Titles Deprivation Act 1917

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Titles Deprivation Act (Nederlands: Titelontnemingswet) is een Britse wet uit 1917 waarmee personen met een Britse adellijke titel die tegen het Britse Rijk hadden gevochten tijdens de Eerste Wereldoorlog hun privileges en titels ontnomen konden worden. De volledige naam van de wet was An Act to deprive Enemy Peers and Princes of British Dignities and Titles. Op 8 november 1917 werd hij ondertekend door koning George V.

Achtergrond[bewerken]

Koningin Victoria was in 1840 gehuwd met prins Albert van Saksen-Coburg-Gotha, wiens Duitse titels werden geërfd door de nakomelingen van hun jongste zoon Leopold. Victoria’s oudste dochter, ook Victoria geheten, was getrouwd met de Duitse keizer Frederik III. Hierdoor kwam het dat de Britse koninklijke familie aan de vooravond van de Eerste Wereldorlog nauw verwant was aan haar Duitse vijanden. George V was een neef van keizer Wilhelm II van Duitsland en hertog Karel Eduard van Saksen-Coburg-Gotha. Een andere Duitse verwant was kroonprins Ernst August van Hannover, 3e hertog van Cumberland en Teviotdale. Hij was een nakomeling van koning George III en daardoor ook prins van Groot-Brittannië en Ierland.

Een aantal Duitse adellijke families had ook Britse koninklijke of adellijke titels. In 1915 werd een aantal Duitsers al uit de Orde van de Kousenband gezet door de koning. Adellijke titels konden echter alleen ontnomen worden door goedkeuring van het parlement. Daarom werd in 1917 de Titles Deprivation Act aangenomen.

Ontnomen titels[bewerken]

De koning stelde een commissie samen die moest onderzoeken van welke Duitse titeldragers de titel afgenomen moest worden. In augustus 1918 werden de bevindingen van de commissie aan de koning gepresenteerd en op 28 maart 1919 ontnam hij de volgende personen hun titel: