Transcendentie (religie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Wat geen oog gezien, noch oor gehoord heeft“ (Oculus non vidit, nec auris audivit)

Het woord transcendentie (overstijging) heeft in de theologie twee betekenissen die echter wel verwant zijn.

  1. Een eigenschap van God of goden.
  2. Op mystieke wijze ondervinden van het bovennatuurlijke.

Met andere woorden, soms hebben mensen ervaringen die hen boven de gewone werkelijkheid uittillen, zoals God (in het theïsme, onder andere in het christendom) ver boven het alledaagse verheven is.

Eigenschap van God[bewerken]

Onder transcendentie (overstijging) wordt verstaan de eigenschap van God of goden dat Hij (dan wel Zij of zij) zich onderscheidt/onderscheiden van de schepping. We vinden dit o.a. in het theïsme en het polytheïsme. De tegenstelling is immanentie: God is onlosmakelijk aan de schepping verbonden: zoals in sommige stromingen van het Hindoeïsme; bij de stoïcijnen en bij Spinoza; we spreken dan van pantheïsme.

Christelijk geloof[bewerken]

In het Christelijk geloof is er sprake van zowel immanente als transcendente eigenschappen van God. Wanneer men spreekt over Zijn eeuwigheid en alomtegenwoordigheid wordt bedoeld dat er nooit een tijd of plaats geweest is of zal zijn, waar hij niet was, is of zal zijn. Wanneer gezegd wordt dat Hij het is die Zijn schepping onderhoudt, betekent dit, dat de schepping zonder Hem niet kan bestaan. God heeft dus immanente eigenschappen.

God is echter ook transcendent. Hij maakt geen deel uit van de schepping. Zijn heerlijkheid (Hebreeuws: kabood; Grieks: doxa; Latijn: gloria) gaat ver boven de schepping uit. De Griekse filosofen als Plato en Aristoteles beschreven de Allerhoogste als de volkomen andere. Plato beschreef God als transcendent; ver boven alles uitgaande. Aristoteles schreef dat alles in beweging is; dus moet er uiteindelijk een Beweger zijn die zelf niet bewogen wordt; deze onbewogen Beweger is daarmee immanent.

Via Philo en de kerkvaders kwamen deze Godsbeelden en de ingebouwde spanning daartussen in de christelijke theologie terecht. Plotinus beschouwt God als volstrekt onkenbaar; Thomas van Aquino daarentegen meent dat men met het verstand veel over God kan weten.[1]

Een tegengesteld begrip, dat tevens het woord transcendentie aanvult, is condescendentie: neerbuigen. Daarmee wordt bedoeld dat de volkomen andere, hoogverheven God, zich naar de mensen toe boog, en zich aan hen openbaarde. Theologen die God met name uit zijn condescendentie beschrijven zijn Augustinus, Maarten Luther en Karl Barth.[2]

Transcendente spirituele ervaringen[bewerken]

Spiritualiteit is te definiëren als verbondenheid met de essentie van het leven[3] Naast zinervaring en verbondenheid met de medemens en de natuur, wordt door sommige mensen ook een mystieke verbondenheid ervaren die overstijgt, transcendent is. Uit een onderzoek bij kankerpatiënten werd dit het minste gemeld, en hield het minst verband met distress, daarvoor waren de ander aspecten van de spirituele ervaring belangrijker.[3]

Transcendente meditatie[bewerken]

De meditatietechniek transcendente meditatie is voor een flink geldbedrag te leren. Transcendente meditatie is ontwikkeld door Maharishi Mahesh Yogi, die van 1990 tot zijn overlijden in 2008 zijn residentie in het Limburgse Vlodrop had, waar de beweging haar hoofdkantoor heeft.

Neurowetenschappen en transcendente ervaringen[bewerken]

Met MRI onderzoek kan men onderzoeken welke hersengedeelten actief zijn tijdens meditatie. Het ligt voor de hand dat tijdens gewaarwordingen van eenheid met het universum, de gedeelten die zich bezighouden met de plaats van het lichaam in de ruimte actief zijn, bij tongentaal de controle over de spraak wordt verminderd en tijdens extase het emotie-centrum, het limbische systeem actief is.[4] Dit wil niet zeggen dat religieuze ervaringen een misinterpretatie van hersenactiviteit zijn, maar wel dat de hersenen ook bij dit soort ervaringen betrokken zijn.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Herbert Hanreich Uit: Evangelisches Kirchenlexikon 2/5 (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1988) S. 619-624.
  2. H. Berkhof, Christelijk geloof, Callenbach Nijkerk, 1973; 7e druk 1993, bladzijde 110-115
  3. a b SPIRITUALITEIT EN ZINERVARING in kwantitatief onderzoek Bert Garssen Helen Dowling Instituut, begeleiding bij kanker Utrecht www.hdi.nl (bezocht oktober 2011)
  4. skepsis