Thomas Stamford Raffles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Thomas Stamford Raffles

Thomas Stamford Raffles (Port Morant, 6 juli 1781Baret, 5 juli 1826) was een Brits gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 1811 tot 1816.

Levensloop[bewerken]

Raffles werd geboren aan boord van het schip Ann in Port Morant op Jamaica, als zoon van Benjamin Raffles en een onbekende Nederlandse moeder. In 1795 werd hij klerk bij de Britse Oost-Indische Compagnie te Londen, waarna hij in 1805 naar Penang werd gestuurd, aanvankelijk als ondersecretaris en vanaf 1806 als secretaris. In 1809 werd hij door Lord Minto overgeplaatst naar Malakka. Toen Lord Minto in 1811 met een vloot naar Java vertrok, zeilde Raffles mee. De Britten veroverden Java en per 11 september 1811 werd Raffles tot luitenant-gouverneur van Java benoemd. Hij hervormde justitie en politie en het bestuurlijk stelsel, waarbij hij werd geadviseerd door onder andere Herman Muntinghe en Frederik Jacob Rothenbühler. Raffles werd per 11 maart 1816 opgevolgd door John Fendall.

Raffles keerde naar het Verenigd Koninkrijk terug en werd in 1817 in de adelstand verheven. Hij bezocht Nederland en besprak koloniale vraagstukken met Koning Willem I en minister Anton Reinhard Falck. In oktober 1817 werd Raffles door de Britten tot luitenant-gouverneur van Benkoelen benoemd. Hij probeerde tevergeefs de invloed van de Nederlanders op Sumatra terug te dringen.

Op 29 januari 1819 stichtte hij op de zuidpunt van het schiereiland Malakka een vrijhandelspost, die zich ontwikkelde tot het huidige Singapore. Raffles verliet de handelspost in 1823. Bij het eerste Sumatra-traktaat, het Verdrag van Londen (1824) stond het Verenigd Koninkrijk haar bezittingen op Sumatra aan Nederland af. Raffles raakte hierdoor zijn functie te Benkoelen kwijt.

In maart 1826 richtte hij met anderen de Zoological Society of London op, waarvan hij de eerste voorzitter werd. Hij overleed echter al enkele maanden later op 44-jarige leeftijd te Londen.

Interesse in taal en cultuur[bewerken]

Raffles onderscheidde zich al tijdens zijn diensttijd in Penang door zijn grote belangstelling voor de taal en cultuur van de Maleiers. Vanaf 1811 richtte hij zijn aandacht op Java. Als hoofd van het Engelse bestuur mobiliseerde hij sterke informanten. Hij vestigde in Bogor een secretariaat en ontving daar aanzienlijke steun van Javaanse intellectuelen zoals de Panembahan van Sumenep, Natakusuma en de regent van Tegal, Aria Reksanegara. Ook kreeg hij regelmatig assistentie van de regent van Demak, later Semarang, Adipati Sura Adimenggala. Deze stond hem met zijn beide zoons terzijde als leermeester en vertaler. De meest getalenteerde van beide zoons, Raden Saleh, werd naar het College van Fort Williams in Calcutta gestuurd om zo snel mogelijk goed Engels te leren. Ook kreeg Raffles steun van Lt. Colonel Colin Mackenzie, die in opdracht van Lord Minto in heel Java Javaanse handschriften en ander materiaal verzamelde waarmee Raffles een volledig beeld kon schetsen van de geografie, de statistiek, de archeologie en de geschiedenis van Java.

Standbeeld van Thomas Raffles in Singapore

Raffles' standaardwerk The history of Java 1817, bestaat dan ook, anders dan de titel suggereert, uit veel meer dan alleen geschiedschrijving. Het is het eerste boek waarin land en volk in de ruimste zin van het woord beschreven zijn. Door Raffles' kritiek op het toenmalige gebrek aan degelijke kennis van het Javaans aan Nederlandse zijde vormde het ook een stevige prikkel aan Nederlandse bestuurders om middelen beschikbaar te maken voor de ontwikkeling van de Nederlandse Javanistiek.

Vanwege dit standaardwerk wordt Raffles vaak aangemerkt als initiator van de wetenschappelijke studie van de Javaanse taal- en letterkunde, geschiedenis en archeologie. Toch was hij geen pionier in de strikte zin van het woord. Hij had voorgangers van wier werk hij geprofiteerd heeft en tijdgenoten die met hem samenwerkten of bij hem in dienst waren.

Bibliografie[bewerken]

  • 1813, A discourse delivered at a meeting of the Society of Arts and Sciences in Batavia 24-4-1813 (VBG VII, 1814, pp. 1-34)
  • 1817, The history of Java, Londen, 2 delen
  • 1965, Idem. Herdruk met inleiding van J.S. Bastin. Kuala Lumpur. Oxford University Press.
Bronnen, noten en/of referenties
  • Beknopte Encyclopedie van Nederlandsch-Indië , 1921
  • J.S. Bastin, 1965, Inleiding tot Raffles' History of Java , herdruk 1965, Kuala Lumpur, Oxford University Press.
  • F. de Haan, 1935, Personalia der periode van het Engels bestuur over Java 1811-1816. BKI 92,1935:477-681.
  • J.J. Ras, 1992, De beoefening van het Javaans in Indonesië en Nederland. Rede uitgesproken op vrijdag 8 mei 1992 ter gelegenheid van het afscheid als gewoon hoogleraar in de Javaanse taal- en letterkunde.
  • D.E. Weatherbee, 1978, Raffles sources for traditional Javanese historiography and the Mackenzie collections. Indonesia no. 26. Cornell Modern Indonesia Project.
  • J. de Jong, 2000, De waaier van het fortuin. SDU uitgevers