Toermalijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Toermalijn
Toermalijn (Schorl) – kristallen gegroeid in kwarts
Toermalijn (Schorl) – kristallen gegroeid in kwarts
Mineraal
Chemische formule AX3Y6(BO3)3 Si6O18(O, OH, F)4
Streepkleur wit
Hardheid 7 - 7,5
Gemiddelde dichtheid 3,31 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorschijnend tot opaak
Breuk ruw, klein schelpvormig, bros
Splijting onduidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Triklien
Kristalvlakken trigonaal langgerekt met driehoekige doorsnede en afgeronde zijden, duidelijk lengtestreping
Brekingsindices 1,614 - 1,666
Dubbele breking -0,017 tot -0.032
Pleochroïsme rode t.duidelijk; rood; bruine t.duidelijk; donkerbruin, lichtbruin; groene t. sterk; donkergroen, lichtgroen; blauwe t.sterk; donkerblauw, lichtblauw
Overige eigenschappen
Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken Piëzo-elektrisch en pleochroïsch
Lijst van mineralen
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Toermalijn is een groep van mineralen, alle cyclosilicaten. De mineralen in deze groep delen een karakteristieke chemische formule:

AX3Y6(BO3)3 Si6O18(O, OH, F)4. De A kan calcium of natrium bevatten. De X kan bestaan uit aluminium, ijzer, lithium of magnesium. De Y is normaal gesproken aluminium, maar kan ook chroom of ijzer zijn. Op de positie van A kan wat kalium zitten, mangaan kan in X zitten en vanadium kan in Y gevonden worden, maar deze elementen komen niet vaak voor in de formules van de toermalijngroep.

Ontstaan[bewerken]

Toermalijn komt voor in pegmatieten, metamorfieten, magmatieten en alluviale afzettingen.

Geschiedenis[bewerken]

Hoewel toermalijn al in de oudheid bekend was in het Middellandse Zeegebied, werd hij pas in 1703 vanuit Sri Lanka door Hollanders ingevoerd in West-Europa. Zij noemden de nieuwe edelsteen met een Singalees woord "Turmali", wat zoveel betekent als "steen met gemengde kleuren". Als edelstenen gebruikte men van oudsher rubellieten - ze werden door kunstenaars als talisman gebruikt, omdat ze het scheppingsvermogen van kunstenaars zouden vergroten.

Variëteiten[bewerken]

Naar de kleur worden in de handel de volgende variëteiten onderscheiden :

  • Achroiet : Kleurloos of bijna kleurloos, zeer zeldzaam en duur.
  • Rubelliet : Roze tot rood, soms met een zweem naar violet. Het waardevolste is de robijnkleur.
  • Draviet: Geelbruin tot donkerbruin.
  • Verdeliet: Alle tinten groen.
  • Indigoliet: Blauw in alle termen.
  • Siberiet: Lilarood tot violetblauw ; gedeeltelijk ook als synoniem van rubelliet gebruikt.
  • Schorl: Zwart, wijdverbreid, veel gebruikt bij rouwkleding. Naam naar oud-mijnwerkersuitdrukking.

De laatste tijd gebruikt men in plaats van de variëteitsnamen steeds vaker een kleuraanduiding ; bijvoorbeeld gele toermalijn en roze toermalijn.

Soorten[bewerken]

In mineralogie onderscheidt men toermalijnen naar hun chemische samenstelling: De afzonderlijke vertegenwoordigers hebben de volgende namen:

  • Rossmaniet, naar Amerikaanse geleerde; [][LiAl2][Al6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Elbaiet, naar het eiland Elba, Italië; [Na][(Li,Al)3)][Al6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Magnesiofoitiet, magnesiumanaloog van foitiet; [][Mg2(Al,Fe3+)3)][Al6][(OH)3|(OH)(BO3)3|Si6O18]
  • Draviet, naar de rivier de Drau in Karinthië (Oostenrijk); [Na][Mg3][Al6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Chroomdraviet, de chroomanaloog van draviet; [Na][Mg3][(Cr3+,Fe3+)3)6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Vanadiumdraviet, de vanadiumanaloog van draviet; [Na][Mg3][(V3+6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Schorl, naar een oude mijnwerkersuitdrukking voor valse steen; [Na][Fe2+3][(Al6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Foitiet; [][Fe2+2(Al,Fe3+][Al6][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Oleniet, naar een oude mijnwerkersuitdrukking voor valse steen; ([],Na)[Al,Li,3][(Al6])[O3|F|(BO3)3|Si6O18]
  • Buergeriet, naar Amerikaanse geleerde; [Na][Fe3+3+][(Al6])[(O,OH)3|(OH)(BO3)3|Si6O18]
  • Povondraïet; [Na][Fe3+2][(Fe3+6][O3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Liddicoatiet, naar Amerikaanse gemmoloog; [Ca][Li2,Al][Al6][(BO3)3F|(BO3)3|Si6O18]
  • Uviet, naar provincie in Sri Lanka = Magnesium-toermalijn. [Ca][(Mg,Fe2+)3][MgAl5][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]
  • Feruviet, ijzeranaloog van uviet. [Ca][(Fe2+,Mg)3][MgAl5][(OH)3|(OH)|(BO3)3|Si6O18]

Eigenschappen[bewerken]

Toermalijnen hebben bepaalde unieke eigenschappen. Ze zijn piëzo-elektrisch, wat betekent dat als een kristal verhit of samengedrukt, verschillende elektrische ladingen worden gevormd aan de beide uiteinden van het kristal. Zo ontstaat een elektrische potentiaal. Als er een externe elektrische potentiaal op het kristal wordt uitgevoerd, vibreert het. De mineralen zijn pleochroïsch, wat betekent dat het kristal donkerder van kleur is gezien langs de langste as van het kristal, dan gezien loodrecht op die as.

Tweekleurig Toermalijn

Voorkomen[bewerken]

De vier bekendste en meest voorkomende toermalijnmineralen hebben verschillende kleuren en transparanties. Elbaiet is transparant en een waardevolle edelsteen. Schorl, dat rijk is aan ijzer, is het meest voorkomende mineraal uit de toermalijn groep en is zwart en opaak. Het wordt voornamelijk gevormd in pegmatieten, de uiterste langzaam afkoelende ganggesteenten van een magma. De twee andere toermalijnen die regelmatig voorkomen zijn draviet en uviet. Draviet is doorgaans bruin doorschijnend en kan erg groot worden. Uviet is groen doorschijnend tot opaak.

Toermalijn komt voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. Het is onder andere een kenmerkend bestanddeel van Maaszanden. In de zware-mineraalanalyse zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde stabiele groep.[1]


Bewerking[bewerken]

Facetslijpsel, cabochons, kleine en grote gesneden stenen.

Imitaties[bewerken]

Glas.

Determinatie[bewerken]

Hardheid, soortelijk gewicht, optisch.

Aanbeveling[bewerken]

Reinigen met ultrasoon geluid of stroom is riskant, en grote temperatuurschommelingen moeten worden vermeden. De grensvlakken van meerkleurige stenen zijn bros.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Zonneveld, J.I.S., 1947. Het Kwartair van het Peelgebied en naaste omgeving. Een sedimentpetrologische studie. Mededelingen Geologische Stichting, Serie C-IV-3: 1-223.

  1. Zonneveld, 1947

Externe link[bewerken]