Tone Brulin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tone Brulin (pseudoniem van Antoon Maria Albert Van den Eynde) (Antwerpen, 11 mei 1926) is een Vlaams toneelschrijver en regisseur.

Biografie[bewerken]

In 1944 verbleef Brulin kort aan het Antwerpse Hoger Instituut voor Toneel en Regie. Van 1943 tot 1946 studeerde hij aan de Nationale Hogeschool voor Bouwkunst en Sierkunsten, het befaamde La Cambre in Brussel, waar hij toneeltechniek volgde. Net zoals in het Bauhaus had deze school het klassieke model verlaten en legde ze een grote klemtoon op interdisciplinariteit, en op toegepaste kunsten in het bijzonder. Herman Teirlinck was er op dat ogenblik directeur en ook mentor van de toneelafdeling. Teirlinck werd Brulins eerste grote leermeester. Brulin volgde ook lessen aan de Studio van het Nationaal Toneel, waar hij wilde leren regisseren en vooral acteren.

Brulin werd in de jaren na zijn afstuderen meer gewaardeerd als vormgevingstalent dan als acteur en of regisseur. Hij werkte korte tijd als decorateur voor de Vlaamse Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) en het Reizend Volkstheater.(1) Brulin was mede-oprichter van avant-garde literaire tijdschriften als Tijd en Mens, samen met Hugo Claus en Louis Paul Boon en van Gard Sivik, samen met Hugues Pernath en Paul Snoek.

In 1952 richtte Brulin samen met Jan van den Broeck het Nederlands Kamertoneel op, dat het 'Theater op Zolder' bespeelde. Hij speelde er zelf slechts twee seizoenen, maar schreef diverse stukken voor het gezelschap.

Brulin won in 1953 de Prijs van de Boekenweek in Amsterdam (met Twee is te weinig, drie is te veel, 1953) en kreeg hierdoor veel erkenning als toneelschrijver. Zijn toneelstuk Nu het dorp niet meer bestaat (1956) werd in 1957 opgenomen in het repertoire van de KNS in Antwerpen en de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel. In 1963 won hij de driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelletterkunde (Pas op, mijnheer Lipman komt, 1957) en in 1964 de Hegenscheidt Prijs van Sabam.

In een voortdurende zoektocht naar zelfontwikkeling en training, reisde Brulin de wereld rond. In New York volgde hij lessen bij Lee Strasberg, in de Actors Studio in New York. In 1956 kreeg Brulin een jaarcontract bij de KVS in Brussel, samen met Dora van der Groen. Samen met dit gezelschap ging hij naar Afrika, voor een reis door Belgisch-Congo. Het was het begin van zijn Afrikaanse loopbaan. Brulin werkte van 1958 tot 1959 als regisseur voor het Zuid-Afrikaanse Nationale Theater, ook wel het Nasionale Toneel (NTO), in Pretoria. Hier introduceerde hij een modern Nederlandstalig en Engels repertoire (van onder andere Samuel Beckett en Hugo Claus) en stichtte hij er Die Kamertoneel, ook wel The Chamber Theatre, gebaseerd op het Antwerpse model.

In Belgisch-Congo werkte Brulin aan De honden (1960), een anti-apartheidsstuk, dat in diverse landen werd opgevoerd. In België tekende de Zuid-Afrikaanse ambassade protest aan tegen de productie van het stuk in de Antwerpse KNS. De Zuid-Afrikaanse Cultuurattaché noemde het stuk leugenachtig, en deed het af als ‘goedkope sensatie’. Dat protest werd ondersteund door acties van het Taal Aktie Komitee (TAK) en de Algemeen Nederlands-Suid-Afrikaans-Vlaamse Vereniging. Ook binnen het ensemble van de KNS was het stuk niet onomstreden. Als protest tegen de politieke strekking van De honden weigerde actrice Tine Balder na de opvoering het publiek te komen groeten.

Samen met de Zuid-Afrikaanse schrijver Athol Fugard richtte Brulin de New Africa Group op. In 1960 voerden Brulin en Fugard een deel van hun gezamelijke werk uit via Brulins mise-en-scène van A Kakamas Greek, een antiapartheidsstuk van David Herbert. Met hun New Africa Group zijn ze de revelatie van het Brusselse Festival van het Avant-Gardetoneel.(1)

Brulin vestigde zich hierna voor langere tijd in België. In de periode 1969–1975 werkte Brulin in het buitenland, resp. de Verenigde Staten, Curaçao en Maleisië. Daarna richtte hij in Antwerpen het theatergezelschap "Tiedrie" of "TIE3" op ("Theater van de derde wereld"), dat toneelstukken uit de derde wereld opvoerde. Dit gezelschap bleef hij leiden tot 1986. In dat jaar kreeg hij de Arkprijs van het Vrije Woord. Ook daarna bleef hij nog voor theater schrijven en richtte nog een ander gezelschap op, "Nieuwe Realisaties".

Op 6 februari 2006 ontving hij de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten voor 2005. In juni 2007 werd zijn jongste werk This is not Eugene gecreëerd in Kaapstad.

Theatrografie[bewerken]

(NB. informatie geheel afkomstig uit het artikel 'Tone Brulin', geschreven voor het Kritisch Theater Lexicon in 1997 door Geert Opsomer).(2)

'Achtereenvolgens vindt u, per seizoen gerangschikt: de titel van de productie in cursief, de naam van de auteur tussen haakjes, de plaats (gezelschap of producent) waar het stuk werd opgevoerd, de naam van de regisseur, de vermelding van andere functies van Brulin in de voorstelling (gewoonlijk wordt vermeld welke rol hij speelt in het stuk; als de gegevens ontbreken over welke rol hij precies speelde, volstaat de eenvoudige aanduiding: ‘Rol’), de plaats (gezelschap, producent) waar het stuk is opgevoerd. Achteraan wordt de premièredatum toegevoegd. Indien die niet achterhaald kon worden, werd het seizoen aangeduid. Indien één van deze gegevens ontbreekt, hebben we dit aangeduid met een *. Van een aantal stukken hebben we de creatie aangeduid (‘creatie’), ook als die niet door Tone Brulin gebeurde (selectief). Gezien de vele producties in het buitenland en de vele workshops in de marge van het theaterbestel, kan hier geen volledigheid gegarandeerd worden. De gegevens werden opgenomen voor zover de stand van het onderzoek dit toelaat.' (Opsomer, 1997, p. 49.)

NB. lijst nog niet volledig.

1944-1953[bewerken]

Dokter tegen wil en dank[bewerken]

(Molière) en Drie dagen heere (middeleeuws spel). Rollen. De Trekkende Komedianten (Vlaamse afdeling van les Comédiens Routiers Belges o.l.v. Paul Meyer. 1944-1945.

Ik heb den graaf vermoord [bewerken]

(Alec Coppel). Regie: Gust Maes. Rol: Martin. KVS Brussel. 1944-1945.

De koopman van Venetië [bewerken]

(William Shakespeare). Regie: Gust Maes. KVS Brussel. 1944-1945. Rol: prins van Aragon.

Leve Robinson [bewerken]

(Forster). Regie: Ben Royaards. Rol: mijnheer Drinkwater. Jeugdtheater Antwerpen. *.

De beer en de pacha [bewerken]

(E. Scribe. Bew. H. Pascar). Regie: Corry Lievens. Rol: Tristapatte. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Sint-Niklaas [bewerken]

(Armans Suls). Regie: Corry Lievens. Rol: Wolf. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Het ganzenhoedstertje[bewerken]

(Gebroeders Grimm). Regie: Corry Lievens. Rol: lakei. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Een Chinees sprookje [bewerken]

(Edgard Denhaene). Regie: Corry Lievens. Rol: de kok. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946. Tom Sawyer (Mark Twain). Regie: Corry Lievens. Rol: Alfred Temple. Jeugdtheater Antwerpen. 1945-1946.

Corona di Sombra. [bewerken]

Regie: Maurits Balfoort. Decor: Tone Brulin. KNS Antwerpen.*.

Iphiginea in Tauris. [bewerken]

Regie: Charles Gilhuys. Decor: Tone Brulin. KNS Antwerpen. *.

Don Quichot op de bruiloft van Kamacho [bewerken]

(Pieter Langendijk). Regie: Rik Jakobs. Decor: Tone Brulin. RVT Antwerpen. 1948-1949.

Macbeth [bewerken]

(William Shakespeare). Regie: Rik Jakobs. Decor: Tone Brulin. RVT Antwerpen. 1948-1949

De wonderbare kerstnacht,

Verhalenbundels[bewerken]

  • De neger op de sofa (1967)
  • Gevecht tussen 2 mannen van rubber (1968)
  • De pop-singer (1972)

Bronnen[bewerken]

  1. Opsomer, G., (1997). Kritisch Theater Lexicon - Tone Brulin. Kritisch Theater Lexicon, aug 1997, Brussel: Vlaams Theater Instituut vzw.
  2. [Tone Brulin]. (n.d.). Geraadpleegd op https://www.desingel.be/nl/personen/10561/Brulin-Tone