Tmesipteris
| Tmesipteris | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tmesipteris elongata | |||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||
| Tmesipteris Bernh. (1801) |
|||||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||||
| Tmesipteris tannensis (Spreng.) Bernh. (1801) | |||||||||||||||||
| Afbeeldingen Tmesipteris op |
|||||||||||||||||
| Tmesipteris op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Tmesipteris is een geslacht met dertien soorten varens uit de familie Psilotaceae.
Het zijn zeer primitieve vaatplanten, waarvan het niet duidelijk is of zij als voorouders van de modernere vaatplanten mogen beschouwd worden, dan wel als een doodlopende tak van de evolutionaire boom.
Tmesipteris is een epifyt die vooral op boomvarens van de geslachten Dicksonia en Cyathea groeit. Zijn verspreiding is beperkt tot de subtropische en tropische gebieden van het Australaziatisch gebied, voornamelijk Australië, Tasmanië, Nieuw-Zeeland, Nieuw-Caledonië en Nieuw-Guinea, waar hij voorkomt in de warme, gematigde regenwouden.
Inhoud |
Naamgeving en etymologie[bewerken]
- Engels: Hanging fork ferns
De botanische naam Tmesipteris is afgeleid van het Oudgriekse 'tmesis' (snede) en 'pteris' (varen).
Kenmerken[bewerken]
De sporofyten van Tmesipteris zijn middelgrote epifytische planten met rhizoïden die zich als een mat rond de boomvaren hecht, en waaruit korte, hangende, onvertakte donkergroene stengels ontspruiten voorzien van enaties, kleine, schubachtige bladen zonder nerven.
De sporendoosjes of sporangia bevinden zich tussen de bladen op korte vertakkingen en zijn tweelobbig.
De gametofyten groeien ondergronds en dragen oppervlakkige antheridia en dieper liggende archegonia.
Taxonomie[bewerken]
Er is lange tijd discussie geweest over juiste plaatsing van Tmesipteris en het zustergeslacht Psilotum, waarbij ze door sommige auteurs als echte varens beschouwd werden, en door anderen als afstammelingen van de eerste vaatplanten. In de recente taxonomische beschrijving van Smith et al. (2006), gebaseerd op DNA-onderzoek, worden beide geslachten echter als enige in een aparte orde Psilotales onder de klasse Psilotopsida geplaatst, als zustergroep van de andere varens [1].
Het geslacht telt 13 soorten. De typesoort is Tmesipteris tannensis.
Soortenlijst[bewerken]
- Tmesipteris elongata Dangeard (1890-91)
- Tmesipteris lanceolata Dangeard (1890-91)
- Tmesipteris norfolkensis P.S.Green (1986)
- Tmesipteris obliqua R.J.Chinnock (1993)
- Tmesipteris oblongifolia A.F.Braithw. (1986)
- Tmesipteris ovata Wakef. (1944)
- Tmesipteris parva Wakef. (1944)
- Tmesipteris sigmatifolia Chinnock (1975)
- Tmesipteris solomonensis Braithwaite (1973)
- Tmesipteris tannensis (Spreng.) Bernh. (1801)
- Tmesipteris truncata (R. Br.) Desv. (1827)
- Tmesipteris vanuatensis A.F. Braithw. (1986)
- Tmesipteris vieillardii Dangeard (1890-91)
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Geslachten en soorten van de familie Psilotaceae | |
|---|---|
|
Geslacht: Psilotum |