Titus Livius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gefantaseerd portret van Titus Livius. Kopergravure uit Bibliothek des allgemeinen und praktischen Wissens. Bd. 5 (1905), Abriß der Weltliteratur, p. 50.

Titus Livius (rond 59 v.Chr. - 17 n.Chr.) was een beroemd Romeins geschiedschrijver uit de tijd van Augustus. Hij schreef een algemene geschiedenis van Rome vanaf haar veronderstelde stichting in 753 v.Chr. onder de titel Ab Urbe Condita[1]

Levensloop[bewerken]

Livius werd geboren in Patǎvium, het huidige Padua in Noord-Italië, in 59 v.Chr.. [2] Andere bronnen zeggen dat hij ook geboren kan zijn in 64 v.Chr.. [1] Zijn jeugd speelde zich dus af in de woelige periode van burgeroorlogen tussen Caesar en Pompeius en later tussen Octavianus en Antonius. [3] Livius behoorde tot een rijke familie. Hierdoor kreeg hij een goede opleiding in de Grieks-Latijnse literatuur, de retorica en de filosofie. Hij studeerde eerst in Padua en later in Rome. [3] Hij begaf zich pas naar Rome toen hij reeds lang de volwassenheid had bereikt. Een deel van zijn leven bleef hij in Rome. [2] Dáár begon hij wellicht ook aan zijn levenswerk: de geschiedenis van Rome te beschrijven, vanaf de stichting van de stad tot aan zijn eigen tijd, een ontzaglijk werk, dat hij in veertigjarige onafgebroken werkzaamheid heeft volbracht.

Livius raakte bevriend met Gaius Iulius Caesar Octavianus die vier jaar later met de titel Augustus de eerste Romeinse keizer zou worden. [2] Livius onderhield goede betrekkingen met het gehele hof. Augustus en Titus hadden immers hetzelfde doel: het Romeinse volk normen en waarden bij brengen. Na de wreedheden van de burgeroorlogen was het tijd om de waarden van de oude Romeinen in ere te herstellen, met deugden als waardigheid, ernst, soberheid, trouw aan het gegeven woord en respect voor de (voor)ouders, het vaderland en de goden. Ook Livius wilde zijn lezers de grootheid van het vroegere Rome voorhouden: hoe een kleine staat door dapperheid en plichtsbesef tot een wereldrijk was uitgegroeid. Voor hem konden de volkshelden van het 'oude' Rome niet genoeg geroemd worden. Zijn werk werd dan ook eerder een verheerlijking van de deugden waardoor het imperium gerealiseerd werd, dan een objectieve geschiedschrijving.

Later zou hij keizer Claudius geïnspireerd en aangespoord hebben tot het schrijven van historische werken. [2] Livius was een aanhanger van republikeinse idealen, wat waarschijnlijk ook te zien was in zijn werk. Hij was een groot voorstander van Pompeius en had ook respect voor alle andere tegenstanders van Julius Caesar. Toch schijnt Livius zich nooit tot lage vleierij verlaagd te hebben: wij weten dat Augustus hem vanwege zijn republikeinse ideeën ironisch "Pompeiaan" noemde (dit is aanhanger van Pompeius).[4] Geobsedeerd door zijn roeping wees Livius bewust elke vorm van politieke of militaire activiteit van de hand. Enkel de studie van de letteren kon hem interesseren.

Titus Livius heeft vele boeken geschreven. Hij vond het verleden interessanter dan het heden en had dan ook een pessimistische kijk op het heden.

Livius had minstens één zoon en één dochter. Hij stierf in 17 n.Chr. in Patǎvium, waar hij ook was geboren. [2]

Werken[bewerken]

Livius’ levenswerk is het boek Ab urbe condita ("Vanaf de Stichting van de Stad"). Dit boek beschrijft in 142 boeken de geschiedenis van het Romeinse volk. Het begint met de aankomst van Aeneas in Italië en eindigt met de dood van Drusus in 9 v.Chr. Slechts 35 boeken zijn bewaard gebleven: de boeken 1-10 en 21-45. Deze boeken bevatten de Romeinse geschiedenis vanaf het begin tot aan de derde Samnitische oorlog in 293 v.Chr. en vanaf de tweede Punische oorlog in 219 v.Chr. tot aan de triomftocht van Aemilius Paullus in 167 v.Chr. [1] Van de ontbrekende boeken kan men de inhoud grotendeels nagaan aan de hand van in de keizertijd gemaakte samenvattingen, Epitomae Livianae, die veel geraadpleegd zijn door latere schrijvers (onder meer Florus). Van alle boeken bleef wel de Periocha bewaard, een korte inhoudsopgave die een zeer summier overzicht geeft van de inhoud van het boek. [1]

Livius’ Ab urbe condita was oorspronkelijk ingedeeld in decaden, maar is waarschijnlijk in pentaden gepubliceerd. [3]

Het eerste boek van Ab urbe condita, kwam uit tussen 27 en 25 v.Chr. Het totale werk bestond (in onze termen) uit 12000 pagina’s, waarvan maar een kwart bewaard is gebleven. [5]

Er wordt gedacht dat Livius oorspronkelijk 150 boeken wilde schrijven, in plaats van 142. [5] Vanaf de aankomst van Aeneas in Italië tot de dood van Augustus in 14.

Een volledige Romeinse geschiedenis, die niet enkel een nuchtere opsomming van feiten was (zoals het werk der zogenaamde annalisten), maar tevens een literair kunstwerk zou zijn, bestond nog niet in Livius’ tijd.

Naast zijn levenswerk, Ab urbe condita, zijn er nog meer werken van Livius bekend. Hij schreef onder andere een essay in de vorm van een brief naar zijn zoon en een aantal filosofische werken. [2]

Beoordeling[bewerken]

Aanhalingsteken openen Hoe kan een volk dat door dapperheid en heldenmoed zo groot geworden is, zo diep vallen?
— Titus Livius over het Romeinse volk
Aanhalingsteken sluiten

Livius heeft niet de pretentie gehad een "geleerd" werk te schrijven: hij wenste een geschiedenis van Rome in artistieke vorm.[1] Daarom streefde hij niet naar verantwoorde weergave en exacte schifting van feiten en motieven, en evenmin naar het opsporen van de ware toedracht van de gebeurtenissen. Hoewel niet geheel onkritisch wilde hij slechts zijn lezers het grootse verleden van Rome, dat van kleine stad tot wereldmacht was gegroeid, als spiegel voorhouden.[1] Tevens wilde hij tonen hoe het Romeinse volk tot het zedelijk verval van zijn eigen tijd had kunnen geraken. Op deze wijze leverde hij als geschiedschrijver een belangrijk aandeel aan het door Augustus beoogde geestelijk reveil. Livius schreef patriottisch, hij dacht dat de goden Rome steeds hadden beschermd.[1] Geheel naar de geest van zijn tijd, is ook in Livius’ ogen Rome door de goddelijke machten bestemd om te heersen en recht en orde te vestigen.

Als geschiedschrijver vertoonde hij vele tekorten, maar anderzijds bezat hij kwaliteiten die aan het werk zijn grote faam - niet in de laatste plaats als schoolboek! - hebben gegeven. Hij was een goed verteller. Als stilist zette hij de lijn van Cicero voort, maar dan op een persoonlijke wijze. Zijn taalgebruik wordt gekenmerkt door volheid en zuiverheid[2], in tegenstelling tot de stugheid en kunstmatigheid van Sallustius. Quintilianus beschreef de stijl van Livius ook wel als ‘romige volheid’ (lactea ubertas).[2] In zijn uitdrukkingsvorm is de traditionele starre scheiding tussen de taal van het proza en die van de poëzie vervaagd. Hij wilde veeleer een episch dichter in proza zijn en hierin is hij zeker geslaagd [2], in het bijzonder in de eerste tien boeken.

Livius baseerde zijn geschiedschrijving niet op primaire bronnen maar op secundaire bronnen. Hij zocht niet naar de precieze details van gebeurtenissen. Hij gebruikte vaak het werk van andere geschiedschrijvers. Voor zijn vierde decade heeft hij vooral het werk van Polybius gebruikt. Soms geeft hij de feiten die hij uit zijn bronnen haalt op een andere manier weer.[3]

Het werk van Livius was gebaseerd op de annalistische structuur. Hierbij worden per jaar alle gebeurtenissen in dat jaar verteld. Deze structuur was kenmerkend voor Romeinse geschiedwerken. [4] Hij heeft de methoden van de annalisten overgenomen en verbeterd en op grond hiervan kan men hem beschouwen als de grootste en de laatste van de annalisten. Zijn werk oogstte een zodanige bewondering bij tijdgenoten en volgende generaties, dat vrijwel alle oudere Latijnse geschiedwerken, waaruit Livius rijkelijk geput had, in vergetelheid raakten en verloren zijn gegaan.

In zijn boek laat Livius vaak personages aan het woord door middel van redevoeringen (speeches). Deze komen voor in de directe en de indirecte rede. Met deze redevoeringen laat hij de lezers zien welke visies de personages (volgens hem) hadden. Door de redevoeringen geeft hij zijn personages een bepaald karakter en maakt hij ze tot echte mensen.[3]

In de Renaissance probeerde men de fragmenten van ‘Ab urbe condita’ die waren overgebleven samen te voegen. Het doel was om het hele boek te reconstrueren. Het lukte niet om alle delen terug te vinden, maar de delen die wel bewaard waren gebleven kregen een steeds grotere invloed. Poggio Bracciolini en Leonardo Bruni schreven geschiedenissen van de Florentijnse republiek in Livische stijl.[4] In 1519 voltooide Niccolò Machiavelli zijn ‘Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio' (Verhandelingen over de eerste tien boeken van Livius). Hierin gebruikt hij de eerste tien boeken van Ab urbe condita om te onderzoeken hoe een staat het best bestuurd en uitgebreid kan worden.[5] Shakespeare gebruikte onder andere het werk van Livius voor het schrijven van zijn ‘Lucrece’. [4]

In 1413 vond men in Padua een graf waarvan werd gedacht dat het van Livius was. Een paar decennia later werden op verzoek van de Napolitaanse ambassadeur in Venetië botjes van de arm van Livius, waarmee hij zijn werken zou hebben geschreven, naar Napels verstuurd. Hier werden ze als reliek tentoongesteld. Later bleek dat de botten niet van Livius waren maar van een vrijgelatene uit Livius' familie. [5]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g G.J.M. Bartelink, Klassieke letterkunde, Utrecht, 1964, 7e druk 2000, pagina 219-220
  2. a b c d e f g h i H.J. Rose, A Handbook of Latin Literature, Londen, 1936, oplage uit 1991 van de herziene en uitgebreide uitgave uit 1966, pagina 296-297 en 300-301
  3. a b c d e Elly Jans en Karl Lutterkort, HANNIBAL AD PORTAS – Livius over de aartsrivalen Rome en Carthago, Bedum, 2005, pagina 5-6, 9-11
  4. a b c d Gian Biaggio Conte, Latin Literature, Florence, 1987, vertaald door Joseph B. Solodow in 1994, editie uit 1999, pagina 367, 370 en 375
  5. a b c d Piet Gerbrandy, Het feest van Saturnus, Amsterdam, 2007, pagina 132 en 137
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Titus Livius op de Nederlandstalige Wikisource.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Livius.