Three Days of the Condor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Three Days of the Condor
Drie dagen van de condor
Tagline His code name is Condor. In the next twenty-four hours everyone he trusts will try to kill him.
Regie Sydney Pollack
Producent Stanley Schneider
Scenario Lorenzo Semple Jr.
David Rayfiel
Hoofdrollen Robert Redford
Max von Sydow
Faye Dunaway
Cliff Robertson
Michael Kane
Muziek Dave Grusin
Montage Don Guidice
Cinematografie Owen Roizman
Distributie Paramount Pictures
Première Vlag van Verenigde Staten 24 september 1975
Vlag van Nederland 15 april 1976
Genre Politieke thriller
Speelduur 117 minuten
Taal Engels
Frans
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Nominaties 1 Academy Award, 1 Golden Globe, 1 Grammy Award
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Three Days of the Condor is een film uit 1975 van regisseur Sydney Pollack. De hoofdrol wordt gespeeld door Robert Redford. De film is een politieke thriller gebaseerd op het boek Six Days of the Condor van James Grady.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Joe Turner werkt in dienst van de CIA. Zijn kantoor bevindt zich in New York City, waar hij samen met zijn collega's boeken, artikels en magazines leest in de hoop belangrijke informatie te vinden. Op een dag leest hij een bijzonder boek. Het verhaal is een goedkope thriller en werd enkel vertaald in het Turks en het Arabisch. Turner stelt zich vragen bij het boek en dient een verslag in.

Op de dag dat Turner een antwoord op zijn verslag verwacht, gebeurt er iets verschrikkelijk. Net wanneer hij even weg is, worden al zijn collega's vermoord door een bende gewapende mannen onder leiding van de mysterieuze huurmoordenaar Joubert. Wanneer Turner terugkeert naar zijn kantoor en de lijken vindt, is hij in paniek en besluit hij meteen de CIA in te lichten. Turner belt de CIA op en geeft zijn codenaam, Condor, waardoor hij in geen tijd wordt doorverbonden met Higgins, hoofd van de CIA in New York City. Higgins geeft Turner de opdracht rustig te blijven. Wicks, het afdelingshoofd van Turner, wil met Turner afspreken en hem binnenbrengen.

Wanneer Turner en Wicks afspreken, loopt de situatie uit de hand. Wicks zit mee in het moordcomplot en probeert Turner dood te schieten. Turner ontsnapt en weet nu zeker dat hij betrokken is bij een ingewikkelde zaak. Omdat hij nergens terecht kan, kidnapt hij een onbekende vrouw. Hij dwingt haar om hem mee te nemen naar haar huis. Turner leert de vrouw, Kathy Hale, beter kennen en kan haar voorzichtig uitleggen wat er gebeurd is. De vrouw lijkt hem te geloven, maar blijft erg achterdochtig. Iets later begeeft Turner zich terug even in het openbaar. Hij weet dat Joubert op de loer ligt om de klus af te maken. Turner vreest voor z'n leven en laat zich omringen door zo veel mogelijk onschuldige mensen zodat niemand hem kan neerschieten zonder onschuldigen te vermoorden. Joubert ligt inderdaad op de loer maar slaagt er niet in om Turner te doden.

Vervolgens keert Turner terug naar Kathy. Zij gelooft hem ondertussen volledig en de twee gaan zelfs samen naar bed. De volgende dag probeert hij het mysterie verder op te lossen. Dan belt de postbode aan en Turner doet de deur open. Al snel heeft hij door dat de postbode een huurmoordenaar is. De twee beginnen een gevecht op leven en dood, dat door Turner wordt gewonnen. In de kledij van de postbode vindt hij een sleutel en een telefoonnummer dat hem tot bij de CIA brengt.

Turner beseft hij niemand kan en mag vertrouwen en hij begint aan een gevaarlijk kat-en-muis-spel. Hij probeert Higgins met de waarheid te confronteren. Met de hulp van Kathy komt hij te weten hoe Higgins er uitziet. Wat later ontvoert hij Higgins en rijdt met hem naar een afgelegen plaats. Maar de man kan Turner niet helpen. Dan probeert Turner te achterhalen vanwaar de sleutel komt. Hij komt uit bij een hotelkamer van het Holiday Inn, waar Joubert zich bevindt. Turner belt Joubert op, waardoor die vervolgens belt naar zijn baas Leonard Atwood. Turner volgt dit gesprek en gaat nu op zoek naar Atwood. Hij ontdekt dat Atwood bezig was met een complot om olievelden over te nemen in het Midden-Oosten. Dat complot werd beschreven in het boek dat Turner had onderzocht. Daarom was Turners afdeling een gevaar en moest iedereen vermoord worden. Turner zoekt Atwood bij z'n thuis op en confronteert hem met de waarheid. Even later verschijnt Joubert, die Atwood vermoordt in dienst van diens superieuren bij de CIA. Joubert maakt Turner duidelijk dat hij geen ideologieën heeft en dat hij werkt voor wie hem betaalt. Eerst was Atwood degene die betaalde, nu zijn superieuren. Joubert maakt Turner ook duidelijk dat hij waarschijnlijk toch vermoord zal worden. Om hem te beschermen geeft Joubert hem een wapen.

Tenslotte spreekt Higgins met Turner af. Higgins verdedigt het oliecomplot en legt aan Turner uit waarom het belangrijk is dat ze olievelden bemachtigen. Turner zegt dan dat hij met het verhaal naar de pers is gestapt. Op dat moment staan ze voor het kantoor van The New York Times. Maar Higgins gelooft niet dat de krant het verhaal gaat drukken. Turner krijgt schrik, hij wandelt angstig weg en kijkt nog een laatste keer over zijn schouder heen.

Rolverdeling[bewerken]

Prijzen en nominaties[bewerken]

Gewonnen

Nominaties

  • Academy Award: Oscar; Beste filmmontage, Fredric Steinkamp and Don Guidice; 1976.
  • Cartagena Film Festival: Golden India Catalina; Beste Film, Sydney Pollack; 1976.
  • Golden Globe: Golden Globe; Beste filmactrice - Drama, Faye Dunaway; 1976.
  • Grammy Award: Grammy; Beste Album of Original Score Written for a Motion Picture or Television Special, Dave Grusin; 1977.

Externe link[bewerken]