Titus Livius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gefantaseerd portret van Titus Livius. Kopergravure uit Bibliothek des allgemeinen und praktischen Wissens. Bd. 5 (1905), Abriß der Weltliteratur, p. 50.

Titus Livius (rond 59 v.Chr. - 17 n.Chr.) was een beroemd Romeins geschiedschrijver uit de tijd van Augustus. Hij schreef een algemene geschiedenis van Rome vanaf haar veronderstelde stichting in 753 v.Chr. onder de titel Ab Urbe Condita

Inhoud

Levensloop [bewerken]

Livius werd geboren in Patǎvium, het huidige Padua in Noord-Italië, omstreeks 60 v.Chr.. Zijn jeugd speelde zich dus af in de woelige periode van burgeroorlogen tussen Caesar en Pompeius en later tussen Octavianus en Antonius. Hoewel hij tot een voorname en welgestelde familie behoorde en daardoor een goede opleiding genoot, verbleef hij het liefst in zijn vaderstad en begaf hij zich pas naar Rome toen hij reeds lang de volwassenheid had bereikt. Hij moet er zelfs geruime tijd verbleven hebben. Dáár begon hij wellicht ook aan zijn levenswerk: de geschiedenis van Rome te beschrijven, vanaf de stichting van de stad tot aan zijn eigen tijd, een ontzaglijk werk, dat hij in veertigjarige onafgebroken werkzaamheid heeft volbracht.

Hoewel hij een overtuigd republikein was en dat niet onder stoelen of banken stak, raakte Livius toch bevriend met Gaius Iulius Caesar Octavianus die vier jaar later met de titel Augustus de eerste Romeinse keizer zou worden. Livius onderhield goede betrekkingen met het gehele hof. Augustus en Titus hadden immers hetzelfde doel: het Romeinse volk normen en waarden bij brengen. Na de wreedheden van de burgeroorlogen was het tijd om de waarden van de oude Romeinen in ere te herstellen, met deugden als waardigheid, ernst, soberheid, trouw aan het gegeven woord en respect voor de (voor)ouders, het vaderland en de goden. Ook Livius wilde zijn lezers de grootheid van het vroegere Rome voorhouden: hoe een kleine staat door dapperheid en plichtsbesef tot een wereldrijk was uitgegroeid. Voor hem konden de volkshelden van het 'oude' Rome niet genoeg geroemd worden. Zijn werk werd dan ook eerder een verheerlijking van de deugden waardoor het imperium gerealiseerd werd, dan een objectieve geschiedschrijving.

Later zou hij keizer Claudius geïnspireerd en aangespoord hebben tot het schrijven van diens eigen historische verloren werk over de Etrusken. Toch schijnt Livius zich nooit tot lage vleierij verlaagd te hebben: wij weten dat Augustus hem ironisch "onze Pompeiaan" noemde (dit is aanhanger van Pompeius en dus verdediger van het oude, republikeinse regime). Geobsedeerd door zijn roeping wees Livius bewust elke vorm van politieke of militaire activiteit van de hand. Enkel de studie van de letteren kon hem interesseren. Waarschijnlijk is Livius ook in zijn geboortestad overleden.

Titus Livius heeft vele boeken geschreven. Hij vond het verleden interessanter dan het heden en had dan ook een pessimistische kijk op het heden.

Werk: Ab Urbe Condita [bewerken]

Livius’ levenswerk en enig overgeleverde werk, Ab urbe condita ("Vanaf de Stichting van de Stad") getiteld, omvatte 142 boeken en liep tot aan de dood van Drusus, de vader van Claudius) in 9 na Chr. Slechts 35 boeken zijn bewaard gebleven: de boeken 1-10 en 21-45. Van de ontbrekende boeken kan men de inhoud grotendeels nagaan aan de hand van in de keizertijd gemaakte samenvattingen, Epitomae Livianae, die veel geraadpleegd zijn door latere schrijvers (onder meer Florus). Eveneens bleven de Periochae bewaard, die een zeer summier overzicht geven van de inhoud van ieder boek.

Een volledige Romeinse geschiedenis, die niet enkel een nuchtere opsomming van feiten was (zoals het werk der zogenaamde annalisten), maar tevens een literair kunstwerk zou zijn, bestond nog niet in Livius’ tijd.

Het was Livius’ bedoeling 150 boeken te schrijven: vanaf de aankomst van Aeneas in Italië tot de dood van Augustus in 14.

Beoordeling [bewerken]

Aanhalingsteken openen Hoe kan een volk dat door dapperheid en heldenmoed zo groot geworden is, zo diep vallen?
— Titus Livius over het Romeinse volk
Aanhalingsteken sluiten

Livius heeft niet de pretentie gehad een "geleerd" werk te schrijven: hij wenste een geschiedenis van Rome in artistieke vorm. Daarom streefde hij niet naar verantwoorde weergave en exacte schifting van feiten en motieven, en evenmin naar het opsporen van de ware toedracht van de gebeurtenissen. Hoewel niet geheel onkritisch wilde hij slechts zijn lezers het grootse verleden van Rome, dat van kleine stad tot wereldmacht was gegroeid, als spiegel voorhouden en tevens tonen hoe het Romeinse volk tot het zedelijk verval van zijn eigen tijd had kunnen geraken. Op deze wijze leverde hij als geschiedschrijver een belangrijk aandeel aan het door Augustus beoogde geestelijk reveil. Geheel naar de geest van zijn tijd, is ook in Livius’ ogen Rome door de goddelijke machten bestemd om te heersen en recht en orde te vestigen.

Als geschiedschrijver vertoonde hij vele tekorten, maar anderzijds bezat hij kwaliteiten die aan het werk zijn grote faam - niet in de laatste plaats als schoolboek! - hebben gegeven. Hij was een goed verteller. Als stilist zette hij de lijn van Cicero voort, maar dan op een persoonlijke wijze. Zijn taalgebruik wordt gekenmerkt door volheid en zuiverheid, in tegenstelling tot de stugheid en kunstmatigheid van Sallustius. In zijn uitdrukkingsvorm is de traditionele starre scheiding tussen de taal van het proza en die van de poëzie vervaagd. Hij wilde veeleer een episch dichter in proza zijn en hierin is hij zeker geslaagd, in het bijzonder in de eerste tien boeken.

Nieuwe paden in de geschiedschrijving heeft hij echter niet gebaand. Zijn werk was gebaseerd op de traditie van de annalisten (schrijvers van jaarboeken). Hij heeft hun methoden overgenomen en verbeterd en op grond hiervan kan men hem beschouwen als de grootste en de laatste van de annalisten. Zijn werk oogstte een zodanige bewondering bij tijdgenoten en volgende generaties, dat vrijwel alle oudere Latijnse geschiedwerken, waaruit Livius rijkelijk geput had, in vergetelheid raakten en verloren zijn gegaan.

In het begin van de zestiende eeuw schreef Niccolò Machiavelli zijn Verhandelingen over de eerste tien boeken van Titus Livius (Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio). Hij laat daarin de politiek van de Romeinen positief afsteken tegenover die van de Italiaanse staten in zijn eigen tijd.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Titus Livius op de Nederlandstalige Wikisource.
Wikiquote Wikiquote heeft één of meer citaten gerelateerd aan Livius.