Topsportschool

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een topsportschool is in Vlaanderen de benaming van een school waar leerlingen hun secundair onderwijs kunnen combineren met intensieve opleiding en training in een bepaalde sport.

De topsportscholen (één of enkele per sporttak) werden opgericht om jongeren niet voor het dilemma te plaatsen om te kiezen voor òf sport òf studie. De Vlaamse overheid hoopte hiermee ook de prestaties van de Vlaamse sporters in internationale competities te verbeteren en startte het systeem in 1998. Het zijn scholen waar topsportrichtingen worden aangeboden. In het ASO zijn dit "moderne talen-topsport", "wetenschappen-topsport" en "wiskunde-topsport"; in het TSO kunnen "handel-topsport" en kortweg "topsport" gevolgd worden. Leerlingen die door hun sportfederatie (bijvoorbeeld de volleybalbond) als talentvol worden beoordeeld, kunnen daar het statuut "leerling/topsporter" krijgen. Zij kunnen dan tijdens de schooluren tot 12 extra uren training volgen aangevuld met een naschools trainingsprogramma, en worden van sommige andere opleidingsonderdelen vrijgesteld. Ook krijgen zij faciliteiten (maximaal tot 130 halve dagen gewettigde afwezigheid) voor het deelnemen aan internationale competities en stages.

Om het statuut leerling/topsporter te bekomen moet men door de betrokken sportfederatie voorgedragen worden aan de selectiecommissie die op basis van strenge selectiecriteria oordeelt of men in aanmerking komt.

In totaal volgen ruim 521 leerlingen (schooljaar 2006-2007) zo'n opleiding aan een topsportschool. Begin september 2006 zijn er 6 topsportscholen (Antwerpen [Merksem en Mortsel], Brugge, Gent, Hasselt [i.s.m. Genk], Leuven en Vilvoorde). Geactualiseerde gegevens worden bijgehouden op de website van Bloso.

++ In deze sporttakken is de combinatie van sport en studie ook op de basisschool mogelijk.

Ontwikkelingen[bewerken]

Eind schooljaar 2010-2011 bleek het resultaat van de topsportscholen eerder mager. Vlaamse jongeren uit topsportscholen presteren minder goed dan sommige sporters die geen topsportschool volgden. Ook vallen de slaagcijfers van ex-topsportschoolleerlingen in het hoger onderwijs tegen, als zij zich om een of andere reden niet verder kunnen ontwikkelen in hun keuzesport. Minister Pascal Smet overweegt daarom het aanbod sterk af te slanken door schrappen van sommige disciplines en fusies van topsportscholen. Tegelijk wil hij een "topsport-statuut" ook toekennen aan sommige leerlingen die geen topsportschool of -studierichting volgen. Mits (financiële) inbreng van sportclubs en/of sportfederaties zouden deze leerlingen een gewone studierichting kunnen volgen, met extra trainingsfaciliteiten. Een zogenaamd "Lukaku-model", geïnspireerd op De school van Lukaku in het Sint-Guido Instituut te Brussel.[1]

Zie ook[bewerken]

Voor Nederland:

Bronnen, noten en/of referenties