Traditionalisme (filosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Traditionalistische school is een filosofische stroming opgericht door de Fransman René Guénon (1886-1951).

René Guénon was een 'esoterische practicus'. Hij is ingewijd bij diverse genootschappen in het Oosten en het Westen. Bovendien was hij een productief schrijver. Guénon was van mening dat de Westerse wereld in een langdurig proces van verval zit en dat onze wereld van vandaag de dag een gedegenereerde maatschappij is.

Guénon was niet alleen met zijn ideeën. Ananda Kentish Coomaraswamy (1877-1947), Frithjof Shuon (1907-1998) en de controversiële schrijver Julius Evola (1898-1974) waren bekenden van Guénon met eenzelfde wereldvisie.

De genoemde schrijvers waren van mening dat er een "Primordiale Traditie" is, de "Philosophia Perennis", "Sophia Perennis", "Religio Perennis" of om eens een Hindoe term te gebruiken in plaats van een Latijnse: "Sanatana Dharma". Simpel gezegd houden deze termen in dat er een oerbron is waaruit alle religies zijn voortgekomen. Vooral Guénon blijft hameren op een ononderbroken Traditie die ervoor garant moet staan dat een religie of een stroming 'echt', of in zijn woorden "Traditioneel" is. Die ononderbroken Traditie uit zich dan met name in de esoterische onderstroom die elke religie heeft (of had). De stroming wordt daarom vaak "Traditionalisme" genoemd, maar er is ook een stroming binnen de Katholieke Kerk met deze naam. Vandaar dat dit artikel de titel "Traditionalistische School" heeft gekregen.

"School" is in zekere zin een wat vage term. Het is niet zo dat er georganiseerd Traditionalisme is, wel zijn er meer mensen die het idee aanhangen. Regelmatig zijn die aanhangers geleerden of professoren, zoals de beroemde godsdienstwetenschapper Mircea Eliade (1907-1986). Ook vandaag de dag komt het Traditionalisme weer een beetje onder de aandacht van hedendaagse wetenschappers, in binnen en buitenland.

Het gedachtegoed van de "Traditionalische School" is niet in twee zinnen weer te geven. Zoals gezegd gaan de denkers uit van een oeroude Traditie die bestaat sinds het begin van de mensheid. In de loop van de tijd zijn we (vooral in het Westen) steeds verder van de bron afgeraakt. Dit wordt gezien als een voortdurende degeneratie. In het Westen heeft dit geleid tot een "Crisis van de moderne wereld" (de titel van een bekend boek van Guénon) en zelfs een "Revolte tegen de moderne wereld" (Evola) die nodig is. De crisis zit 'm in het feit dat we in het Westen de verbinding met de Traditie zijn kwijtgeraakt en dat alles wordt vervangen door onzinnige waarden en vooral een areligieus leven. Het mooie aan het Traditionalisme is dat de verschillende denkers steeds vanuit een heel andere achtergrond eenzelfde soort ideeën aanhangen. Zo richtte Guénon zich vooral op de Islamitische esoterie en de enige twee (in zijn optiek) authentieke Westerse esoterische stromingen, de Vrijmetselarij en de Compagnonnage. Evola had weer meer aandacht voor de Hermetische Traditie / Alchemie (voor hem hetzelfde), Coomaraswamy voor kunst en symboliek (en een beetje Hindoeïsme en Boeddhisme), Seyyed Hossein Nasr (1933-) de Islam en Frithjof Shuon (1907-1998) vergelijkende godsdienstwetenschappen (overigens, bij de meeste Traditionalisten is dit een geliefd onderwerp) en ga zo maar door.

Externe links[bewerken]