Tramhalte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tramstation Schipluiden, thans in gebruik als museum.
Busstation Tramplein te Purmerend.
Tramstation De Haan aan de Belgische Kusttramlijn.

Een tramhalte is een stopplaats voor trams. Een tramhalte is vaak op een vluchtheuvel en heeft soms een abri. In de grote steden is er vaak sprake van een (smal) tramperron, naar instaphoogte min of meer gelijkvloers met de tram.

De meeste haltes in Nederland en België bevatten de volgende informatie:

  • naam van de halte
  • zonenummer
  • lijnnummers van trams die deze halte aandoen, met voor elke lijn de eindbestemming en in het kort de route.
  • wat lager aan de haltepaal zit een bordje met vertrektijden, indien dit niet in de abri is opgehangen, dit heet ook wel de haltevertrekstaat.

Het halteren bij een tramhalte is meestal vraagafhankelijk. Als er passagiers bij de halte willen instappen of willen uitstappen, in het laatste geval drukt de reiziger op een knopje, waardoor er zowel bij de bestuurder als bij de reizigers een (rode) lamp gaat branden.

Tramstation[bewerken]

Een tramstation is een belangrijke tramhalte waar verschillende tramlijnen samenkomen. Vooral vroegere stoomtramlijnen beschikten over tramstations, waar naast de perrons de passagiers in en uit de trams konden gaan, veelal ook andere voorzieningen aanwezig waren.

Zo kan een tramstation ook over een stationsgebouw beschikken, meestal kleiner van afmeting dan een spoorwegstation, maar ook goederenloodsen, remisegebouwen en opstelsporen kunnen bij een tramstation aanwezig zijn. Sommige tramstations beschikten zelfs over een stationskap, zoals in Amsterdam-Noord (Waterlandse tram) en aan de nog bestaande Tramstraat in Eindhoven. Ook aan de Blaaksche Dijk en in Spijkenisse hadden de tramstations ooit een fraaie houten overkapping.

Met de opheffing van de meeste stoomtramlijnen, ook de lijnen die later geëlektrificeerd werden, verloren de tramstations hun functie. Sommige bleven bestaan als busstation, zoals in Purmerend.

Ook zijn er her en der in het land nog vroegere tramstationsgebouwen te vinden, die vaak als woning nog in gebruik zijn. Voorbeelden zijn: Winschoten (OG), Coevorden (DSM), Hijkersmilde (NTM), Noordwolde (NTM), Oosterwolde (NTM), Schipluiden (WSM, thans museum), Rotterdam Rosestraat (RTM), Hoogvliet (RTM) Zierikzee (RTM), Erp (BBA, thans Hotel).

Moderne tramstations/haltes vinden we in Amsterdam (bij het Rietlandpark) en in Den Haag (ondergrondse stations Grote Markt, Spui en Voorburg Oosteinde, haltes op een viaduct Den Haag Centraal, Ternoot en Beatrixkwartier). Daarnaast zijn er in Amsterdam en Rotterdam enkele haltes in combinatie met de metro of trein onder een viaduct. Er zijn in Rotterdam ook twee ondergrondse tramhaltes verdwenen namelijk in Rotterdam Zuid bij de Beijerlandselaan en Station Lombardijen.

België[bewerken]

Ook in België waren er langs het uitgebreide tramnet van de NMVB vele tramstations, die ook na elektrificatie van de tramlijnen vaak hun functie behielden. Langs de huidige Kusttram is nog een fraai voorbeeld te vinden in De Haan. Ook Oostende heeft nog een, zij het gemoderniseerd, tramstation.

Ook hebben diverse tramstations een functie gekregen als busstation, zoals te Grimbergen.

Daarnaast hebben heden ten dage Brussel, Antwerpen en Charleroi vele ondergrondse premetrostations en heeft Gent een tramstation onder het St.Pietersstation.

Zie ook[bewerken]