Tijdlijn van de Nederlandse geschiedenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een tijdlijn van het geschiedkundig verhaal van het gebied van het huidige Nederland.

-2000 -1000 -500 0 250 500 750 1000 1100 1200 1300 1400 1500
1550 1600 1650 1700 1750 1800 1850 1900 1920 1940 1960 1980 2000
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn - Bibliografie


Hendrick Avercamp - Winterlandschap met ijsvermaak.jpg
Winterlandschap met ijsvermaak, Hendrick Avercamp, ca. 1608


Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

~250.000 v.Chr.[bewerken]

~200.000 v.Chr.[bewerken]

~150.000 v.Chr.[bewerken]

~12.000 v.Chr.[bewerken]

~10.000 v.Chr.[bewerken]

~9500 v.Chr.[bewerken]

  • De zeespiegel staat in het begin van het Holoceen nog zo laag dat een groot deel van het Noordzeebekken droog ligt, waarbij de kustlijn noordelijk ligt van de huidige Doggersbank en Engeland nog verbonden is met het vasteland.

~9000 v.Chr.[bewerken]

~7900 v.Chr.[bewerken]

~7000 v.Chr.[bewerken]

Reconstructie van Trijntje in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden (ca 5500 v.Chr.)

~5500 v.Chr.[bewerken]

~5300 v.Chr.[bewerken]

~4900 v.Chr.[bewerken]

  • Boven de rivieren is een cultuur van jager-verzamelaars te vinden, waaruit zich de Swifterbantcultuur ontwikkelt.

~4450 v.Chr.[bewerken]

~4250 v.Chr.[bewerken]

~4000 v.Chr.[bewerken]

  • Tijdens het Subboreaal sluit de westkust zich steeds meer, met als gevolg dat de achterliggende lagune verzoet, wat grootschalige veenvorming in de hand werkt.
Vuursteenmijnen van Rijckholt (ca 3950-2650 v.Chr.)

~3900 v.Chr.[bewerken]

Hunebed D14 te Eext, Drenthe (ca 3450-3250 v.Chr.)

~3450 v.Chr.[bewerken]

~3250 v.Chr.[bewerken]

Grafkelder van Stein (ca 3000 v.Chr.)

~3000 v.Chr.[bewerken]

~2600 v.Chr.[bewerken]

  • Naast en uit de standvoetbekercultuur ontstaat de klokbekercultuur, hiermee begint een tijd van intensieve contacten overzee, wat verklaart waarom de prehistorische culturen van Nederland en Engeland aan weerszijden van de Noordzee altijd zoveel met elkaar gemeen hebben. Ze bereiken zelfs Noord-Afrika.

~2100 v.Chr.[bewerken]

  • De Bronstijd zorgt in Nederland niet direct tot nieuwe culturen, maar wel tot meer specialisatie. De handel wordt in deze tijd belangrijker. Bij Wageningen zijn uit deze tijd een hellebaard, bijl, mes en armband gevonden.

~1900 v.Chr.[bewerken]

~1800 v.Chr.[bewerken]

  • De Hilversumcultuur verspreidt zich van Midden-Nederland tot Calais en duurt tot ca. 1200 v.Chr.
  • Het bronzen zwaard van Jutphaas is een van de vijf bijna identieke zwaarden die in Bretagne, Bourgondië, Zuid-Engeland en Nederland zijn gevonden. Deze dienden niet voor de strijd, maar om de status van de eigenaar te benadrukken.

~1300 v.Chr.[bewerken]

  • In heel Europa ontstaat vrij plotseling de urnenveldencultuur doordat men overstapt op crematie, mogelijk door nieuwe religieuze inzichten. Op de Boshoverheide bevindt zich het grootste teruggevonden urnenveld.
  • In het skelet van de Krabbeplasman is het oudste menselijke DNA aangetroffen dat ooit in Nederland is gevonden.
Replica van het tempeltje van Barger-Oosterveld in het Drents Museum (ca 1250 v.Chr.)

~1250 v.Chr.[bewerken]

~1200 v.Chr.[bewerken]

~1150 v.Chr.[bewerken]

  • In 1961 wordt bij Barger-Oosterveld een ijzeren pennetje van vier centimeter gevonden. Het zal echter nog lang duren voordat ijzer op grote schaal gebruikt wordt.

Hallstatt-armbanden.

~750 v.Chr.[bewerken]

~700 v.Chr.[bewerken]

  • In Friesland en Groningen worden de eerste wierden aangelegd, in Friesland terpen genoemd.

~650 v.Chr.[bewerken]

  • Het zuiden van Nederland komt onder de invloed van de La Tène-periode. Krijgsgeweld neemt toe.

~450 v.Chr.[bewerken]

  • De munt doet geleidelijk zijn intrede.

~350 v.Chr.[bewerken]

~150 v.Chr.[bewerken]

  • De Germanen dringen op en verdrijven langzaam de Kelten.

55 v.Chr.[bewerken]

27 v.Chr.[bewerken]

12 v.Chr.[bewerken]

  • Drusus sluit een verdrag met de Bataven en de Cananefaten, zodat hun gebied deel uitmaakt van Gallia Belgica. Op het Insula Batavorum (Bataveneiland]]) wordt een groot legerkamp gebouwd. Later zal hier vlakbij een aantal nederzettingen gesticht worden die bij elkaar Oppidum Batavorum genoemd worden, mogelijk het latere Noviomagus.

9 v.Chr.[bewerken]

  • De Romeinse veldheer Drusus verslaat, volgens de latere geschiedschrijver Cassius Dio met behulp van de Friezen, de Chauken bij de Eemsmonding. Hij laat de Drususgracht en Drususdam aanleggen en heeft zijn hoofdkwartier op het Kops Plateau ten oosten van het huidige Nijmegen. Drusus overlijdt na een succesvolle veldtocht ergens langs de Lippe ten gevolge van een val van zijn paard.

~0[bewerken]

4[bewerken]

  • Princeps Augustus zegt toe dat Tiberius, de oudere broer van Drusus, zijn opvolger is. Deze heeft de veldtochten van zijn broer voortgezet, waardoor het gebied tussen de Rijn en de Elbe nu in handen is van de Romeinen.
  • In 1996 wordt bij Vlaardingen een boemerang gevonden, waarschijnlijk van een Cananefaat.

8[bewerken]

  • Tiberius verslaat een stam Sugambren en deporteert ze gedeeltelijk naar de noordelijke Rijnoever.

9[bewerken]

14[bewerken]

  • Nadat Augustus overlijdt, breken er onlusten uit onder de Romeinse troepen. Germanicus weet deze te bezweren en de twee jaar daarna besteedt hij aan veldtochten tegen Arminius, geholpen door zijn Bataafse cohorten. Keizer Tiberius geeft Germanicus uiteindelijk in 16 opdracht de strijd in Germanië op te geven. De Bataven dienen ook als de lijfwacht, corporis custos van onder andere Tiberius en de latere Nero.

~15[bewerken]

28[bewerken]

  • Nadat Olennius onredelijke belastingen eist, komen de Friezen in Noord-Nederland in opstand. Tijdens de Slag van Baduhenna lijden de Romeinen een nederlaag, waarna Olennius zich terugtrekt in het castellum Flevum. De opstand veroorzaakt paniek tot in Noviomagus. Dat weten we omdat iemand zijn geld in allerijl begroef en het nooit weer heeft gevonden.

29[bewerken]

  • De Tolsumer Akte is de oudste bewaarde geschreven tekst van Nederland.

47[bewerken]

  • Corbulo brengt de vloot van de Chauken tot zinken. Dezen plunderen onder de Cananefatische oud-legionair Gannascus de kust van Germania Inferior en Gallia Belgica. De Rijn wordt door Claudius als limes vastgesteld, hoewel de Frisii onder Romeins bestuur blijven. De rivier geldt zowel als scheidingslijn tussen de gebieden, als bindend element, doordat deze transport en communicatie vereenvoudigt.
  • Claudius verbiedt verdere veldtochten tegen de Germanen, omdat hij de prioriteit geeft aan de invasie van Britannia. Corbulo laat dan maar het kanaal van Corbulo graven, een verbinding van het huidige Naaldwijk en het huidige Leiden tussen de toenmalige Maas en de toenmalige Rijn (de huidige Oude Rijn).

58[bewerken]

  • De Friese aanvoerders Malorix en Verritus worden Romeins staatsburger, maar moeten het stuk grond ten zuiden van de Rijn dat zij bezet hebben verlaten.

69[bewerken]

  • Door het machtsvacuüm van het Vierkeizerjaar na de dood van Nero wordt de Bataafse Opstand mogelijk onder leiding van Julius Civilis. Alle Romeinse vestingen en vestigingen in Germania Inferior en Gallia Belgica gaan in vlammen op, inclusief Oppidum Batavorum en Tongeren. Het jaar daarop wordt de opstand neergeslagen.
  • Na de Batavenopstand (Friezenopstand?) onder Julius Claudius Civilis verblijft te Noviomagus (Nijmegen) een legioen Romeinen bestaande uit tussen 4200 en 6000 militairen waaronder 300 ruiters.

78[bewerken]

80[bewerken]

  • Het Germaanse gebied van het Romeinse Rijk wordt in 2 deelgebieden georganiseerd (z.g. provinciae) : "Germania superior" (Oost-Europa & Nabije Oosten) en "Germania inferior" (De Lage Landen, Frankrijk & Duitsland).

~100[bewerken]

121[bewerken]

~160[bewerken]

  • Ook Forum Hadriani wordt een municipium.

~167[bewerken]

  • De Friese ruiters van het Cuneus Frisionum worden ingezet in Britannia.
  • De Chauken trekken plunderend rond, wat de reden is dat uit deze tijd veel muntschatten gevonden worden die om die reden begraven worden.

175~225[bewerken]

  • De Sarcofaag van Simpelveld - eigenlijk een askist - is aan de binnenkant in reliëf gebeeldhouwd, bestaande uit een liggende vrouw met het interieur van haar huis.
Domburgs Nehalennia-altaar

~200[bewerken]

212[bewerken]

235[bewerken]

240[bewerken]

  • De Franken worden voor het eerst genoemd als zij zich in het Rijk willen vestigen en de Rijn oversteken, waarna ze plunderend door Gallië trekken. Ze worden echter bij Mainz verslagen, waarna ze zich aan de oostoever vestigen.

~250[bewerken]

  • Kusterosie zorgt ervoor dat het water komt tot aan het castellum van Oudenburg, waarschijnlijk Portus Epiatici. Ook Brittenburg, de meest westelijke Romeinse fortificatie aan de Oude Rijn, komt onder water te staan. De Romeinen kunnen de strijd tegen het water niet winnen en verlaten het gebied.

258[bewerken]

  • Door het heersende machtsvacuüm kan onder Postumus het Gallische keizerrijk ontstaan naast het echte Romeinse Rijk. Postumus weet de tot in Spanje doorgedrongen Franken te verslaan en bestrijdt de Frankische zeerovers bij de Nederlandse kust.
De Tabula Peutingeriana is een kopie van een Romeinse reiskaart uit de 3e tot 4e eeuw

~270[bewerken]

  • Na de dood van Postumus weten de Franken zich toch over de Rijn te vestigen, waarmee een einde komt aan de romanisering.

~295[bewerken]

~350[bewerken]

  • Nadat Constantijn de Grote in 312 bekeerd is tot het christendom verspreidt deze godsdienst zich versneld over het hele Romeinse rijk. Ook in Nederland zijn al christenen.

358[bewerken]

Dood van Sint-Servaas in 384 te Maastricht. Engelen bedekken zijn lichaam met 'hemelse doeken'

384[bewerken]

402[bewerken]

  • Stilicho roept de Romeinse troepen terug van de grensgebieden om Italië te verdedigen tegen de Goten. De meeste steden en Romeinse villa's worden verlaten; Maastricht blijft door de aanwezigheid van de bisschopszetel bewoond.

406[bewerken]

451[bewerken]

  • In de buurt van Troyes, het Campus Mauriacus komt een geallieerd leger van de visigotische koning Theodorik en de Romeinse veldheer Aetius in strijd met de Hunnen. Na de Slag op de Catalaunische velden is het gevaar van de Hunnen geweken.

476[bewerken]

481[bewerken]

Grafsteen uit ca 500, gevonden in de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht, het oudste, tastbare bewijs van christendom in Nederland

496[bewerken]

  • Clovis I, koning der Franken, laat zich dopen, waarna de Franken in groten getale overgaan naar het christelijke geloof.

~525[bewerken]

  • Een Friese koning van wie de naam niet is overgeleverd, verslaat tijdens de Slag aan de Rijn met zijn leger de Deense dan wel Zweedse indringers, die worden aangevoerd door koning Hygelac.

~560[bewerken]

  • Chlotarius I verovert een deel van Friesland. Volgens de Frankische gewoonte is zijn rijk echter een persoonlijk gebied en wordt als zodanig bij zijn dood onder zijn zonen verdeeld. Vaak ontstaan door de rivaliteit onderlinge oorlogen, wat zorgt voor een machtsvacuüm in de randgebieden. Hierdoor kunnen de Friezen meermalen gebieden heroveren.

~600[bewerken]

  • Dorestad komt tot bloei door de handel tussen de Chamaven van Hamaland, de Friezen en de Franken en met Scandinavië en Engeland.

630[bewerken]

  • Na een periode van interne strijd in Frankrijk, waardoor de Frankische invloed in Nederland vrijwel verdwijnt, komt Dagobert I met een klein leger naar het noorden. In Utrecht wordt een kerkje gesticht. Na het overlijden van Dagobert volgt weer een periode van neergang van de Frankische macht en vervalt het kerkje.

~633[bewerken]

~650[bewerken]

  • De Romeinse keerploeg keert weer terug om langzaam het eergetouw te vervangen, waardoor het land beter bewerkt kan worden en opbrengsten groter worden.

689[bewerken]

Willibrord zet zich in voor de kerstening van de Friezen

695[bewerken]

714[bewerken]

  • Pepijn van Herstal overlijdt, waarna een opvolgingsstrijd uitbarst. Radbod maakt hiervan gebruik en weet in 716 Karel Martel te verslaan in de Slag bij Keulen. Radbod overlijdt in 719 en rond 720 weet Karel – de winnaar van de successiestrijd - het Frankische gezag rond Utrecht te herstellen.
  • Willibrord sticht op het door Pepijn van Herstal en zijn echtgenote Plectrudis geschonken landgoed Suestra de abdij van Susteren, waarschijnlijk de oudste abdijstichting in Nederland.

734[bewerken]

~750[bewerken]

754[bewerken]

  • De bisschop van Mainz, Bonifatius, wordt met zijn gevolg gedood in Friesland.

768[bewerken]

  • Karel de Grote en diens broer Carloman worden koning van het Frankische rijk. Carloman sterft op 5 december 771, waarna Karel koning wordt van het gehele Frankische rijk. Hij weet dit tijdens zijn heerschappij enorm uit te breiden. Alle vrije inwoners moeten een eed van trouw aan hem zweren, waardoor hij meer macht heeft dan zijn voorgangers.

772[bewerken]

  • De Saksen steken de kerk van Lebuïnus in Deventer in brand nadat de Franken de Irminsul op de belangrijkste verzamelplaats van de Saksen vernietigen. Daarop onderneemt Karel een strafexpeditie. De Saksenoorlogen duren in het huidige Duitsland tot 804, maar eindigen in de Nederlanden als Widukind zich in 785 laat dopen met Karel de Grote als peter. De Franken kerstenen de Saksen met veel geweld, op het beoefenen van heidense rituelen staat de doodstraf.

~790[bewerken]

800[bewerken]

~802[bewerken]

  • De Ewa quae se ad Amorem habet is de eerste wettekst die het heeft over een waterkering (sclusam, sluis) in het gebied van de Nederlanden.

810[bewerken]

  • Godfried van Denemarken valt met 200 schepen Friesland aan als vergelding voor de pogingen van Karel de Grote om Denemarken bij zijn rijk te voegen, na daarvoor al de Danevirk versterkt te hebben. De Deense vorst wordt dat jaar vermoord door één van zijn Huskarls. Als verdediging tegen de aanvallen van de Vikingen laat Karel de Grote vlooteenheden plaatsen in Boulogne en Gent en maakt Friesland - wat in deze tijd strekt van Sincfala tot de Wezer - een mark met de verplichting tot permanente paraatheid.

814[bewerken]

  • Karel overlijdt en wordt opgevolgd door zijn enige nog levende zoon, Lodewijk de Vrome, waardoor het wederopgestane "West-Romeinse Rijk" nog een generatie lang ongedeeld blijft. Dit is een vrij zeldzame situatie, aangezien het Frankisch recht vereist dat het rijk verdeeld wordt onder de nog levende zonen, wat vaak voor onderlinge strijd en verdeeldheid zorgt.
De Einhardsboog, een geschenk van Einhard aan de Sint-Servaaskerk

~820[bewerken]

826[bewerken]

834[bewerken]

  • Vikingen plunderen Dorestad en Quentovic tot 837. Dorestad, dat nu één van de belangrijkste en succesvolste handelssteden in Noordwest-Europa is, weet zich steeds te herstellen, maar vervalt uiteindelijk, waarschijnlijk door verzanding van de Kromme Rijn.

838[bewerken]

  • Bij de stormvloed van 838 raakt een groot deel van Noordwest-Nederland onder water. De Lek breekt door ten koste van de Kromme Rijn.

840[bewerken]

  • Door de ramp, maar ook door de twisten tussen Lodewijk en zijn zoons neemt de Karolingische macht in de Nederlanden verder af. In een poging de aanvallen van de Vikingen te weren, beleent Lotharius I de Deense broers Rorik en Harald met Friesland.

843[bewerken]

855[bewerken]

870[bewerken]

  • Na het overlijden van de volgens de wet kinderloze Lotharius II in 869 wordt zijn rijk verdeeld in het Verdrag van Meerssen. Zijn ooms, Karel de Kale en Lodewijk de Duitser, respectievelijk de koningen van West- en Oost-Francië, verdelen de nalatenschap van Lotharius II. In Lotharingen wordt de grens tussen het Franse en Duitse koninkrijk gevormd door de loop van de rivieren de Maas, de Ourthe en de Moezel. Italië en Bourgondië worden bij het Duitse Rijk gevoegd.

878[bewerken]

880[bewerken]

881[bewerken]

885[bewerken]

  • Godfried wordt opgepakt door Hendrik van Babenberg en om het leven gebracht vanwege zijn aandeel in het complot met Hugo, de broer van Gisela, tegen Karel de Dikke. De Fries Gerolf is bij de terechtstelling betrokken en wordt in 889 beleend met Kennemerland en het gebied rond Tiel. Gerolf wordt wel gezien als de stamvader van het Hollandse huis, al worden tot ± 1100 de bewoners van zijn gebied nog Friezen genoemd.

896[bewerken]

911[bewerken]

922[bewerken]

  • Karel de Eenvoudige schenkt Dirk I op 15 juni de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen als dank voor zijn steun bij een opstand van zijn vazallen. Egmond ligt ten noorden van de bezittingen die hij van Gerolf heeft gekregen en sluit daar dus uitstekend op aan. Kort hierna sticht hij er de Abdij van Egmond.
Historische kaart 919-1125

925[bewerken]

  • De Saksische vorst Hendrik de Vogelaar is koning van Duitsland geworden en trekt al spoedig ten strijde. Na in 922 Karel de Eenvoudige al uit Lotharingen te hebben gedreven, verovert Hendrik de Vogelaar ook Holland, Kennemerland en Texel als onderdeel van Lotharingen. De band van de Nederlanden met het Duitse rijk zal officieel tot 1648 blijven bestaan.

938[bewerken]

939[bewerken]

944[bewerken]

  • Otto I stelt zijn broer Bruno de Grote aan als hertog van Lotharingen. Deze is ook aartsbisschop van Keulen en kan als geestelijke niet trouwen, waardoor Otto niet hoeft te vrezen dat Bruno een eigen dynastie zal vestigen, zoals in andere delen van zijn rijk. Deze benoeming legde de basis van het Ottoonse stelsel, waardoor de Duitse koning in vergelijking met de koningen van omringende landen - die vaak slechts werkelijke macht bezitten in een klein gebied, terwijl hun vazallen dynastieën stichten - veel invloed kunnen uitoefenen.

~950[bewerken]

  • Op kleine schaal beginnen ontginningen in de enorme veengebieden in Holland en rond Utrecht.

962[bewerken]

  • Otto I wordt in ruil voor bescherming door paus Johannes XII tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond. Dit is tekenend voor de aandacht die ook de volgende Duitse keizers zullen hebben voor Italië, waardoor zij hun machtsbasis in het Duitse rijk, en daarmee Nederland, verwaarlozen.

~975[bewerken]

996[bewerken]

1006[bewerken]

  • Ene Godefridus is net als het jaar hierop als prefectus belast met de kustverdediging. Hoewel hij niet veel kan uitrichten tegen de Vikingen, stoppen de aanvallen uiteindelijk, waarschijnlijk onder andere doordat zij overstappen op het christendom. Een andere oorzaak kan het groeiende potentieel van de bevolking in Europa zijn.

1014[bewerken]

  • De stormvloed van 1014 zorgt voor grote schade en vele doden. In Zeeland bouwt men vliedbergen om als mottekasteel te fungeren, in Friesland legt men dijken aan.

1018[bewerken]

1046[bewerken]

  • Keizer Hendrik III dwingt Dirk IV van Holland afstand te doen van het door hem veroverde gebied. De keizer kan zich echter niet handhaven en moet zich terugtrekken, waarna Dirk de bisdommen Utrecht en Luik begint te plunderen. Bovendien sluit hij een verbond met Godfried met de Baard, de hertog van Opper-Lotharingen en de graven van Vlaanderen en Henegouwen. Hierop volgt het jaar daarop een tweede strafexpeditie waarbij de keizer Vlaardingen en de grafelijke burcht te Rijnsburg verovert. De burcht wordt geheel verwoest. Tijdens de terugtocht lijdt de keizer echter grote verliezen, waardoor Dirk's bondgenoten nu ook openlijk tegen de keizer in opstand komen.

1049[bewerken]

  • Dirk IV wordt door de bisschoppen van Metz, Luik en Utrecht in de val gelokt en gedood. Hij wordt opgevolgd door zijn broer Floris I.

1064[bewerken]

Grafkruis van Humbertus (1086), bouwer van de huidige Sint-Servaasbasiliek in Maastricht

1086[bewerken]

~1100[bewerken]

1101[bewerken]

  • Hendrik de Vette van Northeim wordt door keizer Hendrik IV beleend met de Friese gebieden nadat in 1099 bisschop Koenraad van Utrecht door een Friese koopman is gedood. Voor de graafschappen Stavoren, Westergo en Oostergo deed dit waarschijnlijk te veel denken aan de tijd van de Brunonen. Hoewel hij in Stavoren aanvankelijk vriendelijk ontvangen wordt, vermoedt Hendrik een list en vlucht, waarna hij door Friese schippers gedood wordt. In de periode hierna wordt het gebied betwist door de graven van Holland - Dirk VI trouwt met Sophie, een kleindochter van Hendrik de Vette - en de bisschoppen van Utrecht die echter geen permanente macht uit kunnen oefenen. Geholpen door landschappelijke omstandigheden is er geen sprake van een landsheerlijk gezag. Het gebrek hieraan zorgt voor een voortdurende strijd tussen herenboeren.

1106[bewerken]

1113[bewerken]

  • Bisschop Frederik I van Bremen sluit een verdrag met priester Heinricus en een groep kolonisten. In het verdrag worden zij Hollanders genoemd, als eersten in de geschiedenis. In de periode daarna vestigen zich nog regelmatig Hollanders in Noord-Duitsland om grond te ontginnen.

1134[bewerken]

  • De Stormvloed van 1134 maakt veel ontginningen ongedaan. Vlaardingen raakt geïsoleerd, maar Brugge wordt via het Zwin juist beter bereikbaar. Vanuit vele richtingen worden initiatieven ontplooid voor dijkenbouw en waterschappen en hoogheemraadschappen opgericht.
Dubbelreliëf uit omstreeks 1160 in het westwerk van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht

~1160[bewerken]

1165[bewerken]

  • Nadat Floris III van Holland in conflict is gekomen met bisschop Godfried van Rhenen doordat de graaf de Oude Rijn laat blokkeren bij Zwammerdam om de wateroverlast in zijn gebied te verminderen, brengt de bisschop de zaak voor keizer Frederik I Barbarossa. De keizer beslist dat de Suadenborchdam moet worden verwijderd. Het is één van de laatste malen dat iets blijkt van een keizerlijk oppergezag in de Nederlanden en Floris trekt zich ook niets aan van de uitspraak.
Hendrik van Veldeke, afgebeeld in de 14e-eeuwse Codex Manesse

~1175[bewerken]

1190[bewerken]

1203[bewerken]

1217[bewerken]

1227[bewerken]

1247[bewerken]

  • Willem II van Holland wordt tot Rooms koning gekozen. Dit is eerder een teken van de problemen van het rijk dan van de kracht van Willem. Otto II van Gelre en Hendrik II van Brabant zien daarvoor van de eer af. Er gaat nog wel een beleg van zes maanden van Aken aan vooraf, voor hij zich in dezelfde stad als Karel de Grote kan laten kronen. In 1256 zou hij zelfs tot keizer gekroond worden, maar voordat de kroning kan plaatsvinden, wordt hij gedood bij Hoogwoud terwijl hij tegen de Westfriezen optrekt.

~1250[bewerken]

1251[bewerken]

  • De Ommelandvaarders uit Kampen krijgen van koning Abel van Denemarken speciale privileges. Het belangrijkste doel van de Ommelandvaarders is Schonen, het zuidelijkste puntje van Zweden. Daarnaast verkrijgt Utrecht en later ook andere Nederlandse steden privileges om visserijkolonies te vestigen op Schonen.

1261[bewerken]

  • De joodse gemeenschap in Antwerpen wordt voor het eerst vermeld in het 'testament', een voorloper van de hertogelijke oorkonden of constituties, van Hendrik III van Brabant. Zijn wil is dat de Joden die zich schuldig maken aan leen- en woekerpraktijken volledig zouden worden uitgeroeid.

1269[bewerken]

1281[bewerken]

1283[bewerken]

1287[bewerken]

1288[bewerken]

1296[bewerken]

  • Floris V wordt door ontevreden edelen vermoord. Hierop volgt een politiek machtsspel waaruit Jan II van Avesnes als winnaar uitkomt, zodat de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen vanaf 1299 in een personele unie zijn verenigd.

1303[bewerken]

  • Na de Guldensporenslag tegen de Fransen het jaar daarvoor te hebben gewonnen, trekken de Vlamingen op naar Zeeland, in handen van Jan van Avesnes, bondgenoot van Frankrijk en rivaal van de graven van Vlaanderen na de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog. Het jaar daarop veroveren ze zelfs bijna geheel Utrecht en Holland. Onder Witte van Haamstede, een bastaard van Floris V, worden de Vlamingen teruggedreven en na de Slag bij Zierikzee worden de Vlamingen definitief teruggeslagen.

1328[bewerken]

1337[bewerken]

  • De tussen Frankrijk en Engeland bemiddelende Willem III overlijdt en kort daarna breekt de Honderdjarige Oorlog uit.
Gedachtenistafel, ca 1380, met o.a. drie van de vier heren van Montfoort, die in 1345 tijdens de Slag bij Warns sneuvelen. Het is het oudste overgebleven schilderij van Nederland

1345[bewerken]

  • De strijdlustige Willem IV van Holland komt om tijdens de Slag bij Warns. Hij laat geen kinderen na en de door zijn vader gevoerde politiek zorgt er nu voor dat de koningen van Engeland en Frankrijk en de keizer van Duitsland aanspraak kunnen maken op de opvolging. Als opperleenheer beleent keizer Lodewijk zijn vrouw Margaretha, de oudste zus van Willem IV, met de graafschappen.

1346[bewerken]

  • Margaretha belast haar dertienjarige zoon Willem V van Holland met het bestuur in Holland en Zeeland. Gezien zijn leeftijd ligt de macht echter nog steeds in handen van Jan van Beaumont. Ondertussen is er nog steeds oorlog met Friesland en Utrecht.

1348[bewerken]

  • De Zwarte Dood arriveert in Nederland. De pandemie zorgt voor grote sterfte, hoewel minder dan in omliggende gebieden. Nu doet zich ook de enige jodenpogrom voor die Nederland heeft gekend. Dankzij de joodse reinigingswetten worden joden minder snel ziek. Ook gebruiken de joden geen water uit de openbare putten. Mede daardoor worden ze er van verdacht het water in de openbare putten te hebben vergiftigd. Als gevolg hiervan worden in het jaar daarop, in 1349, in diverse IJsselsteden alsook in Arnhem, Nijmegen en Utrecht alle daar woonachtige joden vermoord of verdreven, in sommige gevallen levend verbrand.

1349[bewerken]

  • Margaretha stelt haar zoon aan als graaf en bedingt een uitkering van 15.000 gulden met een jaargeld van 6000 gulden. Gezien de financiële situatie wijzen de steden en edelen dit in maart in Geertruidenberg af, waardoor er niet veel overblijft van het gezag van Willem V. In dit begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten overwegen opstandige edelen overwegen het jaar daarop een staatsgreep, maar dit wordt verhinderd door de terugkeer van Margaretha.

1350[bewerken]

  • De edelen geven niet op en sluiten op 23 mei de Kabeljauwse Verbondsakte, waarmee zij aangeven dat Willem V landsheer moet worden zonder de betalingsverplichting aan zijn moeder. Hoewel enkele steden zoals Delft zich direct aansluiten, wordt op 5 september een verbond gesloten door de Hoeken.

1351[bewerken]

  • In februari wordt Willem V van Holland ontvoerd en vanuit Aat naar Delft overgebracht. Het komt dat jaar tot zware gevechten, onder andere in de Slag bij Zwartewaal en de belegering van een aantal Hoekse burchten, maar Willem V had aan het einde van het jaar de heerschappij in handen in Holland en Zeeland.
  • Willem laat donderbussen van Jan Rose plaatsen in de muren van het Binnenhof. De eerste vermelding van de inzet van donderbussen in het noorden was in 1348 in het Sticht. Pieter van Brugge had al eerder een kanon geconstrueerd dat in 1346 bij Doornik werd afgevuurd.

1354[bewerken]

  • Willem en Margaretha sluiten vrede. Twee jaar later overlijdt Margaretha en erft Willem ook Henegouwen. Hij had de steden veel privileges moeten geven voor hun steun, maar met het traktaat De cura reipublicae et sorte principantis van Filips van Leiden als theoretische grondslag trekt hij een aantal van deze privileges in. In 1358 neemt Albrecht van Beieren de macht van zijn broer over, nadat deze krankzinnig is geworden. De Hoekse en Kabeljauwse twisten laaien weer op.

1356[bewerken]

  • Na het overlijden van Jan III van Brabant in het jaar daarvoor stellen de Brabantse steden als voorwaarde voor de opvolging door zijn dochter Johanna dat zij de verworven privileges erkent. Dit wordt vastgelegd in de Blijde Inkomst waarin de macht van de vorst beperkt wordt. De opvolging wordt echter betwist, waardoor de Brabantse Successieoorlog uitbreekt.
Beatrijs (ca 1370)

1378[bewerken]

1382[bewerken]

  • De Domtoren in Utrecht is na een bouwtijd van eenenzestig jaar voltooid. In zijn traktaat Contra turrim Traiectensem protesteert Geert Grote tegen de bouw van de domtoren, die volgens hem enkel de ijdelheid streelt, en daarnaast in hoofdzaak bewondering van bezoekers trekt. Hij verzamelt een groep volgelingen om zich heen, de moderne devoten. Hieruit ontstaan de Broeders des Gemenen Levens en de Congregatie van Windesheim. De bisschop van Utrecht kan hun rigoureuze opvattingen echter niet waarderen en vaardigt voor diakens een preekverbod uit.

1385[bewerken]

1392[bewerken]

  • Aleid van Poelgeest, de minnares van Albrecht van Beieren, wordt tijdens een wandeling bij de Gevangenpoort vermoord door Hoeken. Als wraak laat Albrecht kastelen van edelen die partij hadden gekozen voor de Hoeken veroveren en afbreken. Albrecht vermoedt de hand van zijn zoon Willem die hij laat verbannen. Twee jaar later verzoenen vader en zoon zich.

1396[bewerken]

~1400[bewerken]

  • Het haring kaken vindt ingang in de Nederlanden en die techniek, in combinatie met een nieuw scheepstype, de haringbuis, zorgt ervoor dat vissers langer weg kunnen blijven en verder uit de kust kunnen vissen. De haringvangst gaat een grote economische rol spelen.
  • In het begin van de 15e eeuw worden zogenaamde 'blokboeken' gemaakt. Tekst en afbeeldingen worden in hout uitgesneden, waarna ze handmatig kunnen worden afgedrukt.

1407[bewerken]

1413[bewerken]

  • Stavoren werpt, als laatste, het grafelijke gezag weer af en Friesland is weer volledig onafhankelijk, waarop in Friesland het onderlinge uitvechten van vetes en roverijen (Schieringers en Vetkopers) weer als vanouds begint.

1416[bewerken]

Jacoba van Beieren (1401-1436), gravin van Holland en Zeeland

1417[bewerken]

  • Graaf Willem VI van Holland overlijdt en zijn dochter Jacoba van Beieren wordt niet erkend door de Duitse koning Sigismund, maar vooral ook niet door Dordrecht. Hoewel zij tot gravin wordt gewijd, maakt haar oom, de niet-ingewijde bisschop van Luik, Jan van Beieren, aanspraak op de macht in Holland en kiest partij voor de Kabeljauwen. In 1418 verovert Jan van Beieren Rotterdam, dat sinds het overlijden van Willem VI partij gekozen heeft voor Jacoba en in 1420 Leiden, welks burggraaf Filips van Wassenaar aan de Hoekse kant staat.

    Jacoba huwt in 1418 haar neef Jan IV van Brabant. Omdat hij zijn financiële verplichtingen niet kan nakomen, verpandt Jan IV het grondgebied van Jacoba voor 12 jaar aan haar vijand Jan van Beieren. Jacoba laat hierop het huwelijk ongeldig verklaren en vertrekt naar Engeland, waar zij in 1422 in het huwelijk treedt met Humphrey van Gloucester.
De Sint-Elisabethsvloed in 1421 (Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen, ca 1490)

1421[bewerken]

1422[bewerken]

1423[bewerken]

  • Tot 1448 doet zich het Utrechts Schisma voor, waardoor er twee aartsbisschoppen tegelijk zijn.
Filips de Goede, Rogier van der Weyden. De hertog draagt de keten van de door hem opgerichte Orde van het Gulden Vlies
De Imitatione Christi (Thomas a Kempis, ca 1424), het wijdverspreide boek van de Moderne Devotie

1424[bewerken]

  • Samen met Humphrey van Gloucester gaat Jacoba van Beieren terug naar het graafschap Holland om de strijd op te pakken tegen haar ex-echtgenoot Jan IV, die gesteund wordt door Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Als Humphrey haar in 1425 in de steek laat voor een hofdame, geeft Jacoba van Beieren de strijd op. Ze geeft zich over aan Filips van Bourgondië en wordt in Gent gevangengezet.

1428[bewerken]

  • Jacoba sluit vrede met Filips van Bourgondië middels de Zoen van Delft. Na het overlijden van haar oom Jan van Beieren in 1425 had zij de strijd tegen Filips van Bourgondië weer opgepakt. In dit vredesverdrag wordt bepaald dat Filips van Bourgondië erfgenaam van Jacoba van Beieren wordt en dat Jacoba van Beieren niet meer in het huwelijk mag treden. Jacoba blijft in naam nog gravin van Holland, maar moet feitelijk vrijwel alle macht afstaan.

1430[bewerken]

  • Filips de Goede richt de Orde van het Gulden Vlies op bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies is de tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband, die uit 1348 dateert. Met de instelling van deze Orde wil Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn dynastie. De nieuwe Orde is een select gezelschap waarmee de hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kan eren. De Orde wordt erkend door de paus en geniet pauselijke privileges.

1432[bewerken]

  • Frank van Borssele en Jacoba van Beieren treden in het geheim in het huwelijk. Jacoba schendt daarmee de Zoen van Delft. Filips de Goede neemt Frank gevangen en eist dat Jacoba voorgoed van haar titels afstand doet, wat zij in 1433 uiteindelijk doet.

1438[bewerken]

  • De strijd tussen Holland, Brabant en Vlaanderen is tot een einde gekomen nu de gewesten onder de Bourgondiërs verenigd zijn. De toenemende Hollandse scheepvaart leidt echter wel tot wrijvingen met de Hanze. Dit leidt tot de Hollands-Wendische Oorlog. In 1441 zeilt Hendrik II van Borselen - Monsieur De La Vère - de Elbe en de Wezer op en sleept een aantal Hanzekoggen weg bij Hamburg en Bremen. Hierop wordt de voor Holland en Zeeland gunstige Vrede van Kopenhagen gesloten, die waarbij de gewesten opnieuw vrije doorgang krijgen door de Sont.
  • Hoewel er in dit en het hieropvolgend jaar sprake is van zware crisis en torenhoge graanprijzen, delen de Nederlanden niet in de algemene malaise in Europa en is er eerder sprake van economische expansie.
Stadhuis van Middelburg, gebouwd vanaf 1452
Vœu du faisan ("Banket van de Fazant", 1454)
Achttien taferelen uit het leven van Christus, bekend als de Roermondse passie. Christelijke taferelen zijn de voornaamste kunstuitingen in de Middeleeuwen

1454[bewerken]

1455[bewerken]

  • De Utrechtse kapittels kiezen op 7 april de Hoeksgezinde domproost Gijsbrecht van Brederode tot bisschop. Onder druk van de Filips de Goede benoemt paus Calixtus III diens bastaardzoon David. Filips slaat de weerstand tegen deze benoeming met geweld neer, en in 1456 geeft Gijsbrecht tegen een ruime schadeloosstelling zijn aanspraak op de zetel op. Hij blijft echter een luis in de pels tot David hem, samen met zijn broer Reinoud, in 1470 gevangen neemt.

~1462[bewerken]

1464[bewerken]

  • De Staten-Generaal vergaderen voor de eerste maal om het regentschap te bespreken tijdens de afwezigheid van Filips, maar voor deze op kruistocht kan vertrekken, zakt hij in 1465 weg in seniliteit en zijn zoon Karel neemt vanaf dan de staatszaken waar.

1465[bewerken]

  • Adolf van Egmond zet zijn vader af als hertog van Gelre en neemt zijn plaats in. In 1471 neemt zijn vader zijn plaats weer in met de hulp van Karel de Stoute, hoewel deze aanvankelijk zoon tegen vader had opgezet.

1473[bewerken]

Proloog van de Delftse Bijbel, het eerste gedrukte Nederlandstalige boek in Nederland. Het boek bevat alleen het Oude Testament

1477[bewerken]

  • Karel de Stoute sneuvelt in de Slag bij Nancy. Dit veroorzaakt een crisis in het hertogdom. Zijn dochter, Maria van Bourgondië, wordt onmiddellijk geconfronteerd met de ontevredenheid over het oorlogszuchtige en centralistische beleid van haar vader. Door toekenning van het Groot Privilege op 11 februari verkrijgt Maria financiële en militaire steun van de Staten-Generaal. Ook moet zij, om tegemoet te komen aan het particularisme, aan verscheidene gewesten en steden eigen keuren verlenen. Holland en Zeeland verkrijgen in maart hun eigen Groot Privilege, waarbij Nederlands de bestuurstaal wordt en zuiderlingen worden uitgesloten van belangrijke functies. Bovendien valt Frankrijk haar Franse gewesten aan. Op 19 augustus trouwt Maria met Maximiliaan van Habsburg, waardoor er een einde kwam aan haar korte persoonlijke regeerperiode en de Nederlanden onder het huis Habsburg komen. Nu kan de Franse dreiging het hoofd geboden worden. In september sluit Lodewijk XI van Frankrijk vrede met Maximiliaan.

1479[bewerken]

1482[bewerken]

  • Maria overlijdt op 25-jarige leeftijd door een val van haar paard. Haar 4-jarige zoontje Filips de Schone volgt haar op, onder het regentschap van zijn vader Maximiliaan. Deze wil het Groot Privilege echter niet bevestigen en voert bovendien een expansiepolitiek, met oorlogen die veel kosten, en dus veel belastingen meebrengen. De Staten-Generaal van de Zeventien Provinciën erkennen het regentschap uiteindelijk in december, nadat ze Maximiliaan de Vrede van Atrecht met Frankrijk kunnen opdringen.
  • Jan van Schaffelaar, een Kabeljauwse ruiteraanvoerder, komt aan zijn einde als hij van de door Hoeken belegerde toren van Barneveld springt. Door tussenkomst van Maximiliaan kan David van Bourgondië, halfbroer van Karel de Stoute, in 1483 zijn bisschopszetel in Utrecht opnieuw innemen.

1483[bewerken]

  • Lodewijk XI sterft in augustus en Maximiliaan neemt opnieuw de wapens op. Het graafschap Vlaanderen gaat hiermee niet akkoord. Hun gezant die naar koning Karel VIII van Frankrijk werd gezonden, wordt door Maximiliaan gevangengenomen. Dit leidt tot de eerste tweejarige Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan.

1487[bewerken]

  • Aan het einde van het jaar breekt opnieuw een opstand uit in Vlaanderen. Op 31 januari 1488 komt Maximilaan naar Brugge om de opstand te onderdrukken, maar wordt gevangengenomen. Op 12 mei komen de Staten-Generaal bijeen en wordt een einde gemaakt aan Maximiliaans regentschap over Vlaanderen. Maximiliaan belooft zich hieraan te houden en wordt vrijgelaten. Als borg wordt zijn raadsman Filips van Kleef gevangen gehouden. Eenmaal vrij houdt Maximiliaan zich niet aan de afspraak. Hij voert strafexpedities uit in het Brugse ommeland. Filips van Kleef voelt zich verraden en sluit zich vanwege deze eedbreuk aan bij de opstandelingen en wordt zelfs de leider. De opstand is ditmaal succesrijker. Mede doordat ook buiten Vlaanderen het regentschap in vraag wordt gesteld. Zo leidt ook Frans van Brederode in Holland een opstand, de Jonker Fransenoorlog.

1489[bewerken]

1490[bewerken]

1491[bewerken]

1492[bewerken]

  • Karel van Gelre komt met Franse steun succesvol in opstand waardoor Gelre weer onafhankelijk wordt van Habsburg.

1494[bewerken]

1496[bewerken]

1498[bewerken]

De verovering van Rhenen door Jan II van Kleef in 1499

1500[bewerken]

1506[bewerken]

1511[bewerken]

1512[bewerken]

1515[bewerken]

  • De Saksische hertog George doet zijn aanspraken op Groningen en Friesland voor het geringe bedrag van 100.000 gulden over aan Karel V.

1517[bewerken]

1520[bewerken]

1521[bewerken]

1523[bewerken]

1524[bewerken]

1525[bewerken]

  • In Den Haag sterft Jan de Bakker als eerste protestant op de brandstapel.

1526[bewerken]

1528[bewerken]

1530[bewerken]

Pompeius Occo (1483-1537). Bankier, koopman en humanist (Dirck Jacobsz, 1534). Occo was zaakgelastigde van het bankiershuis Fugger in Amsterdam

1535[bewerken]

1536[bewerken]

1543[bewerken]

1544[bewerken]

1549[bewerken]

1550[bewerken]

  • Karel V vaardigt in de Nederlanden het Bloedplakkaat uit. Hiermee wordt het drukken, schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen, het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het prediken van een tegendraadse religie en het huisvesten van ketters, met de doodstraf en inbeslagname van alle goederen beantwoord. Een derde van de vervolgden bestaat uit wederdopers, ook wel anabaptisten genoemd. Omdat ze zo sterk aan hun geloof vasthouden, wacht hen de brandstapel.
Allegorie op de troonsafstand van keizer Karel V op 25 oktober 1555 te Brussel, ~1620, Frans Francken II

1555[bewerken]

  • De Godsdienstvrede van Augsburg beëindigt de 40 jaar van religieuze twisten met protestantse Duitse vorsten met als hoogtepunt de Schmalkaldische Oorlog. De vrede gaat uit van het principe cuius regio, eius religio (van wie het land is, is ook de godsdienst). Dit houdt in dat iedere rijksvorst beslist welke godsdienst in zijn gebied opgelegd wordt. Hoewel de Nederlanden dus katholiek blijven en de vrede niet direct te maken heeft met de Nederlanden, wordt hierdoor wel heel duidelijk dat het mogelijk is af te wijken van het rooms-katholieke geloof.
  • Karel V doet afstand van de regering over de Nederlanden. Zijn zoon Filips wordt Heer der Nederlanden. Karel blijft nog koning van Spanje en Rooms Keizer.

1557[bewerken]

  • Filips II schort de rentebetalingen op. Dit eerste van een serie Spaanse staatsbankroeten heeft als gevolg dat de Zuid-Duitse bankiers en Antwerpse kleine spaarders geruïneerd raken.

1559[bewerken]

1561[bewerken]

Het gezin van Pierre de Moucheron (1508-67), koopman te Middelburg en Antwerpen

1563[bewerken]

  • Oranje en Egmont vragen om het ontslag van Granvelle. Oranje en Egmont schrijven hun tweede protestbrief aan Filips II.

1564[bewerken]

  • Elizabeth I van Engeland beveelt een uitvoerverbod voor wol naar Holland. Het is het begin van de Engels-Spaanse handelsoorlog.

1565[bewerken]

  • Door de Zevenjarige Oorlog tussen Denemarken en Zweden wordt eind april de Sont gesloten. Hoewel deze na twee maanden weer geopend wordt onder druk van Polen - die op dat moment bondgenoot van Denemarken is en de handel op Danzig verstoord ziet - zorgt de mede door speculaties gestegen graanprijs voor een hongersnood.
  • Oranje en Egmont protesteren bij Filips II tegen de Spaanse onverzettelijkheid op religieus gebied. Filips eist echter in zijn brieven uit het bos van Segovia strenge vervolging van de ketters.
Beeldenstorm in een kerk, 1630, Dirck van Delen

1566 Wonderjaar[bewerken]

1567[bewerken]

1568[bewerken]

Mercator introduceert de Mercatorprojectie, van groot belang voor de scheepvaart

1569[bewerken]

Het Theatrum Orbis Terrarum is de eerst uitgegeven wereldatlas, samengesteld door Abraham Ortelius, uitgegeven door Gilles Coppens van Diest (Aegidius Coppenius Diesth)

1570[bewerken]

  • Invoering van de Criminele Ordonnantiën en de Ordonnantiën op de Stijl van Procederen in criminele zaken, de eerste geüniformeerde geschreven strafwetgeving in de Nederlanden. De wet wordt gedeeltelijk buiten werking gesteld bij de Pacificatie van Gent in 1576 en nooit meer hersteld.
  • De derde Allerheiligenvloed teistert de Nederlandse kusten en vernielt vele dijken en andere waterkeringen. Hierbij vallen honderden doden en raken tienduizenden dakloos. Veestapels en wintervoorraden worden verzwolgen. Het is het begin van de ondergang van Bergen op Zoom als welvarende handelsstad. Er treedt een algemene verarming op van de Nederlandse bevolking, waardoor ook Alva's belastinghervormingen mislukken. Zijn resulterende geldnood zorgt voor muitende Spaanse troepen.

1572[bewerken]

  • Omdat Elizabeth I van Engeland de relatie met Filips II wil verbeteren, moet de geuzenvloot de Engelse havens verlaten. Eén van de gevolgen was de verovering van het stadje Den Briel door de watergeuzen onder aanvoering van Lumey en Bloys van Treslong. Het wordt wel gezien als het begin van de opstand in de Nederlanden, maar voor Alva was het verlies van Vlissingen op 6 april schokkender. Negentien katholieke geestelijken afkomstig uit Gorcum worden door geuzen in Brielle gemarteld en vermoord. Deze mensen raken bekend als de martelaren van Gorcum.
  • In juli vindt de Inname van Roermond door de Spanjaarden plaats, waarna plundering van de stad volgt. Na vrijwillige overgave van Naarden worden 490 naar een kerk gelokte burgers in koelen bloede vermoord op bevel van legeraanvoerder Romero. Wie niet is gekomen wordt opgehangen aan de bomen. Slechts zestig inwoners ontspringen de dans.
  • Aan de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht nemen twaalf steden deel. Willem van Oranje wordt bevestigd als stadhouder.
  • Tijdens de Bartholomeusnacht in Parijs worden duizenden hugenoten afgeslacht. Hierna hoeven de opstandelingen voorlopig niet meer op Franse steun te rekenen.

1573[bewerken]

  • Het Spaanse leger onder Alva's zoon Don Frederik herovert bijna alle steden in Overijssel en Gelderland.
  • Het Beleg van Haarlem door de Spanjaarden onder Don Frederik met daarin een heldinnenrol van Kenau Simonsdochter Hasselaer. Haarlem geeft zich uiteindelijk over aan de Spanjaarden.
  • 8 oktober - Het Spaans beleg van Alkmaar wordt afgeslagen ('bij Alkmaar begint de victorie'). Als dank geeft Willem van Oranje de stad het eeuwigdurend recht tot het houden van de Kaaswaag.
  • 11 oktober - De Slag op de Zuiderzee tussen de watergeuzen en een Spaanse vloot, die eindigt in een overwinning voor de watergeuzen.
  • Alva wordt op eigen verzoek vervangen door Requesens en verlaat de Nederlanden.

1574[bewerken]

1575[bewerken]

  • De Universiteit Leiden wordt door Willem van Oranje opgericht als dank voor het verzet van de Leidenaren.
  • Door de hoge kosten van de militaire campagnes in de Nederlanden en tegen de Ottomanen wordt Spanje op 1 september voor de tweede keer bankroet verklaard, waardoor er bezuinigd moet worden op de soldij van de troepen.

1576[bewerken]

  • Requesens overlijdt onverwacht op 1 maart zonder een opvolger te hebben aangewezen. Door de achterstallige soldij en het ontbreken van een leider, beginnen Spaanse troepen te deserteren. Zierikzee en Aalst worden door plunderende troepen leeggeroofd; Mechelen en Brussel worden bedreigd. De Staten van Henegouwen en Brabant roepen begin september tegen de zin van Filips II de Staten-Generaal bijeen en knopen onderhandelingen aan met de opstandige gewesten Holland en Zeeland. In Gent worden eind oktober afspraken gemaakt tussen de opstandige en de koningsgetrouwe gewesten over het verdrijven van de muitende Spaanse troepen. De godsdienstige meningsverschillen hoopt men later op te lossen. Uiteindelijk wijst Filips II Don Juan van Oostenrijk aan als landvoogd.
  • Op 4 november trekken Spaanse troepen moordend en plunderend Antwerpen binnen. Vele Antwerpenaren vinden de dood en duizenden gebouwen gaan in vlammen op tijdens de Spaanse Furie. Na deze zoveelste plundering wordt de Pacificatie van Gent ondertekend en op 8 november 1576 afgekondigd. De zeventien gewesten lijken zich weer verenigd te hebben in hun verzet, hoewel de oostelijke gewesten voorbehoud maken. Op 9 november worden de Spanjaarden verdreven uit Gent.
Walvis van Saaftinge uit het Visboeck van Adriaen Coenen

1577[bewerken]

  • Don Juan vaardigt het Eeuwig Edict uit. De Spaanse troepen zullen worden teruggeroepen en de Staten zullen zelf het katholicisme handhaven.
  • 6 april - Filips II ondertekent de Unie van Brussel, een vredesverdrag van alle Nederlandse gewesten, na onderhandelingen tussen Willem van Oranje en aartshertog Matthias van Oostenrijk, die door de Zuidelijke Nederlanden als hun landvoogd benoemd was.
  • 24 juli - Don Juan valt de stad Namen aan, waarmee een einde komt aan de Unie van Brussel. Na deze aanval erkennen de gewesten niet langer Don Juan als hun landvoogd en vragen ze Matthias van Oostenrijk zijn plaats in te nemen. Hierna wordt door de Staten-Generaal tot de voor de protestanten tolerantere tweede Unie van Brussel besloten.
  • 28/29 oktober - In Gent wordt de Calvinistische Republiek uitgeroepen door opstandige ambachtsgilden. Gent krijgt van Willem van Oranje alle privileges terug die men in 1540 na de Gentse Opstand had moeten inleveren. In de korte periode tot Parma Gent weet te veroveren in 1584 groeit Gent uit tot een belangrijk intellectueel centrum, onder andere door het internationaal befaamde Theologisch Athenaeum.

1578[bewerken]

  • Alexander Farnese wordt landvoogd van de Nederlanden. Hij weet Brugge, Brussel, Gent, Oudenaarde en Antwerpen te veroveren.
  • Ook Antwerpen wordt een Calvinistische Republiek en groeit uit tot een internationaal trefpunt van protestanten.
  • Om de gewesten Holland en Utrecht beter te beschermen tegen plunderingen van buitenaf wordt Graaf van Rennenberg naar Overijssel gestuurd, waarbij hij het Beleg van Kampen en Beleg van Deventer opzet en beide steden tot overgave dwingt.

1579[bewerken]

1580[bewerken]

Blijde inkomst van François, hertog van Anjou (1556-1584) in Antwerpen, met de erepoort op de St. Jansbrug, 19 februari 1582

1581[bewerken]

  • De hertog van Anjou wordt aangesteld als vorst over de Nederlanden. Aangezien hij aangesteld wordt als soeverein vorst eist hij wel dat de Nederlanden zich onafhankelijk verklaren van Filips II. Dit gebeurt op 26 juli met het Plakkaat van Verlatinghe ('het volk is er niet voor een vorst, maar een vorst voor het volk'). Daarin wordt Filips II vervallen van de troon van de Nederlanden verklaard.
  • 29 november - Parma dwingt na een langdurig beleg Doornik tot overgave, de enige Waalse stad die trouw was gebleven aan de Staten-Generaal

.

1583[bewerken]

1584[bewerken]

1585[bewerken]

  • De hertog van Parma verovert in de voorgaande jaren alle steden in de zuidelijke Nederlanden; de noordelijke Nederlanden ondernemen geen actie. In augustus boekt Parma zijn grootste succes met de Val van Antwerpen, de grootste en rijkste stad van de Nederlanden. Hij forceert hiermee een definitieve scheiding van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Na de val verlaten 60.000, waaronder bankiers, van de 100.000 inwoners de stad.
  • Maurits wordt stadhouder van Holland en Zeeland.
  • Na de moord op Willem van Oranje zoeken de Staten Generaal steun bij de koningin van Engeland. Zij weigert een Nederlandse koningstitel, maar zegt haar protectie toe aan de Nederlanden. Als reactie op de Spaanse opmars stuurt Elizabeth I de graaf van Leicester in het geheim met 5000 man de Noordzee over.
  • Spanje stelt het eerste embargo in tegen de Nederlanden dat zal duren tot 1589.

1586[bewerken]

1587[bewerken]

  • De komst van de graaf van Leicester is geen succes. De graaf blijkt geen goede militaire leider te zijn en verschillende steden gaan voor de opstandelingen verloren. Ook probeert hij in Utrecht een landsbestuur op basis van een sterke centrale macht op te bouwen, maar dit wordt door de gewesten, die gewend zijn aan hun autonomie, niet geaccepteerd. De graaf van Leicester wordt gedwongen de Nederlanden te verlaten.

1588[bewerken]

Salomo's Oordeel (Hendrick Goltzius, ca 1590), een allegorische aanklacht tegen de inquisitie: Filips II is afgebeeld als de crudelis princeps, de wrede vorst, omgeven door de slechte raadgevers van de inquisitie

1590[bewerken]

  • 4 maart - De verovering van Breda door Maurits van Nassau met behulp van het turfschip van Breda, tijdens welke een contingent soldaten de stad door de waterpoort wordt binnengesmokkeld, die omstreeks middernacht snel het kasteel innemen en een brug bezetten.

1591[bewerken]

1592[bewerken]

  • Jan Huygen van Linschoten keert na jaren van reizen voor Portugal terug in Nederland en zijn publicaties van de "geheime" zeevaartroutes naar Oost-Indië openen voor Nederland de deur van de Gouden Eeuw.
  • Cornelis de Houtman wordt door de Compagnie van Verre naar Lissabon gestuurd om nieuwe handelsmogelijkheden voor peper te onderzoeken.
  • Cornelis Cornelisz. van Uitgeest verkrijgt het octrooi voor de paltrokmolen. Dit type houtzaagmolen is van groot belang voor de bouw van de schepen van de VOC en de WIC. De uitvinding draagt in belangrijke mate bij aan de economische opbloei van de Republiek. De mechanisatie van het houtzagen levert namelijk aanzienlijke besparingen op personeelskosten op. Aanvankelijk stuit dit dan ook op bezwaren bij het Amsterdamse houtzagersgilde. Dat probleem bestaat niet in de Zaanstreek, waar de gilden geen politieke invloed hebben. Dit gebied groeit uit tot het grootste scheepsbouwcentrum ter wereld.

1593[bewerken]

1594[bewerken]

1595[bewerken]

Itinerario, voyage ofte schipvaert, naer Oost ofte Portugaels Indien inhoudende een corte beschryvinghe der selver landen ende zee-custen van Jan Huygen van Linschoten met daarin ook de Beschryvinghe van de gantsche custe van Guinea en het Reys-gheschrift vande navigatien der Portugaloysers in Oriënten

1596[bewerken]

1597[bewerken]

1598[bewerken]

  • Isabella van Spanje, de dochter van Filips II, huwt Albrecht van Oostenrijk, waarbij Filips de gehele Nederlanden als bruidsschat schenkt.
  • Spanje en Frankrijk sluiten de Vrede van Vervins.
  • Vrijwel direct na zijn troonsbestijging breekt Filips III met de praktijk dat de opstandelingen in de Noordelijke Nederlanden handel drijven met de Spanjaarden om de oorlog te betalen. Hij stelt opnieuw een embargo in, laat alle in Spaanse en Portugese havens aanwezige Nederlandse schepen met hun lading in beslag nemen en de bemanning gevangennemen. Deze politiek brengt echter minstens evenveel schade toe aan de Spaanse economie als aan de Hollandse. Het embargo is van kracht tot 1608, maar de Nederlandse scheepvaart heeft zich ondertussen gestort op het Verre Oosten, zodat hier grote winsten gehaald kunnen worden.
Hollandse driemaster in de Sont (Hendrick Cornelisz. Vroom, 1614). De graanhandel op de Oostzee is in deze periode de belangrijkste pijler van de scheepvaart, ook wel de moedernegotie genoemd
Het octrooi- of handelsgebied van de VOC

1600[bewerken]

  • In 1595 is de verovering van de oostelijke Nederlanden voltooid en nu trekt de normaal gesproken voorzichtige Maurits tegen zijn zin diep vijandelijk gebied in. Op aandringen van Van Oldenbarnevelt poogt hij een einde te maken aan de voor de Nederlandse koopvaardij schadelijke Duinkerker Kapers. Het komt tot de Slag bij Nieuwpoort die Maurits uiteindelijk weet te winnen. Met het risico op versterkingen en zo zijn hele leger te verspelen zet hij de belegering van Nieuwpoort niet door en trekt zich terug naar de Republiek. Het is het begin van de verwijdering tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt.
  • Volgens de lijsten van de Sonttol vaart zo'n 50% van alle schepen die de Sont passeren onder Nederlandse vlag.

1602[bewerken]

1604[bewerken]

1605[bewerken]

  • Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) krijgt octrooi op een door hem ontworpen duikersklok, waarmee door middel van aanvoer van lucht onder overdruk, gewerkt kan worden onder water.

1606[bewerken]

  • Australië wordt ontdekt door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Janszoon met zijn schip het Duyfken.
  • De opmars van Spinola wordt belemmerd door een beurskrach in Genua.

1607[bewerken]

Winterlandschap met ijsvermaak, Hendrick Avercamp. Tijdens de kleine ijstijd van de 15e-19e eeuw ligt de gemiddelde temperatuur in West-Europa zo'n 1 à 2 graden onder de huidige waarden

1608[bewerken]

  • Er worden vredesonderhandelingen begonnen tussen Spanje en de Republiek. In de Nederlanden bestaan twee kampen. Het grote twistpunt is het effect van vrede op de handel. De handel op Azië en Amerika heeft een aantal kooplieden enorme winsten opgeleverd en ze zijn bang deze handel op te moeten geven als voorwaarde voor vrede met Spanje. Spanje is bereid de Republiek te erkennen als de VOC ontbonden wordt, er geen gelijksoortige compagnie voor Amerika wordt opgericht en de Nederlanden erkennen dat Spanje en Portugal het alleenrecht hebben op het beheer van Oost- en West-Indië. Daarnaast moet de blokkade van de Schelde opgeheven worden, wat het einde van de Nederlandse textielnijverheid zou kunnen betekenen. Calvinistische kooplieden, zoals Reinier Pauw, combineerden deze argumenten met religieuze argumenten.

1609[bewerken]

  • Door de tegenstellingen is vrede niet mogelijk. Maurits ziet het liefst een voortzetting van de oorlog, terwijl Oldenbarnevelt voorstander is van vrede. Een bestand is het hoogst haalbare en op 9 april gaat de Treves, het Twaalfjarig Bestand in.
  • Met de oprichting van de Amsterdamsche Wisselbank, bedoeld om alle kassiers en wisselaars door één kassiers- en wisselkantoor te vervangen, wordt een poging gedaan om aan de chaotisch toestand in het muntwezen een einde te maken. De Amsterdamsche Wisselbank heeft veel meer dan een lokale betekenis. In haar bloeitijd geniet de Amsterdamse Wisselbank een wereldreputatie. De bank is een girobank; tegenover het gestorte bedrag brengt zij geen bankpapier in omloop, maar staat een giraal tegoed, het bankgeld.
  • Henry Hudson maakt een reis in dienst van de VOC met de Halve Maen en een grotendeels Nederlandse bemanning. Aanvankelijk op zoek naar de Noordoostelijke Doorvaart, steekt hij de Atlantische Oceaan over en landt ten westen van Nova Scotia en volgt de kust zuidwaarts tot voorbij Chesapeake Bay. Hij verkent Chesapeake Bay en Delaware Bay vluchtig, en bereikt de rivier die spoedig naar hem genoemd zou worden, de Hudson. Hij vaart deze rivier 200 kilometer op, tot nabij de huidige stad Albany. Hoewel duidelijk wordt dat dit niet een doorgang naar de Grote Oceaan kan zijn, heeft Hudson wel een vruchtbaar land gevonden. In dit gebied vestigen de Nederlanders in de volgende jaren hun kolonie Nieuw-Nederland.

1610[bewerken]

De binnenplaats van de beurs te Amsterdam (Emanuel de Witte, 1653)
De bocht van de Herengracht bij de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam (Gerrit Adriaensz. Berckheyde, 1672)
De zielenvisserij (Adriaen Pietersz van de Venne, 1614). Allegorie op de ijver van de religies tijdens de Treves

1611[bewerken]

  • De volgelingen van Gomarus, de contraremonstranten of preciezen, reageren met een contraremonstrantie. In zeven punten zetten zij hun standpunten uiteen en roepen op tot een nationale synode.
  • De opening van de door Hendrick de Keyser ontworpen Koopmansbeurs aan de Vijgendam vindt plaats. De groeiende goederen- en aandelenhandel maakt dat er behoefte ontstaat aan een specifiek voor dit doel gemaakt gebouw.

1612[bewerken]

1616[bewerken]

1617[bewerken]

  • Het conflict tussen de rekkelijken en preciezen, later de Bestandstwisten genoemd, is al lang niet meer slecht een geloofskwestie. De Staten van Holland geven de voorkeur aan een open libertijnse kerk en willen een publieke kerk waarin plaats is voor beide gezindten en die door de overheid gestuurd wordt. De contraremonstranten willen niets weten van wereldlijke inmenging. Oldenbarnevelt en Maurits ontkomen er niet meer aan zich hieraan te onttrekken nu de Republiek bijna in een burgeroorlog verwikkeld raakt. Hoewel Oldenbarnevelt een arminiaan is, ziet hij de gewesten als soeverein en als hoeders van de publieke kerk. De Staten van Holland nemen de Scherpe Resolutie aan; deze resolutie geeft de steden in Holland de mogelijkheid om eigenhandig waardgelders aan te nemen om onlusten te voorkomen. Maurits ziet de gewesten echter als onderdeel van de Unie en daarmee ook de kerk. De waardgelders zijn een aantasting van zijn gezag als aanvoerder van het Staatse leger. De Staten-Generaal reageren op de Hollandse Scherpe Resolutie met de oproep tot een nationale synode.
Het afdanken der waardgelders door prins Maurits op de Neude te Utrecht, 31 juli 1618 (Pauwels van Hillegaert, 1627)

1618[bewerken]

Synode van Dordrecht, 13 november 1618.
Ivstitie aen Ian van Oldenbarnevelt, de terechtstelling van Oldenbarnevelt (Claes Janszoon Visscher, 1619)

1619[bewerken]

  • 8 mei - Slotzitting van de Synode van Dordrecht. De synode stelt de contra-remonstranten in hun gelijk. De standpunten tegen de remonstranten worden weergegeven in 5 punten, de Dordtse Leerregels, die een officieel onderdeel vormen van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse hervormde en gereformeerde kerken in Nederland. Tevens wordt besloten de Bijbel in het Nederlands te vertalen. Deze Statenvertaling is in 1637 klaar. Ook wordt de Dordtse Kerkorde aangenomen, die nog steeds de basis vormt van het kerkrecht in veel gereformeerde kerken.
  • 12 mei - Van Oldenbarnevelt, Hogerbeets en De Groot worden veroordeeld wegens hoogverraad. Een dag later wordt Oldenbarnevelt in Den Haag onthoofd op last van de Staten-Generaal. Zijn misdaad was een poging het Nederlandse staatsbestel te hervormen. Zelf vindt hij dat hij onschuldig is en dient daarom geen gratieverzoek in, omdat dat een impliciete schuldbekentenis zou inhouden. Hugo de Groot wordt gevangengezet en overgebracht naar slot Loevestein, waar hij begint te schrijven aan een inleiding tot het Hollandse recht en zijn De veritate religionis Christianae.
  • Jan Pieterszoon Coen volgt Laurens Reael op als Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië en sticht Batavia.
  • Nederlandse vluchtelingen richten in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap op.

1621[bewerken]

  • Het Twaalfjarig Bestand loopt af zonder dat de behoefte gevoeld wordt deze te verlengen, zodat de vijandelijkheden tussen de Republiek en Spanje hervat worden.
  • Met het aflopen van het bestand, hoeft men zich ook niets meer aan te trekken van de beperkende bepaling daarin met betrekking met de handel op de West. De West-Indische Compagnie wordt opgericht door de Staten-Generaal.
  • Jan Pieterszoon Coen overrompelt met een gewelddadige expeditie de Banda eilanden, die tegen het verbod van de VOC in, toch nootmuskaat zijn blijven verkopen aan Portugezen en Britten. Deze eilanden vormen in deze tijd de enige plek ter wereld waar deze gezochte specerij voorkomt. Wie Banda bezit, heeft het monopolie. Coen arriveert met 2000 man en de eilanden worden uitgemoord; de bevolking ervan wordt vervangen.
Huwelijksportret van Isaac Abrahamsz Massa (1586-1643) en Beatrix van der Laen (1592-1639), getrouwd te Haarlem op 25 april 1622 (Frans Hals, 1622)
Het ponteveer (Esaias van de Velde, 1622)

1622[bewerken]

  • Hugo de Groot die een jaar eerder per boekenkist uit Loevestein ontsnapte, publiceert clandestien zijn Apologie voor de rechtmatige regering van Holland, waarin hij stelt dat ieder gewest in de Unie een soevereine staat is. De Staten-Generaal verbieden Grotius' geruchtmakende boek.

1625[bewerken]

  • Het overlijden van Maurits maakt de weg vrij voor nationale verzoening. Hij wordt opgevolgd door zijn halfbroer Frederik Hendrik. Zijn militaire talent bezorgt hem de naam 'stedendwinger'. Met zijn echtgenote Amalia van Solms voert hij een bijna vorstelijke bewind en geeft Den Haag steeds meer het karakter van hofstad.
  • Vondel geeft de Palamedes uit. Dit dichterlijk drama over een gerechtelijke moord, met Agamemnon in de rol van Maurits, gaat zelfs de Amsterdamse raad te ver en hij wordt beboet.

1626[bewerken]

  • Postume uitgave, een jaar na het overlijden van Adriaen Valerius, van de bundel Geuzenliederen Nederlandsche Gedenck-Clanck met hierin onder andere het Wilhelmus, dat een ouder geuzenlied is waarvan de oorsprong tot het begin van de opstand teruggaat. In 1932 zal dit het nationale volkslied van Nederland worden en daarmee het oudste officiële of officieuze volkslied van een in de Verenigde Naties vertegenwoordigde staat zijn.
  • Peter Minuit "koopt" het eiland Manhattan van de Manhattoes-indianen voor 24 dollar en legaliseert hiermee de nederzetting Nieuw-Amsterdam (het latere New York) die het voorgaande jaar gesticht werd aan de monding van de Hudson River.

1628[bewerken]

  • De vloot van de West-Indische Compagnie onder Piet Hein boekt een spectaculaire overwinning in de Slag in de Baai van Matanzas voor de kust van het eiland Cuba. Hij onderschept de Zilvervloot. Dit laat 11 miljoen gulden in handen vallen van de Republiek. De buit vertegenwoordigt zo'n driekwart jaar oorlogsuitgaven en is niet alleen een financiële, maar vooral ook een morele overwinning van de Republiek.
  • René Descartes vestigt zich definitief in de Republiek. De reformatie roert zich heftig onder leiding van Gisbertus Voetius.
Jacob Cats (1577-1660). Pensionaris van Dordrecht en dichter (Michiel Jansz. van Miereveld, 1634)

1629[bewerken]

  • Frederik Hendrik voert het Beleg van 's-Hertogenbosch uit. Als afleiding vallen de troepen van de keizer Gelderland binnen. Zij nemen Amersfoort en herstellen er de katholieke diensten. De Unietroepen nemen echter Wesel in waardoor 's keizers troepen afgesneden worden van alle versterkingen. Zij trekken zich terug naar de IJssel. Op 14 september geeft 's-Hertogenbosch zich gewonnen. Dit is in deze streken de zwaarste klap voor Spanje sinds de ondergang van de Armada in 1588.

1630[bewerken]

  • Met de financiële middelen van de zilvervloot wordt besloten om de Portugese bezittingen in Brazilië te veroveren. De noordkust hiervan bood een goede uitvalsbasis voor aanvallen op de Spaanse zilvervloten. Een expeditieleger onder Hendrick Lonck weet een groot gedeelte van Brazilië te veroveren op de Portugezen. Ondanks de snelle en gemakkelijke overwinningen op de noordkust slaagde men er toch niet in om de hele Portugese kolonie te veroveren, waardoor de Portugezen een bedreiging blijven. Door het bezit van vele plantages in Nederlands-Brazilië worden de Nederlanders verleid het systeem van slavernij en slavenhandel, die men nog in 1623 als onethisch had afgewezen, in 1635 volledig over te nemen.

1632[bewerken]

  • Frederik Hendrik probeert de katholieke graaf Hendrik van den Bergh aan te zetten de adel in het zuiden in opstand te brengen tegen wat een manifesto van de Staten-Generaal van de Republiek het zware en ondraaglijke juk van de Spanjaarden noemt. Brussel is bijzonder bezorgd. Vanuit Luik roept van den Bergh openlijk tot opstand op, maar de ontevreden adel in het zuiden is toch niet bereid om met het ketterse noorden in zee te gaan. Zij stellen hun hoop meer op kardinaal Richelieu.
  • Venlo, Roermond en Sittard vallen in handen van Frederik Hendrik. Hij begint het Beleg van Maastricht. De stad geeft zich uiteindelijk gewonnen, maar bedingt het recht katholiek te blijven.
  • De Infanta stuurt vanuit Brussel Rubens naar Maastricht om een bestand voor te stellen aan Frederik Hendrik. Deze heeft daar weinig belangstelling voor. De zuidelijke Staten-Generaal komen - voor het laatst onder Spaans gezag - bijeen. Zij dwingen de Infanta - tegen de wil van Filips IV - met het noorden te onderhandelen. Spanje moet nu eerst zijn gezag in het zuiden zien te herstellen.

1633[bewerken]

  • De onderhandelingen tussen de Republiek en de Spaanse Nederlanden staan op instorten. Frederik Hendrik stelt voor de besprekingen te beëindigen. Er ontstaat grote onenigheid tussen de Hollandse steden. Uiteindelijk willen Holland en Overijssel doorgaan, maar zij worden overstemd door de andere vijf gewesten. De onderhandelingen worden afgebroken.

1634[bewerken]

  • In augustus verovert de WIC Curaçao. Met dit eiland heeft de WIC een uitvalsbasis voor handel en kaapvaart. Curaçao ligt gunstig ten opzichte van de Spaanse koloniën op het vasteland en heeft ook had het de beste haven tot dan toe bekend in het Caraïbisch gebied. Daarnaast zoekt de WIC naar een goede bron van zout. Curaçao wordt het Nederlandse verzamelpunt voor de slavenhandel.

1635[bewerken]

  • In een verdrag tussen de Republiek en Frankrijk neemt de Republiek zich voor de Spaanse Nederlanden de kans te geven zelf in opstand te komen. In dat geval mogen zij een confederatie worden. Zo niet, dan zullen de Republiek en Frankrijk het gebied verdelen. Wallonië wordt dan deel van Frankrijk, evenals een deel van West-Vlaanderen. De rest zou bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden komen. De Spaanse Nederlanden voeren nu een tweefrontenoorlog.

1637[bewerken]

  • De 'tulpenmanie' komt tot een hoogtepunt. Op een veiling in Alkmaar wordt een dagomzet gemaakt van 90.000 gulden. Per bol wordt zelfs 1000 gulden betaald, meer dan de prijs van een gemiddeld woonhuis in die tijden. Daarna stort de markt in. De prijzen dalen, bollen worden gedumpt waarna de prijzen nog harder kelderen. Orders worden afgezegd, wat leidt tot processen en faillissementen. De zwaarst getroffenen moeten vluchten en elders een nieuw leven beginnen.

1638[bewerken]

1639[bewerken]

  • Omdat de weg over land door de oorlog met Frankrijk is afgesloten, zijn de Spanjaarden gedwongen om troepenversterkingen over zee naar de Nederlanden te vervoeren. Deze 'tweede Armada' wordt echter in het Kanaal door de Nederlandse admiraal Maarten Harpertszoon Tromp opgewacht en ingesloten. De Slag bij Duins kost de Spanjaarden 43 schepen en zesduizend manschappen.

1640[bewerken]

  • Portugal roept de onafhankelijkheid uit.

1641[bewerken]

  • Al kort na 1600 bereikten Nederlanders Japan. De Japanners verdrijven nu echter alle Europeanen uit angst voor de invloed van het christendom. Zij besluiten zich van de buitenwereld af te zonderen (Sakoku) en onderhouden alleen nog contacten met een kleine Nederlandse kolonie op Dejima, hoewel ze ook nog handel drijven met China en Korea.
  • De stad Malakka capituleert voor de Nederlanders. De Medemblikse kapitein Kaartekoe heeft dan nog maar 650 soldaten over. De rest is dood, maar de zege levert de VOC een handelspost op waar eeuwenlang schatten zullen worden verdiend.
De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren, beter bekend als De Nachtwacht (Rembrandt van Rijn, 1642). De middeleeuwse schuttersgilden worden rond 1600 omgevormd tot burgerwachten of schutterijen

1642[bewerken]

1646[bewerken]

  • In Munster arriveert een delegatie van acht Statenleden uit de Nederlanden onder leiding van Adriaan Pauw, om met de Spanjaarden te onderhandelen over vrede.
Schuttersmaaltijd in de Voetboogdoelen te Amsterdam ter ere van de Vrede van Munster, 18 juni 1648 (Bartholomeus van der Helst, 1648)
De eedaflegging van de Vrede van Munster in 1648 (Gerard ter Borch II, 1648)
De geschutgieterij Julita Bruk van de familie Trip bij Nyköping, Zweden (Allaert van Everdingen)

1648[bewerken]

  • Met de Vrede van Munster komt een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. De tekst van het Twaalfjarig Bestand wordt als uitgangspunt genomen, maar de Republiek wordt nu door Spanje als soevereine staat erkend. Ook wordt de vrije vaart op Indië gegund en wordt geen voordeel bedongen voor de katholieken.

1649[bewerken]

1650[bewerken]

  • De Staten van Holland geven de voorkeur aan vrede boven een nieuwe dure oorlog en besluiten met 11 tegen 8 stemmen tot afdanking van troepen, zeer tegen de zin van stadhouder Willem II. De Staten-Generaal noemen de resolutie van Holland illegaal, waardoor in de Republiek een politieke crisis ontstaat. De Staten-Generaal stellen dat de defensie een taak is van de Unie en niet van de aangesloten gewesten. In juli probeert Willem dit eens en voor altijd te beslechten en samen met zijn neef Willem Frederik, de stadhouder van Friesland, bereidt hij een staatsgreep voor die tot doel heeft de macht van het gewest Holland te breken. Een aantal politieke tegenstanders wordt aangehouden, zoals admiraal Witte de With. Een zestal statenleden wordt opgesloten op Slot Loevestein, zoals Jacob de Witt. Willem Frederik trekt met zijn leger naar Amsterdam, maar een deel van de troepen verdwaalt en de in de tussentijd gewaarschuwde stad sluit de poorten. Desondanks is de dreiging voldoende om de stad te laten toegeven.
  • In oktober krijgt Willem II koorts. Het blijkt pokken te zijn en op 6 november sterft hij op 24-jarige leeftijd. Zijn zoon Willem wordt pas acht dagen daarna geboren en Holland ziet geen noodzaak de vacante positie te vervullen, waarmee het Eerste Stadhouderloze Tijdperk begint. Deze periode krijgt dan ook later als bijnaam de Ware Vrijheid. Het tijdperk is niet geheel stadhouderloos, aangezien Willem Frederik nog steeds stadhouder van Friesland is en nu ook van Groningen en Drenthe.
De grote zaal op het Binnenhof, Den Haag, tijdens de Grote Vergadering der Staten Generaal in 1651 (Dirck van Delen). Tijdens deze vergadering wordt besloten om geen nieuwe stadhouder aan te stellen, het begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk

1651[bewerken]

  • Met het einde van de Engelse Burgeroorlog kan Engeland onder Cromwell zich richten op koloniale expansie. In maart stelt Cromwell een unie tussen het Engelse Gemenebest en de Republiek voor, wat de Republiek afslaat.
  • In augustus keurt het Engelse parlement de Akte van Navigatie goed. Dit moet het handelstij keren. Sinds de Vrede van Münster hebben de Hollanders een groot deel van de handel op Spanje en het Middellandse Zeegebied overgenomen. Engelse kapers beginnen Hollandse schepen lastig te vallen. Meer dan honderd schepen worden genomen tussen oktober 1651 en juli 1652.

1652[bewerken]

  • Jan van Riebeeck, officier in dienst van de VOC, sticht een verversingsstation op de Kaap de Goede Hoop.
  • Hoewel na de dood van Willem II is begonnen met een programma om de oorlogsvloot te versterken met een nieuwbouw van 35 schepen, acht men dit niet voldoende om de verwaarloosde vloot op sterkte te krijgen. Op 3 maart wordt de beslissing genomen om 150 koopvaarders aan te kopen en als oorlogsschip uit te rusten tegen de Engelse dreiging.
  • In mei is de Nederlandse luitenant-admiraal Maarten Tromp wat traag om een Engelse vloot in het Kanaal te groeten door zijn vlag naar beneden te halen. De Engelsen staan erop in de Engelse wateren als eerste gegroet te worden. Als antwoord vuurt de Engelse generaal-ter-zee Robert Blake drie waarschuwingsschoten met scherp waarvan het derde de Brederode treft, wat het begin is van de Slag bij Dover. Op 10 juli verklaart het Engelse Parlement de oorlog. Latere gevechten in deze Eerste Engelse Oorlog worden over het hele Kanaal en zuidelijke Noordzee uitgevochten: de Slag bij Plymouth wordt in augustus gewonnen door vicecommandeur Michiel de Ruyter, de Slag bij de Hoofden bij de Theems wordt verloren door viceadmiraal Witte de With en de Slag bij de Singels in december wordt gewonnen door Tromp, waardoor Blake in het parlement vernederd wordt, aangezien hij had gedacht dat de oorlog voorbij was en het grootste gedeelte van de vloot naar de Middellandse Zee heeft gestuurd.

1653[bewerken]

  • In maart weet commandeur Jan van Galen de Engelse Middellandse Zeevloot te verslaan in de Slag bij Livorno. Door het Nederlandse bondgenootschap met de Denen kan geen enkel Engels schip de Oostzee in, zodat de Engelsen een tekort hebben aan timmerhout en teer. De oorlog is echter kostbaar voor de Republiek, terwijl de kansen keren voor de Engelsen. In maart winnen zij de Driedaagse Zeeslag, terwijl Zeeslag bij Nieuwpoort van de 12e tot de 13e juni voor de Republiek catastrofaal uitpakt met een blokkade van de Nederlandse kust. Tromp sneuvelt in de Slag bij Ter Heijde, waardoor de Nederlandse publieke opinie zich tegen de oorlog keert. Ondanks de successen zijn echter ook de Engelsen aan het eind van hun Latijn. Vanaf de zomer zijn er geen vijandelijkheden meer.
  • Johan de Witt wordt raadpensionaris van Holland. Deze benoeming kan alleen geschieden met de nadrukkelijke instemming van Amsterdam, dat onder leiding staat van burgemeester Cornelis de Graeff, de meest succesvolle Amsterdamse burgemeester uit de Gouden Eeuw, van wie De Witt een aangetrouwde neef is. De voorbeeldige samenwerking tussen de twee politici is een grote factor in het succes van De Witts politiek en de herleving van de economie na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog.
Gezicht op Olinda, Brazilië (Frans Post, 1662)

1654[bewerken]

  • Door de oorlogsinspanningen is de Republiek niet in staat Nederlands-Brazilië te behouden en wordt verdreven door de Portugezen.
  • Op 22 april keuren de Staten-Generaal het vredesverdrag met Cromwells Gemenebest goed. In het geheim is echter bedongen is dat de Oranjes geen stadhouder meer mogen worden. Op 4 mei nemen de Staten van Holland nemen deze Akte van Seclusie (Uitsluiting) aan, waarin de vierjarige Willem van het stadhouderschap uitgesloten wordt. Vooral in Friesland is er grote verontwaardiging. De andere gewesten - behalve Zeeland - zijn zeer verdeeld. Hoewel de buitenlandse inmenging in de opvolging vernederend is, komt het De Witt niet slecht uit.
Het kasteel van Batavia, gezien van Kali Besar West, ~1656, Andries Beeckman.
Allegorie op de bloei van de Nederlandse visserij na de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-67) (Willem Eversdijck, ca 1667). Het schilderij, met verschillende Nederlandse admiraals (o.a. Adriaen Banckert en Michiel de Ruyter), waarvan enkelen een net met vis binnenhalen, benadrukt het belang van de visserij

1655[bewerken]

  • De Witt en Willem Frederik komen tot een vergelijk. Willem Frederik mag opperbevelhebber van het leger worden, maar hij moet ophouden zich luitenant-stadhouder van Overijssel te noemen. Daarmee erkent hij in feite de Akte van Seclusie.
  • Christiaan Huygens ontdekt Titan, de grootste maan van Saturnus.
  • In Amsterdam wordt na zeven jaar bouwen het stadhuis op de Dam in gebruik genomen.

1656[bewerken]

  • De Republiek stuurt een vloot naar Danzig onder Obdam, om te verhinderen dat de stad in Zweedse handen valt.
  • Rembrandt wordt failliet verklaard. Zijn kunstverzameling, atelierspullen en huis worden aan de schuldeisers verkocht.
  • Spinoza wordt uit de sefardische gemeente verbannen.

1657[bewerken]

  • Er heerst al sinds 1653 een burgeroorlogachtige toestand in Overijssel. Hasselt en Steenwijk willen ook een stem in de Staten en rebelleren tegen Zwolle, met steun van Deventer. Hasselt wordt drie dagen gebombardeerd en Deventer stuurt versterkingen. Een commissie van de Staten-Generaal wordt gevormd op aandringen van Holland. De Witt en de Graeff maken een eind aan de Overijsselse troebelen. De klok wordt teruggedraaid. Hasselt en Steenwijk krijgen geen gelijk.
  • De Republiek verklaart de oorlog aan Portugal omdat dat land geen schadevergoeding voor het verlies van Brazilië wil betalen. De vloot onder Obdam blokkeert de haven van Lissabon.
  • De VOC voltooit de verovering van Portugees Ceylon.

1658[bewerken]

1659[bewerken]

  • De Engelsen sturen een vloot om de Zweden te steunen. Een tweede Nederlandse vloot onder Michiel de Ruyter wordt er achteraan gestuurd om de Denen te versterken. De politiek van De Witt om de vloot uit te breiden blijkt succesvol als men de Sont open weet te houden.

1660[bewerken]

1661[bewerken]

  • De weduwe van Willem II, Maria Stuart, overlijdt. De regenten in de Republiek gaan er niet mee akkoord dat het voogdijschap over haar zoon Willem toegewezen wordt aan haar broer haar broer Karel II van Engeland. Uiteindelijk neemt Amalia van Solms in september de voogdijschap van haar kleinzoon op zich.
  • Karel II kondigt opnieuw, nu in zijn eigen naam, de Akte van Navigatie af. Hij benoemt Sir George Downing, bekend om zijn anti-Hollandse houding, tot ambassadeur. Degenen die gehoopt hadden op betere betrekkingen met Engeland scharen zich nu weer achter de Johan de Witt.
  • De Engelsen proberen te verhinderen dat Portugal vrede sluit met de Republiek, maar de Staten-Generaal neemt de Vrede van Den Haag toch aan, met Zeeland en Gelderland tegen.
  • Er komt eindelijk een overeenkomst tussen de Republiek en Spanje over Overmaas, de streek rond Maastricht. Het gebied wordt gedeeld.
  • De eerste minister van Frankrijk, kardinaal De Mazarin, sterft, waarna Lodewijk XIV persoonlijk de macht op zich neemt. Met de opstand, la Fronde, achter de rug, weet Lodewijk Frankrijk tot absolute monarchie te vormen. Lodewijks minister Colbert slaagt erin de economische slagkracht van Frankrijk aanzienlijk te verbeteren ten opzichte van de twee belangrijkste concurrenten, Groot-Brittannië en de Nederlanden. Frankrijk is één van de machtigste staten van Europa en voert een expansionistische politiek.

1662[bewerken]

  • De Nederlanders in Fort Zeelandia geven zich over aan Koxinga, waarmee een einde komt aan bijna veertig jaar Nederlandse handelsmacht op Formosa (Taiwan).
  • De welvaart in de Hollandse republiek bereikt een hoogtepunt. Amsterdam is uitgegroeid tot de belangrijkste handelsstad in de wereld en heeft meer dan 100.000 inwoners.

1664[bewerken]

  • Buiten Europa is er voortdurende strijd met de Engelsen. Zij veroveren Curaçao, Nieuw-Amsterdam en de factorijen op de West-Afrikaanse kust, wat aanleiding is voor de Nederlanders om Michiel de Ruyter naar deze gebieden te sturen, die de laatste prompt herovert. De Engelsen maken zo'n 200 Nederlandse koopvaarders buit. Ook de Engelse Scheepvaartwetten zijn nog steeds een doorn in het oog van de Nederlanders.

1665[bewerken]

  • In maart breekt de Tweede Engelse Oorlog uit. Afgezien van Münster en Portugal sympathiseren de meeste Europese machten met de Republiek, maar houden zich er buiten. De Slag bij Lowestoft op 13 juni is een Engelse overwinning, waarna de Engelsen een jaar lang de zee beheersen, maar deze weten deze situatie niet uit te buiten doordat de Ruyter verschillende retourvloten veilig thuis brengt en Lodewijk XIV zich aan de kant van de Republiek schaart, die haar vloot met een ambitieus nieuwbouwprogramma versterkt.
  • Het Nederlandse Korps Mariniers wordt op 10 december opgericht.
  • Anthoni van Leeuwenhoek slijpt zijn eigen lenzen en bouwt een microscoop en ontdekt daarmee microscopische diertjes.
  • Bernhard von Galen, bisschop van Munster, belegert Groningen.

1666[bewerken]

  • Na de Nederlandse overwinning in de Vierdaagse Zeeslag (11 - 14 juni) lijkt het er even op dat Engeland al verslagen is, maar tot ieders verrassing kan het toch opnieuw een vloot uitrusten die sterk genoeg is om op 4 augustus in de Tweedaagse Zeeslag bij North Foreland de Nederlandse vloot aan de rand van de afgrond te brengen. De Republiek begint geldgebrek te krijgen, wat nog verergerd wordt door een Engelse raid die een handelsvloot op het Vlie verwoest.

1667[bewerken]

  • De kosten van het herstel van de Engelse vloot in juli hebben ook Karels financiën totaal uitgeput; hij beëindigt liever de oorlog dan nog meer macht af te staan aan het parlement. Hij legt dus de dure linieschepen van zijn vloot op en begint vredesonderhandelingen. De Republiek, die voldoende reserves heeft om haar vloot voor een derde maal gevechtsklaar te maken, acht het echter beter om de oorlog met een duidelijke overwinning af te sluiten en vernedert de Britten met de Tocht naar Chatham. Met de Vrede van Breda wordt de oorlog uiteindelijk afgesloten. De vrede wordt als gunstig voor de Republiek gezien. De Engelse Scheepvaartwetten worden versoepeld, terwijl Nieuw-Amsterdam voorlopig in Engelse handen blijft en het meer renderende Suriname Nederlands bezit zal zijn: de status quo blijft bij deze gebieden dus gehandhaafd, hoewel er nog geen definitieve beslissing over wordt genomen.
  • Lodewijk XIV verscherpt de tarieven tegen de Nederlandse handel en valt de Spaanse Nederlanden binnen.
  • In het Verdrag van Bongaja erkent de sultan van Tidore het handelsmonopolie van de Verenigde Oostindische Compagnie.
  • Willem wordt in 1666 tot Kind van Staat verklaard, zodat de overheid pro-Engelse elementen uit zijn omgeving kan verwijderen. Het Eeuwig Edict wordt daarna aangenomen in de Raad van Leiden. Daarin wordt het stadhouderschap voor altijd afgeschaft, en wordt gesteld dat de soevereiniteit niet bij de Unie, de prins of zelfs maar bij de Staten van het gewest ligt, maar bij de individuele steden.
Nederlandse schepen op de rede van Texel; in het midden de 'Gouden Leeuw', het vlaggeschip van Cornelis Tromp (Ludolf Bakhuysen, 1671)

1668[bewerken]

  • Nederland gaat de Triple Alliantie aan met Zweden en Engeland tegen Frankrijk die tot doel heeft een einde te maken aan het conflict tussen het verzwakte Spanje en de sterke Zonnekoning in de Spaanse Nederlanden. De Alliantie sommeert Spanje om of Luxemburg of de Vrijgraafschap (Franche-Comté) af te staan plus alle al veroverde gebieden (Douai, St. Omer, Rijsel en Kamerijk). Frankrijk moet daarmee genoegen nemen en de Devolutieoorlog staken.

1670[bewerken]

  • Het geheime Verdrag van Dover tussen Karel II van Engeland en Lodewijk XIV van Frankrijk wordt afgesloten. Karel belooft hierbij zichzelf en Engeland te bekeren tot het katholicisme en de Triple Alliance te verlaten. Engeland wordt dan bondgenoot van Frankrijk in zijn oorlog met de Republiek.
  • Spinoza geeft zijn Tractatus Theologico-Politicus uit. Hij stelt daarin dat democratie van alle regeringsvormen degene is die het meest natuurlijk is en het meest in samenklank met de individuele vrijheid.
Lodewijk XIV trekt bij het Tolhuis bij Lobith de Rijn over, 12 juni 1672 (Adam Frans van der Meulen)
De lijken van de gebroeders De Witt, opgehangen op het Groene Zoodje aan de Vijverberg te Den Haag, 1672 (toegeschreven aan Jan de Baen)

1672, rampjaar[bewerken]

  • In maart Engeland verklaart de Republiek de oorlog, de Derde Engelse Oorlog.
  • In april verklaren ook Frankrijk, en de bisdommen Munster en Keulen de Republiek de oorlog, het begin van de Hollandse Oorlog. De binnengevallen legers verslaan het zwakke leger van de Republiek en rukken op van de IJssel tot in Utrecht. Door deze tegenslagen breekt paniek uit in de niet bezette delen van de Republiek. Veel bestuurders die aan de kant van de tot dat moment leidende partij van de staatsgezinden staan, worden gedwongen hun posities af te staan aan prinsgezinden. Dit jaar vormt zo ook het eind van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk.
  • Raadspensionaris van Holland Johan de Witt, de belangrijkste staatsman van dat moment, wordt samen met zijn broer Cornelis de Witt, lid van de Staten-Generaal, in Den Haag door een woedende menigte gelyncht. Dit gebeurde bij de Gevangenpoort, waar Cornelis zojuist gevangen is gezet wegens een vermeende beraming van een moordaanslag op Willem III. Die wordt met steun van de Oranjepartij tot stadhouder benoemd.
  • In Utrecht beginnen onderhandelingen over vrede. Frankrijk zal de gebieden ten zuiden van de Waal krijgen, Engeland Walcheren en enkele steden aan de kust en Keulen en Münster wat gebied in het oosten. Karel en Lodewijk zien Willem III als prins regeren over het overblijfsel van de Republiek. Ook moet er veel geld worden betaald en de katholieken volledige godsdienstvrijheid worden gegeven, anders zal Frankrijk Utrecht en heel Gelderland houden. Deze eisen zijn zo hoog dat ze afgewezen worden en sterken de Republiek in haar verzet. Tijdens de onderhandelingen is Willem III erin geslaagd zich terug te trekken achter de Waterlinie. Dit enorme gebied is onder water gezet waardoor de Franse opmars vastloopt. De Nederlandse vloot heeft ondertussen de verenigde Engels-Franse vloot verslagen in de Slag bij Solebay, waarmee een invasie van de kust voorkomen is en de bisschop van Münster Bernard von Galen ziet zich op 28 augustus gedwongen om het beleg van Groningen op te breken.

1673[bewerken]

1674[bewerken]

  • Met Engeland wordt de Tweede Vrede van Westminster gesloten, Keulen en Münster sloten in 1674 vrede, de Franse koning vecht door. Gelderland, Overijssel en Utrecht herkrijgen hun zitting in de Staten-Generaal, ondanks hun ontrouw en tegenstand van Holland, maar moeten daarvoor trouw zweren aan Willem III en voldoen aan een aantal regeringsreglementen, waardoor Willem III een beslissende invloed op die gewesten krijgt en daarmee meer macht dan zijn voorgangers.
  • De Staten Generaal verklaren het stadhouderschap erfelijk voor de nakomelingen van Willem III.
Adriaan van Beverland (1651-ca.1712). Schrijver van theologische werken en hekelschriften, met een dame van lichte zeden (Ary de Vois, 1678)

1677[bewerken]

  • Spinoza overlijdt, waarna zijn levenswerk Ethica ordine geometrico demonstrata door vrienden wordt uitgegeven. Het leidt tot heftige debatten en na enkele maanden wordt een verbod op publicatie uitgevaardigd door de Staten van Holland, wat de verspreiding van zijn geschriften echter niet stopt.

1678[bewerken]

  • Met de Vrede van Nijmegen komt een einde aan de oorlog met Frankrijk, tegen de zin van Willem III, die de rest van zijn leven tegen het Franse streven naar hegemonie strijd.

1679[bewerken]

Interieur van de Portugese synagoge te Amsterdam (Emanuel de Witte, 1680)

1680[bewerken]

1685[bewerken]

  • Als Karel II van Engeland overlijdt, wordt hij opgevolgd door Jacobus II, de schoonvader van Willem III. Als katholiek wordt hij gewantrouwd, maar aangezien hij geen mannelijke erfgenamen heeft, is zijn protestantse dochter Maria troonopvolgster, zodat het probleem overkomelijk lijkt.
  • In zijn twist met Louis Paen blijkt Menno van Coehoorn het laatste woord te hebben als hij zijn boek Nieuwe vestingbouw op een natte of lage horisont uitbrengt. In dit boek worden drie methodes van vestingbouw omschreven die speciaal zijn ontworpen voor het Nederlandse landschap en die de modernste manieren van oorlogsvoeren zouden kunnen weerstaan.

1686[bewerken]

1688[bewerken]

  • Met het Edict van Fontainebleau (1685) herroept Lodewijk XIV van Frankrijk het Edict van Nantes en verklaart het protestantisme onwettig. Daarop vluchten 400.000 hugenoten naar protestantse landen als Engeland, Brandenburg, Zwitserland en zelfs Zuid-Afrika. Naar de Republiek vluchten zo'n 70.000 hugenoten naar Nederland. Daarmee schaadt Lodewijk zijn eigen land, aangezien een aanzienlijk deel goed is opgeleid en zich nu tegen Frankrijk richt. Daarnaast zien de protestantse buurlanden nu duidelijk de gevolgen van een eventuele Franse overheersing, zodat de vastberadenheid daartegen alleen maar toeneemt.
  • Op 10 juni schenkt de tweede vrouw van Jacobus II, Maria d'Este, het leven aan haar vijfde kind, ditmaal een zoon, Jacobus. De algemene ontevredenheid neemt met de geboorte van deze katholieke erfgenaam nog meer toe. Het vooruitzicht van een katholieke dynastie is zeer bedreigend voor de protestanten, die niet gelukkig zijn met een katholiek als hoofd van de Kerk van Engeland. Dit leidt tot een samenzwering, de Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn dochter Maria, overtuigd protestante. Op 5 november landt Maria's echtgenoot Willem III in Engeland bij Torquay met een groot Nederlands leger. De armada van Willem is, met 53 oorlogsschepen en een kleine 400 transportschepen, zo'n vier keer groter dan de Spaanse Armada van 1588. Willem geeft het bevel het Engelse leger te ontbinden en daar wordt goeddeels gehoor aan gegeven. Jacobus heeft daardoor al snel in Engeland zelf niet veel steun meer. Op 11 december vlucht hij, om vanuit die delen van zijn rijk waar hij nog wel steun heeft — het katholieke Ierland — de strijd voort te zetten.
  • Lodewijk XIV valt in september de Palts binnen en bezet het prinsbisdom Luik. Het is het begin van de Negenjarige Oorlog.

1689[bewerken]

  • William & Mary aanvaarden de Bill of Rights en laten hiermee officieel hun koningschap beginnen.
  • Met Willem als stadhouder van de Republiek en koning van Engeland vormen deze landen met de Liga van Augsburg de Grote Alliantie tegen Frankrijk. Ondanks deze bundeling van krachten heeft men moeite Frankrijk te bedwingen.
De slag aan de Boyne (Ierland) tussen Jacobus II en Willem III, 12 juli 1690 (Jan van Huchtenburg)

1690[bewerken]

  • Op 12 juli vindt de Slag aan de Boyne plaats. Tegenover elkaar staan de legers van de koning-stadhouder Willem III en zijn schoonvader, de verdreven koning Jacobus II van Engeland. De overwinning van Willem III maakt een einde aan de aspiraties van Jacobus om zijn troon te heroveren. De zege van Willem wordt in Noord-Ierland jaarlijks herdacht op 12 juli. Op die dag vinden dan marsen plaats waarbij de leden van de Oranjeorde de overwinning vieren van de protestantse King Billy over de katholieke Jacobus.

1691[bewerken]

  • De afgezette predikant van Amsterdam, Balthasar Bekker, schrijft het boek De Betoverde Weereld, waarin hij zich afzet tegen het wijd verbreide geloof in heksen en duivels. In de Republiek ontstaat een heftig dispuut tussen mede- en tegenstanders. Uiteindelijk leidt het boek tot uitbanning van de heksenvervolging, al zal dit meer gelden voor andere landen in Europa, want in de Republiek komt dit al lange tijd niet meer voor.

1693[bewerken]

1695[bewerken]

1696[bewerken]

1697[bewerken]

  • De Grote Ambassade van Peter de Grote arriveert in Zaandam. De tsaar volgt een stage in de scheepsbouw en logeert bij burgemeester en scheepsbouwkundige Nicolaes Witsen waarmee hij al lange tijd correspondentie voert.
  • Met de ondertekening van de Vrede van Rijswijk, bewerkstelligd door Bentinck, komt een einde aan de Negenjarige Oorlog. Lodewijk XIV van Frankrijk erkent Willem III als koning van Engeland en moet alle veroveringen op Spanje ongedaan maken. De Republiek krijgt het recht om in zogenaamde barrièresteden in de Spaanse Nederlanden militairen te legeren. Frankrijk mag Straatsburg houden, maar moet de zelfstandigheid van het hertogdom Lotharingen respecteren. Frankrijk blijft de grootste mogendheid van Europa en een rivaal voor de Duitse keizer Leopold bij diens aanspraken op de Spaanse troon, waarmee de volgende oorlog zich al weer aftekent. De Republiek heeft haar taak als grootmacht volbracht door te vechten voor een Europees evenwicht, maar de oorlog kost meer dan deze opbrengt voor de stagnerende economie.
Trompe l'oeil (Edwaert Collier, ca 1699). Trompe-l'oeil - bedrieg het oog of gezichtsbedrog - is een populaire schildertechniek in de Gouden Eeuw

1700[bewerken]

  • 1 januari - Nederland gaat over op de gregoriaanse kalender.
  • Na de dood van de kinderloze en lichamelijk en geestelijk gehandicapte Karel II van Spanje ontstaat er onzekerheid over de Spaanse opvolging. Het testament van Karel II wijst Filips van Anjou als opvolger aan, maar onder de voorwaarde dat de Spaanse en Franse kronen nooit verenigd zouden worden. Het lijkt erop dat de andere mogendheden daar genoegen mee nemen.

1701[bewerken]

  • Lodewijk XIV eist toch een vereniging van de Franse en Spaanse kronen en er begint oppositie te komen van de keizer die op zijn beurt de erfenis van Spanje voor het huis Habsburg opeist. Dit leidt tot de Spaanse Successieoorlog.

1702[bewerken]

  • Willem III overlijdt. De Staten van Holland en Zeeland hebben stadhouderschap erfelijk verklaard voor de nakomelingen van Willem III, en aangezien deze geen nageslacht heeft, wordt besloten af te zien van benoeming van een opvolger, wat het begin is van het Tweede Stadhouderloze Tijdperk, hoewel in Friesland en Groningen Johan Willem Friso stadhouder is. Deze erft de titel Prins van Oranje. Echter, direct na het openvallen van het testament maken ook de Fransman Frans Lodewijk van Conti en Frederik I van Pruisen aanspraak op de titel.
  • In mei voegt de Republiek zich bij de Grote Alliantie tegen Frankrijk in de Spaanse Successieoorlog.
  • In de Gelderse Plooierijen proberen de gilden en de regentenfamilies die onder Willem III van de macht waren uitgesloten meer politieke invloed te krijgen. Zij worden Nieuwe Plooi genoemd, de zittende regenten Oude Plooi. Dit leidt in de periode 1702-1708 niet alleen tot grote ongeregeldheden in de steden Arnhem, Nijmegen en Zutphen, maar ook in kleinere steden.

1703[bewerken]

  • De plooierijen beperken zich niet alleen tot Gelre, ook Utrecht en Overijssel worden getroffen door deze oproeren, echter niet zo hevig als in Gelre.

1705[bewerken]

  • Nicolaus Cruquius begint in Delft driemaal daags weermetingen uit te voeren: temperatuur, luchtdruk, vochtigheid en neerslag.
Plantage in Suriname (Dirk Valkenburg, 1707)

1708[bewerken]

  • Engeland weigert een voor de Republiek gunstige vrede.

1709[bewerken]

1710[bewerken]

  • Op grond van de hopeloze verarming van de kolonie geeft de VOC Mauritius op, ditmaal voorgoed. Gouverneur van der Velde geeft opdracht het eiland te ontruimen.

1711[bewerken]

  • Keizer Jozef I, aartshertog van Oostenrijk, overlijdt. Hij wordt opgevolgd door zijn broer Karel VI. Om te voorkomen dat hij tevens koning van Spanje wordt en dan een te groot en te machtig rijk krijgt starten de Engelsen onderhandelingen.

1713[bewerken]

  • Op 11 april wordt de Vrede van Utrecht getekend. Met de Vrede van Utrecht komt er een einde aan de Spaanse Successieoorlog. Hoewel de onderhandelingen een jaar lang in de Nederlanden plaatsvinden, komt de Republiek er nauwelijks aan te pas. In de woorden van de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac; Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous, We onderhandelen over u, bij u, zonder u. Duidelijk is dat de Republiek vanaf nu als een tweederangsgrootmacht wordt beschouwd. Hoewel aan de kant van de overwinnaars, verliest de Republiek zijn overwicht op zee en de Zuidelijke Nederlanden komen aan de Oostenrijkse Habsburger Karel VI als erfgenaam van de Spaanse Habsburgers. Wel mogen Staatse garnizoenen worden gelegerd in acht steden van de Oostenrijkse Nederlanden als bescherming tegen de Fransen. Ook bekrachtigt de Vrede van Utrecht de soevereiniteit van Frankrijk over het prinsdom Oranje en wijst wapen en titel van Oranje toe aan Pruisen. De enige territoriale winst bestaat uit de inlijving van Venlo.
  • Vanaf 1672 is de Republiek veertig jaar bijna onafgebroken in oorlog geweest met Frankrijk. De schuldenlast van Holland, dat het grootste deel van de last draagt, is dusdanig hoog dat 70 procent van het inkomen opgaat aan de betaling van rente.

1715[bewerken]

  • De voorwaarden voor de legering van Staatse garnizoenen in de Oostenrijkse Nederlanden worden geregeld in het barrièretractaat, getekend op 15 november. De Oostenrijkse Nederlanden worden militair gezien in zekere zin een condominium tussen de keizer en de Republiek.

1716[bewerken]

  • De moeizame bestuursvorm van de Republiek met de grote macht van de gewesten en steden maakt dat noodzakelijke hervormingen niet tot stand komen. Simon van Slingelandt pleit gedurende de een jaar durende Tweede Grote Vergadering voor een sterker centraal gezag onder de Raad van State. Vooral door gebrek aan steun uit Holland blijft dit zonder resultaat en houdt men vast aan de gewestelijke autonomie.
Het Groote Tafereel der Dwaasheid, 1720

1720[bewerken]

1722[bewerken]

1723[bewerken]

De boekhandel en het loterijkantoor van Jan de Groot in de Kalverstraat in Amsterdam (Isaak Ouwater, 1779)

1726[bewerken]

1727[bewerken]

1730[bewerken]

1731[bewerken]

  • De paalworm komt oorspronkelijk voor in Oost-Azië, maar wordt met houten schepen onopzettelijk meegebracht naar Europa. In Nederland worden de houten dijkbeschoeiingen ernstig aangetast. Om overstromingsrampen te voorkomen, moet men de houten dijkbeschoeiingen door zware stenen gaan vervangen. De paalworm vormt ook een ernstige bedreiging voor houten schepen. Deze worden wel met teer geïmpregneerd of met koperen platen bedekt om de romp tegen de paalworm te beschermen.

1733[bewerken]

  • Holland besluit in januari, tot ergernis van Gelderland en Overijssel, eenzijdig het leger tot 10.000 man terug te brengen. Holland komt daarna terug op zijn besluit vanwege de gespannen situatie in Europa. Simon van Slingelandt weet de Republiek uit de Poolse Successieoorlog te houden.
  • De Middelburgsche Commercie Compagnie legt zich toe op slaventransporten.

1735[bewerken]

1740[bewerken]

1744[bewerken]

  • Er breekt een runderpestepidemie uit die tot 1756 zal duren, een herhaling van 1713-1719. Men ziet hierin de slaande hand van God. In combinatie met de economische teruggang richt men zich steeds meer tegen de decadente regenten.

1745[bewerken]

  • Frankrijk begint een veroveringsoorlog in de Oostenrijkse Nederlanden, waarbij de Fransen succesvol strijden tegen de aanwezige Nederlandse, Britse en Oostenrijkse troepen. De vestingwerken van de barrièresteden zijn jarenlang sterk verwaarloosd door het geldgebrek van de Republiek en houden geen stand.

1747[bewerken]

  • De Republiek kiest de kant van Oostenrijk, waarop Franse troepen de zuidelijke Nederlanden binnenvallen. In enkele weken veroveren de troepen van Lodewijk XV de belangrijkste plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen en nemen de onneembaar geachte Staats-Brabantse vesting Bergen op Zoom. De stad wordt zwaar geplunderd. Men ziet een herhaling van het rampjaar en er vinden Orangistische oproeren plaats. In paniek wordt Willem IV van Oranje-Nassau, stadhouder van Friesland, op 2 mei benoemd tot stadhouder van alle gewesten van de Republiek. Dat had nog veel voeten in de aarde, want over zijn bevoegdheden kan Willem het niet snel eens worden met de Staten-Generaal. Zij leggen hem een instructie voor die overeenkomt met de Unie van Utrecht. Willem wil alleen de eed afleggen op de instructie van zijn voorganger Willem III van Oranje-Nassau. Op 11 mei doet de prins zijn intrede in Amsterdam. Ter begroeting zijn niet alleen de burgemeesters, maar ook alle predikanten aanwezig. Wie geen oranje draagt loopt de kans in de gracht gegooid te worden. Willem IV is de eerste die stadhouder is van alle gewesten. Ook is het ambt nu erfelijk in mannelijke en vrouwelijke lijn, zodat de Republiek de facto een monarchie is geworden, terwijl Willem IV meer macht heeft gekregen dan zelfs Willem III had.
Het plunderen van het huis van A.M. van Arssen, op de Cingel bij de Huiszittensteeg te Amsterdam, op Dingsdag den 24en Junij A° 1748

1748[bewerken]

  • Op de Botermarkt in Amsterdam breekt het Pachtersoproer uit na rellen in Friesland en Groningen. Dit richt zich tegen de gehate belastingpachters.
  • De Doelisten treden in overleg met stadhouder Willem IV. Terwijl de bestuurders voorheen aan konden op de trouw van de schutterij, zijn de schuttersdoelen nu een plek waar de manschappen spreken over herstel van de oude privileges van de gilden en deelname aan het bestuur. Men hoopt op steun van Willem IV tegen de regenten, maar deze laat alles bij het oude zodra hij aan de macht is gekomen.
  • Met de Tweede Vrede van Aken komt een eind aan de Oostenrijkse Successieoorlog.

1751[bewerken]

  • Willem IV overlijdt, wat dan nog door maar weinig mensen wordt betreurd; hij blijkt niet de hervormingen te hebben kunnen brengen waarop men hoopte. Voor politieke vernieuwing zoekt men hierna geen aansluiting meer bij het Orangisme.
De kom in de trekvaart tussen Den Haag en Leiden in Leidschendam (Paulus Constantijn la Fargue, 1756)

1756[bewerken]

  • De Zevenjarige Oorlog stelt de republiek voor een dilemma. Het Europese strijdtoneel heeft een verschuiving laten zien nu Frankrijk en Oostenrijk een bondgenootschap vormen tegenover Engeland en de opkomende macht Pruisen. Men kiest neutraal te blijven, maar de handel lijdt wel onder deze oorlog.

1759[bewerken]

1766[bewerken]

1767[bewerken]

1769[bewerken]

1775[bewerken]

1780[bewerken]

  • De Britse marine entert bij Newfoundland het Amerikaanse schip de Mercury en arresteert Henry Lawrence. Deze is met een diplomatieke en zakelijke opdracht op weg naar de Republiek. In zijn uit het water geviste papieren vinden de Britten het bewijs van Nederlandse wapenhulp aan de opstandelingen. Dit wordt de casus belli van de Vierde Engelse Oorlog, die in december uitbreekt. Het gevolg is dat er voor het eerst sprake is van een absolute achteruitgang.
  • Tsarina Catharina de Grote richt het Verbond van Gewapende Neutraliteit op met als voornaamste doel de handelsvloot te beschermen tegen aanvallen door Britse marineschepen. De Republiek wil zich hier ook bij aansluiten, wat één van de voornaamste redenen is voor de Britten om Nederland de oorlog te verklaren.
  • De voor Nederland dramatisch verlopende oorlog zorgt ook voor een toenemende politisering. In de jaren zestig en zeventig was er al een vaderlandcultus ontstaan, waarbij men denkt het verval te kunnen stoppen. Hierin speelt ook de Nederlandse Verlichting mee, waar men uitgaat van een maakbare samenleving. De vaderlandcultus slaat nu echter om in een fel nationalisme, waarvan de aanhangers zich patriotten noemen. Zij vinden de orangisten tegenover zich die zichzelf ook wel ouderwetse patriotten noemen om te benadrukken dat ook voor hen de vaderlandsliefde van groot belang is.

1781[bewerken]

  • In het anonieme pamflet Aan het Volk van Nederland - pas honderd jaar later kan men met zekerheid zeggen dat Joan Derk van der Capellen tot den Pol de auteur is - wordt opgeroepen tot het indienen van petities en tot burgerbewapening om de vrijheid te verdedigen. Ten eerste om misstanden aan de kaak te kunnen stellen zoals regenten, die onderling baantjes verdelen of verkopen. Ten tweede om de incapabele en weifelachtige stadhouder Willem V, beschuldigd van willekeur, te controleren en in zijn naar absolutisme neigende macht te beperken. Vooral in de gewesten Utrecht en Gelderland heeft de stadhouder in 1748 veel rechten verkregen.
  • Tijdens de Slag bij de Doggersbank valt een Engelse vloot een Nederlands konvooi aan bij de Doggersbank. Hoewel de slag tactisch onbeslist eindigt en strategisch zelfs een nederlaag is door het verlies van de graanhandel met het Oostzeegebied, wordt de slag in Nederland als een grootse overwinning gevierd, zelfs in die mate dat wel van de Doggersbank-hysterie wordt gesproken. Dit alles verbetert het sentiment ten opzichte van de stadhouder echter niet, het opkomende patriotse nationalisme versterkt eerder zijn prestigeverlies.
Allegorie op het 'Tractaat van Vriendschap en Commercie tusschen hun Hoog Mogenden de Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden en de Vereenigde Staaten van America', 1782

1782[bewerken]

  • De Nederlanders zijn de eersten die de Verenigde Staten officieel erkennen als natie.
Landschap met vissers en turfstekende boeren in het laagveen (Hendrik Willem Schweickhardt, 1783)

1783[bewerken]

Jan Nieuwenhuyzen (1724-1806). Doopsgezind predikant en in 1784 stichter van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (Adriaan de Lelie)

1784[bewerken]

  • Nederland tekent ook de Vrede van Parijs, waarmee een einde komt aan de Vierde Engelse Oorlog.
  • De hertog van Brunswijk wordt gedwongen het land te verlaten, nadat bekend wordt dat hij nog steeds en heimelijk de raadgever van de besluiteloze Willem V is.
  • Op de Schelde wordt de Keteloorlog uitgevochten tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Oostenrijk. Het enige schot dat in dit treffen wordt gelost treft een soepketel. De Schelde blijft gesloten. Men vermoedt een expansionistische politiek van Jozef II, wat aanleiding is voor de patriotten tot het oprichten van nog meer exercitiegenootschappen.
  • Een aantal nationaal georganiseerde vrijcorpsen de Acte van Verbintenis, waarin deze elkaar beloofden te hulp te komen als de patriotse zaak in het geding was.
  • De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen wordt gesticht en houdt zich bezig met zaken die het algemeen belang dienen, zoals onderwijs en ontwikkeling, maatschappelijke discussie. Het motto van 't Nut is: "Kennis is de weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling".
  • Kaat Mossel wordt door de patriotse Staten gevangengenomen voor haar aandeel in de orangistische opstootjes in Rotterdam.
  • Het eerste deel van de Grondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezen verschijnt, de belangrijkste patriotse publicatie.

1785[bewerken]

  • Met de verloren oorlog groeit de onvrede over stadhouder Willem V van Oranje-Nassau, maar ook over de regenten. Het proces tegen De Politieke Kruyer in Amsterdam en de Sichterman-affaire met de strijd om het regeringsreglement in Utrecht vormen het breekpunt waar de tegenstelling tussen aristocraten en democraten duidelijk wordt. Utrecht wordt ‘het middenpunt op het welk het oog van de gantsche Natie is geslagen’ en het grote voorbeeld voor het hervormingsproces in de rest van het land, vooral Holland.
  • Na rellen in Den Haag tussen de sterk orangistische bevolking en vrijkorpsen van buiten, gaan de patriotse Staten van Holland het garnizoen van Den Haag bevelen geven. Uit woede over deze inbreuk op zijn voorrechten verlaat de prins 's-Gravenhage en vestigt zich op 't Loo, maar verhuist uiteindelijk naar Nijmegen. Daarmee geeft hij de patriotten in Holland nog meer ruimte.
  • Wijbo Fijnje houdt, mede namens Pieter Vreede en Rutger Jan Schimmelpenninck, een rede voor de Vroedschap van Leiden waarin hij de vervanging van de Oranjegezinde leden eist.

1786[bewerken]

  • In de stad Utrecht is de vierde nationale vergadering van vrijcorpsen georganiseerd. Besloten wordt de invloed van het volk en de controle op de regenten te vergroten. Er worden 16 democratisch gekozen patriotten in de raad beëdigd. Destijds een voor Europa unieke gebeurtenis. De prinsgezinde leden van de Provinciale Staten verhuizen naar Amersfoort.
  • Er ontstaat steeds meer een burgeroorlogsituatie. H.W. Daendels en Cornelis van den Burg, burgemeester van Bolsward zijn geïnspireerd door de gebeurtenissen in Utrecht. Daendels verzet zich tegen de benoeming van twee prinsgezinde kandidaten in de raad van Hattem, maar op 31 augustus komen de stadhouderlijke troepen om de orde te herstellen. In Bolsward verzoekt het exercitiegenootschap om meer munitie om een eventuele herhaling in Friesland te voorkomen. In september wordt de vrijheid van drukpers en vergadering in de gewesten Gelderland en Friesland beperkt. De stad Utrecht verandert in een legerkamp om de patriottische vroedschap te verdedigen.
  • Frederik Willem II, de broer van Wilhelmina van Pruisen, wordt koning van Pruisen.

1787[bewerken]

  • Onder meer bij Vreeswijk vallen doden als stadhouderlijke troepen uit Amersfoort worden teruggeslagen.
  • De Britse ambasadeur Harris stelt alles in het werk om de patriotse invloed terug te dringen, dit gezien de Amerikaanse en Franse voorkeur van de patriotten. Volgens hem is het noodzakelijk dat de prins zijn invloed in Den Haag herwint. De prins acht het risico te groot, maar zijn vrouw, prinses Wilhelmina probeert wel Den Haag te bereiken. Zij wordt bij de Vlist aangehouden en naar Goejanverwellesluis geleid.
  • Holland verzoekt om steun uit de andere gewesten, omdat Frederik Willem II van Pruisen - de broer van prinses Wilhelmina - dreigt met interventie als Holland niet haar verontschuldigingen aanbiedt. In Delft wordt alsnog een patriottisch stadsbestuur ingesteld. Een tiental patriottische statenleden in Friesland weigert zich neer te leggen bij de reactionaire besluiten en trekt zich terug in Franeker. In diverse steden worden defensieve maatregelen getroffen. Op 10 september volgt een Pruisisch ultimatum van drie dagen. Op 15 september trekt een Pruisisch leger de stad Utrecht, verdedigd door Frederik III, binnen. De patriotten uit Utrecht vluchten naar Amsterdam. In Friesland houden de patriotten het nog een week langer uit. Als de stemming onder de bevolking is omgeslagen worden ook Franeker en Bolsward opgegeven. Op 20 september keert prinses Wilhelmina terug naar 's-Gravenhage. Stadhouder Willem V van Oranje-Nassau arriveert drie dagen later waarmee de Oranjerestauratie een feit is. Door interventie van Pruisen is de burgeroorlog tussen de patriotten en prinsgezinden neergeslagen. Veel patriotten worden gevangengenomen of wijken uit naar Noord-Frankrijk.
Verwoesting van de begraafplaats der Capellen, 7 augustus 1788 (Reinier Vinkeles)

1788[bewerken]

  • Middels een aantal traktaten beloven Engeland, Pruisen en de Republiek elkaar militaire steun. Belangrijker is echter dat Engeland en Pruisen ook het voortbestaan van het stadhouderschap garanderen.
  • Met de Akte van garantie stellen de zeven gewesten en het landschap Drenthe dat het erfstadhouderschap onderdeel is van de constitutie .

1789[bewerken]

1792[bewerken]

  • Na eerder al in 1674 ontbonden te zijn, wordt de West-Indische Compagnie als gevolg van teruglopende inkomsten opnieuw opgeheven. Aanvankelijk had de WIC het monopolie op de slavenvaart, maar hieraan was tussen 1730 en 1738 een einde gekomen.

1793[bewerken]

1794[bewerken]

1795[bewerken]

  • In januari wordt Utrecht met Franse steun bevrijd. Stadhouder Willem V vlucht met zijn zoons naar Engeland. Er vindt in Nederland een omwenteling plaats. De patriotten keren terug en met de Bataafse Revolutie wordt de Bataafse Republiek gesticht. Op 24 januari vindt de overgave van de Nederlandse vloot aan de Franse cavalerie plaats in Den Helder.
  • Het Verdrag van Den Haag met Frankrijk maakt de jonge Bataafse Republiek tot een vazalstaat.
  • In de Bataafse Republiek worden de provincies vervangen door departementen. Het grootste deel van Friesland gaat samen met Groningen op in het departement van de Eems terwijl Zevenwouden bij het departement van de Oude IJssel kwam.
  • In tegenstelling tot in Frankrijk, waar in de beginfase van de Franse Revolutie deze snel radicaliseert, worden de revolutionaire veranderingen in de Bataafse Republiek relatief vreedzaam doorgevoerd. Het land is al tweehonderd jaar een republiek, en heeft dan ook maar weinig tegenstribbelende edelen. Ook is in Frankrijk, na de val van Robespierre, de revolutie inmiddels een veel gematigder fase ingegaan. De omwenteling is in feite een herhaling van de omwenteling van de patriotten, die in 1787 met behulp van een Pruisisch interventieleger is onderdrukt. Veel leiders van de Bataafse Republiek zijn patriottische politici die in 1787 naar Frankrijk waren uitgeweken. Nu krijgen zij, met Franse steun, de kans om alsnog hun idealen te verwezenlijken. De oude Republiek was altijd al tamelijk ineffectief geweest, en haar tekortkomingen zijn met het verstrijken van de tijd steeds ernstiger geworden. De afzonderlijke provincies zijn soeverein, ieders instemming is dus nodig voor een besluit, waardoor de gezamenlijke besluitvorming soms jaren duurt. Daarnaast is veel macht geconcentreerd in handen van de regenten, die in feite plaatselijke oligarchieën vormen. De Bataafse Republiek maakt dan ook de overgang naar een meer gecentraliseerde regering, met uniforme rechtspraak, munteenheid, maten en gewichten, belastingheffing. Voorts krijgen de katholieken, die al meer dan 200 jaar als tweederangsinwoners een derde deel van de bevolking uitmaken, voortaan gelijke burgerrechten.
Een neger, levend aan zijn ribben opgehangen, door Cristoforo dall'Acqua in Viaggio al Surinam, 1818. Vertaling van Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam van John Gabriël Stedman uit 1796. Het boek - vooral door de illustraties aangrijpend - was belangrijk in de vroege fase van het abolitionisme

1796[bewerken]

1797[bewerken]

1798[bewerken]

  • In de nacht van 21 op 22 januari vindt een unitarische staatsgreep plaats in de Bataafse Republiek met steun van de Franse generaal Joubert. Alleen de leden van de Tweede Nationale Vergadering die een eed tegen het federalisme en de aristocratie afleggen, mogen lid blijven van de volksvertegenwoordiging. De overblijvende leden vormen een Constituerende Vergadering; een parlement dat een grondwet moet ontwerpen. Deze vergadering stelt ook een voorlopig Uitvoerend Bewind in. De ontwerpgrondwet wordt op 23 april door het volk goedgekeurd, waarbij overigens alleen tegenstanders van het federalisme mogen meestemmen.
  • Op 12 juni vindt een nieuwe staatsgreep plaats door gematigde unitariërs onder leiding van generaal Daendels. De radicale leden van het Uitvoerend Bewind worden afgezet en vluchten. De staatsgreep leidt ertoe dat de nieuwe Grondwet wordt ingevoerd, de eerste grondwet in Nederland, de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Er komt een Intermediair Uitvoerend bewind. Voor de diverse onderdelen van het bestuur stelt een vijf leden tellende Uitvoerend Bewind, dat op 14 augustus 1798 aantreedt, acht agenten aan. Zij zijn te beschouwen als onze eerste ministers. Dit bewind bereikt binnen kortste keren meer dan de vorige in drie jaar tijd. Er komt een nieuw parlement, het Vertegenwoordigende Lichaam. Dat parlement splitst zich na de verkiezingen in twee kamers. De eerste kamer mag wetsvoorstellen indienen, de tweede kamer kan die voorstellen alleen goed- of afkeuren. Aan het kiesrecht zijn allerlei beperkingen gesteld, zo moeten kiezers kunnen lezen en schrijven, en het federalisme via een eed afwijzen.
  • Op 17 maart wordt de Vereenigde Oostindische Compagnie ontbonden. De VOC leunt in de 18e eeuw op de winsten die in Amsterdam met de verkoop van goederen worden gemaakt. Als echter door de Vierde Engelse Oorlog de retourschepen de Republiek niet meer kunnen bereiken, gaat het snel bergafwaarts. In 1781 besluit de compagnie het uitbetalen van dividenden te staken. Maar ook dit, en steun van de Staten-Generaal, kan het tij niet keren. De invasie van de Fransen en de oprichting van de Bataafse Republiek betekenen het einde. Haar schulden en bezittingen gaan over op de Republiek.

1799[bewerken]

  • Op 27 augustus trachten de Engelsen en Russen middels een invasie in Noord-Holland het stadhouderlijk gezag te herstellen. Schoorl krijgt het zwaar te verduren. Op 6 oktober vindt de Slag bij Castricum plaats. Franse troepen deinzen terug voor een Russische aanval. Massale steun voor Oranje waar de Britten op gerekend hebben, blijft echter uit en op 18 oktober besluiten de Britten en Russen zich over te geven.
  • Op 9 november grijpt Napoleon de macht in Frankrijk in de Staatsgreep van 18 Brumaire.

1801[bewerken]

  • Bij een grondwetsherziening wordt de Bataafse Republiek opgeheven en vervangen door het Bataafs Gemenebest. De na de Bataafse omwenteling ingestelde departementen worden weer afgeschaft. De voormalige en van oudsher bekende provincienamen en -grenzen worden in kracht hersteld en ook voor het overige keert men deels terug naar de situatie van voor 1795, waarmee een einde komt aan het democratische experiment en de meer ervaren orangistische regenten terugkeren in het Staatsbewind, dat als meerhoofdig bestuur de uitvoerende macht in handen krijgt.
  • In december schrijft Willem V de brieven van Oranienstein, waarin hij de Bataafse Republiek en het Bataafs Gemenebest als wettig erkent. Hiermee doet hij afstand van al zijn rechten als erfstadhouder en voldoet hij aan de aan zijn zoon door Napoleon Bonaparte gestelde voorwaarden voor het verkrijgen van een schadeloosstelling voor de in 1795 toegepaste verbeurdverklaringen.

1802[bewerken]

1803[bewerken]

  • De oorlog tussen Engeland en Frankrijk breekt weer uit.

1804[bewerken]

  • Het Staatsbewind voert de eerste uniforme spelling van de Nederlandse taal in, zoals voorgesteld door de Leidse hoogleraar Matthijs Siegenbeek.

1805[bewerken]

  • Het Staatsbewind wordt vervangen door een eenhoofdig bestuur. De ambassadeur in Parijs, Rutger Jan Schimmelpenninck wordt door Napoleon aangesteld als raadpensionaris van het Bataafs Gemenebest. In feite is hij een soort president. In de korte tijd dat hij raadpensionaris is, voert Schimmelpenninck, bijgestaan door Gogel, enkele zeer belangrijke hervormingen door die zwaar op de bevolking drukken. Gogel weet een nieuw belastingstelsel door te drukken. Er komt accijns op zout, zeep, turf, alcoholische dranken, graan, meel en vlees. Er wordt een grondbelasting ingevoerd, een kadaster, personele belasting op bedienden, paarden en meubels. Schimmelpenninck's secretaris van Staat voor Onderwijs, Hein van Stralen, voert een nieuwe onderwijswet in met overheidssteun aan het openbaar onderwijs.
Een jongen op straat aangevallen door een slagersjongen met een hakmes, 22 november 1806, Christiaan Andriessen. Wat scheeld er aan jongen? Wel die jongen snijd me daar met een hakmes in mijn smoel

1806[bewerken]

  • Onvrede van de Fransen over het beleid van Schimmelpenninck leidt op 5 juni tot diens vervanging. Een Nederlandse delegatie wordt door de Fransen gedwongen de keizer te smeken zijn jongere broer, Lodewijk Napoleon, als koning aan te stellen. Er komt wederom een nieuwe Grondwet, de Constitutie voor het Koninkrijk Holland, die op 7 augustus in werking treedt. Lodewijk Napoleon zet zich erg in voor de Hollandse zaak; veel meer dan zijn broer wenselijk vindt. De koning probeert zelfs Nederlands te leren. Ook toont hij zijn medeleven bij rampen en tracht hij kunsten en wetenschappen te bevorderen.
  • Napoleon voert het continentaal stelsel in waarbij alle Britse producten op het Europese continent worden verboden om zo de economie van Engeland te ontwrichten. Napoleon wil de zeegrenzen tussen Engeland en Europa afsluiten, zodat Engeland geen Europese handel meer kan drijven en zo hopelijk zijn leger niet meer kan financieren. Zo hoop Frankrijk minder te vrezen te hebben van Engeland als militaire tegenstander. Als reactie verbiedt Engeland alle handel door Frankrijk met de rest van de wereld. Het embargo is uiteindelijk schadelijker voor het Franse rijk dan voor Engeland.
Het Rapenburg te Leiden, drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807 (Carel Lodewijk Hansen, 1807)

1807[bewerken]

  • Tijdens de Leidse buskruitramp vallen 151 doden en ruim 2000 gewonden. Koning Lodewijk Napoleon is na 5 uur al op de plek van de ramp. Zijn inspanningen leveren hem de naam Lodewijk de Goede op.

1808[bewerken]

1809[bewerken]

1810[bewerken]

1811[bewerken]

1812[bewerken]

  • De veldtocht van Napoleon naar Rusland loopt uit in een nederlaag. De Russen passen de tactiek van de verschroeide aarde toe, waardoor het Franse leger grote verliezen lijdt. Er blijft slechts een tiende van de 600.000 man over.

1813[bewerken]

1814[bewerken]

  • Op 6 april doet Napoleon Bonaparte troonsafstand. De Franse troepen trekken zich terug uit de Nederlandse gewesten, als laatste uit Maastricht en Delfzijl.
  • Het Congres van Wenen begint met de overwinnende mogendheden Pruisen, Oostenrijk, Zweden, Rusland en Engeland met als doel de staatkundige herordening van Europa. Monarchieën worden hersteld en staten versterkt, als tegenwicht voor Frankrijk. Op 21 juni ondertekenen de grote mogendheden de door Falck geschreven Acht Artikelen van Londen, waarbij tot de vereniging van Noord- en Zuid-Nederland wordt besloten. Dit gebeurt op initiatief van Engeland dat na de ineenstorting van het Franse rijk een sterke bufferstaat wil vormen tegen Frankrijk.
  • Op 29 maart vindt de Vergadering van Notabelen plaats. De leden moesten een beslissing nemen over de nieuwe grondwet. Hiermee krijgt het land een centralistisch bestuur. Men keert dus niet terug naar de situatie van voor 1795.
  • De Nederlandsche Bank wordt opgericht en krijgt een monopolie op de uitgifte van bankbiljetten.

1815[bewerken]

  • In de Zuidelijke Nederlanden is men niet onverdeeld enthousiast over een vereniging met het noorden. Op 1 maart, toen het Congres van Wenen nog in volle gang is, weet Napoleon van Elba te ontsnappen. Al snel heeft hij weer een grote legermacht onder zijn bevel, waarmee hij opnieuw oprukt tegen de mogendheden. Op 16 maart roept Willem zich uit tot koning Willem I der Nederlanden.
  • In augustus roept Willem I zich uit tot Koning der Verenigde Nederlanden en kondigt op 24 augustus 1815 de nieuwe Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden af. De Staten-Generaal in Den Haag keuren het voorstel goed; veel animo voor de Grondwet is er echter niet in de Zuidelijke Nederlanden, veel van de notabelen die daar door Willem aangewezen zijn om hun goedkeuring uit te spreken blijven thuis; erger nog is dat een meerderheid het voorstel afkeurt. Bij 126 van dezen is het motief echter de vrijheid van godsdienst die zij in deze vorm verwerpen. Deze vrijheid is echter door het Congres van Wenen dwingend opgelegd. Daarom telt Willem hun stemmen bij die van de ja-stemmers, voegt er het aantal onthouders aan toe en komt door deze beruchte "Hollandse Rekenkunde", Arithmétique hollandaise, toch nog aan een meerderheid. De belangrijkste wijziging die in de Grondwet van 1815 wordt doorgevoerd is de splitsing van de Staten-Generaal in twee Kamers.
  • Tijdens de Slag bij Waterloo wordt Napoleon Bonaparte verslagen door een combinatie van Britse/Nederlandse, Hannoveraanse en Pruisische legers, waarin ook prins Willem van Oranje-Nassau meevecht.

1816[bewerken]

1817[bewerken]

1818[bewerken]

1819[bewerken]

  • Met het Taalbesluit wordt Nederlands de landstaal in Limburg, Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen. Vanaf 1823 geldt dit ook voor Brabant. Hoewel de Waalse provincies het Frans als officiële taal behouden, zien de Belgische nationalisten hierin het bewijs van de achterstelling van het zuiden.

1821[bewerken]

1822[bewerken]

1824[bewerken]

  • Bij het eerste Sumatra-Tractaat, het Tractaat van Londen, worden Indië en Maleisië verdeeld tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
  • Als verlicht heerser trekt Willem I zich niet veel aan van het parlement en de grondwet. Hij gaat energiek te werk om de infrastructuur van het land te verbeteren. Het eerste grote project is het Noordhollandsch Kanaal.
  • De Nederlandsche Handel-Maatschappij wordt opgericht door Willem I met als doel de expansie van handel en industrie, in voortzetting van wat tijdens de Franse overheersing van 1795 tot 1813 is ingezet. Door de verbondenheid met de Nederlandse regering speelt de NHM een belangrijke rol in het ontwikkelen van de handel tussen de Nederlanden en Nederlands-Indië. De NHM acteert als staatsbankier, handels- en transportonderneming.

1825[bewerken]

1828[bewerken]

  • In heel Europa ontstaat bezwaar tegen de restauratiepolitiek. De liberalen in het zuiden zijn aanvankelijk antiklerikaal, maar hun bezwaar tegen de steeds meer absolutistisch regerende Willem I laat hen aansluiting zoeken bij de katholieken. Het unionistische Monsterverbond zoekt nog niet naar afscheiding van het noorden.
De onderwerping van Diepo Negoro aan luitenant-generaal Hendrik Merkus Baron de Kock, 28 maart 1830, waarmee de Java-oorlog werd beëindigd (Nicolaas Pieneman)

1830[bewerken]

  • Op 8 januari worden zes leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal die de tienjaarlijkse begroting bij stemming verwierpen, uit hun ambt ontzet.
  • Op 30 april wordt Louis de Potter wegens een artikel in de Courrier des Pays-Bas van 1 februari op aanklacht van samenzwering tegen de staat en het aanzetten tot opstand, tot acht jaar ballingschap veroordeeld. Zijn medestanders François Tielemans (oud-redacteur van de Courier des Pays-Bas en van Le Belge) en Adolf Bartels (redacteur van de Catholique) krijgen een straf van zeven jaar ballingschap, drukker Jean-Baptiste de Nève een veroordeling tot vijf jaar ballingschap.
  • Op 27 mei trekt Willem I het wetsvoorstel op het openbaar onderwijs in en schaft de onderwijsdecreten van 14 juni en 14 augustus 1825 af. Daarmee komt een eind aan de politiek van inmenging in het bijzonder onderwijs.
  • Op 4 juni schaft Willem I de taalwetten van 1819 en 1822, die het Nederlands als officiële taal in de Vlaamse provincies respectievelijk de arrondissementen Brussel en Leuven instellen, af.
  • Op 15 juli wordt de tweede editie van Louis de Potters L'Union des catholiques et des libéraux dans les Pays-Bas uitgebracht. Het boek wordt het ideologische referentiewerk van het unionisme, het verbond van de liberale en katholieke oppositie tegen het beleid van Willem I.
  • Op 25 augustus ontaardt de opera La Muette de Portici (De Stomme van Portici) in de Koninklijke Muntschouwburg van Brussel in rellen en vormt de aanleiding van de Belgische opstand tegen Willem I. Een dag later herstelt een burgerwacht onder leiding van Emmanuel van der Linden d'Hooghvorst de orde in het rumoerige Brussel.
  • Op 30 augustus trekt een 6000 man sterke troepenmacht onder commando van de prins van Oranje en prins Frederik zich te Vilvoorde samen. Op 23 september trekt het regeringsleger, onder leiding van prins Frederik, Brussel binnen. De burgerwacht kan de volkswoede op dit leger afwentelen en doen omslaan in een nationale opstand.
  • Op 4 oktober verklaart het Voorlopig Bewind dat België een onafhankelijke staat zal worden. Op 16 oktober roept de prins van Oranje in navolging van het Voorlopig Bewind de onafhankelijkheid van de Zuidelijke provincies uit.
  • Op 3 november wordt in België het Nationaal Congres verkozen, dat de grondwet van de nieuwe staat zal opstellen en een koning aanstellen.
  • Het Algemeen Handelsblad verschijnt als eerste krant dagelijks, afgezien van zondag.
  • Het cultuurstelsel wordt ingevoerd door Johannes van den Bosch in Nederlands-Indië. Het is een vervanging voor het landrentestelsel. De Indische overheid bemoeit zich, om het batig slot zeker te stellen, met de productie op Java, maar houdt zich, om onnodige kosten te vermijden, zo veel mogelijk afzijdig van expansie in de Buitengewesten. Dit zijn de hoogtijdagen van de onthoudingspolitiek. Nederlands-Indië is een oningevuld imperium. De buitengrenzen zijn bij traktaat getrokken, daarbinnen is nog veel niet ingekleurd.
Jan van Speijk steekt de lont in het kruit, 5 februari 1831 (Jacobus Schoemaker Doyer)

1831[bewerken]

  • Op 5 februari laat Jan van Speijk zijn eigen kanonneerboot vol munitie exploderen in de haven van Antwerpen om te voorkomen dat het in handen valt van de Belgen.
  • Op 7 februari rondt het nationaal congres de debatten af en keurt de Belgische grondwet goed.
  • Op 25 februari draagt het Voorlopig Bewind de uitvoerende macht in België over aan de aangewezen regent Surlet de Chokier.
  • Op 21 juli legt Leopold I de eed af en wordt de eerste koning van België.
  • In augustus rukt het Nederlandse leger opnieuw zonder veel tegenstand op naar Brussel tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Nadat een Frans leger de grens is overgestoken, trekt Willem I zijn troepen, die al voor Leuven staan, terug. Hoewel de veldtocht zorgt voor betere voorwaarden voor de scheiding op het congres in Londen, weigert Willem I te tekenen.

1832[bewerken]

  • Het Kadaster wordt in Nederland - behalve in Limburg (1841) - officieel ingevoerd.

1833[bewerken]

  • Onder druk van een embargo door de Europese mogendheden stemt Willem I in met een wapenstilstand.
Fabriekscomplex van Petrus Regout aan Boschstraat en Bassin in Maastricht, ca 1865

1834[bewerken]

1837[bewerken]

  • Er komt er een eind aan de Paderi-oorlog nu de stad Bonjol, genoemd naar de machtige Paderi-leider imam Bonjol, bestormd is. Hiermee is de macht van de Paderi gebroken en de hooglanden van Sumatra stevig in handen van de Nederlanders.
  • De Gids wordt opgericht door Potgieter en Robidé van der Aa. Aanvankelijk bestaat de inhoud van De Gids deels uit boekbesprekingen en deels uit "mengelwerk", zoals gebruikelijk in die tijd, maar het tijdschrift krijgt na een tiental jaren een meer algemeen cultureel, liberaal politiek karakter.

1838[bewerken]

  • Westerman, Werleman en Wijsmuller richten in Amsterdam het genootschap Natura Artis Magistra op. Zij kopen een stuk grond van 60 × 80 meter in de Plantage ten oosten van de stad. Dit is het begin van de diergaarde Artis. Het is de eerste dierentuin op het Europese vasteland.
  • Het Nederlandse civiele recht krijgt gestalte in de vorm van een nieuw Burgerlijk Wetboek, dat tot 1992 in gebruik zal blijven.

1839[bewerken]

Johan Rudolph Thorbecke (1796-1872), Minister van Staat en minister van binnenlandse zaken (Johan Heinrich Neuman, 1852)

1840[bewerken]

  • Thorbecke wordt lid van de Dubbele Kamer. Een jaar eerder heeft hij Aanteekening op de Grondwet gepubliceerd waarvan binnen enkele maanden bijna 1000 exemplaren verkocht werden. Nu volgt het Proeve van herziening der grondwet volgens de Aanteekening. In de nieuwe grondwet wordt de macht van de koning ingeperkt.
  • Teleurgesteld door de afscheiding van België en de nieuwe grondwet doet Willem I afstand van de troon ten gunste van zijn zoon Willem II. Een grote rol speelt ook zijn voornemen om met een hofdame van zijn overleden echtgenote te huwen, Henriëtte d'Oultremont de Wégimont. Dit veroorzaakt veel opschudding, vanwege haar lagere, katholieke en bovenal Belgische afkomst. Uiteindelijk vindt het morganatisch huwelijk een jaar later plaats.

1843[bewerken]

  • Door een overeenkomst te sluiten met de vorst van Bali die over Lombok het gezag uitoefent, verkrijgt het Nederlandse gouvernement voor het eerst ook nominaal gezag over dat eiland en enige greep op de welig tierende smokkel in opium. Toch duurt het nog tot 1894 voordat Nederland werkelijk gezag en economische voorrechten verwerft.
  • Thorbecke neemt met acht geestverwanten, de Negenmannen, het initiatief tot herziening van de Grondwet met invoering ministeriële verantwoordelijkheid en rechtstreekse verkiezingen Tweede Kamer volgens census-kiesrecht. De Tweede Kamer besluit op 31 mei 1845 met 34 tegen 21 stemmen het voorstel niet in behandeling te nemen; velen zeggen dat de voorstellen 'on-Nederlands' zijn.
De bouw van twee gashouders van De Hollandsche Gazfabriek aan de Schans (Cornelis Springer, 1847)

1848[bewerken]

  • Willem II houdt elke grondwetswijziging die hem tracht te beperken in zijn soevereine machtsuitoefening tegen. In heel Europa vinden echter revoluties plaats en hij is bang zelf het slachtoffer van een revolutie te worden, zodat hij tegenover zijn ministers verklaart dat hij in één nacht van conservatief tot liberaal is geworden. Op 3 november wordt de nieuwe grondwet ingevoerd, ontworpen onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke. Deze nieuwe grondwet, die met enkele kleinere aanvullingen nog steeds de Nederlandse grondwet is, maakt een einde aan de persoonlijke regeermacht van de koning en voert de koninklijke onschendbaarheid in. Voortaan zijn de ministers verantwoordelijk voor hun beleid en niet meer de koning. Nederland is een constitutionele monarchie geworden.
  • Voor de scheepvaart breekt een periode van grote bloei aan. Dit komt onder andere door de grote vraag naar graan en rijst nadat de aardappelziekte vanaf 1845 voor de Ierse aardappelhongersnood heeft gezorgd. Daarnaast worden in 1849 de Engelse Scheepvaartwetten afgeschaft. De vraag naar scheepsruimte wordt verder opgestuwd door de Krimoorlog van 1853 tot 1856.

1849[bewerken]

  • Als Willem II plotseling overlijdt, wordt hij opgevolgd door zijn zoon Willem III. Deze heeft grote moeite met de beperking van de koninklijke macht zoals deze het jaar daarvoor tot stand is gekomen. Willem III is in zijn latere jaren niet geliefd, en wordt zelfs Koning Gorilla genoemd vanwege zijn bij gelegenheid boerse uitvallen. De voorzitter van de Ministerraad, Thorbecke kan niet met hem overweg en mijdt hem zo veel mogelijk.

1852[bewerken]

1853[bewerken]

  • Met de nieuwe grondwet is het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie mogelijk. De protestanten vrezen dat de katholieken de paus meer zullen gehoorzamen dan de koning. Daarnaast spreekt paus Pius IX in zijn besluit over de razernij van de calvinistische ketterij. Deze belediging leidt tot de Aprilbeweging waarbij de Hervormde Kerk zo’n 200.000 handtekeningen verzamelt en deze aanbiedt aan Willem III. Het zittende kabinet onder leiding van Thorbecke heeft een neutraal antwoord voorgesteld. De scheiding van kerk en staat betekent immers dat de regering over de wens van de katholieken om zich in bisdommen te organiseren niets te vertellen heeft. De koning houdt echter een gloedvolle rede waarin hij zijn sympathie voor de protestanten uitspreekt. Als de koning niet bereid blijkt om op zijn weigering terug te komen om het kabinets- dus regeringsstandpunt uit te dragen, treedt de ministerraad af.

1854[bewerken]

1857[bewerken]

1859[bewerken]

1860[bewerken]

1863[bewerken]

ZM Stoomschip Medusa forceert de doorgang door de Straat van Simonoseki tussen Kioe-Sjioe en Hondo (Japan), september 1864 (Jacob Eduard van Heemskerck van Beest, 1864)

1864[bewerken]

1866[bewerken]

1868[bewerken]

1869[bewerken]

1870[bewerken]

  • Pas na de opening van het Suezkanaal een jaar eerder stappen de Nederlandse rederijen echt over op stoom. De Stoomvaart-Maatschappij Nederland wordt opgericht, vijf jaar later gevolgd door de Stoomboot Rederij Rotterdamsche Lloyd.
  • De doodstraf in vredestijd wordt afgeschaft.
  • De Pruisische regering verbiedt gebruik van andere talen dan het Duits in het onderwijs en bij de overheid. Daardoor verdwijnt op termijn het Nederlands als voertaal in Oost-Friesland.
  • De koloniale overheid trekt zich geleidelijk terug uit haar bemoeienis met de productie, het cultuurstelsel. Indië wordt opengesteld voor particulier kapitaal. Het bestuur kan zich vanaf dat moment toeleggen op een nieuwe taak, het scheppen van voorwaarden voor 'de ontwikkeling van land en volk' in het algemeen en het westerse bedrijfsleven in het bijzonder. Hierdoor wordt het koloniale bestuur omvangrijker, rechtstreekser en ingrijpender.

1871[bewerken]

  • Het Verdrag van Sumatra geeft Nederland de vrije hand op dit eiland. De laatste bezittingen in Afrika gaan in Britse handen over.
  • Aletta Jacobs is een jaar eerder de eerste vrouw die als toehoorster wordt toegelaten aan een hbs. Nu wordt ze toegelaten als studente medicijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen, aanvankelijk voor een proefperiode van één jaar.
Bouw van het Luchtspoor in Rotterdam in 1873

1873[bewerken]

  • In Suriname en Curaçao is de periode van tien jaar staatstoezicht voorbij voor de voormalige slaven nadat in 1863 de slavernij is afgeschaft. Om te voorkomen dat de voormalige slaven massaal de plantages verlaten, waardoor de plantage-economie zou instorten, zijn vrijgelatenen tussen de 15 en 60 jaar verplicht een arbeidsovereenkomst af te sluiten. Pas na deze periode verwerven de voormalige slaven het volledig burgerrecht. In de onder indirect bestuur staande delen van Nederlands-Indië blijft de slavernij nog voortbestaan, op het eiland Sumbawa (Soembawa) zelfs tot 31 maart 1910.
  • Het Nederlandse gouvernement stuurt een expeditie naar Atjeh. Hiermee begint de Atjehoorlog die tot 1904 zal duren.
  • In Suriname komt de Lalla Rookh aan, een transportschip met aan boord de eerste honderden contract-arbeiders uit Brits-Indië. Zij moeten op de plantages de plaats innemen van de ex-slaven die na de tien jaar van staatstoezicht hun geluk elders willen beproeven.
De fabriekskinderen: "Leve mijnheer van Houten" (Elias Spanier, 1874)

1874[bewerken]

1877[bewerken]

  • De Groningse schoolmeester Pieter Roelf Bos is de redacteur van een nieuwe atlas: de Bosatlas.

1878[bewerken]

Met zijn ARP en de afscheiding van de Hervormde Kerk door de Gereformeerde Kerk op te richten, werkt Abraham Kuyper de verzuiling in de hand

1879[bewerken]

1880[bewerken]

  • De Vereniging tegen de Kwakzalverij wordt opgericht.
  • Als gevolg van de import van graan en andere landbouwproducten uit de VS en Canada dalen de prijzen van landbouwproducten sterk, met een landbouwcrisis als gevolg. Boeren die willen overleven, moeten efficiënter gaan produceren. Om met minder landarbeiders toe te kunnen en dus op loonkosten te besparen, schaffen grote boeren landbouwmachines aan, zoals zaai- en dorsmachines. Door deze mechanisering loopt de werkgelegenheid terug. Door de verstedelijking die hier het gevolg van is, breidt de dienstensector zich uit.

1881[bewerken]

1882[bewerken]

  • De inleiding die Kloos schrijft bij de uitgave van de gedichten van Jacques Perk is later gaan gelden als manifest van de Tachtigers. In 1885 richt hij samen met Frederik van Eeden, Albert Verwey, Frank van der Goes en Willem Paap het tijdschrift De Nieuwe Gids op. In dit tijdschrift publiceert Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter. Een veel geciteerde 'slogan' van Kloos is dat kunst 'de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie' moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l'art pour l'art (kunst om de kunst).
Wereldtentoonstelling 1883. Terrein van de Internationale, Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling met links het Koloniaal Gebouw. Het tegenwoordige Museumplein. Links een beeld van Jan Pieterszoon Coen, rechts het Atjeh-monument

1883[bewerken]

  • In Utrecht wordt de Nederlandsche Vélocipèdisten-Bond opgericht met voorlopig 200 leden. Twee jaar later wordt de naam veranderd in Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond.

1885[bewerken]

1886[bewerken]

Kamer behandelt grondwetsherziening (Pieter Josselin de Jong, 1887)

1887[bewerken]

  • Het Kabinet-Heemskerk Azn. weet een Grondwetsherziening tot stand te brengen, die leidt tot kiesrechtuitbreiding en de weg opent voor het oplossen van de onderwijskwestie.
  • De zwagers Willem Vroom en Anton Dreesmann, beiden winkelier in Amsterdam, beginnen daar voor gezamenlijke rekening een winkel aan de Weesperstraat. Bijzonderheid in die dagen: de artikelen hebben een vaste verkoopprijs, waarover niet valt te marchanderen.
  • Als een vorst wordt Ferdinand Domela Nieuwenhuis door de Amsterdamse arbeiders ingehaald, nadat de socialistische leider eerder is ontslagen uit de gevangenis te Utrecht, waar hij een straf heeft uitgezeten wegens majesteitsschennis. Een jaar later komt hij voor de Friese Volkspartij in de Tweede Kamer.

1888[bewerken]

  • In Appelscha breekt een staking uit onder de veenarbeiders, die zich later uitspreidt over de noordelijke provincies. Eisen zijn loonsverhoging en afschaffing van de gedwongen winkelnering. Dit geldt als de eerste grootschalige staking in Nederland.
  • Het kabinet-Mackay treedt aan, de eerste christelijke coalitie in de Nederlandse geschiedenis. Voornaamste doelen van het kabinet zijn de subsidiëring van het bijzonder onderwijs en het tot stand brengen van een Arbeidswet.

1889[bewerken]

  • De arbeidswet van 1889 wordt aangenomen. Deze wet verbood nachtarbeid in de industrie voor vrouwen en jongens tot zestien jaar en beperkte hun werkdag tot elf uur.

1890[bewerken]

1891[bewerken]

  • Nadat socialistische arbeiders in heel Europa massaal de straat opgaan om betere arbeidsvoorwaarden en een achturendag te eisen, publiceert paus Leo XIII, vrij onverwacht, de encycliek Rerum Novarum, waarin de uitbuiting van de arbeiders aan de kaak wordt gesteld en op samenwerking van werknemers en werkgevers wordt aangedrongen "om iedereen een menselijk bestaan te geven". Het is daarbij duidelijk de bedoeling de invloed van de socialisten op de arbeidersbeweging af te remmen. Een blijvende verdeeldheid onder de arbeiders is het gevolg.
  • Philips gloeilampenfabriek wordt opgericht.

1893[bewerken]

  • Tijdens nationale wedstrijden op het Paterswoldsemeer verbetert Jaap Eden het wereldrecord op de 1500 meter en brengt het op 2 minuten en 35 seconden.

1894[bewerken]

1895[bewerken]

  • Waar tot nog toe de economische exploitatie van grondstoffen en mensen relatief onomstreden is geweest, wordt deze nu overwegend negatief beoordeeld. Het Nederlandse koloniale beleid in Nederlands-Indië krijgt een andere fundering, de ethische politiek. Doelstelling hiervan is de koloniale bevolking zodanig te vormen dat zij kan komen tot politieke en economische zelfstandigheid. Deze ethische opdracht voor de Nederlandse staat wordt op verschillende wijzen geponeerd. Vanuit progressief-liberale kring spreekt men over een "eereschuld" die Nederland aan met name de Javanen in te lossen heeft, van protestants-christelijke zijde wordt gesproken over een "zedelijke verplichting" die het moederland heeft te vervullen tegenover de koloniën.
  • Willem Mengelberg wordt dirigent van het zeven jaar eerder opgerichte Concertgebouworkest. Hij bouwt het in de vijftig jaar daarna uit tot een van de meest toonaangevende orkesten ter wereld.

1896[bewerken]

1897[bewerken]

  • Eysink is de eerste Nederlandse autoproducent.

1898[bewerken]

Conrad Theodor van van Deventer wordt wel beschouwd als de vader van de ethische politiek

1899[bewerken]

1900[bewerken]

1901[bewerken]

  • De Nederlandse woningwet wordt van kracht, waardoor gemeenten een actieve eigen woningpolitiek kunnen gaan voeren.
  • De Ongevallenwet is de eerste sociale verzekeringswet in Nederland. De sociale kwestie is een politiek vraagstuk geworden en in de jaren hierna wordt de sociale zekerheid vormgegeven.
  • Minister van Nijverheid Lely sticht de Staatsmijnen.
  • De ethische periode officieel begint officieel als koningin Wilhelmina in de troonrede van dat jaar zegt "... dat Nederland tegenover de bevolking dezer gewesten een zedelijke roeping heeft te vervullen". Een periode van welwillende samenwerking breekt aan, waarbij Nederland Indonesië zal begeleiden naar de onafhankelijkheid.
Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil (Albert Hahn, 1903)
Koeto Reh: Dorpje in de Alaslanden na de verovering door van Daalen ten tijde van de Atjehoorlog

1903[bewerken]

  • In Amsterdam breekt een spoorwegstaking uit. De omvang en het succes van de eerste spoorwegstakingen verrast vriend en vijand. De beroemde prent van Albert Hahn schrijft trots Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil. Aan de euforie van de socialisten komt echter een einde als Abraham Kuyper wetsvoorstellen tegen de stakingen indient in de Tweede Kamer. Deze wetten zijn bekend geworden als de 'worgwetten' en blijven tot 1980 van kracht.
  • De nieuwe Koopmansbeurs van Amsterdam, de Beurs van Berlage, wordt geopend. Het is is Berlages belangrijkste werk en wordt beschouwd als het begin van de moderne architectuur in Nederland.
  • De cardioloog Willem Einthoven vindt het elektrocardiogram (ECG) uit.

1904[bewerken]

1906[bewerken]

1909[bewerken]

  • De Nationale klokkentijd wordt ingevoerd om een einde te maken aan de verschillende tijden die door de verschillende steden, spoorwegmaatschappijen en telegraaf gehanteerd worden. Men houdt de middelbare zonnetijd van Amsterdam aan.
  • De eerste officiële Elfstedentocht wordt georganiseerd door De Friesche IJsbond. Al lang is het in Friesland traditie om zodra het kon langs alle elf Friese steden te schaatsen.

1910[bewerken]

1911[bewerken]

  • Heinrich van der Burg bouwt als eerste Nederlander een vliegtuig naar eigen ontwerp.
  • Ter gelegenheid van Koninginnedag vliegt Anthony Fokker in zijn in Duitsland zelfgebouwde Spin de eerste rondjes om de Haarlemse St. Bavokerk.
  • Heike Kamerlingh Onnes ontdekt supergeleiding bij extreem lage temperaturen. Het zal hem in 1913 de Nobelprijs voor natuurkunde opleveren.
  • In De Gids verschijnt het literair debuut van Nescio, de novelle De uitvreter.
  • Honderd jaar na de invoering van de Code Pénal waarin het verbod op hoererij werd afgeschaft, blijkt de campagne van de abolitionisten succesvol met de invoering van de zedelijkheidswetgeving. Hierin wordt een verbod ingesteld op bordeel houden, vrouwenhandel, pooierschap en het tonen van voorbehoedmiddelen en pornografie. Prostitutie zelf wordt echter niet verboden. Voorman van de abolitionisten is dominee Hendrik Pierson, die zich laat inspireren door Josephine Butler.

1914[bewerken]

  • Nederland volgt sinds 1839 een neutraliteitspolitiek en probeert dit vol te houden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Schlieffenplan voorziet aanvankelijk in een grote cirkelvormige beweging door België en Nederland, maar daar wordt uiteindelijk vanaf gezien, waardoor de neutraliteit niet in geding komt. Al met al hebben de oorlogvoerende landen weinig waardering voor de Nederlandse neutraliteit, die zij vaak als lafheid beschouwen. Bovendien verdenken zij Nederland er van een slaatje uit de oorlog te willen slaan. Niet helemaal ten onrechte; het nog steeds gebruikte scheldwoord OW'er (oorlogswinstmaker) stamt uit die periode. De Nederlandse Overzee Trustmaatschappij garandeert dat Nederlandse schepen geen handel vervoeren voor de oorlogvoerende landen, zodat de Entente bereid is de buitenlandse handel toe te staan. Doordat zoveel vrachtruimte verloren gaat door de onbeperkte duikbootoorlog, stijgen de vrachtprijzen enorm, zodat het aantrekkelijk is om schepen in de vaart te houden en zelfs nieuw te bouwen. In 1918 is de Nederlandse grote handelsvaartvloot dan ook 16% groter dan in 1914 en een stuk nieuwer.

1916[bewerken]

Politie jaagt op plunderaars tijdens het aardappeloproer

1917[bewerken]

1918[bewerken]

  • In Nederland worden parlementsverkiezingen gehouden, voor het eerst met algemeen mannenkiesrecht. Door het nieuwe stelsel van evenredige vertegenwoordiging komt in plaats van een parlement met twee blokken een volksvertegenwoordiging in bont palet van grote en kleine partijen tot stand.
  • De Duitse keizer Wilhelm II komt per trein uit zijn hoofdkwartier in Spa naar Eijsden bij Maastricht. Hij vraagt en krijgt - tot woede van vooral Frankrijk en Groot-Brittannië - asiel in Nederland.
  • Geïnspireerd door de omwentelingen in Duitsland en Rusland roept de socialistische leider Troelstra op tot revolutie. Hij veroorzaakt paniek, maar krijgt geen bijval, wat bekend wordt als de Vergissing van Troelstra. Mede hierdoor worden de socialisten tot 1939 buiten de regering gehouden.
  • De oproep tot revolutie veroorzaakt ook in Indië paniek. Gouverneur-generaal Van Limburg Stirum zegt in de Volksraad verregaande staatkundige hervormingen toe.

1919[bewerken]

1920[bewerken]

  • Nederland treedt met enige reserves toe tot de Volkenbond.
  • De al bestaande burgerlijke normen en waarden worden tot de jaren zestig op zeer rigide wijze toegepast, gestimuleerd door de sociale controle binnen de zuilen.

1921[bewerken]

1922[bewerken]

  • Teleurgesteld dat de beloofde hervormingen uitblijven, geeft Mohammed Hatta in het blad van de Indonesische Vereeniging, Indonesia Merdeka (Indonesië Vrij), aan dat de weg naar vrijheid voor Indonesië ligt in non-coöperatie en massa-actie. De nationalisten moeten iedere samenwerking met Nederland weigeren. Hiermee is de welwillende samenwerking ten einde.

1924[bewerken]

1926[bewerken]

1927[bewerken]

  • Het eerste Rijkswegenplan wordt gepresenteerd, de basis voor de nieuwe wegen van de 20e eeuw.

1928[bewerken]

1929[bewerken]

1930[bewerken]

  • De verzuiling dringt door bij de radio met het Zendtijdbesluit, waardoor de AVRO flink aan zendtijd moet inleveren ten gunste van andere, levensbeschouwelijke omroepen.

1931[bewerken]

  • In Utrecht is de oprichtingsvergadering van de NSB, georganiseerd door Mussert en Van Geelkerken. Van de 14 aanwezigen worden er 4 lid.

1932[bewerken]

1933[bewerken]

1934[bewerken]

  • Tijdens het Jordaanoproer vallen er in Amsterdam 5 doden en 56 zwaargewonden; ook in Rotterdam valt een dode. In andere Nederlandse steden zorgt de economische toestand eveneens voor onlusten.
Doovemansdeur, Johan Braakensiek, 1939
Werklozen tijdens de crisisjaren voor de gesloten deur van het arbeidsbureau. De burgers lijken de nood van de arbeiders te negeren

1935[bewerken]

  • De crisisjaren bereiken een dieptepunt met een werkloosheid van bijna 500.000, 15,5% van de beroepsbevolking. De economische crisis leidt tot een toename van het protectionisme: veel landen voeren contingentering (maxima aan de hoeveelheid import) in of verhogen invoerrechten. Door het blijven vasthouden aan de koppeling tussen de munt en de gouden standaard blijft de depressie in Nederland lang duren ten opzichte van de rest van Europa. Pas als Frankrijk en Zwitserland deze loslaten in het volgende jaar volgt ook Nederland.

1938[bewerken]

  • Geboorte van prinses Beatrix.

1939[bewerken]

  • Doordat de SDAP in 1937 afziet van eenzijdige ontwapening en afschaffing van de monarchie, is regeringsdeelname een optie voor de andere partijen. Nadat het kabinet-Colijn V al na een dag ten val is gekomen, neemt de partij met twee ministers deel aan het kabinet-De Geer II, wat een jaar later het eerste oorlogskabinet blijkt te zijn.
  • In de door arbeiders in de werkverschaffing gebouwde barakken van Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork arriveren de eerste Duitse joden. Deze zijn eerder gevlucht voor de naziterreur, maar omdat de regering op goede voet wil blijven met Duitsland, sluit het op 15 december 1938 de grens (enkele weken na de Kristallnacht), en bestempelt de vluchtelingen tot ongewenste vreemdelingen. Zij moeten in één groot vluchtelingenkamp worden ondergebracht. Aanvankelijk zal dat kamp bij Elspeet worden gebouwd, maar koningin Wilhelmina vindt de afstand van twaalf kilometer tot haar zomerverblijf paleis Het Loo veel te weinig.
Rotterdam na het bombardement (en puinruiming) met de ruïne van de Laurenskerk

1940[bewerken]

1941[bewerken]

  • De Duitsers stellen een 'Joodsche Raad' in. Dat is voornamelijk een manier om de identificatie van Joden en deportaties efficiënt te organiseren.
  • Uit protest tegen twee razzia's wordt in Amsterdam de Februaristaking georganiseerd. De staking wordt hard neergeslagen: er vallen hierbij negen doden en vierentwintig zwaargewonden.
  • Van de 900 Joden die in 1941 naar Mauthausen zijn gedeporteerd is er geen teruggekeerd.
  • Om het vak van kunstenaar, schrijver, muzikant of podiumartiest uit te oefenen, dient men zich aan te melden bij de Nederlandsche Kultuurkamer, die ten dienste moet staan van de nationaalsocialistische ideologie.

1942[bewerken]

  • De Japanners vallen Nederlands-Indië binnen. De geallieerden weten de Japanners een nederlaag toe te brengen, maar redden het uiteindelijk niet tegen de overmacht. De Nederlandse admiraal Karel Doorman gaat op 27 en 28 februari met een geallieerd eskader onder zijn bevel ten onder in de slag in de Javazee. Dezelfde nacht landen de Japanners op Java, en sluiten de Nederlandse troepen in. De Nederlanders geven zich over op 6 maart. De Nederlandse soldaten worden gevangengezet in werkkampen. Later worden alle Nederlanders geïnterneerd in de zogenaamde jappenkampen. Ook worden sommigen tewerkgesteld aan de Birma spoorweg.
  • Alle Joden moeten voortaan een Jodenster dragen.
  • In Sint-Michielsgestel worden 460 bestuurders geïnterneerd. Onder de gijzelaars komen gesprekken op gang over het vernieuwen van de maatschappelijke verhoudingen in Nederland en het doorbreken van de verzuiling. Onder meer Simon Vestdijk en Anton van Duinkerken nemen daaraan deel. Andere bekende geïnterneerden zijn Wim Schermerhorn, Willem Banning, Pieter Geyl en Jan Eduard de Quay, allemaal vooraanstaande politici van na de oorlog. Een invloedrijke groep gijzelaars vormt de Heeren Zeventien. Men is echter intern verdeeld en een aantal deelnemers vormen een aparte gesprekskring. Daarin heerst grote saamhorigheid, ook wel de geest van Gestel genoemd.
  • De deportatie van Joden, homoseksuelen, zigeuners draait op volle toeren. Eind 1942 zijn er 40000 Joden gedeporeteerd, de meesten een gruwelijke dood tegemoet.

1943[bewerken]

  • Ruim 1200 Joodse psychiatrische patiënten en zwakzinnigen uit het Apeldoornsche Bosch worden gedeporteerd naar Auschwitz en daar meteen vermoord.
  • Verzetsstrijder Gerrit van der Veen zet de Persoonsbewijzencentrale op. Er worden ongeveer 80.000 persoonsbewijzen gemaakt, waardoor duizenden mensen arrestatie door de bezetter weten te ontlopen. Hij laat het daar niet bij. Hij organiseert ook de aanslag op het Amsterdams Bevolkingsregister en een overval op het Huis van Bewaring I. Hierna wordt hij opgepakt en gefusilleerd.
  • Berichten dat de voormalige krijgsgevangenen van mei 1940 zich weer moeten melden, leiden tot de april-meistaking die op bevel van SS-leider in Nederland Rauter bloedig worden neergeslagen. Hulp aan onderduikers komt op gang; voor de meeste Joden te laat.
  • September 1943 Jodenvervolging gaat de laatste fase in; in totaal zijn er zo'n 90000 van de in totaal 140000 Joden omgebracht.

1944[bewerken]

  • Anne Frank en haar gezinsleden en huisgenoten worden opgepakt. Haar vader Otto Frank is de enige die de Holocaust overleeft. Eenmaal terug in Amsterdam krijgt hij het dagboek van Anne Frank in handen. Op aanraden van enkele vrienden geeft hij dit dagboek uit.
  • Op zondag 3 september hebben de geallieerden Brussel bevrijd en op maandag 4 september Antwerpen. In Nederland verwacht men snel bevrijd te worden, aangedikt door een Brits radiobericht dat Breda bevrijd is. Veel Nederlanders maken zich de volgende dag op om hun bevrijders te begroeten. Vlaggen en oranje vaandels worden tevoorschijn gehaald, en bedrijven lopen leeg omdat het personeel de geallieerden op straat wil opwachten. Onder Duitsers en NSB'ers breekt paniek uit; administraties worden haastig vernietigd en velen slaan op de vlucht. Wat de Nederlandse bevolking niet weet, is dat de omvang van de geallieerde troepen op dat moment nog te klein is om heel Nederland te kunnen bevrijden en de gehele bevrijding nog een klein jaar op zich laat wachten.
  • Na twee jaar en nadat 59 Nederlandse geheimagenten gevangen zijn genomen door de Duitsers, komt het Englandspiel tot een einde. 54 man overleven de oorlog niet.
  • Met Operatie Market Garden is het plan werp om via een door parachutisten vrijgemaakte corridor naar Arnhem rijden. Van daaruit ligt dan de route naar het Duitse Ruhrgebied en Berlijn open en kan Duitsland nog voor Kerstmis 1944 zijn verslagen. De Duitsers bieden in de Slag om Arnhem echter meer weerstand dan verwacht.
  • Na een oproep van Radio Oranje leggen 30.000 personeelsleden van de NS het werk neer. De Duitsers hebben gewaarschuwd dat een spoorwegstaking de voedselvoorziening in gevaar zal brengen. Ze maken dat dreigement waar; terwijl Duitse militairen met ingereden treinen eigen transporten verzorgen, lijdt vooral het westen van Nederland onder de hongerwinter.
  • Nadat leden van de Puttense verzetsbeweging een auto van de Duitse Wehrmacht beschoten hebben, waarbij een Duitse officier omkomt, wordt het merendeel van de mannelijke bevolking van Putten door de bezetter gedeporteerd.
Op 7 mei schieten Duitsers in de volksmassa op de Dam, waarbij meer dan 20 doden vallen

1945[bewerken]

  • Op 4 mei tekent admiraal Von Friedeburg de Duitse overgave in West-Europa. Alle vijandelijkheden moeten op zaterdag 5 mei om acht uur 's morgens zijn beëindigd. De Duitse bevelhebber Blaskowitz ondertekent de voorwaarden voor capitulatie in Nederland op 6 mei.
  • Direct na de bevrijding vindt bijltjesdag plaats. Van vrouwen en meisjes van wie men weet of het vermoeden heeft dat zij relaties hebben aangeknoopt met Duitse militairen, 'moffenhoeren', wordt het hoofd kaalgeschoren. Ook worden NSB'ers, vermeende landverraders en verklikkers in elkaar geslagen of opgesloten. In totaal gaat het om circa 300.000 mensen.
  • Na de bevrijding heerst de doorbraakgedachte, waarbij de 'geest van Gestel' een rol speelt en men de barrières van de verzuil.ing probeert te slechten. Na een aanvankelijk hoopvolle start, keert men al snel terug naar de situatie van voor de oorlog
  • De Stichting van de Arbeid wordt opgericht waarin de Werkgeversorganisaties samenwerken met de werknemersorganisaties om de wederopbouw ter hand te nemen.
  • Het noodkabinet Schermerhorn-Drees wordt aangesteld door koningin Wilhelmina. Het moet orde op zaken stellen, het economisch herstel ter hand nemen, en verkiezingen voorbereiden. Tot de vele taken waarvoor dit eerste naoorlogse kabinet zich gesteld ziet, is het organiseren van zuivering en berechtiging van 'foute' Nederlanders. Dit gebeurt door de bijzondere rechtspleging en door zuiveringsraden.
  • Twee dagen nadat Japan op 15 augustus is gecapituleerd, roepen Soekarno en Hatta de Indonesische onafhankelijkheid uit.
  • In wat hijzelf het 'Grote Veldtochtsplan' noemt, voert minister van Financiën Piet Lieftinck nieuw geld in. Tijdens de bezetting is de geldcirculatie door de Duitsers vervijfvoudigd. Om het zwart geld-probleem tegen te gaan wordt al het papiergeld ongeldig verklaard, terwijl alle banktegoeden worden bevroren. Alle salarisuitbetalingen worden een week uitgesteld om het systeem niet in de war te schoppen. Om deze week door te komen, krijgt men bij inlevering van tien gulden aan oud geld vijf biljetten van een gulden en twee van een rijksdaalder, het Tientje van Lieftinck.

1946[bewerken]

  • Tot teleurstelling van onder andere koningin Wilhelmina worden tijden de Tweede Kamerverkiezingen de politieke verhoudingen van voor de oorlog hersteld. De doorbraak van de verzuiling zal pas in de jaren zestig plaatsvinden. De katholiek Beel moet niet veel van partijpolitiek hebben en vormt een rooms-rode coalitie, die hij nieuwe bestand noemt.

1947[bewerken]

1948[bewerken]

1949[bewerken]

  • De neutraliteitspolitiek heeft niet gewerkt. Nederland is mede-oprichter van de NAVO en Raad van Europa.
  • Begin van de Koude Oorlog.
  • In Den Haag begint de rondetafelconferentie (RTC) betreffende de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië. Uiteindelijk leidt dit tot de soevereiniteitsoverdracht, met uitzondering van die over westelijk Nieuw-Guinea dat onder Nederlands gezag blijft.

1950[bewerken]

1951[bewerken]

1952[bewerken]

De watersnood gezien bij Zuid-Beveland
Een stronttonnetjesschepper met uitwerpselen in de Jordaan in Amsterdam op weg naar de beerkar, spottend boldootkar genoemd

1953[bewerken]

  • De geleide loonpolitiek, belangrijk onderdeel van de wederopbouw, wordt langzaam losgelaten.
  • Een zware noordwesterstorm laat vele dijken breken, niet alleen in Zuidwest-Nederland. Tijdens de watersnood vallen 1835 doden. Ook België, Engeland en Noordwest-Duitsland worden getroffen. De Deltacommissie wordt ingesteld om te adviseren welke maatregelen er noodzakelijk zijn om een volgende watersnoodramp te voorkomen. In mei komt de commissie met haar eerste advies: afsluiten van de Hollandse IJssel met een stormvloedkering. Vervolgens adviseerde de commissie tot afsluiting van de Oosterschelde, de Grevelingen en het Haringvliet. Het vierde advies omvatte de uitvoering van het Drie Eilandenplan: het verbinden van Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland door de afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek. Het eindrapport van de Deltacommissie werd eind 1960 gepubliceerd.

1954[bewerken]

  • Het voor die tijd grote verlies van de KVP tijdens de Tweede Kamerverkiezingen 1952 veroorzaakt een schok onder de katholieken. De Nederlandse bisschoppen geven een herderlijk schrijven uit onder de titel De katholiek in het openbare leven, beter bekend als het bisschoppelijk mandement. Aan katholieken wordt verboden om lid te worden of te blijven van socialistische of liberale organisaties. De KVP heeft niet gevraagd om deze bemoeienis en vreest belemmering van de samenwerking met de PvdA. Het mandement veroorzaakt grote beroering.
  • De tweede Ruilverkavelingswet maakt een einde aan de akkertjes met kronkelsloten die vervangen worden door grote akkers met kaarsrechte sloten. Dit alles verandert het landschap van Nederland aanzienlijk.

1955[bewerken]

  • Journalist Jan Vrijman en fotograaf Ed van der Elsken maken een serie reportages voor het weekblad Vrij Nederland met als titel De nozems van de Nieuwendijk. De nozem is een eerste voorbeeld van wat later jeugdcultuur zal gaan heten. Voor het eerst gaan grote groepen jongeren uit de arbeidersklasse beschikken over eigen geld.

1956[bewerken]

  • De juridische handelingsonbekwaamheid van de getrouwde vrouw wordt opgeheven.
  • In het Duitse tijdschrift Der Spiegel verschijnt een artikel met de titel Zwischen Königin und Rasputin. Naar hij zelf in een postuum verschenen interview toegeeft was prins Bernhard de informant van het weekblad, waarmee hij probeert te bereiken dat dit zou leiden tot de verwijdering van Greet Hofmans van het hof. Deze heeft naar zijn idee een te grote pacifistische invloed op koningin Juliana, die er niet voor schroomt om politieke uitspraken te doen. Er wordt een onderzoekscommissie ingesteld, de commissie Beel. Na dit onderzoek naar de Greet Hofmans-affaire worden de contacten van Hofmans met het hof beëindigd en de hofhouding gereorganiseerd. De koningin moet zich voortaan van politieke uitspraken onthouden.

1957[bewerken]

  • De Deltawet wordt aanvaard, waarmee kan worden begonnen aan de Deltawerken.
  • Ondanks de onafhankelijkheid van Indonesië is een groot deel van het bedrijfsleven daar nog in Nederlandse handen. Hieraan komt een einde na Zwarte Sinterklaas, de eindfase van de indonesianisasi, de nationalisatie van de Nederlandse bedrijven.

1959[bewerken]

Euromast (1960)

1960[bewerken]

  • De Nederlandse regering besluit grondtroepen naar Nieuw-Guinea te sturen, wegens de "agressieve elementen in het buitenlandse beleid van de Indonesische regering, gepaard gaande met de versterking van het militaire potentieel van Indonesië".

1962[bewerken]

1963[bewerken]

  • Het beleid ten gunste van grote boeren leidt er toe dat veel kleine boeren worden gedwongen te stoppen. Als boeren in Hollandscheveld weigeren heffingen te betalen voor het Landbouwschap worden drie boerderijen ontruimd, waarna duizenden zogenaamde "Vrije Boeren" uit heel Nederland, aanhangers van Hendrik Koekoek naar Hollandscheveld trekken om te proberen de ontruiming te voorkomen. De Boerenpartij onder aanvoering van Koekoek wint mede hierdoor veel stemmen.
  • Bisschop Bekkers geeft aan dat ouders hun eigen geweten moeten volgen bij het bepalen van het kindertal. Organon introduceert hierop Lyndiol, één van de eerste anticonceptiepillen. De NVSH biedt deze pil aan, hoewel het volgens de zedenwet van 1911 verboden is opzettelijk de zwangerschap te verstoren.
  • Werkgevers en werknemers bereiken in de Stichting van de Arbeid een loonakkoord. Dit historisch compromis maakt een einde aan de geleide loonpolitiek en zal leiden tot een 'loongolf'.
  • Nederlands-Nieuw-Guinea wordt overgedragen aan Indonesië.

1964[bewerken]

  • De eerste uitzending van REM-tv, de piraat die de voorloper is van de TROS, vindt plaats vanaf een speciaal daarvoor geplaatst platform.
  • The Beatles landen op Schiphol voor optredens in Treslong te Hillegom en de veilinghallen te Blokker. Ook varen ze door de Amsterdamse grachten. Enkele weken later treden de Rolling Stones voor het eerst op in Nederland in het Kurhaus. Het wordt een berucht concert.
Gesloopte koeltorens van steenkolenmijn Emma in Treebeek

1965[bewerken]

  • Minister van Economische Zaken Joop den Uyl kondigt in een toespraak in de Stadsschouwburg van Heerlen aan dat alle Limburgse steenkolenmijnen binnen tien jaar zullen sluiten. De mijnsluiting leidt tot een verlies van 75.000 arbeidsplaatsen in Zuid-Limburg.
  • Buikhuisen promoveert met het proefschrift Achtergronden van nozemgedrag waarin hij het begrip ‘provo’ introduceert, dat is afgeleid van provoceren. Hij verbaast zich over het ontstaan van een grote stroming anti-autoritaire jongeren. Roel van Duijn gebruikt het als geuzennaam voor zijn beweging, die een ludieke revival van grotendeels geweldloos anarchisme voorstaat.
  • Naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie worden de vieringen van de Heilige Mis voortaan grotendeels in de landstaal gehouden. De vernieuwingen gaan met onstuimige veranderingen gepaard, onder meer met de Tweede beeldenstorm.
  • De aankondiging van prinses Beatrix, de erfgename van de troon, van haar verloving met een Duitse diplomaat leidt tot protest van voormalige Nederlandse verzetsstrijders.

1966[bewerken]

  • Het is een onrustig jaar, waarin revolutionaire ideeën de maatschappij lijken te veranderen. Het huwelijk van prinses Beatrix met Claus van Amsberg wordt verstoord met een rookbom. Tijdens de Bouwvakkersoproer valt een dode en wordt het gebouw van De Telegraaf bestormd.
  • In de Tweede Kamer brengt de KVP het kabinet-Cals-Vondeling ten val tijdens de nacht van Schmelzer.
  • De politieke partij Democraten 66 wordt opgericht die met name de nadruk legt op democratisering van de samenleving en een nieuw partijenstelsel. Daarnaast benadrukt de nieuwe partij geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Bij de Kamerverkiezingen van het jaar daarop behaalt de partij meteen 7 zetels; uniek in een tijd waarin gewoonlijk slechts kleine verschuivingen plaatsvinden.

1967[bewerken]

  • Het eerste bloot op de Nederlandse televisie: de actrice Phil Bloom vertoont haar onbedekte lichaam in het VPRO-programma Hoepla. In de seksuele revolutie wordt meer de nadruk op de individuele beleving gelegd en tevens beoogd seksualiteit los te koppelen van het algemeen kader van de menselijke voortplanting. Belangrijke elementen voor deze revolutie zijn de introductie van de pil als effectief anticonceptiemiddel en de opkomst van de NVSH met allerlei consultatiebureaus. De provo- en hippiebeweging heeft belangrijke bijdragen geleverd aan deze revolutie. Daarnaast is er de invloed van de televisie als massamedium en ook het functieverlies van de kerken in de Nederlandse samenleving door de secularisering.

1968[bewerken]

1969[bewerken]

1970[bewerken]

1971[bewerken]

1972[bewerken]

  • Na uiterst emotionele debatten neemt de Tweede Kamer een motie-Voogd aan, waarin de regering wordt opgeroepen af te zien van haar voornemen om de drie van Breda vrij te laten.
  • De Commissie Baan maakt voor het eerst onderscheid tussen soft- en harddrugs. Vanaf de jaren zestig begint drugsgebruik een maatschappelijk probleem te worden.
  • De Urgentienota Milieuhygiëne komt uit. Na het verschijnen van De grenzen aan de groei van de Club van Rome ontwikkelt Nederland een milieubeleid. Dit richt zich aanvankelijk op sanering, maar vanaf de jaren tachtig begint men zich ook te richten op preventie en beheer. Tegenwoordig is veel regelgeving op dit gebied op Europees niveau vastgesteld.

1973[bewerken]

  • In een zware storm wordt het zendschip Norderney van Radio Veronica op het strand bij Scheveningen geworpen. Het schip komt muurvast te zitten, pas op 18 april kan het worden vlotgetrokken. De storm - met af en toe een orkaankracht - richt ook grote schade aan in het Westland. In heel Nederland sneuvelen meer dan drie miljoen bomen.
  • De Arabische landen boycotten onder andere Nederland, omdat dit land Israël steunt met geheime wapenleveranties. De daaropvolgende oliecrisis is aanleiding voor de autoloze zondag. De snelwegen zijn uitgestorven en worden enkel nog gebruikt door fietsers en rolschaatsers.
  • De confessionelen hebben in de voorgaande tien jaren groot zetelverlies geleden. Er is een progressieve samenwerking dat in het verkiezingsprogramma Keerpunt '72 een spreiding van inkomen, kennis en macht propageert. Joop den Uyl gelooft in een maakbare samenleving, maar de economische crisis zorgt ervoor dat het Kabinet-Den Uyl de ambitieuze doelen veelal niet kan uitvoeren. Dit is het meest progressieve kabinet dat Nederland ooit gekend heeft en het markeert de overgang naar een andere manier van politiek bedrijven. De zwevende kiezer ontstaat, wat er voor zorgt dat er veel grotere zetelverschuivingen dan voorheen zijn. In tegenstelling tot D'66 gelooft Den Uyl niet in participatiedemocratie.

1974[bewerken]

1975[bewerken]

  • Suriname wordt een onafhankelijke republiek met J.H.E. Ferrier als staatshoofd.
  • Een groep Zuid-Molukse jongeren kaapt een trein vlak bij het Drentse dorp Wijster. Een aantal leden van de jongere generatie wil inlossing van de beloften van de Nederlandse regering dat zij op de Molukken hun eigen staat zouden kunnen stichten. Tijdens de treinkaping wordt machinist J. Braam, die verzet pleegt, direct vermoord. De passagiers F. Bulter en E. Bierling worden geëxecuteerd om de eisen van de kapers kracht bij te zetten. Na bijna twee weken en bemiddeling door ingenieur Manusama en mevrouw Soumokil geven de Molukse gijzelnemers zich over.

1976[bewerken]

  • De Lockheed-affaire komt aan het licht. Prins Bernhard zou 1,1 miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Het kabinet besluit een commissie in te stellen van wijze mannen. De commissie vindt geen onomstotelijk bewijs dat de genoemde 1,1 miljoen dollar daadwerkelijk bij prins Bernhard terechtgekomen is, maar er zijn voldoende aanwijzingen om de commissie te laten oordelen "dat de prins zich aanvankelijk veel te lichtvaardig (had) begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten". Deze bevindingen leidden bijna tot een constitutionele crisis. Het staat haast wel vast dat koningin Juliana gedreigd heeft met aftreden indien de prins strafrechtelijk vervolgd zou zijn. Het Kabinet-Den Uyl besluit daarop Bernhard te vrijwaren van vervolging. Wel moet hij erkennen dat hij fouten had gemaakt, zijn functie van inspecteur-generaal der Krijgsmacht neerleggen en wordt hem verboden ooit nog in het openbaar in uniform te verschijnen.
  • Er ontstaat deining in de Nederlandse politiek en de hele samenleving als oorlogsmisdadiger Menten verdwenen blijkt te zijn, juist één dag voordat de rijksrecherche hem wil arresteren. Dankzij vasthoudend speurwerk van Accent-redacteur Hans Knoop wordt Menten op 6 december alsnog gearresteerd in een hotel bij Zürich. Minister van justitie Dries van Agt komt door de Zaak-Menten in ernstige problemen, maar de Tweede Kamer dwingt hem uiteindelijk niet tot aftreden. Menten wordt in 1980 veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.

1977[bewerken]

1978[bewerken]

1979[bewerken]

  • Grote delen van West-Europa zijn in de ban van extreme kou en sneeuwval. Delen van Noordoost-Nederland en Noord-Duitsland zijn dagenlang geïsoleerd vanwege metershoge sneeuwduinen. Na de eerste januariweek neemt de ergste kou af, maar vanwege ijzel en sneeuw is er nog lang sprake zijn van maatschappij-ontwrichtende weersomstandigheden. In februari wordt vooral Noordoost-Nederland opnieuw getroffen door een extreem zware sneeuwstorm. Het leger wordt ingezet om woningen en boerderijen te helpen.
  • Het NAVO-dubbelbesluit voor de plaatsing van middellange-afstands-atoomwapens wordt genomen, waarvan 48 kruisvluchtwapens in Nederland. In 1981 en 1983 leidt dit met zo'n half miljoen mensen tot de grootste demonstraties die Nederland heeft gezien.

1980[bewerken]

  • In Lekkerkerk wordt officieel bekendgemaakt dat de nieuwbouwwijk Lekkerkerk-West op een stortplaats van chemisch afval is gebouwd. De 270 hier woonachtige gezinnen worden geëvacueerd en tijdelijk elders gehuisvest, waarna de grond onder de huizen wordt afgegraven en gesaneerd. Het is het eerste in een serie gifschandalen.
  • De abdicatie van koningin Juliana ten gunste van haar oudste dochter Beatrix vindt plaats. De inauguratie van Beatrix als koningin der Nederlanden gaat gepaard met grote rellen.
  • Oprichting van de Nederlandse Taalunie.

1982[bewerken]

1983[bewerken]

1984[bewerken]

1985[bewerken]

Opening van de Oosterscheldekering (1986)

1986[bewerken]

1987[bewerken]

  • De affaire Oude Pekela is uitgebreid en langdurig in het landelijke nieuws. Kinderen zouden zijn meegelokt door een man in een clownspak en het slachtoffer zijn geworden van seksspelletjes en verkrachting. Onderzoekers komen uiteindelijk tot de conclusie dat alle verhalen verzonnen zijn en dat het gaat om een geval van massahysterie.
  • Het Homomonument, 's werelds eerste openbare monument voor vervolgde homo's en lesbiennes, wordt onthuld in Amsterdam.

1988[bewerken]

1989[bewerken]

1990[bewerken]

  • De stier Herman wordt geboren in Lelystad bij het biotechnologische bedrijf Pharming. Het is de eerste transgene stier ter wereld. In het DNA van Herman is een stukje menselijk DNA ingebouwd, waardoor vrouwelijke nakomelingen melk met het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine zouden produceren. Deze melk kan dan gebruikt worden voor babyvoeding. Na hevige discussies over de ethische kanten van genetische manipulatie wordt in 1992 besloten dat de stier zich mag voortplanten. In totaal krijgt hij 55 nakomelingen, waarvan wordt gehoopt dat die melk met de menselijke stof lactoferrine zouden gaan produceren. Hoewel er door zijn dochters wel iets lactoferrine wordt geproduceerd, zijn de hoeveelheden minimaal, waardoor Herman meer een theoretisch dan een praktisch succes is.

1991[bewerken]

  • De verzorgingsstaat is onbetaalbaar geworden. Het Kabinet-Lubbers III pakt als eerste de toeloop op de WAO aan, maar stuit daarbij op veel weerstand. Ministers van Financiën Wim Kok wordt vanuit zijn eigen partij, de PvdA, ernstig bekritiseerd. Kok vraagt tijdens een buitengewoon PvdA-congres nadrukkelijk steun voor dit beleid en krijgt uiteindelijk het gevraagde vertrouwen.
  • In de vroege ochtend wordt het woonhuis van staatssecretaris Aad Kosto verwoest door een bom van RaRa. De terreurgroep protesteert hiermee tegen het asielbeleid.
  • Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie wordt als het einde van de Koude Oorlog beschouwd.

1992[bewerken]

1993[bewerken]

  • In Nederland wordt euthanasie door dokters wettelijk geregeld.

1994[bewerken]

  • De IRT-affaire, waarbij het IRT Noord-Holland/Utrecht gebruik maakt van een omstreden opsporingsmethode, namelijk het doorlaten van drugs onder regie van politie en justitie met als doel te kunnen doordringen in de top van de criminele organisatie die onderzocht werd, de "erven Bruinsma", leidt tot de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden.
  • Met het kabinet-Kok I, ook bekend als het eerste Paarse kabinet, maken voor het eerst sinds 1918 de confessionelen geen deel uit van de regering.

1995[bewerken]

1999[bewerken]

2000[bewerken]

  • Paul Scheffer schrijft in NRC Handelsblad het opzienbarend artikel Het multiculturele drama. Scheffer ziet het ontstaan van een etnische onderklasse die niet integreert en die op den duur zal radicaliseren.
  • Bij de vuurwerkramp in Enschede wordt een complete woonwijk verwoest waarbij 23 doden vallen.
  • Het bordeelverbod wordt opgeheven. Prostitutie was sinds de invoering van de Code Pénal in 1811 al niet meer strafbaar.
  • Het Nederlandse parlement legaliseert euthanasie, waarbij strikte voorwaarden gesteld worden voor de artsen.

2001[bewerken]

  • De Wet Openstelling huwelijk wordt van kracht. Hiermee is Nederland het eerste land waar het huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht mogelijk wordt. De Amsterdamse burgemeester Job Cohen verbindt als ambtenaar van de burgerlijke stand vier homoparen in de echt. De nieuwe wetgeving maakt het homoseksuele koppels ook mogelijk om kinderen te adopteren.

2002[bewerken]

2004[bewerken]

2005[bewerken]

2008[bewerken]

2009[bewerken]

2010[bewerken]

  • De Nederlandse Antillen houden op te bestaan. Curaçao en Sint Maarten worden autonome landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba gaan als openbaar lichaam deel uitmaken van het Nederlandse staatsbestel.
  • Tijdens het WK voetbal behaalt het Nederlands elftal de finale. In de finale speelt Nederland tegen Spanje, maar het verliest deze wedstrijd. De Nederlandse speler Wesley Sneijder is een van de topscoorders.

2011[bewerken]

  • Op 9 april schiet Tristan van der Vis in het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn 6 mensen dood alvorens zichzelf van het leven te beroven. Tevens raken 17 mensen gewond.

2013[bewerken]

2014[bewerken]

  • Op 17 juli stort in Oekraïne een vliegtuig van de Maleisische vliegtuigmaatschappij Malaysia Airlines neer. Aan boord van het toestel zijn 283 mensen, waarvan 196 mensen de Nederlandse nationaliteit hebben. De precieze oorzaak van het voorval is niet bekend, maar waarschijnlijk is het vliegtuig uit de lucht geschoten. Veel van de stoffelijke overschotten worden naar Nederland gebracht voor forensisch onderzoek. Op 23 juli was er een dag van nationale rouw in het hele land ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de vliegramp.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Asaert, G., Bosscher, Ph.M., Bruijn, J.R., Hoboken, W.J., van et al (1976-1978): Maritieme geschiedenis der Nederlanden, De Boer Maritiem, Bussum
  • Berendsen, H.J.A. (2004): De vorming van het land, Inleiding in de geologie en de geomorfologie, Koninklijke Van Gorcum, Assen,
  • Blok, D.P. (red) et al (1977-1983): Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem,
  • Blokker, B., Es, G. van, Spiering, H. (1999): De vaderlandse geschiedenis in jaartallen, Uitgeverij Balans, Amsterdam,
  • Blom, J.C.H., Lamberts, E., redactie (2006): Geschiedenis van de Nederlanden, HBuitgevers, Baarn,
  • Jansen, H.P.H. (1981): Geschiedenis van de Middeleeuwen, derde druk, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht - Antwerpen.