Titus Flavius Domitianus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Domitianus
Domitien.jpg
Geboortedatum 51
Sterfdatum 96
Tijdvak Flavische dynastie
Periode 81-96
Voorganger Titus (79-81)
Opvolger Nerva (96 - 98)
Staatsvorm principaat
Caesar onder Vespasianus (met Titus) (69-79)
Titus (79-81)
Persoonlijke gegevens
Naam bij geboorte Titus Flavius Domitianus
Naam als keizer Titus Flavius Domitianus
Zoon van Vespasianus en Domitilla de Oudere
Vader van Jong gestorven zoon & dochter (namen onbekend)
Gehuwd met Domitia Longina
Broer van Titus en Domitilla de Jongere
Oom van Julia Titi
Romeinse keizers
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Domitianus (Latijn: Titus Flavius Caesar Domitianus Augustus; Rome, 24 oktober 51 - aldaar, 18 september 96) was van 81 tot 96 keizer van het Romeinse Rijk. Domitianus was de derde en laatste keizer van de Flavische dynastie.

Inhoud

[bewerken] Jeugd

[bewerken] Familie

Domitianus werd op 24 oktober 51 in Rome geboren. Hij was de jongste zoon van Titus Flavius Vespasianus en Domitilla de Oudere.[1] Hij had een oudere zuster, Domitilla de Jongere en broer, Titus Flavius Vespasianus.[2]

[bewerken] Adolescentie

In 66 waren Domitianus' moeder en zuster reeds gestorven[3]. Zijn vader en broer waren in deze periode continu actief waren in het Romeinse leger, waar zij legers in respectievelijk Germania en Judea aanvoerden. Zijn broer Titus deed militaire ervaring opdeed tijdens de Joodse Oorlog (66-70). Voor Domitianus betekende dit dat hij een aanzienlijk deel van zijn puberteit zonder nauwe verwanten doorbracht. Tijdens de Joods-Romeinse oorlogen stond hij waarschijnlijk onder bescherming van zijn oom Titus Flavius ​​Sabinus II, die op dat moment dienst deed als stadsprefect van Rome, of misschien zelfs van Marcus Coccejus Nerva, een trouwe vriend van zijn vader en de latere opvolger van Domitianus zelf.[4] [5]

[bewerken] Keizerschap vader en broer

In zijn jeugd en vroege carrière stond Domitianus grotendeels in de schaduw van zijn broer Titus. Deze situatie zette zich voort onder de heerschappij van zijn vader Vespasianus, die na de burgeroorlog, die bekend staat als het Vierkeizerjaar, in 69 keizer van het Romeinse Rijk werd. Terwijl Titus als medekeizer samen met zijn vader heerste, kreeg Domitianus weliswaar onderscheidingen, maar geen eigen verantwoordelijkheden.

[bewerken] Dood van vader en broer

Vespasianus stierf echter in 79. Hij werd opgevolgd door Titus. Deze stierf twee jaar later in 81 onverwacht aan een dodelijke ziekte. De volgende dag werd Domitianus door de Praetoriaanse Garde uitgeroepen tot keizer. Zo begon een heerschappij die vijftien jaar duurde, de langste heerschappij sinds het keizerschap van Tiberius, 60 jaar eerder.

[bewerken] Keizerschap

Domitianus was een kundig bestuurder en bevelvoerder van het leger. Ook breidde Domitianus de grensverdediging van het rijk uit en startte hij een enorm bouwprogramma om het na de grote brand onder Nero beschadigde Rome te herstellen. De regering van Domitianus vertoonde totalitaire kenmerken; hij zag zichzelf als de nieuwe Augustus, een verlicht despoot voorbestemd om het Romeinse Rijk te begeleiden in een nieuw tijdperk van schittering. Religieuze, militaire en culturele propaganda stimuleerde een persoonsverheerlijking, en door zichzelf te benoemen tot eeuwige censor, wilde hij de publieke en private moraal controleren. Als gevolg daarvan, was Domitianus populair bij het volk en het leger, maar werd hij door Romeinse elite met name de senaat als een tiran beschouwd. Vooral Tacitus had weinig goede woorden voor hem over.

[bewerken] Financieel beleid

Als keizer versterkte Domitianus de economie door de herwaardering van de Romeinse munteenheid. Hij slaagde erin de schatkist weer gevuld te krijgen.

Domitianus' neiging tot micromanagement komt nergens duidelijker tot uiting dan in zijn financieel beleid. De vraag of Domitianus het Romeinse Rijk op het moment van zijn voortijdig overlijden achterliet met een schuld of met een overschot werd fel gedebatteerd. Het voorhanden bewijsmateriaal wijst echter op een evenwichtige economie gedurende het grootste deel van de regering van Domitianus.[6] Bij de start van zijn keizerschap revalueerde hij de Romeinse munteenheid aanzienlijk. Hij verhoogde het zilvergehalte van de denarius van 90% tot 98% - het werkelijke zilvergewicht van een munt steeg van 2,87 gram tot 3,26 gram. Een financiële crisis in het jaar 85 dwong Domitianus echter tot een devaluatie van het zilvergehalte en het absolute gewicht tot respectievelijk 93,5% en 3,04 gram.[7] [8] Toch waren deze nieuwe waarden nog steeds hoger dan de niveaus die Vespasianus en Titus tijdens hun bewind aanhielden. Een strikte belastingpolitiek stelde Domitianus in staat om deze getallen gedurende de resterende elf jaar van zijn bewind te handhaven.[8] De munten uit deze periode zijn van een zeer constante kwaliteit. Opvallend zijn de nauwgezette aandacht voor de titulatuur van Domitianus en de verfijnde portretten op de achterzijde van de munten.[8]

Jones schatte het jaarinkomen van Domitianus op meer dan 1.200 miljoen sestertiën, waarvan ruim een derde vermoedelijk werd besteed aan het in stand houden van het Romeinse leger.[6] De andere grote kostenpost was de uitgebreide reconstructie van de stad Rome. Op het moment dat Domitianus aan de macht kwam had de stad nog steeds te lijden van de schade die was veroorzaakt door de grote brand van 64, de burgeroorlog van 69 en de brand in het jaar 79.[9] Veel verder gaand dan een renovatieproject was Domitianus zijn bouwprogramma bedoeld als de culminatie van een keizerrijk-brede culturele renaissance. Er werden ongeveer vijftig grote bouwwerken gebouwd, gerestaureerd of voltooid, een bouwprogramma dat alleen met dat van Augustus was te vergelijken.[9] Onder de belangrijkste nieuwe gebouwen waren een odeum, een stadion en een uitgestrekt paleis op het Palatijn dat bekend stond als het Flavische paleis. Dit laatste gebouw werd ontworpen door Domitianus zijn meesterarchitect Rabirius[10] Het belangrijkste gebouw dat Domitianus liet restauren was de tempel van Jupiter op het Capitool. Dit werd naar verluidt bedekt met een verguld dak. Onder de voltooide gebouwen waren de tempel van Vespasianus en Titus, de boog van Titus en het Colosseum, waar hij een vierde niveau aan toevoegde en waar hij de overdekte tribunes voltooide.

[bewerken] Religieuze politiek

Domitianus geloofde vast aan de traditionele Romeinse religie. Hij zag er persoonlijk op toe dat de oude gewoonten en zeden tijdens zijn beleid werden nageleefd. Om de goddelijke natuur van het Flavische bestuur te rechtvaardigen, benadrukte Domitianus zijn connecties met de belangrijkste godheid Jupiter, misschien wel in de eerste plaats door de indrukwekkende restauratie van de tempel van Jupiter op de Capitool. Een kleine kapel, gewijd aan Jupiter Conservator, werd in de buurt van het huis gebouwd, waarna Domitianus voor zijn eigen veiligheid was gevlucht op 20 december 69. Later in zijn regering liet hij dit vervangen door een duurder gebouw, dat gewijd werd aan aan Jupiter Custos. [11] De godin die hij echter het meest aanbad was Minerva. Niet alleen had hij een aan haar gewijd persoonlijk heiligdom in zijn slaapkamer, ook verscheen Minverva regelmatig verscheen op zijn munten - in vier verschillende typen - en richtte hij een naar haar vernoemd legioen, Legio I Minervia op[12]

[bewerken] Reorganisatie aan de Rijn

Hij reorganiseerde de legioenen aan de Rijn. De 22ste Primigenia werd van Neder- naar Opper-Germania verplaatst en vervangen door een nieuw legioen: de eerste Minervia. Hij slaagde er in de Chatti te onderwerpen en zo kwam een deel van Germania (het huidige Baden-Württemberg) in Romeinse handen.

[bewerken] Oorlog in Brittania

Ook in Brittania werd tijdens zijn bewind een flinke oorlog uitgevochten. Zijn generaal Agricola Caledonië deed een poging om Caledonië (Schotland) te veroveren. Nadat er echter problemen aan de Donaugrens waren ontstaan trokken de Romeinen zich naar het zuiden terug. De benodigde mankracht en financiën waren elders harder nodig.

In het jaar 82 stak Agricola een onbekend water over. Aan de overkant versloeg hij een aantal tot dan toe niet aan de Romeinen niet bekende volkeren.[13] Hij versterkte de tegenover Ierland gelegen kust. Tacitus herinnerde eraan dat zijn schoonvader beweerde dat het gehele eiland kon worden veroverd met een legioen en een aantal hulptroepen.[14] Agricola had onderdak geboden aan een verbannen Ierse koning, die hij hoopte te kunnen gebruiken als excuus voor een verovering van Ierland. Tot een dergelijke expeditie is het echter nooit gekomen. Sommige historici geloven echter dat de hiervoor beschreven overtocht in feite een kleinschalige verkennings en/of strafexpeditie naar Ierland was [15] Het volgende jaar verlegde Agricola zijn aandacht naar Schotland. Hij bouwde een vloot en stak de rivier de Forth over om daarna Caledonia binnen te vallen. Om de opmars te ondersteunen en te beschermen liet hij door zijn legionnairs een groot fort bouwen in Inchtuthil.[14] In de zomer van 84 stond Agricola in de slag bij de Hagelberg tegenover de legers van de Caledoniërs. Dezen werden geleid door Calgacus.[13] Hoewel de Romeinen zware verliezen aan de vijand toebrachten, wist toch tweederde van de Caledonische strijdmacht te ontkomen. Zij wisten zich verborgen te houden in de Schotse moerassen en Schotse Hooglanden. Zo slaagden zij er op passieve wijze in te voorkoment dat Agricola het gehele Britse eiland onder zijn controle kon brengen[14]

[bewerken] Onrust aan de Dacische grens

Domitianus kreeg te maken met een ernstige bedreiging van de Donau, de andere grensrivier, door de Quadi, Marcomanni en Daciërs en er werd een legioen vernietigd door de Sarmaten. Decebalus, de koning van Dacië trok de Donau over Moesië in en doodde Oppius Sabinus, de Romeinse gouverneur. Daarna trokken de Daciërs zich weer snel terug. Domitianus zon op wraak en stuurde zijn troepen Dacia in, waar ze prompt verslagen werden. Domitianus gaf echter niet op en stuurde generaal Antonius Julianus opnieuw het vijandelijke gebied in, deze keer met succes. Decebalus moest om vrede vragen en Domitianus hield een triomftocht in Rome. Toch was hiermee het Dacische gevaar niet geweken. Enige decennia later zou Traianus er pas een slagen een einde te maken aan de Dacische oorlogen.

[bewerken] Vermoord

Aan de heerschappij van Domitianus kwam in 96 een einde toen hij als gevolg van een samenzwering in zijn paleis werd vemoord. Hierbij waren zijn vrouw Domitia en officieren van de Praetoriaanse garde betrokken. Op dezelfde dag werd hij opgevolgd door de vroegere vriend van zijn vader Nerva. Na zijn dood, werd de nagedachtenis aan Domitianus vervloekt door de Romeinse Senaat. Senatoriale auteurs zoals Tacitus, Plinius de Jongere en Suetonius publiceerden geschriften waarin de opvatting werd gepropageerd dat Domitianus een wrede en paranoïde tiran zou zijn geweest. Moderne geschiedkundigen relativeren deze opvatting; in plaats daarvan karakteriseren zij Domitianus als een meedogenloze, maar wel efficiënte autocraat, wiens culturele, economische en politieke programma het fundament legde voor de vreedzame 2e eeuw.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Voetnoten

  1. Jones (1992), blz. 1
  2. Townend (1961), blz. 62
  3. Waters (1964), blz. 52-53
  4. Jones (1992), blz. 13
  5. Murison (2003), blz. 149
  6. a b Jones (1992), blz. 73
  7. Tulane University "Roman Currency of the Principate"
  8. a b c Jones (1992), blz. 75
  9. a b Jones (1992), blz. 79
  10. Jones (1992), blz. 84-88
  11. Jones (1992), blz. 88
  12. Jones (1992), blz. 100
  13. a b Tacitus, Agricola 24.
  14. a b c Jones (1992), blz. 132
  15. Reed, Nicholas (1971). The Fifth Year of Agricola's Campaigns. Britannia 2: 143–148. DOI:10.2307/525804.

[bewerken] Externe link

[bewerken] Referenties

  • (en) Jones, Brian W., The Emperor Domitian, Routledge, 1992, London, ISBN 0-415-10195-6

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen