Trekschuit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trekschuit op de Vliet nabij Leiden in 1642
Binnenkant van een trekschuit op de Haarlemmertrekvaart in 1760
Groninger trekschuit (snik) in 1877
Tekening van een trekschuit op de Nieuweramstel rond 1700-1725

Een trekschuit is een historisch schip met een roefje, dat door een paard of door menselijke kracht vanaf de wal wordt voortgetrokken. De trekschuit werd vooral gebruikt voor vervoer van passagiers. Het ontstaan van de trekschuit wordt in verband gebracht met de opening van het kanaal Willebroek - Brussel in 1561. Bekend is dat Willem van Oranje in 1577 met een trekschuit over dit kanaal reisde. Ook is bekend dat in 1582 bij Leiden ook reizigersvervoer per trekschuit plaats vond. De oudste bekend akte voor reizigersvervoer per trekschuit dateert uit 1618 van de route Brussel - Antwerpen. In het gewest Holland, Friesland en in Stad en Lande werden na 1632 veel trekvaarten gegraven.[1] In de 17e en 18e eeuw waren er in deze gewesten veel verbindingen die met trekschuiten werden onderhouden. Tot de komst van de spoorwegen in de 19e eeuw was de trekschuit de meest comfortabele en regelmatige wijze van transport tussen de steden en dorpen die met trekvaarten waren verbonden. Hij is één van de voorlopers van modern openbaar vervoer geweest: de schuit voer volgens dienstregeling en nam iedereen mee die bereid was om het vastgelegde bedrag te betalen.

Het schip wordt getrokken door de snikjong ook genaamd jagertje. Dit trekken wordt jagen genoemd. Het pad waarlangs de jager loopt heet jaagpad. De lijn werd aan scheepszijde veelal op enige hoogte aan een mast vastgemaakt zodat deze over bosschages en dergelijke heen liep. Op scherpe hoeken en kruisingen van vaarten en dergelijke stonden rolpalen waar buiten langs de lijn werd geleid om te voorkomen dat het schip daar de kant in werd getrokken.[2]

Er werden voor de trekvaart speciale scheepstypen gebruikt. Deze moesten vrij licht zijn om zo toch enige snelheid te kunnen maken. Ze werden veelal getrokken door een paard in draf en haalden naar schatting een snelheid van zeven kilometer per uur. Uit tekeningen uit de 17e eeuw blijkt dat trekschuiten vaak rechte vallende stevens hadden. In Groningen en Zuid-Holland werd de snebbeschuit hiervoor veel gebruikt. In Noord-Holland werden trekschuiten veelal als kaag aangeduid. In 1621 stelt het Groninger stadsbestuur ronde voorstevens verplicht, waardoor de spitse praam ontstond. Een scheepstype dat zeer veel voor trekvaart is gebruikt, is de snik. In 1645 worden de snikkeschippers voor het eerst genoemd, namelijk in Leeuwarden.[3]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. G. J. Schutten: Verdwenen Schepen, de houten beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen van de Lage Landen, Zutphen 2007, ISBN 9789057304866 , blz. 167
  2. Frans Prins e.a.: Punterbouw Schreur, 11 generaties punterbouwers. Giethoorn 2008, blz. 77
  3. G. J. Schutten: Verdwenen Schepen, de houten beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen van de Lage Landen, Zutphen 2007, ISBN 9789057304866 , blz. 168