Totori Nyantsen
| Totori Nyantsen | ||||
| Tibetaans | ཐོ་ཐོ་ཏི་གཉན་བཙན | |||
| Wylie | tho tho ri gnyan btsan | |||
| Andere benamingen | Lha Totori Thothori Nyentsen |
|||
|
||||
Totori Nyantsen (374-494) was de achtentwintigste tsenpo, ofwel koning van Tibet. Hij was een van de legendarische koningen en de laatste in de rij van de vijf verenigende koningen met de naam Tsen (300-493). Na hem regeerden de vier voorouderlijke koningen van de religieuze koningen.
Lha Totori is volgens sommige Tibetaanse bronnen een van de incarnaties van Chenrezig, de bodhisattva die in India bekend is onder de naam Avalokitesvara. De betekenis hiervan is dat hij ook als een vorig leven van de dalai lama's wordt beschouwd. Hij komt echter niet voor op de lijst van elf incarnaties die de vijfde dalai lama, Ngawang Lobsang Gyatso, opstelde en volgens hem vooraf gingen aan incarnaties van de dalai lama.[1]
Volgens een Tibetaanse legende stond hij met een leeftijd van zestig jaar op de toren van het kasteel Yarlung. Opeens kleurde de hemel vol met kleuren, klonk er prachtige muziek en viel er een regen van bloemen. Uit deze regel viel ook een mand waarin twee boeddhistische teksten aantrof: een stoepa en de bekende mantra: Om mani padme hum. Door de kracht van deze voorwerpen werd de koning nogmaals zestig jaar oud en regeerde hij in die zestig jaar door.[1]
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Voorganger: Tri Tokjé Togtsen |
vorst van Tibet 28e koning (tsenpo) |
Opvolger: Trinyen Songtsen |