Tombe van Orcus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diagram van de Tombe van Orcus met de twee kamers en de twee dromoi (ingangen)

De Tombe van Orcus (Italiaans: Tomba dell'Orco), ook genoemd de Tombe van Murina (Italiaans: Tomba dei Murina), is een Etruskisch hypogeum (grafkelder) in Tarquinia, Italië. De tombe werd ontdekt in 1868 en vertoont sterke Hellenistische invloeden in zijn opmerkelijke muurschilderingen, waaronder een portret van Velia Velcha, een Etruskische edelvrouw, en de enige bekende weergave van de demon Tuchulcha.[1] De muurschilderingen laten over het algemeen afbeeldingen van de dood, het kwaad en ongeluk zien.[2]

Omdat de tombe in twee gedeeltes gebouwd is, wordt het soms aangeduid als Tombe van Orcus I en II. Men neemt aan dat de tombe toebehoorde aan de familie Murina, een zijtak van de Etruskische Spurinnae. Het fundament bevat de volgende raadselachtige inscriptie:

Aanhalingsteken openen

LARΘIALE HVLΧNIESI MARCESIC CALIAΘESI MVNSLE NACNVAIASI ΘAMCE LE…[3]

Aanhalingsteken sluiten

Geschiedenis[bewerken]

Orcus I is gebouwd tussen 470 en 450 v.Chr.[4] Een apart hypogeum, Orcus II, werd gebouwd rond 325 v.Chr. Op enig moment in de oudheid is de muur tussen beide ruimtes verwijderd, waardoor een grote tombe met twee ingangen ontstond.[5]

De tombe is blootgelegd in 1868 door een officier van het Franse leger.[6][7] Tijdens de ontdekking maakte de opgraver de vergissing te denken dat de afbeelding van een cycloop de Romeinse god Orcus voorstelde, vandaar de naam "Tombe van Orcus". De Italiaanse naam Tomba dell'Orco kan ook betekenen "de tombe van de boeman", de betekenis die tegenwoordig in Italië gebruikt wordt.

Een tweede tombe is nog nooit volledig opgegraven.[6][8]

Muurschilderingen[bewerken]

Alhoewel de meeste muren beschilderd zijn, zijn de kunstenaars gestopt bij het plafond.[2] Een wetenschappelijke analyse uit 2001 bracht aan het licht dat de gebruikte verf cinnaber, rode oker, orpiment, calciet, koper, and Egyptisch blauw bevatte.[9]

Terwijl de kunstschilderingen in Orcus I hoog aangeschreven staan, in het bijzonder de afbeelding van Velia Velcha, wordt menig kunstwerk uit Orcus II betiteld als pover.[2]

Het is waarschijnlijk dat de Franse opgravers enkele muurschilderingen los probeerden te maken om tentoongesteld te worden in het Louvre, wat ernstige beschadigingen tot gevolg heeft gehad.[6]

Orcus I[bewerken]

Velia Velcha, afgebeeld op de rechtermuur van Orcus I

De Tombe van Orcus I, ook bekend als de Tombe van Velcha, is gebouwd tussen 470 en 450 v.Chr. De hoofdmuur en de rechterkant geven een feestmaal weer, vermoedelijk de Spurinna familie.[2][10] De feestgangers worden omgeven door demonen die dienen als bekerdragers.

Een van de feestgangers is een edelvrouw genaamd Velia Velcha (of, in andere interpretaties, Velia Spurinna), wier portret de "Mona Lisa van de klassieke oudheid" genoemd wordt.[11][12] Haar realistische profiel, in het bijzonder haar oog, toont de invloed van Hellenistische kunst.[2] Anders dan de Mona Lisa echter staat zij bekend om haar grimas of grijns om haar mond.[2]

Orcus II[bewerken]

De Tombe van Orcus II, soms aangeduid als de Tombe van Orcus, is gebouwd rond 325 v.Chr. De ingang wordt bewaakt door beschilderingen van Charun, de bewaker van de Onderwereld, en een cycloop, mogelijk Polyphemos of Geryones.[2]

De achtermuur toont een begrafenisprocessie, aanschouwd door Aita, de Etruskische god van de Onderwereld, en zijn vrouw Phersipnei. De linkermuur toont vermoedelijk Agamemnon, Tiresias en Ajax in de Onderwereld.

These (Theseus) en de Etruskische equivalent van Pirithoüs worden zittend aan een tafel getoond op de rechtermuur. Terwijl ze een bordspel spelen, worden ze bedreigd door de Etruskische daimon Tuchulcha, die weergegeven wordt met puntige oren, een behaard gezicht en een haakvormige snavel, zwaaiend met slangen in zijn handen. Deze afbeelding is uniek aangezien het de enige bekende weergave van deze demon is.[1]

Inscriptie[bewerken]

Een inscriptie in het fundament van de tombe[13] gaat als volgt:

LARΘIALE HVLΧNIESI MARCESIC CALIAΘESI MVNSLE NACNVAIASI ΘAMCE LE…

Dit wordt gelezen als:[3][14]

Larthiale Hulchniesi Marcesi Caliathesi munisule nacnvaiasi thamuce Le…

De namen "Larthiale Hulchniesi" en "Marcesi[c] Caliathesi" zijn in het datief en betekenen dus "voor/aan Larth Hulchnie" en "voor/aan Marce Caliathe"; "nacnvaiasi" is ook in datieve vorm, van het Etruskische naamwoord nacnvaia, "zij die na ons komen" ("het nageslacht");[15] het naamwoord "mun[i]s[u]le" verwijst naar een ondergronds monument (niet alleen tombes);[15] het werkwoord "tham[u]ce" betekent "vestigen" of "oprichten"; de "Le..." aan het eind is de afgebroken Etruskische letters LE, alhoewel een gedeelte van de volgende letter zichtbaar is, soms geïnterpreteerd als een "i"; de gehele naam "Leive" wordt voorgesteld.[13]

De zinsnede kan dan vertaald worden als:

Le[ive] richtte dit monument op voor Larth Hulchnie en Marce Caliathe voor het nageslacht.[3][14][16][17]

Larth Hulchnie was naar wordt aangenomen de magistraat van Tarquinia in de 4e eeuw v.Chr., en Marce Caliathe is naar wordt aangenomen zijn "vertegenwoordiger".[13]

Of de inscriptie betekent dat Larth Hulchnie en Marce Caliathe in de tombe begraven zijn is echter onduidelijk, met name omdat zij niet tot de Spurinnae familie behoorden; de meeste wetenschappers geloven dat het monument slechts opgedragen was aan de magistraten.[13] Etruskologen Giuliano en Larissa Bonfante beweren dat de passage incompleet is en oorspronkelijk de betekenis "tijdens de magistratuur" van Hulchnie en Caliathe had[13][16] (verg. zilci Velusi Hulchniesi, "tijdens de magistratuur van Velu Hulchnie", elders in de tombe gevonden)[18][19][20] Volgens deze zienswijze kan de inscriptie vertaald worden als:

Le[ive] richtte dit monument op voor het nageslacht [tijdens de magistratuur] van Larth Hulchnie en Marce Caliathe.

"Marce" is waarschijnlijk een cognaat of voorvorm van "Marcus". "Hulchnie" wordt over het algemeen geïnterpreteerd als de Latijnse gens Fulcinius, en "Larth" is vermoedelijk verwant aan de Griekse naam Laërtes;[21] Sommigen beweren dat Larth Hulchnie "Huclhnie, zoon van Larth" betekent.[17][22]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b de Grummond, Nancy, Etruscan Myth, Sacred History and Legend', University of Philadelphia Press, Philadelphia, 2006, p. 229–230
  2. a b c d e f g De Tombe van Orcus. The Mysterious Etruscans. RASNA (2000) Geraadpleegd op 23 November 2008
  3. a b c Douglas G. Kilday. Text B uit Pyrgi (January 15, 2006) Geraadpleegd op November 23, 2008
  4. Tomb of Orcus I. Etruscan Art Geraadpleegd op November 23, 2008
  5. The Tomb of the Orcus. Ufficio Turistico Portal Geraadpleegd op November 23, 2008
  6. a b c Helbig, Wolfgang. “Scavi di Corneto”, Bulletino dell'Instituto di Corrispondenza Archeologica, Issue 12, 1869, pp. 257–60.
  7. Mackendrick, Paul Lachlan, The Mute Stones Speak: The Story of Archaeology in Italy, W. W. Norton & Co, New York, 1984 ISBN 0-393-30119-2.
  8. Moretti, Mario, Etruskische Malerei in Tarquinia, M. DuMont Schaumberg, Cologne, 1974, p. 118 – 122 ISBN 377-0105419.
  9. The colours of Etruscan painting: a study on the Tomba dell'Orco in the necropolis of Tarquinia. John Wiley & Sons, Ltd (2008) Geraadpleegd op November 23, 2008
  10. De Grummond, Nancy Thomson; Simon, Erika, The Religion of the Etruscans, University of Texas Press, 2006 ISBN 0-292-70687-1.
  11. P. Giannini. Gli Etruschi nella Tuscia Geraadpleegd op November 23, 2008
  12. The Etruscan Haruspexes. daVinci Editrice S.r.l. (2004) Geraadpleegd op November 23, 2008
  13. a b c d e Tarabella, Massimo Morandi, Prosopographia etrusca, L'Erma di Bretschneider, 2004 ISBN 888-2653048.
  14. a b Glen Gordon. News on Etruscan Glossary Draft 001 (August 27, 2007) Geraadpleegd op November 23, 2008
  15. a b Rick McCallister and Silvia McCallister-Castillo. Etruscan Glossary (1999) Geraadpleegd op November 23, 2008
  16. a b Bonfante, Giuliano and Larissa, The Etruscan Language: An Introduction, Manchester University Press, Manchester, England, 2002, p. 106 ISBN 0-719-05540-7.
  17. a b Duhoux, Yves; Palaima, Thomas G.; Bennet, John, Problems in Decipherment, Peeters Publishers, Leuven, Belgium, 1989, p. 194 ISBN 906-8311778.
  18. Pallottino, Massimo, Etruscologia, Hoepli Editore, 1984, p. 442 ISBN 882-0314282.
  19. Ignacio-J. Adiego. Observaciones sobre el plural en etrusco. University of Barcelona Geraadpleegd op November 23, 2008
  20. Douglas G. Kilday. Etruscans. The Indo-European Mailing List (February 18, 2001) Geraadpleegd op November 23, 2008
  21. Angelo Di Mario. La lingua degli Etruschi. Etruschi Tirseni Velsini (2007) Geraadpleegd op November 23, 2008
  22. La stèle de Lemnos. Et ego in Arcadia… (September 15, 2008) Geraadpleegd op November 23, 2008