Tijdlijn van de Lage Landen (steden en vorstendommen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De tijdlijn van de Lage Landen is een chronologische lijst van feiten en gebeurtenissen betreffende de Lage Landen, een gebied dat ongeveer de laagvlakte in Nederland, België en sommige aangrenzende streken beslaat, gelegen rond de grote rivieren van Noordwest-Europa die in de Noordzee en het Nauw van Kales uitmonden. Daarin vormden zich variërende eenheden onder respectievelijk Keltisch-Germaanse, en Romeinse invloeden. Vervolgens evolueerden zij onder impuls van de kerstening mee in grotere imperiums met een toenemend feodale structuur. De opkomst van de steden zorgde voor toename in rijkdom, maar ook verschuiving van de macht en versplintering. Pogingen tot centralisatie wisselden af met tendensen tot autonomie.

Klik op een jaartal hieronder om het scrollen te beperken

-2000 -1000 -500 0 250 500 750 1000 1100 1200 1300 1350 1400 1450 1500 1520 1550
1575 1600 1625 1650 1675 1700 1725 1750 1775 1800 1825 1850 1900 1925 1950 1975 2000
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn - Bibliografie



Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Geschiedenis van België

Tijdlijn - Bibliografie


Pieter Bruegel d. Ä. 093.jpg

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, Pieter Bruegel de Oude, 1565

..Naar voormalige koloniën

Portaal  Portaalicoon  België
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Voorafgaande perioden[bewerken]

Tijdlijn van de opkomst van steden en vorstendommen met Vlaanderen als territoriale leider[1] (925-1384)[bewerken]

907[bewerken]

910[bewerken]

  • De Noormannenhoofdman Rollo wordt verslagen bij Auxerre en trekt zich terug richting Chartres. De bisschop van deze stad vraagt om hulp, en koning Karel de Eenvoudige stelt voor om Rollo het gebied rond Rouen aan te bieden om zich te vestigen.
Reconstructieschets van de Abdij van Cluny
De twee overgebleven torens van de kloosterkerk van Cluny.

911[bewerken]

  • Koning Karel de Eenvoudige, ook de Simpele, bereikt bij Saint-Clair-sur-Epte een overeenkomst met Noormannenhoofdman Rollo. Deze wordt graaf van de Noormannen, laat zich dopen en zweert de eed als leenman van de koning. Hij krijgt daarvoor het gebied tussen het Kanaal en de rivieren Epte, Eure en Dives. Dit is de kern van het latere hertogdom Normandië.
  • Lodewijk het Kind overlijdt. Hij is de laatste Karolinger in Oost-Francië, maar er is geen sprake van dat de Karolingse West-Frankische koning Karel de Eenvoudige de macht overneemt, de rijkseenheid is voorbij. Hoewel Oost-Francië ook uiteen had kunnen vallen in de vier stamhertogdommen Franken, Saksen, Beieren en Zwaben, kiezen de rijksgroten Koenraad, de hertog van Franken, die echter alleen over zijn eigen gebied reële macht heeft. In Lotharingen kiest men er echter wel voor om zich onder Karel de Eenvoudige te scharen.

918[bewerken]

  • Met zijn harde en gewelddadige politiek en zijn strijd tegen de Vikingen heeft Boudewijn II van Vlaanderen in de jaren na 900 zijn positie en die van zijn graafschap veilig gesteld. De laatste periode van zijn bewind tot aan zijn dood in 918 is rustig verlopen. Boudewijn wordt begraven in de abdij van Sint-Bertinus (maar na de dood van zijn vrouw in 929 bijgezet in de Sint-Pietersabdij van Gent.)
  • De Vikingen vallen Bretagne binnen.

920[bewerken]

922[bewerken]

  • Karel de Eenvoudige laat op 15 juni een akte opmaken in Pladella Villa, waarin hij graaf Dirk I "Hollant ende die kerck t'Egmonde met haren toebehoren" schenkt, als dank voor zijn steun bij een opstand van zijn vazallen. Egmond ligt ten noorden van de bezittingen die hij van Gerolf heeft gekregen en sluit daar dus uitstekend op aan. Kort hierna sticht hij er de Abdij van Egmond. Pladella Villa was gelegen op het grondgebied van Bladel en Netersel, zodat hier de wieg van het gewest Holland heeft gestaan.
Historische kaart 919-1125.

923[bewerken]

925[bewerken]

  • Na in 922 Karel de Eenvoudige al uit Lotharingen te hebben verdreven, lijft Hendrik de Vogelaar ook Holland, Kennemerland en Texel als onderdeel van Lotharingen in. De band van dit deel van de Lage Landen met het Duitse rijk zal officieel tot 1648 blijven bestaan.
  • Antwerpen wordt tussen 923 en 927 bij Oost-Francië ingedeeld en is tegelijkertijd hoofdplaats van de pagus Rien. De Schelde fungeert als grensrivier tussen West-Francië, (Frankrijk) (linkeroever) en Oost-Francië (Duitsland) (rechteroever).
  • Koning Giselbert II van Maasgouw, lekenabt van een aantal grote abdijen, moet zijn soevereiniteit overdragen aan de Duitse vorst Hendrik de Vogelaar. Hij ontvangt het in leen terug als Hertogdom Lotharingen.
  • Na de dood van aartsbisschop Seulfus van Reims weet koning Rudolf I zijn vijfjarig zoontje op de aartsbisschoppelijke troon te zetten. Hij breidt daarmee zijn macht aanzienlijk uit.

927[bewerken]

932[bewerken]

Wapen van Vlaanderen

936[bewerken]

938[bewerken]

939[bewerken]

942[bewerken]

944[bewerken]

  • Otto I stelt zijn broer Bruno de Grote aan als hertog van Lotharingen. Deze is ook aartsbisschop van Keulen en kan als geestelijke niet trouwen, waardoor Otto niet hoeft te vrezen dat Bruno een eigen dynastie zal vestigen, zoals in andere delen van zijn rijk gebeurt. Die benoeming legt de basis van het Ottoonse stelsel, waardoor de Duitse koning in vergelijking met de koningen van omringende landen - die vaak slechts werkelijke macht bezitten in een klein gebied, terwijl hun vazallen dynastieën stichten - veel invloed kunnen uitoefenen.
  • Eerste vermelding van het Drentse esdorp Amen.

~950[bewerken]

  • Er wordt tol op het handelsverkeer op de Schelde geheven, hetgeen aantoont dat de stad Antwerpen onder controle is van het hoogste gezag, dat van keizer Otto I (de Grote). Door hem en zijn opvolgers wordt de versterking van Antwerpen verder omgevormd tot burcht, met een prestigieuze Walburgakapel en een indrukwekkende stenen muur die aangelegd wordt rond het jaar 1000.
  • De Wachtendonckse Psalmen zijn een vertaling uit het Latijn naar het Oud-Oostnederfrankisch.
  • Aanvankelijk op kleine schaal beginnen ontginningen in de enorme veengebieden in Holland en rond Utrecht.

953[bewerken]


956[bewerken]

959[bewerken]

962[bewerken]

963[bewerken]

964[bewerken]

966[bewerken]

  • Stichting van het Benedictijnse klooster op de Mont-Saint-Michel in Frankrijk. Burgers komen er op het rotseiland wonen.
  • In een schenkingsacte van keizer Otto I aan het Sint-Pantaleonsklooster te Keulen wordt het eiland Urk voor het eerst vernoemd.

967[bewerken]

968[bewerken]

  • Het Gooi wordt overgedragen aan de Abdij te Elten.
  • Otto I wordt bij Bari verslagen door de Byzantijnen.
  • juni - Het gezantschap van Liutprand van Cremona aan het Byzantijnse hof wordt een mislukking. Nicephorus II Phocas weigert de zoon van Otto met een Byzantijnse prinses te laten trouwen.
  • Otto I organiseert de evangelisatie onder de Saksen en sticht het aartsbisdom Maagdenburg en de bijbehorende bisdommen Meissen, Merseburg en Zeitz met het oogmerk de Slaven van het Elbe-gebied te bekeren.

970[bewerken]

Groen: Neder-Lotharingen na 977

~975[bewerken]

978[bewerken]

979[bewerken]

  • Otto II opent een politieke tegenaanval door Karel, de broer van de Roomse koning Lotharius III, tot tegenkoning van West-Frankenland uit te roepen. Deze aanval mislukt, omdat Karel niet door de adel en de kerkvaders in West-Francië wordt gesteund. Otto II en Lotharius III sluiten daarop vrede.

983[bewerken]

987[bewerken]

993[bewerken]

996[bewerken]

998[bewerken]

  • Volgens sommige bronnen wordt het Keltische Samhain-feest door de abt van Cluny gekerstend.

~1000[bewerken]

Het belfort, symbool van de Gentse stedelijke macht
Spreiding van belforten wijst de eerste steden aan in de Lage Landen.
  • Een deel van Friesland wordt geclaimd door de graaf van Holland.
  • Door keizer Otto I (de Grote) en zijn opvolgers wordt de versterking van Antwerpen verder omgevormd tot burcht, met een indrukwekkende stenen muur.
  • Vanaf het jaar 1000 is Gent gedurende honderden jaren de grootste stad van de Nederlanden (tot rond 1550). Het is dan groter dan Londen of Keulen.
  • Oude vermeldingen van Ieper gelden als "Iprensis" en "Ipera". De naam zou afkomstig zijn van de het riviertje de Ieperlee, vroeger Ieper genoemd. Reeds vroeger zou zich hier een domein en bedehuis bevonden hebben. De Ieperlee vormt een waterweg in noordelijke richting naar de zee.
  • In Denemarken, Pruisen en Rusland aangetroffen munten van [[[Arnoud II van Angoulême|rnold II]] en van [[[Boudewijn IV van Vlaanderen|oudewijn IV]] tonen aan dat Vlaanderen al aan het eind van de 10e eeuw met de Arabische kooplieden van de Oostzee in betrekking staat.[2]

1001[bewerken]

1003[bewerken]

Geerberga (links) en Lambertus (rechts), graaf en gravin van Leuven 1003-1015

1004[bewerken]

1005[bewerken]

1006[bewerken]

  • Ene Godefridus is net als het jaar hierop als prefectus belast met de kustverdediging. Hoewel hij niet veel kan uitrichten tegen de Vikingen, stoppen de aanvallen uiteindelijk, waarschijnlijk onder andere doordat zij overstappen op het christendom. Een andere oorzaak kan het groeiende potentieel van de bevolking in Europa zijn.
  • Tiel wordt door de Noormannen geplunderd.
  • Poppo treedt in bij de benedictijnen in het klooster Saint-Thierry in Reims. Tot de kloosters die hij tien jaar later zal gaan leiden, behoren die in Atrecht, Trier, Limburg, Echternach en Sankt-Gallen.
  • Liudolf van Brunswijk krijgt zeggenschap over de Friese gouwen Zuidergo, Oostergo en Westergo, die gezamenlijk het Graafschap Midden-Friesland vormen.

1007[bewerken]

1008[bewerken]

Antwerpen, Grote Markt
  • De stad Antwerpen krijgt haar eigen stadszegel.
  • Mechelen wordt voor het eerst genoemd in een nog bestaande oorkonde als Machlines.

1010[bewerken]

1012[bewerken]

1013[bewerken]

  • Brabant vecht het stadsrecht van Hoegaarden aan om een versterking te bouwen.
  • Op 10 oktober komt hertog Lambert van Brabant in botsing met prinsbisschop Balderik II van Luik in de Slag bij Hoegaarden. Robrecht II van Namen verleent hulp aan de hertog van Brabant (de schoonbroer van zijn moeder) in zijn strijd tegen Balderik II van Luik. Robert neemt daarbij graaf Herman van Verdun (broer van Godfried III van Lotharingen) gevangen, wat de toorn oproept van keizer Hendrik II. Door tussenkomst van zijn moeder, Ermengarde, wordt de gevangene vrijgelaten en herwint Robrecht het vertrouwen van de keizer.

1014[bewerken]

  • 14 februari - Paus Benedictus VIII kroont Hendrik II tot keizer. Hendrik II richt vele scholen op, verdedigt de rijksgrenzen, en beijvert zich om vrede te stichten en de kerk tot ontwikkeling te brengen.
  • De Geloofsbelijdenis van Nicea wordt voor het eerst op verzoek van keizer Hendrik II toegevoegd aan de katholieke mis samen met het filioque. Voorheen werd het credo in het geheel niet gebruikt in de liturgie.[3]
  • 28 september - De kust wordt zwaar getroffen door een stormvloed, met grote schade en vele doden als gevolg. In Zeeland bouwt men vliedbergen om als mottekasteel te fungeren, in Friesland legt men dijken aan.

1015[bewerken]

1017[bewerken]

Domtoren Utrecht
  • De dom van Utrecht, de enige als kathedraal gebouwde kerk in het noorden, wordt vernietigd door brand.

1018[bewerken]

1020[bewerken]

De kathedraal van Chartres (Cathédrale Notre-Dame de Chartres).

1021[bewerken]

1022[bewerken]

1024[bewerken]

Grondgebied van het Sticht Utrecht

~1025[bewerken]

  • Katharen worden verbrand in Turijn, Toulouse en Aquitanië.
  • De laatste eland wordt in Nederland gejaagd.

1027[bewerken]

1031[bewerken]

1032[bewerken]

1039[bewerken]

  • Hendrik III wordt koning van het Heilige Roomse Rijk.

1041[bewerken]

1044[bewerken]

1046[bewerken]

Dirk IV, Graaf van Holland
  • Hendrik III, koning sinds 1039 wordt door de paus tot keizer gekroond.
  • Boudewijn V van Vlaanderen palmt het gebied tussen de Schelde en de Dender in. De westgrens wordt vanaf nu de Dender en de steden op deze rivier moeten het nieuw verworven gebied beschermen.
  • Keizer Hendrik III dwingt Dirk IV van Holland afstand te doen van het door hem veroverde gebied. De keizer kan zich echter niet handhaven en moet zich terugtrekken, waarna Dirk de bisdommen Utrecht en Luik begint te plunderen. Bovendien sluit hij een verbond met Godfried met de Baard, de hertog van Opper-Lotharingen en de graven van Vlaanderen en Henegouwen. Hierop volgt het jaar daarop een tweede strafexpeditie waarbij de keizer Vlaardingen en de grafelijke burcht te Rijnsburg verovert. De burcht wordt geheel verwoest. Tijdens de terugtocht lijdt de keizer echter grote verliezen, waardoor Dirk's bondgenoten nu ook openlijk tegen de keizer in opstand komen
  • Wegens Boudewijns aansluiting bij de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen worden hem zijn Duitse rijkslenen ontnomen, meer bepaald de mark Valenciennes.

1047[bewerken]

Kathedraal van Sint Michiel en Sint Goedele.

1049[bewerken]

~1050[bewerken]

  • Halfweg de 11e eeuw worden heel wat onontgonnen gebieden tot landbouwgrond omgewerkt, dijken gebouwd en gebieden ingepolderd. Het landbouwgebied breidt zich snel uit. Dat wordt nog eens versterkt onder invloed van monniken, zoals cisterciënzen en premonstranten, die volgens hun regel dit soort werk op zich nemen om voor eigen landbouw te kunnen zorgen. Zij zijn vooral in het kustgebied van Vlaanderen, Zeeland en Friesland actief in de strijd tegen de zee en bouwen zowel in de polders als aan de kust zelf dijken, waarmee gaandeweg ook meer land op de zee wordt veroverd. Door grachten en sloten te graven kan het grondwaterpeil voldoende dalen om op het drooggekomen land vee te laten grazen, vooral schapen. De Friezen zijn in dit werk baanbrekend. Als vrije mannen kunnen de kolonisten van het nieuwe land overal dijken en grachten aanleggen. Pas later zullen heren die zich als eigenaars van het gebied beschouwen regels opleggen en pachtgeld heffen.
  • Vanaf nu breekt een periode van economische groei aan, vooral in de Lage Landen van Noordwest-Europa. Het betreft voornamelijk Champagne, Vlaanderen en Brabant. Belangrijk is de handel in het Vlaamse laken. De jaarmarkten zorgen voor veel handel, die ook buitenlandse kooplieden aantrekt. De mensen verenigen zich in een Hanze en gildes. Op deze manier ontstaan de Vlaamse Hanze, de Hanze der XVII steden en de Duitse Hanze.
  • Mathilde van Vlaanderen trouwt rond 1051 met Willem de Veroveraar en wordt al snel een van zijn belangrijke adviseurs. In 1059 sticht ze de Abbaye-aux-Dames te Caen. Hun huwelijk helpt Willem niet alleen aan Vlaamse steun voor de inval in Engeland (in 1066) maar ook rust Mathilde van eigen geld een schip uit voor de invasievloot.

1054[bewerken]

1057[bewerken]

1058[bewerken]

1060[bewerken]

  • 4 augustus - Onder het regentschap van Anne van Kiev Volgt Filips I zijn vader op als koning van Frankrijk.

1061[bewerken]

Komeet Halley
  • 24 april - Komeet van Halley wordt waargenomen. De middeleeuwers hadden verwacht dat in het jaar 1000 de messias zou weerkeren. Nu dat op zich laat wachten treedt bij het volk een sfeer van wanhoop en gelatenheid in. Maar er heerst ook al geruime tijd wrevel, nervositeit en ridderstrijd, die deels gekanaliseerd zal worden in het plan voor een kruistocht, waartoe de paus begint op te roepen. Het motief is een vals gerucht als zouden de Moren de toegang tot Jeruzalem belemmeren. Paus Gregorius VII, voormalige abt van Cluny, wil echter vooral Constantinopel veroveren.
  • Floris I van Holland wordt opgevolgd door Dirk V van Holland als graaf van Holland.

1064[bewerken]

1066[bewerken]

Willem I afgebeeld op het tapijt van Bayeux

1067[bewerken]

1068[bewerken]

Mathilde van Vlaanderen, hertogin van Normandië en koningin van Engeland.
  • Met pinksteren wordt Mathilde van Vlaanderen tot koningin van Engeland gekroond in Westminster Abbey. Mathilde regeert bij afwezigheid van Willem in zijn naam, waarbij Mathilde steeds in Engeland is als Willem in Normandië is en omgekeerd.

1070[bewerken]

1075[bewerken]

1076[bewerken]

De mark Antwerpen (1477)

1077[bewerken]

  • De excommunicatie van keizer Hendrik IV wordt opgeheven na zijn tocht naar Canossa, waar hij voor paus Gregorius VII neerbuigt.
  • Geleidelijk organiseert zich in alle steden van de Lage Landen de commune (communitas, corporatio of universitas) onder leiding van het patriciaat.
  • Wanneer bisschop Geeraard II de stad uit moet om Hendrik V te ontmoeten, maken de burgers van Kamerijk zich achter zijn rug meester van de poorten en roepen de heerschappij over de gemeente uit. Dergelijke pogingen blijken ook in Maastricht en in Luik te zijn ondernomen. Er breekt een periode aan van stedelijk verzet tegen de vorsten.

1082[bewerken]

1084[bewerken]

1086[bewerken]

De Benedictijnenabdij van Affligem.

1088[bewerken]

Zegel van de eerste universiteit.

1089[bewerken]

Godfried van Bouillon

1093[bewerken]

1094[bewerken]

Grote markt van Arras.

1095[bewerken]

1096[bewerken]

Het volk trekt op kruistocht

1099[bewerken]

~1100[bewerken]

1101[bewerken]

  • Hendrik de Vette van Northeim wordt door keizer Hendrik IV beleend met de Friese gebieden nadat in 1099 bisschop Koenraad van Utrecht door een Friese koopman is gedood. Voor de graafschappen Stavoren, Westergo en Oostergo deed dit waarschijnlijk te veel denken aan de tijd van de Brunonen. Hoewel hij in Stavoren aanvankelijk vriendelijk ontvangen wordt, vermoedt Hendrik een list en vlucht, waarna hij door Friese schippers gedood wordt. In de periode hierna wordt het gebied betwist door de graven van Holland - Dirk VI trouwt met Sophie, een kleindochter van Hendrik de Vette - en de bisschoppen van Utrecht die echter geen permanente macht uit kunnen oefenen. Geholpen door landschappelijke omstandigheden is er geen sprake van een landsheerlijk gezag. Het gebrek hieraan zorgt voor een voortdurende strijd tussen herenboeren.
  • Limburg verandert van graafschap in hertogdom.

1104[bewerken]

  • Keizer Hendrik V versterkt de Burcht van Antwerpen. De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter.

1105[bewerken]

  • Bisschop Burchard van Utrecht wijdt de kapittelkerk van Zutphen, welke graaf Otto van Zutphen na oorlogsverwoesting liet wederopbouwen, in en wijdt het godshuis aan Walburga.
  • Hendrik I van Engeland stuurt een vloot naar Normandië om een eind te maken aan het gestook van zijn broer Robert.

1106[bewerken]

1108[bewerken]

1109[bewerken]

1111[bewerken]

1112[bewerken]

1113[bewerken]

  • Bisschop Frederik I van Bremen sluit een verdrag met priester Heinricus en een groep kolonisten. In het verdrag worden zij Hollanders genoemd, als eersten in de geschiedenis. In de periode daarna vestigen zich nog regelmatig Hollanders in Noord-Duitsland om grond te ontginnen.

1114[bewerken]

1115[bewerken]

Bernard ontvangst melk uit de borsten van de Maagd Maria. De scène is een legende die zich naar verluidt zou hebben afgespeeld in de Dom van Speyer in 1146.

1117[bewerken]

  • Dünnwald bij Keulen (aan de overkant van de Rijn) wordt tot parochie verheven; tegelijk staat de Keulse bisschop toe er een klooster van reguliere koorheren te vestigen.

1118[bewerken]

1119[bewerken]

1120[bewerken]

Interieur van de basiliek La Madeleine in Vézelay, gewijd aan Maria Magdalena.
  • De jonge Boudewijn IV van Henegouwen volgt onder voogdijschap van zijn moeder Yolanda van Gelre zijn vader op als graaf van Henegouwen.
  • De Abdijkerk van Vézelay gaat in vlammen op. Zo'n duizend pelgrims die zich op weg naar Santiago de Compostella verzameld hadden komen om het leven. Er wordt snel besloten te gaan bouwen aan een nieuwe basiliek.
  • Homoseksualiteit wordt quam faciens tam patiens -zowel de actieve als de passieve partij- bestraft met de brandstapel, tenzij de passieve partij te jong of te oud is en aannemelijk gemaakt kan worden dat er sprake was van dwang.

1122[bewerken]

1123[bewerken]

1124[bewerken]

1125[bewerken]

1127[bewerken]

Middeleeuws reliëf, waarop de moord op Karel de Goede is uitgebeeld.

1128[bewerken]

1129[bewerken]

1132[bewerken]

1133[bewerken]

1134[bewerken]

  • 4 oktober - Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland worden zwaar getroffen door een watersnood. Deze maakt veel ontginningen ongedaan. Vlaardingen raakt geïsoleerd, maar het Zwin is vergroot en Brugge wordt via die zeearm juist beter bereikbaar vanuit de Noordzee. In plaats van getijdenvaart kunnen de grotere schepen, vooral de kogge (afgeleid van het vikinschip), nu tot dicht bij Brugge varen.
  • Vanuit vele richtingen worden initiatieven ontplooid voor dijkenbouw en waterschappen en hoogheemraadschappen opgericht.
  • Als gevolg van die bedijkingen is de zeearm van het Zwin gaan verlanden. Door verdere aanslibbing en verzanding is er op vandaag niet veel meer dan een strandgeul met achterliggende slufter van over.
  • De Abdij van Berne in Gelderland wordt gesticht als canonie samen met de priorijen in Hierden en Tilburg en is onderdeel van de Brabantse circarie.

1135[bewerken]

1139[bewerken]

1141[bewerken]

De Friezenkerk gezien vanaf de koepel van de Sint-Pietersbasiliek.

1145[bewerken]

  • Begin van de bouw van de Kathedraal van Chartres. Door een brand in 1194 is daar echter weinig meer van over.
  • Bernard van Clairvaux wordt naar Zuid-Frankrijk gestuurd om de Katharen te overtuigen zich terug bij de Katholieke Kerk aan te sluiten. Zijn preken vinden geen gehoor. Hij wordt zelfs enkele malen door de plaatselijke bevolking uitgejouwd.

1146[bewerken]

1150[bewerken]

  • Hendrik van Veldeke (ook: He(y)nric van Veldeke(n), Duits Heinrich von Veldeke, voor of omstreeks 1150 – na 1184) is de eerste volkstalige schrijver van de Lage Landen die we bij naam kennen. Vermoedelijk behoorde Veldeke tot een geslacht van ministerialen, (onvrije lagere edelen). Het bestaan van dit geslacht wordt in oorkonden van de dertiende eeuw vermeld. Uit het feit dat hij in zijn werken Latijnse bronnen heeft gebruikt, blijkt dat hij een goede opleiding heeft genoten.
  • Brabant, tussen Schelde en Maas in gelegen, is langer dan de naburige gewesten een streek met uitsluitend landbouwende bevolking gebleven. Het begint rond het midden van de 12e eeuw in de ontwikkelingsbeweging te delen, wanneer een steenweg tussen Brugge en Keulen wordt aangelegd.

1157[bewerken]

1160[bewerken]

  • De stad Grevelingen wordt versterkt. De plaats is belangrijk geworden dankzij graaf Diederik van de Elzas, die hier een haven sticht. Deze zal lange tijd als voorhaven voor Sint-Omaars dienen via de gekanaliseerde Aa en een thuishaven zijn voor een vloot van haringvissers en een aanvoerhaven van zout, wijn en fruit.

1163[bewerken]

De Notre-Dame van Parijs in vroege Gotiek.
  • 21 december - Sint-Thomasvloed, door de enorme kracht van de stormwind wordt het water van de Oude Rijn bij de toch al verzande monding bij Katwijk teruggedreven in de rivier. Hierdoor lopen de polders van eerst Holland en later Utrecht onder water.
  • In opdracht van bisschop Maurice de Sully wordt in Parijs een begin gemaakt met de bouw van de Notre-Dame van Parijs, die in 1285 voltooid zal worden.
  • Concilie van Tours.

1164[bewerken]

1165[bewerken]

1167[bewerken]

1168[bewerken]

  • Er wordt een dwarsdam aangelegd in de Zwinbedding, die zijn naam aan de stad Damme zal verlenen.

1171[bewerken]

Locatie van het Creiler Woud omstreeks het jaar 1000. Exacte grenzen van het bos zijn onbekend.

~1175[bewerken]

Hendrik van Veldeke, zoals afgebeeld in de 14e-eeuwse Codex Manesse

1179[bewerken]

1180[bewerken]

Het Gravensteen

1182[bewerken]

1183[bewerken]

1184[bewerken]

Evangeliarum uit Maasland.

1185[bewerken]

1187[bewerken]

Onthoofding van Reinoud van Châtillon

1188[bewerken]

  • Bredevoort komt voor het eerst voor op de lijst met bezittingen van de aartsbisschop van Keulen van dit jaar, die drie aandelen van het kasteel Bredevoort bezit.
  • Haaksbergen wordt gesticht.

1190[bewerken]

1191[bewerken]

1192[bewerken]

Luik (tweede helft 14e eeuw).

1194[bewerken]

  • De kathedraal van Chartres wordt verwoest door brand. Begin van de bouw van de huidige kathedraal (tot 1220), het grootste en hoogste bouwwerk dat het Westerse christendom tot dan toe had voortgebracht.

1195[bewerken]

1196[bewerken]

1197[bewerken]

1199[bewerken]

1200[bewerken]

Het Steen
  • Notariële registers van Milaan en Genua (bijgehouden vanaf ca. 1200) tonen transacties van Vlaamse kooplieden omtrent verschillende soorten Vlaamse weefstoffen aan.
  • In Artesië richt men de Hanze der XVII steden op om de doorvoer van producten via de jaarmarkten van Champagne te garanderen en vooral de export van laken te bevorderen.
  • Naar het voorbeeld van de jaarmarkten in de Champagnestreek wordt de jaarmarkt "Brugghemarct" van Brugge bekrachtigd door het charter van Boudewijn IX. Brugge groeit uit tot de belangrijkste haven in Noordwest-Europa en is in de 14e en 15e eeuw een wereldmarkt.
  • De Vlaamse Hanze van Londen wordt in het begin van de 13e eeuw opgericht. Ze is interstedelijk van karakter en gericht op de handel met Engeland en Schotland. Ze staat onder leiding van Brugge en Ieper. Als tegen het einde van de 13e eeuw de handel in Vlaanderen in het algemeen terugloopt, raakt deze Hanze in verval
  • De invloed van Frankrijk, dat zich vooral vanaf 1200 steeds meer tot het welvarende graafschap Vlaanderen aangetrokken voelt, neemt toe.
  • Het Steen, de voormalige ringwalburg, wordt gebouwd vanaf dit jaar tot aan 1225.
  • Lodewijk VIII van Frankrijk trouwt op 12-jarige leeftijd met Blanche van Castilië.
  • De stad Borgloon krijgt een tweede omwalling rondom de burcht.
  • De Kogge doet voor het eerst haar intrede, oorspronkelijk ontwikkeld uit het Vikingschip.
"Santa Lutgarda" door Francisco Goya, 1787. Monasterio de San Joaquín y Santa Ana, Valladolid.

1202[bewerken]

1203[bewerken]

De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk

1204[bewerken]

1205[bewerken]

1207[bewerken]

1208[bewerken]

1211[bewerken]

Onze-Lieve-Vrouw-kathedraal van Reims

1212[bewerken]

1213[bewerken]

1214[bewerken]

Horace Vernet : De Slag bij Bouvines

1215[bewerken]

Begijnhof van Brugge. De gravinnen zorgen voor veiligheid en opvoeding van jonge vrouwen in een vredige omgeving.
  • In Straatsburg worden zo'n 80 ketters verbrand.[4]
  • Tussen 1205 en 1278 leveren de twee elkaar opvolgende Vlaamse gravinnen Johanna en Margaretha van Constantinopel impulsen en middelen voor het oprichten van begijnhoven in een periode van relatieve vrede en voorspoed. Zij verlenen ook steun aan de lagere klasse. Door toedoen van weldoeners zoals plaatselijke heren, graven of hertogen, verkrijgen de begijnen grond of enkele huizen waar ze zich kunnen vestigen, weliswaar onder toezicht van de plaatselijke parochiepriester.
  • Augustijner biograaf van Maria van Oignies, Jacob van Vitry, noteert het ontstaan in de Lage Landen van de eerste begijnhoven als infrastructuur voor een samenwerkingsverband van ‘heilige vrouwen’ op hun instigatie en inspiratie. Speciale aandacht gaat ook naar feesten van de ‘Heilige Drievuldigheid’ en het ‘Heilig Sacrament’ (de sacrale communie), dat overigens zijn ontstaan te danken heeft aan de Luikse begijn-kluizenares Juliana van Mont-Cornillon.

1216[bewerken]

1217[bewerken]

1219[bewerken]

  • Overstromingen na een storm op 16 januari veroorzaken de dood van duizenden mensen in Noord-Nederland.

1223[bewerken]

De groei van de huismacht van de Franse koning onder Filips II

1224[bewerken]

1226[bewerken]

1227[bewerken]

Duitstalige kaart van de zuidelijke Nederlanden in 1250. Loon (Looz) in het geel

1229[bewerken]

1230[bewerken]

1231[bewerken]

1232[bewerken]

1234[bewerken]

1235[bewerken]

1240[bewerken]

1241[bewerken]

1242[bewerken]

1244[bewerken]

Katharen worden verbannen uit Carcassonne

1247[bewerken]

1248[bewerken]

  • 12 januari - Hertog Hendrik II van Brabant verleent op zijn sterfbed aan zijn onderdanen het eerste algemeen landsprivilegie voor Brabant, waarbij hij onder meer rechtszekerheid belooft. Het is ook bedoeld om de opvolging door zijn nog jonge zoon Hendrik III in de ogen van zijn onderdanen te vergemakkelijken.
  • 15 augustus - Begin bouw van de Dom van Keulen.
  • Start van de bouw van de Ridderzaal (Den Haag) door graaf Willem II. Hij belegert Aken gedurende zes maanden, waarna hij zich in dezelfde stad als Karel de Grote tot Rooms koning laat kronen. In 1256 zou hij zelfs tot keizer gekroond worden, maar voordat de kroning kan plaatsvinden, wordt hij gedood bij Hoogwoud terwijl hij tegen de Westfriezen optrekt.
  • De Zuiderzee ontstaat door het binnenstromen van zeewater in het Flevomeer na duinbreuken.
  • Start van de Zevende Kruistocht onder leiding van Lodewijk IX de Heilige.

~1250[bewerken]

Hadewijchs 1e strofische gedicht (lied): Ay al es nu die winter cout / cort die daghe / ende die nachte langhe. Handschrift Gent, UB, 941, f. 49r.
  • De werken van Hadewijch van Antwerpen worden geschreven in een Brabantse variant van het Middelnederlands. Naar alle waarschijnlijkheid was zij een begijn. Brabant strekt zich in die tijd verder uit dan de grenzen van de provincies Noord-, Vlaams- en Waals-Brabant in België en Nederland: ook de Belgische provincie Antwerpen maakt deel uit van het Brabant van Hadewijchs tijd. Hadewijch is zowel met Latijnse theologische teksten als met een overwegend Franse traditie van minneliederen (chansons) vertrouwd: voor een vrouw is dat in die tijd op zich al uitzonderlijk, en enkel denkbaar in milieus met financiële armslag. In de Lijst der volmaakten noemt zij een begijn die door een inquisiteur vermoord is. Ook Van den vos Reynaerde wordt rond deze tijd geschreven door ene Willem.
  • 8 februari - Zevende Kruistocht: Robert I van Artesië, broer van koning Lodewijk IX van Frankrijk, sneuvelt met een groot aantal Tempeliers in een overmoedige aanval op Caïro. De plaats van de veldslag zal later El-Mansoera worden genoemd.
  • De Westfriese Omringdijk wordt voltooid. De 126 kilometer lange dijk die om West-Friesland loopt, moet het land beschermen tegen de Noordzee en de Zuiderzee.
  • De bisschop van Utrecht is de bouwheer/eigenaar van de stoomkorenmolen, de Bisschopsmolen, in Oldenzaal.
  • Vlaanderen geniet een speciale status binnen het Franse koninkrijk: het is weliswaar in naam afhankelijk van Frankrijk, maar voert sinds graaf Boudewijn II een onafhankelijke koers (einde 9e eeuw). Economisch is het immers veel meer afhankelijk van de handel met Engeland, voornamelijk door de wolhandel. Het feodale systeem is al lang ondermijnd sinds de opkomst van de macht van de drie grote Vlaamse steden Brugge, Gent en Ieper.
Hanzesteden en handelsroutes
  • Aanvankelijk voeren veel schepen tussen Brugge en Noord-Duitsland binnenduins, wat voor de kleine schepen veiliger was. Vanaf 1250 begint de Ommelandvaart, waarbij men Jutland rondt op weg naar de Oostzee.

1251[bewerken]

1252[bewerken]

1253[bewerken]

1256[bewerken]

1261[bewerken]

  • De joodse gemeenschap in Antwerpen wordt voor het eerst vermeld in het 'testament', een voorloper van de hertogelijke oorkonden of constituties, van Hendrik III van Brabant. Zijn wil is dat Joden die zich schuldig maken aan leen- en woekerpraktijken volledig zouden worden uitgeroeid.

1263[bewerken]

1266[bewerken]

Vreemde volkeren in Der naturen bloeme (Jacob van Maerlant) .

1267[bewerken]

1269[bewerken]

1270[bewerken]

  • Jacob van Maerlant schrijft aan de vertaling/bewerking van de Historia scholastica van Pierre le Mangeur alias Petrus Comestor († 1179), een toonaangevend handboek Bijbelse geschiedenis (lett. heilsgeschiedenis voor de schoolbanken), dat gebruikt wordt aan de theologische faculteit te Parijs, en voltooit deze "Rijmbijbel" het jaar daarop op 25 maart.
  • 1 september - Gravin Margaretha II van Vlaanderen laat beslag leggen op alle bezittingen van Engelse kooplieden vanwege achterstallige betalingen van een beursloon dat al rond 1066 was aangegaan door de Engelse koningen.
  • 24 september - Hendrik III van Engeland reageert op de gebeurtenissen in Vlaanderen door de Vlaamse handelaren in Engeland te arresteren en hun goederen en schepen in beslag te nemen. Hoewel vele handelaren vlak daarvoor het land hebben verlaten, zijn de gevolgen ernstig, doordat het embargo voor de Vlaamse kooplieden duurt tot 1274, met moeilijkheden tot 1278.
  • Na het Engels-Vlaams handelsconflict van 1270-1274 wordt de "Londense Hanze" in Brugge uitgebreid met verschillende steden tot de "Vlaamse Hanze van Londen".

1275[bewerken]

1276[bewerken]

1277[bewerken]

Dollard

1278[bewerken]

1280[bewerken]

Gewelf in de Mariakerk van Krewerd.
  • De romanogotische Mariakerk van Krewerd wordt gebouwd in Groningen.
  • Grote overstromingen hebben plaats in Noord-Nederland en leiden tot het ontstaan van de Lauwerszee.
  • De Gooise boeren krijgen van graaf Floris V de gebruiksrechten over de woeste (onontgonnen) Gooise gronden, bestaande uit heide, bos, en stuifduinen.
  • Brugge kent als handelscentrum haar grootste bloei tussen 1280 en 1480. In deze periode verblijft er een bont gezelschap van vreemde kooplui met meestal een eigen natiehuis en pakhuizen. Als meest zuidelijke kantoor van de Duitse Hanze (zie Hanzekantoor van Brugge), wordt Brugge de belangrijkste en meest zuidelijke handelsvestiging in het buitenland. Het fungeert daardoor als draaïschijf voor de handel tussen Zuid- en Noord-Europa.
  • Het [[[Antagonisme (politiek)|ntagonisme]] tussen de klassen van de steden en die van de adel en de vorsten neemt in deze eeuw scherpe vormen aan met hevige botsingen in Brugge (de "Moerlemaaie") en Ieper (de "Kokerulle"), terwijl in Gent na een vinnige strijd met de ambachten de XXXIX schepenen door Gwijde van Dampierre worden afgezet. Die stappen daarop voor beroep naar het Parlement van Parijs.

1281[bewerken]

1282[bewerken]

1283[bewerken]

1287[bewerken]

1288[bewerken]

1289[bewerken]

  • Limburg maakt voortaan deel uit van het hertogdom Brabant. Een contingent van Keulse burgers vecht mee aan de kant van de hertog van Brabant, de vijand van de prins-bisschop van Keulen. Dankzij de nederlaag van de aartsbisschop kan de stad zich van diens heerschappij bevrijden en in feite een onafhankelijke stadstaat worden middenin de rest van het keurvorstendom Keulen, dat onder het gezag van de aartsbisschop blijft. Die aartsbisschop zal voortaan zijn zetel hebben te Bonn.

1294[bewerken]

  • Edward I wijst Dordrecht aan als wolstapel. Alle export van Engels wol en laken moet daarheen gaan, zodat de koning controle heeft voor zijn belastingheffing.
  • Op 3 mei overlijdt hertog en dichter Jan I van Brabant.

1296[bewerken]

1297[bewerken]

1298[bewerken]

Detail van een Brugs stadsplan van Marcus Gerards (1562) met rechtsonder de Grote Markt met onder meer de Waterhalle en het belfort met stadshallen.
  • Het Zwin verzandt geleidelijk. Rond de vaargeul worden daarom verschillende havens gesticht, zoals Muide (bij de monding van het Zwin, cf. Sint Anna ter Muiden), Hoeke (dichter bij Damme), Monikerede en Lamminsvliet (vanaf 1303 bekend onder de naam Sluis), om mogelijk te maken dat Brugge nog steeds handel kan drijven.
  • Eduard I van Engeland trekt zijn hulptroepen uit Vlaanderen terug.

1299[bewerken]

Topografische kaart van het graafschap Vlaanderen aan het einde van de 14e eeuw met de grens van het Heilige Roomse Rijk in het rood. Ten oosten van deze grens ligt Rijks-Vlaanderen.

1300[bewerken]

1301[bewerken]

1302[bewerken]

Relief van de Guldensporenslag op de Kist van Oxford.
  • Maart - de Liebaards van Gent komen in opstand na het opnieuw verhogen van de belastingen. Daarbij worden de Fransgezinde Leliaards uit de stad Gent gezet. Ook in Brugge grijpen de Liebaards opnieuw de macht.
  • De landvoogd organiseert zijn leger in Kortrijk om Gent en Brugge weer in zijn greep te krijgen. Uit vrees voor represailles bindt het Gentse stadsbestuur in en zegt toe zich verder afzijdig te houden.
  • 18 mei (Goede Vrijdag) - Brugse Metten: Als het kleine Franse garnizoen van de landvoogd Brugge bezet, worden zij in de nacht van 18 op 19 mei door de Liebaards massaal afgeslacht. De landvoogd zelf kan maar op het nippertje ontkomen. De Bruggelingen richten ook een slachting aan onder de Leliaards, de Fransgezinde hoge burgerij. Leiders van de opstand zijn de wever Pieter de Coninck en Willem van Gulik de Jongere, bijgestaan door de slager Jan Breydel.
  • Het wordt duidelijk voor alle aanhangers van de graaf dat een gewapend optreden van Frankrijk nu onvermijdelijk is geworden. Willem van Gulik, een kleinzoon van Gwijde van Dampierre, en Gwijde van Namen, een zoon, organiseren het verzet. Het verzetsleger bestaat vooral uit boeren, ambachtslieden en poorters, samen met enkele stedelijke milities en ridders. Het wordt vooral door het stadsbestuur van Brugge gefinancierd.
  • Woensdag 11 juli - Guldensporenslag: de spanning tussen de patriciërs, de graaf van Vlaanderen en de Franse koning barst uit in een bloedig gewapend treffen op het Groeningheslagveld nabij Kortrijk tussen een Frans ridderleger en de Vlaamse ambachtsmilities van het graafschap Vlaanderen onder leiding van Willem van Gulik, en het leger van de koning van Frankrijk, dat gewonnen wordt door de Vlaamse milities. De slag is in militair opzicht opmerkelijk, omdat piekeniers en boogschutters in staat blijken een ridderleger te bedwingen. De Franse adel verliest een zestigtal baronnen en heren, honderden ridders en meer dan duizend schildknapen. Ook de Franse tros valt in Vlaamse handen. Langs Vlaamse zijde onderscheiden zich, volgens Velthem, Boudewijn van Popperode (de burggraaf van Aalst) en de Zeeuws-Vlaming Willem van Boenhem. Vooraf was onder de Vlamingen afgesproken geen gevangenen te maken en ook geen oorlogsbuit te verzamelen. Dit is voor deze tijd een uitzonderlijke instelling. Volgens de regels van de toenmalige oorlogsvoering wordt een ridder, die van zijn paard geslagen is, gevangengenomen maar niet gedood. Gevangen ridders brengen immers heel wat losgeld op. Als de Fransen zien dat hun ridders worden afgeslacht, slaan zij op de vlucht. Slechts op het einde worden enkele Franse ridders, zoals Raoul de Grantcourt, gevangengenomen uit respect voor hun dapperheid en in bescherming genomen door een Vlaamse ridder. Ze worden door Willem van Gulik overgedragen aan de Gentenaar Jan Borluut, om dan het losgeld te innen. De Vlaamse zelfstandigheid is hersteld en de gilden consolideren in de Vlaamse steden hun macht met deelname in het stadsbestuur.
  • Hun voorbeeld vindt zoals steeds spoedig navolging in Brabant, waar evenals in Luik oproer uitbreekt. In Brabant verovert de volksklasse de stedelijke macht, zowel in Brussel als Leuven en 's Hertogenbosch.
  • De stad Kassel geeft zich aan Willem van Gulik de Jongere over en in november verovert hij het kasteel van Rupelmonde.
  • De Zwarte Welfen grijpen de macht in Florence en verbannen Dante Alighieri en zijn familie.

1303[bewerken]

1304[bewerken]

Topografische kaart van Graafschap Artesië late 14e eeuw.

1305[bewerken]

  • 23 juni - Verdrag van Athis-sur-Orge gesloten tussen graafschap Vlaanderen en het koninkrijk Frankrijk. Er wordt een groot bedrag vastgesteld dat betaald dient te worden aan de Franse koning. Het voorziet in een algehele amnestie, de vrijlating van alle gevangenen en het herstel van Vlaanderen als vorstendom met erkenning van de graaf als hoogste gezag; maar ook een boete van 20.000 pond en een herstelbetaling van 400.000 pond, te betalen door de Vlamingen, en het recht van de Franse koning om in geval van oorlog Vlaamse krijgers op te eisen. Als waarborg worden de kasselrijen van Dowaai, Orchies en Rijsel naar Frankrijk overgeheveld. Na de ondertekening wordt Robrecht III van Béthune na 5 jaar vrijgelaten uit Franse gevangenschap, en op de troon geplaatst, waarna hij zich officieel met de Franse koning verzoent.

1306[bewerken]

  • Overal komen de patriciërs weer aan het bewind, maar zorgen nu voor draaglijker werkomstandigheden dan in Vlaanderen golden.

1308[bewerken]

1310[bewerken]

  • Eén van de bekendste slachtoffers van de begijnenvervolging is Margarete Porete. Zij sterft op de brandstapel, met haar boek “Spiegel der eenvoudige zielen”, een werk dat later herontdekt wordt.

1311[bewerken]

  • Het Concilie van Vienne (1311-12) roept op tot maatregelen tegen ‘ketterse’ begijnen. Als gevolg worden veel begijnenconventen, vooral in het Duitse Rijk, ofwel gesloten, of omgevormd tot kloostertjes van franciscaanse tertiarissen, wat ze afhankelijk en beter controleerbaar maakt voor de clerus.

1312[bewerken]

Robrecht III van Vlaanderen ook wel Robrecht van Dampierre, bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen was graaf van Nevers van 1273 tot 1322 en graaf van Vlaanderen van 1305 tot 1322.

1314[bewerken]

1315[bewerken]

  • Vanaf het begin van de veertiende eeuw wordt Europa getroffen door een aantal crisissen, waaronder de Grote hongersnood van 1315-1317. De bevolking is zo sterk gegroeid dat men kwetsbaar is geworden voor misoogsten.
  • In vele delen van Europa begint een periode van slecht weer die een aantal jaar zal duren. Dit is het begin van de kleine ijstijd. Het regent onophoudelijk en overal mislukken de oogsten. De veranderende omstandigheden leiden tot een economische neergang en veel ellende.

1316[bewerken]

1317[bewerken]

1318[bewerken]

1322[bewerken]

1323[bewerken]

1324[bewerken]

1325[bewerken]

  • Tussen 1325-1330 zijn er een aantal politieke showprocessen waarin vorsten hun tegenstanders ervan beschuldigen met hulp van de duivel samenzweringen tegen hen te smeden. Dit lijkt enigszins op de latere heksenprocessen.
  • De bisschop van Luik bepaalt dat begijnen van Saint-Christophe, op straf van excommunicatie, “niet in het openbaar zullen dansen of onbehoorlijke liederen zingen”. Gelijkaardige clausulen vindt men terug in de begijnenstatuten van St.Truiden en Antwerpen uit deze tijd. Enkele al te schaarse gegevens laten een niet-liturgische traditie van religieuze dans en zang onder begijnen vermoeden.

1326[bewerken]

Lodewijk II van Nevers, de problematische graaf van Vlaanderen.

1327[bewerken]

1328[bewerken]

1330[bewerken]

  • In de jaren tussen 1329 en 1331 vaardigt graaf van Vlaanderen graaf Lodewijk de mauvais privilèges (de "nadelige privileges") uit voor de opstandige Vlaamse steden en kasselrijen.
  • 6 augustus - Jan van Boendale voltooit het werk "Der leken spiegel".
  • Van heksenprocessen tussen 1330 en 1375 zijn van slechts 25 gevallen in Europa de stukken bewaard gebleven. Heksen worden alleen nog maar van maleficiën beschuldigd. De heks krijgt daarvoor een passende straf. Tussen 1300-1400 is 50-60% van de heksen vrouw.

1333[bewerken]

  • De graaf van Holland en de bisschop van Utrecht zijn in oorlog. Geyne wordt verwoest.
  • In een document, bewaard in de archieven van het St-Janshospitaal wordt Het Leen beschreven.

1336[bewerken]

  • Op basis van handelsverdragen tussen Vlaanderen en Brabant uit 1299 en 1300 gaan Vlaanderen, Brabant en ook Holland-Zeeland-Henegouwen een militair akkoord aan.
  • Hertog Jan III van Brabant en Lodewijk van Nevers worden medeheren van Mechelen.
  • Oktober - Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers schaart zich openlijk aan de zijde van Frankrijk bij het begin van de Honderdjarige Oorlog. Als hij Engelse kooplieden gevangen zet, laten de Engelse represailles niet op zich wachten: er volgt een verbod op de uitvoer van wol. De Vlaamse steden nemen daarom onder leiding van Jacob van Artevelde later een meer Engelsgezinde houding aan.

1337[bewerken]

  • De tussen Frankrijk en Engeland bemiddelende Willem III overlijdt en kort daarna breekt de Honderdjarige Oorlog uit.

1338[bewerken]

1339[bewerken]

  • Begin februari wordt de Vlaamse weerstand tegen Lodewijk, de graaf van Vlaanderen, zo groot dat hij moet vluchten naar Sint-Omaars en in december verlaat hij voorgoed zijn graafschap, waar Simon de Mirabello ruwaard wordt.
  • Op basis van handelsverdragen tussen Vlaanderen en Brabant uit 1299 en 1300 waren Vlaanderen, Brabant en ook Holland-Zeeland-Henegouwen in 1336 al een militair akkoord aangegaan. Nu worden ook de grenzen voor vrijhandel opengesteld.

1340[bewerken]

Middeleeuws getijdenboek (handschrift 1340 -1384)

1345[bewerken]

Gedachtenistafel van de Heren van Montfoort, ~1380. Tussen Maria met kind en Sint Joris de vier heren van Montfoort, waarvan de eerste drie sneuvelen onder Willem van Henegouwen tijdens de Slag bij Warns. Het is het oudste overgebleven schilderij van de Lage Landen.
  • 8 juni - Graaf Willem IV van Holland slaat het beleg voor Utrecht. Na 8 weken moet het bisdom het Hollands leengezag erkennen.
  • De strijdlustige Willem IV komt om tijdens de Slag bij Warns. Hij laat geen kinderen na en de door zijn vader gevoerde politiek zorgt er nu voor dat de koningen van Engeland en Frankrijk en de keizer van Duitsland aanspraak kunnen maken op de opvolging. Als opperleenheer beleent keizer Lodewijk zijn vrouw Margaretha, de oudste zus van Willem IV, met de graafschappen.
  • 17 juli - Tijdens een opstand van de volders, die het bewind van de wevers onder Artevelde willen omvergooien, wordt Jacob van Artevelde in zijn woning op de Kalandeberg vermoord.

1346[bewerken]

1347[bewerken]

1348[bewerken]

  • De Zwarte Dood die Europa van 1347 tot 1351 in haar greep heeft, arriveert in de Lage Landen. De pandemie zorgt voor grote sterfte, hoewel minder dan in omliggende gebieden.
  • In het noorden doet zich ook de enige jodenpogrom voor die men hier heeft gekend. Dankzij de joodse reinigingswetten worden joden minder snel ziek. Ook gebruiken de joden geen water uit de openbare putten. Mede daardoor worden ze ervan verdacht het water in de openbare putten te hebben vergiftigd. Als gevolg hiervan worden in het jaar daarop, in 1349, in diverse IJsselsteden alsook in Arnhem, Nijmegen en Utrecht alle daar woonachtige joden levend verbrand.

1349[bewerken]

  • 5 januari - Margaretha stelt haar zoon Willem V aan als graaf en bedingt een uitkering van 15.000 gulden met een jaargeld van 6000 gulden. Gezien de financiële situatie wijzen de steden en edelen dit in maart in Geertruidenberg af, waardoor er niet veel overblijft van het gezag van Willem V.
  • In dit begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die tot 1428 zullen duren, overwegen opstandige edelen het jaar daarop een staatsgreep, maar dit wordt verhinderd door de terugkeer van Margaretha.
  • Na de Goede Disendach ('Goede dinsdag') wordt in Gent het gezag van de nieuwe graaf, Lodewijk van Male, erkend. Maar het blijft woelig, het volk wil medezeggenschap en de sterk georganiseerde gilden nemen deel aan de politieke strijd.

1350[bewerken]

Tegen de helft van de 14e eeuw ziet de kaart van de Lage Landen er niet meer uit als een lappendeken van kleine feodale gebiedjes, maar tekent zich een select aantal grotere territoriale staten af. Graafschap Vlaanderen, hertogdom Brabant, graafschap Henegouwen -Holland en Gelderland, sticht Utrecht en prinsbisdom Luik zijn militair en economisch zelfstandig, onder eigen bestuur, en kunnen in eigen naam op het diplomatieke toneel optreden. Vlaanderen onderhoudt goede betrekkingen met Italië en heeft de Franse expansiedrang weten te stoppen.
De Ruusbroec-miniatuur in het handschrift K.B. Brussel, 19.295-97.
  • 16 mei - Slag bij Naarden. De handelsplaats Naarden wordt door een leger onder Koenraad Cuser in brand gestoken en brandt geheel af.
  • De edelen geven niet op en sluiten op 23 mei de Kabeljauwse Verbondsakte, waarmee zij aangeven dat Willem V landsheer moet worden zonder de betalingsverplichting aan zijn moeder. Hoewel enkele steden zoals Delft zich direct aansluiten, wordt op 5 september een verbond gesloten door de Hoeken.
  • Jan van Ruusbroec schrijft Chierheit der gheesteliker Brulocht. De mysticus wordt gezien als de beste prozaschrijver van de Middeleeuwen en schrijft in het Middelnederlands.
  • Vanaf het midden van de veertiende eeuw zorgt de pest of "zwarte dood" dat een derde van de bevolking sterft. Gedurende driehonderd jaar komt de pest elke 12-20 jaar terug. Toch hebben de toekomstige Belgische gewesten minder van de economische recessie te lijden dan andere streken. Zo verschijnen in Luik de eerste hoogovens en wordt Brugge een voorname handelsstad. Deze stad is door haar strategische ligging (ze was via het Zwin verbonden met de Noordzee en dus de rest van Europa) zo groot en rijk geworden dat ze 'het Venetië van het Noorden' genoemd wordt. Het belfort en de lakenhalle getuigen van het belang ervan.
  • Van de vele tienduizenden slachtoffers van heksenvervolging tussen ca. 1350-1720 zijn ongeveer 80% vrouwen. Tussen 1300-1400 is dat nog 50-60%.

1351[bewerken]

1352[bewerken]

Zicht op Onze-Lieve-Vrouwekathedraal vanop de Groenplaats

1354[bewerken]

  • Willem en Margaretha sluiten vrede. Twee jaar later overlijdt Margaretha en erft Willem ook Henegouwen. Hij had de steden veel privileges moeten geven voor hun steun, maar met het traktaat De cura reipublicae et sorte principantis van Filips van Leiden als theoretische grondslag trekt hij een aantal van deze privileges in.
  • Keizer Karel IV verheft Luxemburg tot hertogdom.
  • De Maas gaat onder Ammerzoden door en daardoor wordt de Oude Maas de Meersloot.

1355[bewerken]

1356[bewerken]

  • 3 januari - De Blijde Inkomst van hertog Wenceslaus I van Luxemburg in Brabant.
  • In Brabant weten de steden, wier vertegenwoordigers om de drie weken in Kortenberg vergaderen, gebruik te maken van hun inspraakrecht om de jonge troonopvolgsterJohanna (dochter van Jan III) als voorwaarde voor de opvolging een verklaring te laten afleggen ten aanzien van haar aanspraken op stedelijke steun en hulp in de vorm van beden, door te stellen dat zij de verworven privileges erkent. Dergelijke verklaring, waarin de macht van de vorst wordt beperkt, is onder de naam Blijde Inkomstakte als publiek testament bij iedere volgende troonsbestijging traditie tot op de dag van vandaag.
  • De opvolging zelf wordt echter betwist, waardoor de Brabantse Successieoorlog uitbreekt: de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male , getrouwd met Margaretha, een zuster van de jonge hertogin, heeft vruchteloos op de betaling van de rente aan zijn vrouw gewacht en komt zijn leger opstellen op de hoogte van Scheut (nu een wijk van Anderlecht), in het gezicht van Brussel. Na de Slag tussen Lodewijk en de Brabanders op het Scheutveld, planten de Vlamingen hun vlag in het centrum van de Grote Markt in Brussel ten teken van overwinning.
  • Lodewijk van Male benoemt Jacob Buuc tot "admiraal van de vlote" met de opdracht om Antwerpen te veroveren.
  • Hertogin Johanna van Brabant laat Brabant driemaal schatten om de uitbreiding van het kasteel in Heusden te betalen.

1357[bewerken]

Vlaanderen 2e helft 14e eeuw.

1358[bewerken]

1360[bewerken]

1361[bewerken]

1362[bewerken]

1363[bewerken]

1364[bewerken]

  • Het machtige prinsbisschoppelijke leger (zie prinsbisdom Luik) valt met 50.000 à 55.000 manschappen het graafschap Loon binnen.
  • Karel de Slechte, koning van Navarra is woedend omdat Bourgondië door koning Jan II van Frankrijk aan diens jongste zoon Filips de Stoute als leen uitgegeven wordt als beloning voor Filips' steun aan zijn vader. Karel meent oudere rechten te hebben op het belangrijke hertogdom en komt in opstand.
  • Karel V van Valois volgt zijn vader op als koning van Frankrijk.

1365[bewerken]

1366[bewerken]

1369[bewerken]

1373[bewerken]

  • Beatrijs is een Middelnederlandse Marialegende uit de veertiende eeuw. Het enige handschrift waarin de legende overgeleverd is, dateert van kort voor 1374. Deze vrouw gaat gekweld door het leven. Zij voelt tegelijk berouw voor haar zonden en angst voor de biecht. In de Middeleeuwse opvatting kan vergeving enkel plaats vinden door de zonden te belijden en te boeten.

1375[bewerken]

1377[bewerken]

1378[bewerken]

1379[bewerken]

  • Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, tracht steeds opnieuw de macht over Gent in handen te krijgen en dit leidt tot opstanden, zoals die van 1379 tot 1385 onder leiding van Jan Hyoens, Frans Ackerman en Filips van Artevelde, zoon van Jacob. De opstand begint door de moord op een grafelijke baljuw, die de Gentse privileges onvoldoende heeft gerespecteerd. Enkele malen lukt het de opstandelingen, met steun van ambachtsgilden in andere steden, om bijna het hele graafschap Vlaanderen te beheersen.
  • Lodewijk II van Male, de schoonvader van hertog Filips van Bourgondië gaat de strijd aan met de wevers van Gent.
  • Na een opstand in Leuven die al ruim twee jaar duurt volgt daar de Defenestratie van Leuven.
  • Geert Grote uit Deventer sticht een huis voor Zusters van het Gemene Leven, gericht op inkeer en contemplatie, en sterk onder de invloed van Ruusbroec. Zoals in de Begijnhoven geldt er geen kloosterlijke regel en behouden de vrouwen van deze woongemeenschappen aldus relatieve zelfstandigheid, ook financieel, tegenover de kerkelijke overheid.
  • In de Lage Landen raakt het kaartspel bekend.

1382[bewerken]

1383[bewerken]

1384[bewerken]

Volgende perioden[bewerken]

Zie verder[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Tijdlijn van de Belgische Revolutie
Nuvola single chevron right.svg Jaartallentabel België

Bronnen
De eerste opzet van dit artikel was (gedeeltelijk) gebaseerd op het artikel Tijdlijn van de Lage Landen op de Nederlandstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis

Literatuur

  • Berendsen, H.J.A. (2004): De vorming van het land, Inleiding in de geologie en de geomorfologie, Koninklijke Van Gorcum, Assen, ISBN 90-232-4075-8
  • Blom, J.C.H., Lamberts, E., redactie (2006): Geschiedenis van de Nederlanden, HBuitgevers, Baarn, ISBN 90-5574-474-3
  • Boone M. en Stabel P., ed. (2000): Shaping urban identity in late medieval Europe, Garant, Leuven (Studies in urban social, economic and political history of the medieval and modern Low Countries, 11).
  • Houtte, J.A. van (1979): Economische en sociale geschiedenis van de Lage Landen, 800-1800, Haarlem
  • Jansen, H.P.H. (1981): Geschiedenis van de Middeleeuwen, derde druk, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht - Antwerpen, ISBN 9027453772
  • Janssen, P. e.a. (red) (1996): De gouden delta der Lage Landen. Twintig eeuwen beschaving tussen Seine en Rijn, Mercatorfonds, Antwerpen
  • Mannaerts P. (ed.), (2008): Beghinae in cantu instructae – Muzikaal erfgoed uit Vlaamse begijnhoven (Middeleeuwen-eind 18de eeuw), Brepols, Thurnout
  • ter Haar, Jaap (2005): Geschiedenis van de Lage Landen Ten Have, Kampen, ISBN 9025954693 online
  • ter Haar, Jaap (2006): Geschiedenis van de Lage Landen Uitgeverij Kok, Kampen, ISBN 9043506427
  • Romein, J. en A. (1977): De lage landen bij de zee. Een geschiedenis van het Nederlandse volk, Den Haag-Antwerpen
  • van Cauwelaert, Frans,Alfons De Cock, Jan Denucé, Max Rooses e.a. (1912-1913): Vlaanderen door de eeuwen heen,. 2 dln. Elsevier, Amsterdam

Noten

  1. Encyclopædia Britannica, Inc. 2012: History of Low Countries: "Growth of Flanders" cit."In many respects, Flanders was the real territorial leader during the late Middle Ages."
  2. Pirenne p. 167
  3. John Enright (1920): Let There be Light: Of, Why I Withdrew from the Church of My Fathers Lothian book publishing co. pty., ltd
  4. Annales Marbacenses p. 86
  5. Mannaerts P. (2008): p. 21