetective Guy Banister blijkbaar een rol hadden gespeeld in de tegen president Castro van Cuba gerichte activiteiten van gevluchte Cubanen na de communistische revolutie aldaar.

Begin jaren 90 werd de discussie over mogelijke samenzweringen nieuw leven ingeblazen door filmregisseur Oliver Stone, die in 1991 de film JFK uitbracht. De film is grotendeels gebaseerd op Garrisons boek On the trail of the assassins (in het Nederlands vertaald onder de titel Op het spoor van de moordenaars). De door Garrison verzamelde nieuwe gegevens en interpretaties zijn in de film van Stone verwerkt tot een alternatief verhaal, waarin het leven van de jonge Lee Harvey Oswald wordt nagespeeld als een agent van de geheime dienst. Deze mag doordringen in de buitenkant van een moordcomplot tegen de president, met de bedoeling om er uiteindelijk tegen te waarschuwen.

Sommigen beweren dat de werkelijke Lee Harvey Oswald inderdaad voor de moord op de president zou hebben gewaarschuwd, maar dat zijn waarschuwingen werden genegeerd; Garrison beweert verder in zijn boek dat de merkwaardige levensloop van Oswald, bijvoorbeeld zijn hoge veiligheidsklassering als radarspecialist, ondanks zijn belangstelling voor het communisme, alleen te verklaren is vanuit zijn mogelijke betrokkenheid met de CIA, die later ook door verschillende getuigenissen van ex-medewerkers van de CIA is bevestigd.

Naar aanleiding van de hernieuwde belangstelling werd de Assassination Records Review Board gevormd, die in 1998 haar eindrapport publiceerde. Daarin concludeerde zij dat veel van de onduidelijkheid over de moord mede werd veroorzaakt doordat de overheid veel documenten tot staatsgeheim heeft verklaard.[2]

Stones film leidde ook tot pogingen de verschillende complottheorieën te ontzenuwen. Zo schreef Gerald Posner het boek Case Closed, waarin hij tot de conclusie komt dat Oswald en diens moordenaar Jack Ruby beiden alleen handelden. De televisiezender ABC zond in 2005 de documentaire Beyond Conspiracy uit, waarin zij tot dezelfde conclusie komt.

Voor veel Amerikanen - na de film van Stone inmiddels een minderheid - is het idee dat de eigen overheid medeverantwoordelijk of zelf mede-aanstichter zou zijn van de moord op een van de meest hoopgevende en idealistische presidenten uit de geschiedenis van de VS, in strijd met hun beeld van 'de Amerikaanse droom' en daardoor onaanvaardbaar, hoeveel nieuw materiaal over de moord ook boven water komt - en dat is op jaarbasis nog altijd zeer veel.

Onloochenbaar is echter dat de overheid, met name de FBI, alternatieve onderzoekers zoals Garrison en de Britse journalist Anthony Summers het vuur zeer na aan de schenen heeft gelegd, en tal van getuigen en onderzoekers zeer zwaar onder druk heeft gezet om hun visies te herzien of hun onderzoek te staken.

Theorieën over het aantal schutters of schootsrichtingen[bewerken]

In het volgende passeren diverse ideeën de revue, die door onderzoekers zijn geopperd over het aantal mogelijke schutters dan wel schootsrichtingen op de president. Aangezien er rondom de plaats van de moord op de president vele honderden getuigen aanwezig waren, ligt het voor de hand dat de getuigenissen van zovelen tegenstrijdigheden bevatten; maar hadden deze via gedegen onderzoek kunnen worden opgeheven. Dat dit niet gebeurd is, is mede oorzaak dat de vele hardnekkige speculaties over aantallen schutters en mogelijke plaatsen waarvandaan op de president is geschoten, zijn blijven bestaan. Plaatsen die eruit springen als 'schuttersnest' zijn het Schoolboekendepot waar Oswald werkte aan Elm Street achter de president (vanuit verschillende ramen op de bovenverdiepingen), het Dal-Texgebouw op de hoek van Elm Street en Houston Street achter de president en de grasheuvel of 'grassy knoll', een ommuurde heuvel met goed zicht op Elm Street, voor de president. In sommige theorieën, onder andere die van Garrison, is sprake van driehoeksvuur, hetgeen een beproefde militaire methode zou zijn, om een hinderlaag te leggen.

Eén schutter[bewerken]

Dealey Plaza in 2003
  • Het belangrijkste argument dat er één schutter was is het volgende: Op Dealey Plaza waren vele getuigen. Bijna allemaal hoorden ze de schoten uit dezelfde richting komen: de meerderheid uit die van het Schoolboekendepot voor Texas achter Kennedy, en een grote minderheid uit die van de grasheuvel, dichterbij voor de president. Slechts een handjevol hoorde de schoten uit meer dan één richting komen.[3]
  • Een getuige zag een geweer in het raam onmiddellijk nadat de schoten afgevuurd waren. Hij gaf een beschrijving van de schutter die met Oswald overeenkwam.[4]
  • Bonnie Ray Williams, werknemer van het School Book Depository, hoorde schoten op de verdieping boven hem en kreeg kalk op zijn hoofd.[5]
  • De Commissie-Warren concludeerde dat de schoten van boven en achter de presidentiële limousine waren gevuurd.
  • Kort na de moord werd een geweer gevonden op de vijfde verdieping, verborgen tussen dozen, en een geïmproviseerde papieren zak.[6] Oswald had toen hij 's ochtends naar zijn werk ging een langwerpige papieren zak bij zich. Hij zei dat hij gordijnrails bij zich had, maar die werden in het pakhuis niet gevonden.[7]
  • Analyse van de kleding van Kennedy en Connally toonde aan dat beiden geraakt waren door kogels van achteren, die door de voorkant van hun kleding kwamen.[8]
  • De Zapruderfilm toont dat er bloed komt uit de rechtervoorkant van Kennedy's slaap, maar geen uit de achterkant van zijn hoofd.[9]
  • De kogel die op Connally's draagbaar werd gevonden en de kogelresten die in de limousine werden gevonden komen overeen met het Mannlicher-Carcanogeweer dat in het pakhuis werd gevonden.[10]
  • Het geweer was besteld onder de naam A.Hiddell. De naam Alek James Hiddell kwam voor op het valse identiteitsbewijs dat Oswald bij zijn arrestatie bij zich had. De FBI beweerde dat een afdruk van Oswalds handpalm op het geweer te vinden was, al kon dit niet worden geverifieerd doordat de afdruk per ongeluk van het geweer zou zijn gewist op het politiebureau.[11]
  • De voorruit van de limousine werd aan de binnenkant geraakt, wat betekent dat het schot van achteren kwam.[12]
  • Er bestaan drie foto's van Oswald met het geweer en een pistool. De foto's zijn onderzocht door de Commissie van het Huis van Afgevaardigden; deze beoordeelde ze als authentiek. Oswalds vrouw bevestigde ook het maken van de foto's. [13]
  • Volgens een recent gemaakte computeranimatie behoort de single bullet-theorie wel degelijk tot de mogelijkheden: deze kogel zou dan van achter en boven Kennedy zijn afgevuurd.[14]
  • Theorieën dat Oswald uit politieke overwegingen gehandeld zou hebben worden ondergraven door het feit dat hij enkele maanden voor de moord op Kennedy (in zijn eentje) een aanslag pleegde op generaal Walker, een leider van een rechtse beweging, die politiek als tegenpool van Kennedy gezien mocht worden. En volgens zijn vrouw Marina zou Oswald kort voor het bezoek van Kennedy aan Dallas ook van plan zijn geweest Richard Nixon te vermoorden.

Twee of meer schutters[bewerken]

De schutting op de grasheuvel
  • Op de 8mm-film van Abraham Zapruder grijpt Kennedy eerst naar zijn hals; daarna wordt zijn hoofd met grote kracht naar achteren geslagen.
  • Nellie Connally, vrouw van gouverneur Connally en ook inzittende van de limousine, geloofde niet dat haar man en Kennedy door één en dezelfde kogel werden getroffen.
  • Meer dan vijftig getuigen, de meerderheid van de mensen die op Dealey Plaza dicht bij de president waren, hoorden schoten uit de richting van de Grassy Knoll, het grasheuveltje van voor de limousine.[15]
  • Het bestaan van zowel getuigen die de ene kant op wijzen als getuigen die de andere kant op wijzen, is in overeenstemming met de theorie dat er van meerdere kanten geschoten werd, en de getuigen werden geleid door het voor hen dichtstbijzijnde schot. Als er alléén van achteren geschoten zou zijn, zou een complete getuigengroep zich moeten vergissen.
  • Een getuige die naar het grasheuveltje holde en daar iemand met een geweer zag, werd daar tegenhouden door agenten in burger.
  • Geheim agent Roy Kellerman, die ook in de limousine zat, meende dat Kennedy vier en Connally drie keer geraakt was. Hij zag een groot gat in het achterhoofd van de president, wat klopt met een kogel die van voren wordt afgevuurd.[16]
  • Geheim agent Clint Hill, die verantwoordelijk was voor de veiligheid van Kennedy's vrouw en na de aanslag bovenop de president dook, beschreef dat de rechterachterkant van het hoofd van Kennedy weg was. Het lag op de achterstoel van de auto.[17][18]
  • Dr. McClelland, die in het ziekenhuis Kennedy onderzocht, verklaarde dat een deel van de hersenen van de president weg was.[19]
  • Verschillende getuigen zagen een gat in de ruit van de limousine en niet enkel een barst zoals de Commssie-Warren schreef.[20]
  • Op Kennedy's overlijdenscertificaat wordt een plek vermeld waar hij geraakt zou zijn, die niet overeenkomt met wat te zien zou zijn op foto's van zijn overhemd[21] en jasje.[22]
  • Er zijn grote problemen met de gevonden kogelhulzen in het Schoolboekendepot: de hulzen werden zó keurig gerangschikt aangetroffen, dat het onwaarschijnlijk is dat ze zó uit het geweer zouden zijn weggeslingerd door het afschieten. Eerder lijkt het erop dat ze daar netjes werden neergelegd.
  • Diverse getuigen onder wie gevangenen die vanuit het nabijgelegen Huis van Bewaring toekeken en een zicht hadden op gelijke hoogte, zagen verschillende (donkere) mannen met geweren achter ramen van het Schoolboekendepot, maar dit waren andere ramen dan het raam waarvandaan Oswald zou hebben gevuurd.
  • Van het aan Oswald toegeschreven geweer, een in 1940 geproduceerd Manlicher-Carcanogeweer, werd geen magazijn gevonden, waardoor snel achter elkaar schieten (drie keer in 5,6 seconden volgens de Commssie-Warren) moeilijk is.
  • Geen enkele scherpschutter van de politie was op officiële reconstructies in staat om de aan Oswald toegeschreven handeling na te doen, terwijl ze toch betere schutters waren met beter materiaal.
  • Vanuit het raam op de vijfde verdieping werd Oswalds mogelijke schootsveld naar Kennedy belemmerd door een boom. Het aan hem toegeschreven geweer had een slecht vizier, dat ook niet goed lijnde met de loop.
  • Een minuut na de schietpartij werd Oswald door een motoragent op de benedenverdieping van het schoolboekendepot gezien. Hij was níet buiten adem, wat toch het geval had moeten zijn, als hij een minuut daarvoor nog vanaf de zesde verdieping op de president had geschoten en vervolgens naar beneden was gerend.
  • De foto's van Oswald in zijn achtertuin met geweer en communistische krant zijn door tal van deskundigen, waaronder één fotograaf van de Enquêtecommissie van het Huis van Afgevaardigden, als vervalsingen aangemerkt.

Complottheorieën[bewerken]

Afhankelijk van het opinieonderzoek hecht tegenwoordig nog slechts 17 tot 32% van de Amerikaanse bevolking geloof aan het officiële standpunt, hetgeen reden is voor vele verschillende complottheorieën. Met name over de theorie over de magische kogel die Kennedy twee keer trof, daarna Connally verwondde en vervolgens zonder een krasje werd teruggevonden, bestaat veel scepsis. Er bestaat echter een computeranimatie (zie hiervoor de PBS-documentaire uit 2005) waaruit de mogelijkheid blijkt dat de kogel een rechte lijn kan hebben gevolgd, en niet, zoals de Commssie-Warren stelde, afboog na het raken van een rib van Kennedy en de pols van Connally. Niettemin wordt hiermee de conclusie van de Commssie-Warren over de weg die deze kogel zou hebben afgelegd toch onderuitgehaald, zij het dan wel met de bedoeling om de mening van de Commissie te ondersteunen, dat een enkele kogel verantwoordelijk zou zijn voor zeven verschillende verwondingen.

De Zapruderfilm van Abraham Zapruder wordt vaak aangehaald in complottheorieën, omdat daarin Kennedy's lichaam met kracht naar achteren slaat. Dit zou in overeenstemming zijn met de theorie, dat het dodelijke schot dat de zware hoofdwond in Kennedy's rechterachterhoofd veroorzaakte, van voren op de president werd afgevuurd, en dus niet van Oswald kon zijn of van iemand anders die van achteren op hem schoot; daarbij is een groeiend aantal critici van mening, dat bij de van achteren afgevuurde schoten op de president, Oswald in het geheel niet betrokken kon zijn.[14]

Voor al deze theorieën zijn argumenten en tegenargumenten te vinden. De vele onduidelijkheden en tegengestelde verklaringen blijven aanleiding geven tot allerlei speculaties.

In het algemeen wordt gesproken over de volgende groeperingen, die afzonderlijk of in enigerlei combinatie mogelijk een aandeel hebben gehad in de moord op Kennedy en daartoe elk hun eigen beweegredenen hadden:

Lyndon B. Johnson[bewerken]

Er waren veel geruchten dat John F. Kennedy niet verder wilde met de Texaan Johnson als vicepresident. Ironisch is dat Richard Nixon dit ook gezegd heeft toen hij er door een journalist naar werd gevraagd. Johnson was in vier schandalen verwikkeld, waaronder die betreffende Bobby Baker en Billie Sol Estes, waar het ging om corruptie, valsheid in geschrifte, en bij de laatstgenoemde samenwerking met georganiseerde misdaad en getuigen die onder verdachte omstandigheden waren overleden. Het onderzoek naar de schandalen werd gestopt toen Lyndon B. Johnson president geworden was. Volgens Barr McClellan, vader van president Bush' voormalige woordvoerder Scott McClellan, was Johnson echter een sleutelfiguur in de operatie van de aanslag en de cover-up. Hij schreef dat in 2003 in een boek. Ook E. Howard Hunt, ooit werkzaam voor de C.I.A. en betrokken bij het Watergateschandaal, heeft Johnson als hoofdrolspeler van de aanslag genoemd. Howard Hunt was zelf ook betrokken. Hij en anderen van het hit-team zijn op de dag van de aanslag gefotografeerd in Dealy Plaza. Hij deed zijn bekentenis in 2007 aan zijn zoon.

CIA[bewerken]

De geheime dienst was uitgegroeid tot een enorme organisatie, waarvan het hoofd, Allen Dulles, later lid van de commissie-Warren, door Kennedy was ontslagen na de mislukte invasie van Cuba in 1961. Ook had Kennedy verschillende malen gezegd de organisatie in duizend kleine stukjes te zullen versplinteren. Vooral Jim Garrison is na zijn onderzoek tot de conclusie gekomen, dat de top van de CIA uit mensen bestond, die er sterk belang bij hadden om Kennedy weg te krijgen. De door Kennedy ontslagen onderdirecteur van de CIA Charles Cabell, was volgens Garrisson niet toevallig een broer van Earle Cabell, die ten tijde van de moord op de president burgemeester was van Dallas. Dankzij de top van de CIA zou het mogelijk zijn geweest, dat Kennedy in een open limousine met lage snelheid langs het schuttersnest werd geleid.

Een tweede motief voor de CIA zou gelegen zijn in Kennedy's plan om alle militairen terug te trekken uit Vietnam. Na Kennedy's dood werd deze beslissing door Johnson vrijwel onmiddellijk teruggedraaid en werd de militaire aanwezigheid van de VS in Vietnam sterk opgevoerd.

Frappant detail: meerdere CIA-agenten die betrokken waren bij de invasie van Cuba, zijn later ook gesignaleerd op de plaats waar Robert Kennedy tijdens zijn campagne werd doodgeschoten.[23] Een van hen was ook in Dallas toen JFK vermoord werd en een ander diende eind jaren zeventig als tussenpersoon tussen de Amerikaanse Senaatscommissie voor Moordzaken en de CIA.

FBI[bewerken]

J. Edgar Hoover en Robert F. Kennedy, de broer van John F. Kennedy, mochten elkaar niet en Hoover was het er niet mee eens dat Kennedy als minister van Justitie de baas over hem was. Robert Kennedy kon Hoover zelfs continu via een intercom tot de orde roepen. Er waren plannen om Hoover als FBI-directeur te verwijderen. Hoover was een goede vriend van Lyndon Johnson, de vice-president die Hoover opdroeg het onderzoek naar de moord te leiden. Hoover leidde het onderzoek persoonlijk en werd kort daarna voor het leven benoemd tot directeur van de organisatie.

Amerikaanse maffia[bewerken]

Kennedy wilde de maffia hard aanpakken, maar de organisatie had veel macht, ook binnen de politiek. Sinds enkele decennia had de maffia, zowel de joodse als de Italiaanse, zijn illegale praktijken naar het Cubaanse Havana verplaatst. Fidel Castro had de maffia in 1959 zijn land uitgewerkt, en met een communistische leider zou er voor de maffia voorlopig geen plek zijn in Havana. Kennedy zag ervan af Castro's regime omver te werpen, waardoor de situatie voor de maffia uitzichtloos leek. In de ogen van de georganiseerde misdaad zou het verwijderen van JFK een kapitalistisch Cuba weer een stap dichterbij brengen, zodat Havana weer kon worden uitgebuit. Overigens zou Kennedy's vader volgens verschillende onderzoeken om de verkiezingscampagne van zijn zoon te bekostigen nota bene geld hebben geleend van diezelfde maffia. Dit is nooit bewezen.

Daarnaast onderhield de maffia vermoedelijk nauwe contacten met J. Edgar Hoover, de hoogste chef van de FBI. Hoover heeft zelf altijd ontkend dat een dergelijke georganiseerde misdaad bestond. De maffia kon er met een gerust hart van uitgaan dat ze, als ze Kennedy zouden hebben gedood, Hoover makkelijk aan hun kant zouden krijgen.

Op 2 mei 2006 werd er een aflevering van het Nederlandse televisieprogramma van Peter R. de Vries aan de moord op John F. Kennedy gewijd. De Nederlander Wim Dankbaar, die jarenlang onderzoek heeft gedaan naar de moord, komt met nieuwe opmerkelijke feiten. De moord zou door de maffia in samenwerking met de CIA gepleegd zijn. Veel hooggeplaatste figuren in de toenmalige Amerikaanse regering hadden direct belang bij de moord op Kennedy. Niet Lee Harvey Oswald, maar James Files, een stroman van de Amerikaanse maffia, zou het fatale schot hebben gelost. De aanslag zou zijn uitgevoerd door in totaal 3 schutters.

Bovendien zou Lee Harvey Oswald volgens Dankbaar geen communist zijn, maar juist een CIA-medewerker die in opdracht van zijn werkgever net deed alsof hij communist was om zo te kunnen infiltreren in communistische kringen. In de documentaire zijn ook interviews met James Files te zien, die het fatale schot zegt te hebben gelost met een toen zeer modern Remington Arms Fireball XP-100-handgeweer. James Files zit levenslang in de gevangenis voor een poging tot moord op een politieagent.

Banken en de Illuminatie[bewerken]

Tot nu toe leende de Amerikaanse overheid het geld van de Federal Reserve, de Centrale Bank van Amerika die in particuliere handen is. Deze bank drukt het geld en vraagt daar rente voor, in feite voor niet bestaand geld. De eigenaren, enkele families die banden hebben met de Kennedy-familie, zijn machtig en rijk en worden in complottheorieën de Illuminati genoemd. Deze Illuminati zouden op vele gebieden de touwtjes in handen hebben. Volgens de theorieën streven zij naar een nieuwe wereldorde, waarin de politieke en financiële macht in hun handen is. Kennedy wilde hun macht breken en begon in overeenstemming met de Amerikaanse grondwet zelf geld te drukken. Na zijn dood werd de beslissing weer teruggedraaid. In een toespraak op 27 april 1961 verklaarde hij dat "wij [allen] tegenstander zijn van geheime genootschappen en geheime besprekingen" tegenover de verzamelde pers.

Sovjet-Unie[bewerken]

De Sovjet-Russische KGB zou de moord op Kennedy hebben gepleegd, in opdracht van Nikita Chroesjtsjov, die bang was dat de onberekenbare Kennedy een heuse kernoorlog zou uitlokken. De KGB zou overigens volgens het Mitrochin-archief via een vervalste brief van Lee Harvey Oswald de CIA de moord in hun schoenen hebben willen schuiven.

Militair-industrieel complex[bewerken]

Deze term komt uit de laatste toespraak van Dwight D. Eisenhower en gaat over de macht van de wapenindustrie en de samenwerking met Defensie. Deze groepering was niet blij dat zowel Cuba als ook Vietnam werd genegeerd en was bang dat Kennedy zich uit Vietnam wilde terugtrekken. Met het terugtrekken van troepen uit Vietnam zou het complex een fortuin mislopen. Kennedy wilde verder ook nog eens de financiële "achterdeurtjes" aanpakken.

Fidel Castro[bewerken]

Verschillende malen was geprobeerd Castro te vermoorden en de samenwerking was niet bepaald plezierig te noemen.

Op 6 januari 2006 werd op het Duitse televisiekanaal ZDF een documentaire vertoond die de theorie dat Fidel Castro opdracht zou hebben gegeven tot de moord weer naar voren brengt.

De Duitse journalist Wilfried Huisman was onder meer op het spoor gekomen van een zekere Oscar Marino, voormalig agent van de Cubaanse geheime dienst G-2. Deze vertelde hem dat zijn dienst Oswald, een man die overliep van wrok en ressentiment, gebruikt had om de aanslag te plegen.

Castro had opdracht gegeven tot die aanslag uit wraak voor de diverse (mislukte) moordaanslagen die de CIA op hem had beraamd (op instigatie van JFK's broer Robert).

Kennedy's opvolger Johnson, die zich nog goed herinnerde hoe een crisis om Cuba kort tevoren bijna tot een wereldoorlog had geleid, vond dat deze affaire geen oorlog waard was (het Amerikaanse publiek zou, als het de ware toedracht had gekend, waarschijnlijk zo opgewonden zijn geraakt dat een oorlog tegen Cuba moeilijk te vermijden zou zijn geweest; die oorlog zou op zijn beurt weer gemakkelijk hebben kunnen escaleren tot een oorlog met de Sovjet-Unie). Hij beval daarom dat alle sporen naar de werkelijke opdrachtgever moesten worden uitgewist. De schuld moest dus op een "op eigen houtje handelende gek" ("lone nut") worden geworpen. Het is meer dan waarschijnlijk dat Oswald vervolgens op last van de CIA werd vermoord, om te voorkomen dat bij zijn verhoor en berechting de ware toedracht toch zou uitlekken. Overigens is er veel in het leven van Oswald, dat wijst op verwevenheid met de CIA en spionage: onder andere zijn hoge veiligheidsklassering als radarspecialist bij de Marine, op een basis voor spionagevluchten boven de Sovjet-Unie, alsook het gemak waarmee hij de Sovjet-Unie binnenkwam en weer kon verlaten in 1961.

Een wrang aspect zou zijn dat Kennedy zojuist begonnen was met pogingen de relatie met Fidel Castro weer wat te verbeteren, of tenminste de escalatie van het conflict te beëindigen, maar het is mogelijk dat de moordaanslag toen al bij G-2 "in de pijpleiding zat" en niet meer tijdig kon worden gestopt.

Huisman vermeldt ook een KGB-document dat zijn theorie bevestigt. De documentaire draagt echter niet meer bewijs aan voor de theorie van Huisman dan er is voor vele andere opvattingen.

Ex-Cubanen[bewerken]

Deze groep wilde Cuba graag terug, en tot ver in 1962 wemelde het in het zuiden van de VS van trainingskampen van Cubanen, die Castro uit het zadel wilden lichten met Amerikaanse hulp. Met name binnen de geheime diensten had deze groep zeer veel openlijke steun gekregen. Pas na de Cubacrisis in oktober 1962, waarbij Kennedy met Nikita Chroesjtsjov overeenkwam om de soevereiniteit van Cuba te respecteren, werden deze geleidelijk ontbonden. Na de moord is door Louie Steven Witt, alias The Umbrella Man, een Cubaan gesignaleerd. Maar dit kan ook gewoon stom toeval zijn.

Israël[bewerken]

Na de gevangenisstraf van Menachim Ben, een voormalige jood, zou de Israëlische inlichtingendienst Mossad wel eens achter de moord op Kennedy kunnen zitten. Hun motief zou zijn dat Kennedy het niet eens was met het opbouwen van een chemische wapenfabriek en daarbij was het volk diep verontwaardigd, toen Kennedy zei dat de joden zich net als de nazi's gedroegen.

De Texaanse oliemaatschappijen[bewerken]

Voor zijn dood had Kennedy een paar oliehandelaren te kennen gegeven om een nieuw belastingplan op de olie-industrie toe te passen. Uit cijfers bleek dat de olie-industrie 187.000.000 dollar per maand omzet maakte. Kennedy wilde hierover per maand 30.000.000 dollar aan belastinggelden binnenhalen. Zodoende kon hij meer steun bieden aan de arme bevolking in Amerika en diverse derdewereldlanden. Voor de handelaren zelf, waaronder George H.W. Bush, was dit pure broodroof en dus onacceptabel.

Zelfmoord[bewerken]

Ook geloven sommige mensen dat Kennedy zelfmoord pleegde: ze vonden het vreemd dat zijn weduwe Jacky Kennedy niet bepaald rouwig was ten tijde van de begrafenis. De theorie is dat Kennedy aan haar medegedeeld had dat hij bang was vanwege zijn ziekte een afschuwelijk einde te moeten meemaken en dat hij zich ten tijde van de rit door Dallas door een huurmoordenaar op zijn eigen verzoek liet doodschieten. Deze theorie kan verwaarloosd worden. Zo weigerde Jacky Kennedy, toen haar mantelpakje onder het bloed van haar man zat, andere kleding aan te doen. Ze zou hebben gezegd: "Laat ze maar zien, wat ze gedaan hebben!"

Aristoteles Onassis[bewerken]

Volgens president Charles de Gaulle zou de moord op Kennedy het plan geweest zijn van de invloedrijke Aristoteles Onassis. Deze zou in samenwerking met de Illuminati-groep de moord hebben bedacht. Motief waren zijn amoureuze gevoelens tegenover Kennedy's echtgenote. In 1968 is Onassis met de weduwe getrouwd.

Zuid-Vietnam[bewerken]

Ook houdt men rekening dat de moord op John F. Kennedy een soort wraakactie was voor de dood van president Ngo Dinh Diem van Zuid-Vietnam op 1 november 1963. President Ngo Dinh Diem had ontdekt dat de Verenigde Staten in opdracht van Kennedy samenwerkten met zijn vijanden. De president had toen al plannen om Kennedy te doden, maar werd zelf eerder vermoord.

Zuid-Afrika[bewerken]

Deze theorie is te verwaarlozen, maar mag zeker niet vergeten worden, aangezien Kennedy bekendstond als een echte negersympathisant. Dit kwam voor de Zuid-Afrikaanse premier Hendrik Verwoerd niet goed uit. De VS was een van de weinige landen die na het bloedbad van Sharpeville van 1960 nog internationale zaken deed met Zuid-Afrika en wanneer Kennedy vond dat Zuid-Afrika geen steun verdiende, zou de blanke heerschappij daar problemen mee krijgen.

Referenties
  1. (en) National Guardian
  2. (en) Eindrapport Assassination Records Review Board
  3. (en) McAdams: Shots
  4. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  5. (en) JFK Assassination.net
  6. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  7. (en) JFK-Assassination.de
  8. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  9. (en) McAdams: Jet Effect
  10. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  11. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  12. (en) Rapport van de Commissie-Warren
  13. (en) Assassination Archives and Research Center Public Digital Library
  14. a b (en) pbs.org: Who was Lee Harvey Oswald?
  15. (en) History Matters.com
  16. (en) JFK Assassination.net
  17. (en) JFK Assassination.net
  18. (en) JFK Assassination.net
  19. (en) JFK Assassination.net
  20. (en) Was there a bullet hole in the windshield? The Puzzle Palace
  21. foto op JFK lancer.com
  22. foto op JFK lancer.com
  23. (en) CIA role claim in Kennedy killing BBC News, 21 november 2006. Geraadpleegd op 16 april 2014.