Thoracic outlet syndrome

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
schoudergordelsyndroom
Gray808.png
Thoracic outlet syndrome
ICD-10 G54.0
ICD-9 353.0
ICD-O Beknelling van vaatzenuwbundel in het schoudergebied
DiseasesDB 13039
MedlinePlus 001434
eMedicine pmr/136
MeSH D013901
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Het thoracic outlet syndrome (TOS, heet ook wel schoudergordelsyndroom of neurovasculair compressiesyndroom) is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de vaatzenuwbundel bestaande uit de plexus bracchialis, de arteria en vena subclavia in het schoudergebied bekneld raakt.

Oorzaken[bewerken]

Het thoracic outlet syndrome kan op verschillende manieren ontstaan.

Bij sommige mensen is de ruimte tussen de eerste rib en het sleutelbeen altijd vernauwd, door

  • Extra ribben in de hals
  • Misvorming eerste rib
  • In slechte stand genezen sleutelbeenbreuk

Bij 98% van de patiënten wordt het syndroom veroorzaakt door beknelling van de plexus bracchialis (Roos, 1979).

Symptomen[bewerken]

  • Neurogeen TOS: De klachten worden veroorzaakt door druk op de zenuwen van de plexus bracchialis
    • Pijn in de schouder, uitstralend naar de arm en de hand, vaak ook naar de nek en het achterhoofd
    • Prikkelingen en een slapend gevoel in de arm of de hand
    • Soms krachtverlies wanneer de armen boven schouderhoogte geheven wordt
  • Arterieel TOS: Beknelling van de slagader (arteria subclavia)
    • Een koud gevoel van de arm
    • Bleekheid van de huid
  • Veneus TOS: Beknelling van de ader (vena subclavia)
    • Zwelling en een gespannen gevoel van de arm
    • Blauwe verkleuring van de hand
    • Opzwellen van oppervlakkige aders

Behandeling[bewerken]

  • In eerste plaats: passief mobiliseren met behulp van drie-dimensionaal arthrokinematische mobilisaties van beperkte gewrichten bijvoorbeeld cwk, twk, ac en sc en gleno-humeraal en ribben
  • ten tweede: onbelaste oefeningen om de nieuw verworven mobiliteit in de pas behandelde gewrichten te blijven onderhouden
  • evt. effleurage en ontspanningsoefeningen
  • als dat allemaal niet helpt: verder doorsturen naar specialist via huisarts. Operatief kan een fibreuze band worden verwijderd.