Tin(II)oxide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tin(II)oxide
Structuurformule en molecuulmodel
Eenheidscel van tin(II)oxide ██ Sn2+ ██ O2-
Eenheidscel van tin(II)oxide

██ Sn2+

██ O2-

Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
SnO
IUPAC-naam tin(II)oxide
Andere namen tinoxide
Molmassa 134,7094 g/mol
SMILES
O=[Sn]
CAS-nummer 21651-19-4
EG-nummer 244-499-5
PubChem 88989
Beschrijving Blauw tot zwart kristallijn poeder
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur blauw-zwart
Dichtheid 6,45 g/cm³
Smeltpunt 1080 °C
Onoplosbaar in water
Geometrie en kristalstructuur
Kristalstructuur tetragonaal
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Tin(II)oxide is een oxide van tin, met als brutoformule SnO. De stof komt voor als een blauw tot zwart kristallijn poeder, dat onoplosbaar is in water. De kristalstructuur is tetragonaal en de eenheidscel komt overeen met die van lood(II)oxide.

Synthese[bewerken]

Tin(II)oxide kan worden bereid door de verbranding van een hydraat van tin(II)oxide (SnO · x H2O, met x < 1). In een laboratorium wordt tin(II)oxide meestal bereid door middel van gecontroleerde verhitting van tin(II)oxalaat in een luchtledige omgeving:[1]

\mathrm{SnC_2O_4\ \longrightarrow\ SnO\ +\ CO_2\ +\ CO}

Reacties[bewerken]

Door tin(II)oxide te verbranden, wordt er tindioxide gevormd. Als dit gebeurt in een inerte omgeving, wordt eerst de tussenstof Sn3O4 gevormd, dat verder disproportioneert tot tindioxide en tin:[2]

\mathrm{4\ SnO\ \longrightarrow\ Sn_3O_4\ +\ Sn}
\mathrm{Sn_3O_4\ \longrightarrow\ 2\ SnO_2\ +\ Sn}

Tin(II)oxide is een amfoteer: ze reageert met sterke zuren tot tin(II)zouten en met sterke basen tot stannieten (Sn(OH)3−).[2] De stof lost ook op in sterke zuren, waarbij 2 ionencomplexen gevormd worden: Sn(OH2)32+ en Sn(OH)(OH2)2+.[2] In zwakkere zuren wordt het ion Sn3(OH)42+ gevormd.[2]

Toepassingen[bewerken]

De belangrijkste toepassing van tin(II)oxide is als initiator bij de productie van andere tinhoudende verbindingen (hoofdzakelijk zouten). Het wordt ook gebruikt als reductor en bij de productie van robijnglas. In mindere mate wordt het ook aangewend als katalysator bij veresteringen.

Tin(II)oxide wordt in keramische vorm samen met cerium(III)oxide (Ce2O3) gebruikt voor belichting met UV-licht.[3]

Toxicologie en veiligheid[bewerken]

Bij verhitting tot 300°C in lucht, gloeit het product en oxideert het tot tin(IV)oxide.

De stof kan mechanische irritatie aan de luchtwegen teweegbrengen. De longen kunnen aangetast worden bij herhaalde of langdurige blootstelling aan poederdeeltjes of kristallen, met als gevolg een goedaardige stoflong. De drempelwaarde voor tin(II)oxide bedraagt 2 mg/m³.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) S. Prakash - Advanced Inorganic Chemistry: V. 1, S. Chand, 2000 - ISBN 8121902630
  2. a b c d (en) Egon Wiberg & Arnold Frederick Holleman - Inorganic Chemistry, Elsevier, 2001 - ISBN 0123526515
  3. (en) D.R. Peplinski, W.T. Wozniak & J.B. Moser - Spectral Studies of New Luminophors for Dental Porcelain, J. Dent. Res. (59)9: pp. 1501-1506, september 1980