Trachee (insecten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een trachee (mv: tracheeën) is een zeer klein ademhalingsbuisje bij insecten en duizendpotigen.

Insecten hebben net zoals alle dieren zuurstof nodig om voedsel om te kunnen zetten naar energie. Insecten hebben wel bloed maar gebruiken dit niet om zuurstof te transporteren zoals zoogdieren en reptielen. Het bloed bevat dan ook geen hemoglobine en is kleurloos. Ook is de ademhaling niet gekoppeld aan de monddelen, maar verloopt via vele openingen in het uitwendige skelet. De lucht wordt eerst door een 'hoofdstelsel' van dikkere buisjes gevoerd en via vele kleinere buisjes tot vlak bij de cellen gebracht. De lucht wordt vanuit vele plaatsen op het achterlijf en het borststuk aangevoerd en weer afgevoerd met behulp van kleine spiertjes die de opening sluiten bij het aanspannen en openen bij het ontspannen. Het systeem is aan de ene kant zeer effectief, maar de keerzijde is dat een tracheeënstelsel alleen efficiënt kan zijn bij een zeer geringe lichaamslengte. Samen met het relatief zware chitinepantser is het tracheeënsysteem de belangrijkste reden waarom insecten nooit echt grote vertegenwoordigers hebben gehad.

In water levende insecten of hun larven hebben speciale mechanismen om zuurstof direct uit het water te halen die meestal veervormig zijn en lijken op kieuwen. Veel soorten kevers en wantsen hebben een adembuis om boven het wateroppervlak zuurstof op te kunnen nemen. De lucht wordt dan vastgehouden door een fluweelachtige lichaamsbeharing en is zichtbaar als een zilverglanzende luchtbel. Bij insecten met een relatief week achterlijf is de ademhaling waar te nemen, bij bepantserde soorten niet.