Titia Bergsma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Titia Bergsma (Leeuwarden, 13 februari 1786 - 2 april 1821 ) was de eerste echtgenote van Jan Cock Blomhoff (Amsterdam, 5 augustus 1779 - Amersfoort, 15 augustus 1853) die aan het begin van de 19e eeuw belangrijke functies op de Nederlandse handelsnederzetting in Japan bekleedde. De in 1815 met Jan Cock Blomhoff gehuwde Titia was de eerste Nederlandse vrouw die na een kortstondig verblijf van dertig uit Formosa gevluchte Zeeuwse vrouwen in 1665 in het voor Europeanen hermetisch afgesloten Japan verbleef. Haar portret is een grote rol gaan spelen in de Japanse kunst. De Zeeuwse vrouwen hebben veel minder indruk nagelaten.

Op Decima mochten volgens de Sakoku alleen Europese mannen wonen en zij maakten eens per jaar een hofreis naar de Shogun in Edo. Europese vrouwen werden niet toegelaten in Japan en zij mochten niet op Decima verblijven.

Jan Cock Blomhoff en gezin (Japanse prent van 1817)
Titia Bergsma en gezin afgebeeld op Japanse vaas

Jan Cock Blomhoff was al tot bestuurder van Decima benoemd maar het zou nog tot 14 augustus 1816 duren voordat Cock Blomhoff van Texel via Indië naar Dejima vertrok met de 'Vrouwe Agatha'. De reis duurde bijna een jaar. Inmiddels had hij Titia Bergsma, die hij al veel langer kende, opnieuw ontmoet. Zij was een dochter van mr. E. H. Bergsma, die later lid zou worden van het Hooggerechtshof (tegenwoordig: de Hoge Raad) in Den Haag. Titia trouwde in 1815 Jan Cock Blomhoff. Van 1809 tot 1817 was Jan Cock Blomhoff pakhuismeester van de Nederlandse factorij op het schiereiland Dejima bij Nagasaki. Van 1817 tot 1824 was hij er "opperhoofd" als opvolger van Doeff.

Jan Cock Blomhoff met het kindermeisje Petronella Munts die zijn zoon Johannes in haar armen heeft (anonieme Japanse prent)

Ze kregen op 6 maart 1816 een zoon, Johannes. Vervolgens besloten ze om gezamenlijk de reis naar Indië en Japan te maken, met hun kleine zoon, en een kindermeisje, Petronella Munts (1794-?). Dit was zeer uitzonderlijk. Er werden geen westerse vrouwen in Japan toegelaten. De gouverneur van Nagasaki verleende de dames wel toestemming om aan wal te gaan. Het is dan 16 juli 1817. De shogun weigerde echter een verblijfsvergunning te verlenen. Titia, Johannes en Petronella moesten terug. Titia schrijft nog een smeekschrift, maar het mag niet baten. Op 4 december 1817 moet Jan Cock Blomhoff zijn vrouw en kind naar het schip brengen dat hen terug naar Nederland brengt. Hij zal Titia nooit meer terugzien, want ze sterft al in 1821, naar verluidt "van verdriet".

Titia en Petronella waren de eerste twee westerse vrouwen die in de 19e eeuw Japan betraden, zij het voor korte tijd. Ze werden veelvuldig geschilderd, meestal met de kleine Johannes. Cock Blomhoff bleef zes jaar lang als opperhoofd in Decima.

Titia Bergsma is een rol blijven spelen in de Japanse iconografie en in de Japanse kunst. Zij wordt ook heden ten dage nog vaak afgebeeld op kunst- en gebruiksvoorwerpen. Naar schatting is zij sinds 1817 op ongeveer 4 miljoen voorwerpen afgebeeld[1]. Titia is op afbeeldingen herkenbaar aan haar gekrulde haren (zeer opvallend in Japan waar natuurlijk gekruld haar vrijwel niet voorkomt) en haar halssnoer van bloedkoraal. Zoals zo vaak bij portretten van Europeanen lukt het de Japanse schilders en keramisten niet om de Europese ogen, zonder mongolenplooi, af te beelden. Titia heeft op veel afbeeldingen "scheve" ogen, zogeheten amandelogen gekregen. Petronella Munts heeft veel minder indruk op de Japanners nagelaten dan haar meesteres.

Literatuur[bewerken]

  • an. - Jan Cock Blomhoff (1779 - 1853); van Deshima naar Amersfoort
in: Flehite 1983 (XV), nr. 1, p. 10
  • an. - mededeling in "Kroniek" betreffende de ruiming van het graf van Jan Cock Blomhoff
in: Flehite 1979 (XI), nr. 1, p. 10
  • Flonk, Albert - Decima, het venster naar het Westen
in: Flehite 1976 (VIII) nr. 1, p. 8 - 15

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Informatie vaste tentoonstelling, Museum Princessehof, Grote Kerkstraat 11, 8911 DZ Leeuwarden