Timothy Radcliffe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Timothy Radcliffe (Londen, 1 mei 1945) volgde zijn middelbare opleiding bij de benedictijnen maar trad in bij de dominicanen waar hij zijn priesteropleiding volgde. Hij werd eerst gekozen tot provinciaal van de Britse orde en op het generale kapittel in Rome in 1992 tot magister-generaal van deze bedelorde. Volgens gebruik bleef hij de orde leiden tot 2001. Toen werd hij opgevolgd door de Argentijn Carlos Azpiroz Costa. Onder de ongeveer 90 magisters-generaal sinds de dertiende eeuw is Radcliffe de enige Brit en treffen wij één Nederlander, L. Theissling (1916-1925).

Radcliffe studeerde theologie in Engeland en Frankrijk. Hij doceerde theologie aan de Universiteit van Oxford en woonde lange tijd in het klooster van Blackfriars (= dominicanen) aldaar. Radcliffe werd de provinciaal van de Engelse provincie van zijn orde. Tijdens zijn periode als magister-generaal bezocht hij vele landen. Zijn reiservaringen en ontmoetingen klinken door in zijn boeken en artikelen. In 2007 won hij de Michael Ramsey-prijs (genoemd naar de voormalige Aartsbisschop van Canterbury) voor zijn boek What is the Point of Being a Christian?

Enkele publicaties[bewerken]

  • Sing a new song. The Christian vocation (Dublin 1999)
  • Je vous appelle amis (Parijs 2000) - het interview hierin met Radcliffe is vertaald als Vrienden van God. Een ontmoeting (Tielt 2002) en enkele artikelen als Zusters en broeders. Woorden van een prediker (Tielt 2003)
  • Que votre joie soit parfaite (Parijs 2002) - gebundelde artikelen
  • What is the point of being a Christian? (Londen-New York 2005) - vertaald als Waar draait het om? Als je christen bent (Kampen 2007)
  • The seven last words (Londen 2004) - meditaties over de kruiswoorden, vertaald als De zeven laatste woorden (Kampen-Averbode 2009)
  • Christians and sexuality in the time of AIDS (Londen-New York 2008) - met Lytta Basset en Eric Fassin
  • Why go to Church? The drama of the Eucharist (Londen-New York 2008) - geschreven op uitnodiging van Rowan Williams, aartsbisschop van Canterbury