Toevoegingen bij Daniël
De Toevoegingen op Daniël zijn drie deuterocanonieke teksten die wel in de Griekse versie van het boek Daniël staan, maar niet in de Hebreeuws/Aramese grondtekst. Ze maken deel uit van de rooms-katholieke Bijbel, maar in de protestantse canon ontbreken ze.
Inhoud |
[bewerken] Gebed van Azarja
In de Hebreeuwse/Aramese versie van het boek Daniël wordt verhaald dat drie vrienden van Daniël (waarvan Azarja er een was) in een vurige oven gegooid worden, omdat zij weigeren te buigen voor een godenbeeld dat de koning gemaakt heeft (de Thora verbiedt immers het vereren van andere goden of van gesneden beelden). Een engel komt de vrienden te hulp en zo overleven zij hun straf op wonderbaarlijke wijze. Het gebed van Azarja is een toevoeging die we alleen vinden in de Griekse versie van dit verhaal. Het is de weergave van het gebed dat Azarja gebeden zou hebben terwijl hij met de twee andere veroordeelden in de vlammen liep. Het gebed wordt gevolgd door een loflied aan God, dat de drie mannen samen zingen. Het gebed en het lied getuigen van godsvertrouwen en van volledige toewijding aan de God van Israël. Het gebed van Azarja en het lied van de drie vrienden zijn ook opgenomen in het boek Oden.
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Het gebed van Azarja en het gezang der drie mannen in het vuur op Wikisource |
[bewerken] Susanna
Het verhaal van Susanna speelt, evenals de rest van het boek Daniël, in de diaspora. Susanna is een mooie, godvrezende vrouw. Op een warme dag baadde zij zich in een afgesloten tuin, in de veronderstelling dat niemand haar daar kon zien. Twee rechters ('oudsten'), die als 'wetteloos' worden omschreven, hadden zich echter in de tuin verscholen, ziek van verlangen naar de mooie Susanna. Nadat zij haar begluurd hadden, deden zij haar oneerbare voorstellen. Wanneer Susanna zou weigeren, zouden zij haar aanklagen en veroordelen wegens overspel (waar volgens de Thora de doodstraf op stond). Susanna weigerde op de avances van de mannen in te gaan.
De volgende dag klaagden de rechters Susanna inderdaad aan en zij werd ter dood veroordeeld. Daniël, een jongeman nog, was echter in het publiek aanwezig en riep luid dat hij zich distantieerde van het oordeel. Wanneer hem gevraagd wordt zijn standpunt toe te lichten, ondervraagt hij de twee rechters onafhankelijk van elkaar, waarbij hij vraagt onder welke boom het overspel plaatsvond. Ze geven een verschillend antwoord, waaruit blijkt dat Susanna onschuldig is. De rechters krijgen de doodstraf, die zij Susanna hadden toebedacht. In het verhaal lopen twee thema's door elkaar heen. Het thema van de 'vervolging van de rechtvaardige' is een thema dat in de Bijbel vaker voorkomt. Verder wordt Daniël geïntroduceerd als bijzonder wijs man, die door zijn wijsheid een leven redt.
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Susanna en de oudsten op Wikimedia Commons. |
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina De historie van Susanna en Daniël op Wikisource |
[bewerken] Bel en de draak
De laatste toevoeging bestaat eigenlijk uit twee verhalen, die wat thematiek betreft echter sterk met elkaar verwant zijn. In het eerste verhaal ontmaskert Daniël de Babylonische godheid Bel (een naamsvariant van Baäl) als een afgod. Elke avond werd namelijk voedsel neergezet voor het beeld van de godheid, dat in een afgesloten tempel stond. Elke volgende morgen was het voedsel verdwenen. Iedereen, de koning incluis, dacht dat Bel het voedsel at. Door 's avonds voor het afsluiten van de tempel as te strooien op de grond, weet Daniël aan te tonen dat niet Bel het voedsel eet, maar dat de priesters van Bel zich 's nachts door een geheime gang toegang verschaffen tot de tempel om het voedsel weg te halen. Wanneer de koning het bedrog ontdekt, rekent hij af met de priesters van Bel en Daniël mag het beeld en de tempel vernietigen.
In het tweede verhaal is sprake van een grote draak die door de Babyloniërs vereerd wordt. De koning daagt Daniël uit: Bel bleek geen levende god te zijn, maar deze draak is dit zeker wel. Waarom wil Daniël hem dan niet als god vereren? Daniël werpt echter tegen dat wanneer hij in staat zal blijken het dier zonder zwaard of stok te doden, daarmee is aangetoond dat de draak geen echte godheid is. De koning zegt dat Daniël dat dan maar moet proberen. Daarop maakt Daniël koeken met graten erin, waardoor de draak van binnen wordt opengereten en sterft. De Babyloniërs zijn echter woedend. Als wraak gooien zij Daniël in de leeuwenkuil, waar hij zes dagen lang verblijft. Doordat de profeet Habakuk hem echter op wonderbaarlijke wijze met soep en brood te hulp komt, blijft hij in leven. Als Daniël op de zevende dag nog blijkt te leven, wordt hij uit de leeuwenkuil bevrijd. In beide verhalen staat opnieuw Daniëls wijsheid centraal. Verder vormen de verhalen een duidelijke apologie voor het monotheïsme: er is maar één God en alle andere vermeende goden zijn niet meer dan krachteloze afgoden. Deze thematiek vinden we vaker in Joodse verhalen uit deze periode.
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Van den Bel en den Draak te Babel op Wikisource |
[bewerken] Plaats in de tekstoverlevering
Er zijn twee Griekse vertalingen van het boek Daniël in omloop: de Septuaginta en de vertaling van Theodotion. De tekst van beide versies wijkt nogal eens af. Ook verschilt de plaats waar de drie toevoegingen in het boek zijn opgenomen (maar in beide versies zijn deze toevoegingen aanwezig). Gewoonlijk neemt men voor de tekst de Theodotion-versie als uitgangspunt.