Tombe van Eurysaces

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tombe van Eurysaces
De Tombe van Eurysaces bij de Porta Maggiore
De Tombe van Eurysaces bij de Porta Maggiore
Locatie Esquilijn
Voltooid Circa 30 v.Chr.
In opdracht van Marcus Vergilius Eurysaces
Type bouwwerk Graftombe
Locatie van de Boog van Portugal (in rood)
Lijst van antieke bouwwerken in Rome
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

De Tombe van Eurysaces (Latijn:Sepulchrum Eurysacis) is een antieke graftombe bij de Porta Maggiore in Rome.

Geschiedenis[bewerken]

De tombe was voor Marcus Vergilius Eurysaces, een rijke bakker, die rond 30 v.Chr. overleed. Eurysaces was een vrijgemaakte slaaf en had na zijn vrijlating zijn bedrijfje opgestart. Hij leverde mogelijk zijn brood aan het Romeinse leger of aan de senaat die het weer uitdeelde aan het volk. Zo werd Eurysaces een rijk man. Ter herinnering aan zijn leven en werk liet hij de tombe bouwen, waarop hij de werkzaamheden in zijn bakkerij liet afbeelden.

De tombe[bewerken]

De voet van de Tombe van Eurysaces wordt gevormd door tufstenen blokken. Hierop staat de tombe, die uit een betonnen kern bestaat, bekleed met travertijn. In het onderste deel zijn dubbele cilinders aangebracht waartussen rechthoekige pilaren staan. Zij lijken een klein podium te ondersteunen, waarop drie rijen met holle cirkels zijn aangebracht, geflankeerd door pilasters waarop een hoofdgestel staat. De fries is versierd met de afbeeldingen van de bakkerijwerkzaamheden, waarop onder andere het kneden van het deeg, het vormen van de broden en het bakken te zien zijn. De betekenis van de cilinders en de holle cirkels is nog niet duidelijk, maar mogelijk stellen ze de cilinders voor waarin een bakker hoeveelheden graan kon afmeten of waarin het deeg werd gekneed.

Op de band tussen het onderste en bovenste deel van de tombe is een herinneringsinscriptie aangebracht;

EST HOC MONIMENTUM MARCEI VERGELEI EURISACIS PISTORIS, REDEMPTORIS, APPARET ...

Vertaling:
Dit is de tombe van Marcus Vergilius Eurysaces, bakker, aannemer, hij diende.. De naam van deze persoon is verloren gegaan, maar het was waarschijnlijk een lokale bestuurder.

De oostelijke zijde van de tombe was niet recht, maar twee zijmuren kwamen hier in een punt samen, zodat het geheel de vorm van een pijlpunt had. De totale hoogte van het bouwwerk was ongeveer 10 meter.

De tombe stond op een opvallende plaats, de tweesprong van de Via Praenestina en de Via Labicana. In 38 n. Chr. bouwde keizer Caligula hier de Aqua Claudia en Aqua Anio Novus. De arcaden boven de twee wegen werden rijkelijk versierd en vormden zo een monumentale toegang tot de stad, waar de Tombe van Eurysaces vlak voor stond.

Aureliaanse Muur[bewerken]

Tussen 271 en 275 liet keizer Aurelianus een nieuwe stadsmuur om Rome bouwen. Omdat er tijd- en geldgebrek was, werden veel bestaande gebouwen en constructies in de muur opgenomen, zodat deze niet geheel nieuw gebouwd hoefde te worden. De monumentale doorgang van de Aqua Claudia werd hierbij omgebouwd tot de Porta Praenestina. Rond 400 werd deze stadspoort door keizer Honorius versterkt, waarbij de Tombe van Eurysaces gebruikt werd als fundament voor een verdedigingstoren. Zo verdween de graftombe uit het zicht, hoewel deze van binnenin de toren nog deels zichtbaar moet zijn geweest, aangezien de inscripties in de 16e eeuw nog zijn beschreven.

Restauratie[bewerken]

In de 19e eeuw nam de belangstelling voor de oude Romeinse monumenten toe en Paus Gregorius XVI liet in 1838 daarom de Porta Maggiore in oude staat herstellen. Bij het afbreken van de fortificaties werd de Tombe van Eurysaces weer ontdekt. Deze bleek nog in redelijk goede staat te zijn, van de westelijke zijde richting de poort ontbreekt alleen het dak. De oostelijke zijde was wel deels afgebroken bij de bouw van de toren. De tombe is voor zover mogelijk gerestaureerd en staat weer recht voor de Porta Maggiore.

De urn met de as van Eurysaces en zijn vrouw Atistia is teruggevonden. Deze had de vorm van een broodmand en is tegenwoordig tentoongesteld in de Museo Nazionale Romano. Een marmeren reliëf waarop de bakker en zijn vrouw waren afgebeeld is ook opgegraven. Deze hing vermoedelijk op de oostelijke zijde van de tombe en is te bezichtigen in de Capitolijnse Musea.

Bronnen, noten en/of referenties