Transfobie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Transfobie is de angst voor transgenderisme en transseksualiteit, alsmede het vijandig en disciminerend gedrag dat uit dit gevoel voorkomt. Transfobie uit zich bijvoorbeeld in het uitsluiten van transen uit als seksespecifiek bestemde ruimtes (toiletten, sommige verenigingen...), maar ook in verbaal, fysiek geweld, verkrachting en ontkenning van asielrecht.[1]

Transfoob gedrag komt voort uit de vooronderstelling dat ieders sekse van bij de geboorte vaststaat, dat geslacht een puur biologische kwestie is en dat men het eigen gender niet zelf mag (of kan) definiëren. Deze opvattingen zijn wijd verspreid en in vele landen ook in wetten vertaald en/of religieus onderbouwd. Enerzijds ligt de basis van transfobie dus verankerd in cultuur en maatschappij, maar anderzijds ook in de psychologie. De identiteit 'vrouw' of 'man' is immers een fundamenteel persoonskenmerk dat men niet graag ziet wankelen. Wanneer andere mensen een op gender gebaseerde wet overtreden, kan men dit indirect aanvoelen als een aanslag op de eigen sekse- en genderidentiteit en seksuele gerichtheid. Transfobie is psychologisch dus terug te voeren naar de angst om zelf geen 'echte' man of vrouw te zijn en/of niet voor 100% hetero, homo of lesbisch te zijn.

Nochtans komt het begrip niet uit de psychiatrie. Het fenomeen wordt wel onder de aandacht gebracht door transgenderactivisten en -theoretici. De term is ontstaan naar analogie van homofobie, lesbofobie en bifobie. Deze begrippen worden parallel aan seksisme en racisme gebruikt, maar leggen de nadruk op de irrationele basis van de betreffende discriminaties.

Hoewel men in Engelstalige landen vaak van LGBT (Lesbian - Gay - Bi - Trans) spreekt, betekent dit niet dat transfobie in deze gemeenschap niet voorkomt. Soms duidt deze afkorting op een loutere formele politieke correctheid.

Transfobie is een vorm van genderisme.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties