Triceratops
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Triceratops
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Triceratops skelet |
||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
|
||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Triceratops | ||||||||||
| soorten | ||||||||||
|
T. prorsus |
||||||||||
Triceratops ("driehoorngezicht"; het Griekse keras, genitief keratos, betekent "hoorn"; ops, meervoud opia, "gezicht") was een ornithischische dinosauriër uit de groep van de Ceratopia die negen meter lang en drie meter hoog kon worden.
Inhoud |
[bewerk] Ontdekking
De eerste vondst van Triceratops werd vermoedelijk in 1887 gedaan bij Denver in Colorado en bestond uit een stuk schedel met hoorns. Het fossiel werd verzonden naar paleontoloog Othniel Charles Marsh die dacht dat het toebehoorde aan een uitgestorven bizon die hij Bison alticornis doopte. In 1888 werd het hem als eerste duidelijk dat er ceratopia bestonden toen hij Ceratops beschreef, maar hij legde nog niet de link naar het fossiel van een jaar eerder. Pas in 1889 werd het hem door verdere vondsten duidelijk dat er een verband was. Hij benoemde die nieuwe fossielen eerst als een tweede soort van Ceratops, C. horridus, maar gaf ze toen een eigen geslacht: Triceratops. De hele soortnaam zou dus eigenlijk T. alticornis moeten zijn, maar de resten uit 1887 zijn eigenlijk te slecht voor een betrouwbare identificatie, zodat deze aanduiding als een nomen dubium beschouwd wordt. De soortnaam is dus Triceratops horridus. De soortaanduiding is Latijn voor "afschrikwekkend".
Later werden er vele andere soorten benoemd, meestal op grond van slechts klene verschillen die ook het gevolg zouden kunnen zijn geweest van individuele variatie, groeistadia of seksuele dimorfie. Sommige paleontologen denken dat alleen T. horridus een echte soort is, anderen erkennen nog een tweede : T. prorsus, beschreven door Marsh in 1890. Tegenwoordig worden de volgende namen niet meer als valide beschouwd, ofschoon ze wel op materiaal van Triceratops gebaseerd zijn:
- T. albertensis (C. M. Sternberg, 1949)
- T. alticornis (Marsh, 1887 (oorspronkelijk Bison))
- T. eurycephalus (Schlaikjer, 1935)
- T. galeus (Marsh, 1889)
- T. ingens (Lull, 1915)
- T. maximus (Brown, 1933)
- T. sulcatus (Marsh, 1890)
- T. brevicornus (Hatcher, 1905) (=T. prorsus)
- T. calicornus (Marsh, 1898) (=T. horridus)
- T. elatus (Marsh, 1891) (=T. horridus)
- T. flabellatus (Marsh, 1889) (=T. horridus)
- T. hatcheri (Lull, 1907) (=Diceratus hatcheri)
- T. mortuarius (Cope, 1874) (nomen dubium; oorspronkelijk Polyonax; =Polyonax mortuarius)
- T. obtusus (Marsh, 1898) (=T. horridus)
- T. serratus (Marsh, 1890) (=T. horridus)
- T. sylvestris (Cope, 1872) (nomen dubium; oorspronkelijk Agathaumas sylvestris)
Triceratops behoort tot de Ceratopidae en werd vroeger wel bij de Centrosaurinae ondergebracht; tegenwoordig echter bij de Chasmosaurinae.
[bewerk] Uiterlijk
Triceratops was een enorm dier, de grootste bekende ceratopiër, met de afmetingen van een olifant. Hij kon tot negen meter lang worden en acht ton zwaar.
Triceratops valt vooral op door de eigenaardige vorm van de kop. In tegenstelling met vele andere dinosauriërs had Triceratops in verhouding tot het lichaam een grote kop. Zijn kop bestond grotendeels uit zware beenderen. Vergeleken met de grootte van de schedel is de herseninhoud van deze reus heel klein. De kop droeg drie hoorns (vandaar de naam), twee boven de ogen en een, een kortere op de neus. Deze hoorns gebruikte hij waarschijnlijk om eventuele vijanden af te schrikken maar ook bij onderlinge krachtmetingen tussen de mannetjes. Opvallend aan de schedel is het grote pantserschild, dat uit slaap- en wandbeenderen bestaat en de nek beschermde. Ook op andere plaatsen was het lichaam door pantserplaten in de huid en door hoornstekels beschermd. De nek van Triceratops moest heel erg sterk zijn, om het gewicht van de kop te dragen. Ook gebruikte hij zijn nek om taaie begroeiing af te scheuren.
Voor zo'n zwaar dier was Triceratops een opvallend snelle loper. Vaak denkt men bij deze dieren dat ze vergelijkbaar zijn met hedendaagse reptielen. De kop van het dijbeen van de Triceratops is echter rond en past zo in de heupholte dat de poten recht onder het lichaam staan, in tegenstelling tot huidige reptielen, waarvan de poten meer naar bezijden uitsteken. De knieën en ellebogen werden echter gebogen gehouden wat een snelle gang mogelijk maakte. De musculatuur was daarbij heel zwaar. De paleontoloog Robert Bakker meende dat het beest in galop een snelheid van wel 50 kilometer per uur kon bereiken; anderen denken echter dat de beweeglijkheid van het schouderblad onvoldoende was om te galoperen. De zware poten waren van hoeven voorzien; de voorpoot had vier tenen, de achterpoot drie. De korte staart stak naar achteren.
[bewerk] Voedsel
De snuit droeg van voren een hoornsnavel, maar achter in de bek had het dier tanden. Die tanden wijzen erop, dat Triceratops van plantaardig voedsel leefde. Tijdens de laatste veertig miljoen jaar van het tijdperk der dinosauriërs waren er bloeiende planten (bedektzadigen) zoals wij die nu kennen. Deze planten waren vaak hard en taai. Triceratops had lange spieren van de kaken naar het nekschild, daardoor werden die, ondanks een enorme bijtkracht, niet snel vermoeid. Triceratops gebruikte zijn smalle haakvormige snavel om planten af te knippen en ze dan met zijn scherpe tandenrijen in stukken te snijden. De brede tanden vormden een dicht aaneengesloten platte rij die van bovenaf (of onderaf bij de bovenkaken) wegsleet; nieuwe tanden groeiden van onderen onophoudelijk aan, zodat er altijd een functionele snijrand was. De rijen van de onderkaken en de bovenkaken werkten samen als een schaar die sterk genoeg was om hele takken door te snijden.Als er geen sappige planten waren dan deed hij zich tegoed aan de taaiste en hardste bladeren. Hij kon zich zo als soort goed aanpassen, dat was zijn kracht.
[bewerk] Voorkomen
Triceratops leefde alleen in Noord-Amerika (Montana, Wyoming, Colorado en Dakota) aan het eind van de Krijtperiode, het laatste Maastrichtien, 68-65 miljoen jaar geleden. Hij was daarmee één van de laatste dinosauriërs tijdens het Mesozoïcum. Er heerste in die tijd een warm, mild en stabiel klimaat.
Om zich voort te planten legde Triceratops vermoedelijk elk jaar eieren in een nest. Triceratops leefde wellicht niet alleen maar in kudden. Hiervoor bestaat echter geen direct bewijs in de vorm van een door een modderlawine bedolven kudde, zoals wel aangetroffen bij sommige andere ceratopiërs. De kuddevorm leverde voordelen op bij de verdediging. Waarschijnlijk zal Tyrannosaurus, de belangrijkste predator in het ecosysteem waarin Triceratops leefde er niet aan gedacht hebben het directe gevecht met zo'n troep aan te gaan en beperkte zich tot hinderlagen of het met een jachtgroep opdrijven. Het is wel verondersteld dat de uitzonderlijke grootte en zware bouw van Tyrannosaurus een aanpassing was aan het jagen op zo'n gevaarlijke prooi als Triceratops. Veel alternatieven waren er niet want Triceratops vormde in zijn habitat verreweg de meest voorkomende planteneter. Dit gegeven is wel als een argument gebruikt dat over de hele planeet de soortenrijkdom terugliep, maar het kan ook een lokaal verschijnsel geweest zijn.
[bewerk] Fossielen
Aan het einde van de 19e eeuw werden veel dinosauriërs uit het Late Krijt gevonden. Verdere exemplaren van Triceratops werden in Wyoming en Montana opgegraven door veldwerkers van het Amerikaans Natuurhistorisch Museum, die meestal onder leiding van Barnum Brown stonden. Er zijn heel veel fossielen van Triceratops gevonden: botten, soms voetsporen en een enkele keer een afdruk van een dier of een stukje huid. Daardoor weten ze vrij precies hoe het dier eruit gezien heeft. Er is echter tot nu toe maar één vrijwel compleet skelet gevonden. Schedels van Triceratops worden daarentegen zo vaak gevonden dat lang niet alle exemplaren zijn verzameld. Een skelet van een triceratops weegt ongeveer vijf ton, maar dat komt omdat de botten inmiddels versteend zijn.
[bewerk] Literatuur
- Marsh, O.C. (1889). "Notice of gigantic horned Dinosauria from the Cretaceous", American Journal of Science 38:173–175.
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Triceratops van Wikimedia Commons. |

