Transitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een transitie is een structurele verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur, technologie, instituties en natuur en milieu.

Verleden[bewerken]

Een bekende transitie uit het verleden was de transitie van steenkool naar aardgas als belangrijkste energiedrager. Dit vergde systeeminnovaties voor aardgaswinning en distributie, woningbouw en de ontwikkeling van (huishoudelijke) apparatuur. Destijds leek het onvoorstelbaar dat steenkool niet langer gebruikt zou worden en dat aardgas de toekomst zou worden. Andere transities waren de overgang van een industriële economie naar een diensteneconomie, en de demografische transitie van een hoog naar een laag sterfte- en geboortecijfer in West-Europa tussen 1750 en 1960.

Heden en toekomst[bewerken]

In de huidige maatschappij worstelen diverse sectoren en domeinen - landbouw, verkeer en vervoer, waterbeheer, energievoorziening, bouwsector en gezondheidszorg - met hardnekkige, langslepende problemen van 'onduurzaamheid' die alleen door middel van transities op te lossen lijken te zijn. Voor het bewerkstelligen van die transities zijn tal van samenhangende 'systeeminnovaties' nodig: vernieuwingen op het niveau van technologieën, regels en organisatievormen. Transities duren vaak lang, tot zelfs meerdere generaties, en vergen de steun en inzet van bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en burgers, als onderdelen van maatschappelijke netwerken. De afgelopen jaren is men zowel wetenschappelijk als in het beleid druk bezig met het experimenten met nieuwe vormen van sturing speciaal gericht op deze transities naar duurzaamheid, onder de noemer transitiemanagement. Ook vanuit de maatschappij worden diverse initiatieven ontplooid. Voorbeelden daarvan zijn de lokale gemeenschappen die onder de noemer van Transitiestad (Transition town) zelf aan de slag gaan om hun manier van wonen, werken en leven duurzamer te maken.

Termijn[bewerken]

Omdat transities structurele veranderingen zijn die een grote impact op de samenleving hebben, veronderstellen ze ook de nodige tijd om die verandering te kunnen laten plaatsvinden. Als die tijd niet beschikbaar is, en de verandering dus op korte tijd moet plaatsvinden, dan gaat ze gepaard met grote overgangsmoeilijkheden. We spreken dan eerder over een revolutie. Hopkins spreekt daarom over de nood om de verandering tijdig voor te bereiden. Hij stelt dat de maatschappij de keuze heeft om kiezen voor een transitie, waarbij de samenleving zich gedurende 1 à 2 decennia voorbereidt op een toekomst met bijvoorbeeld minder energievoorzieningen. Indien we ons hierop niet voorbereiden, en de transitie haar tijd dus niet gunnen, zal er eerder sprake zijn van een revolutie. De verandering wordt dan op een niet-comfortabele en vaak gewelddadige wijze door externe factoren opgedrongen.

Externe links[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek transitie op in het WikiWoordenboek.