Tricuspidalisklep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tricuspidalisklep
Valvula tricuspis
Vooraanzicht van het geopende hart. (Tricuspidalisklep linksonder)
Vooraanzicht van het geopende hart. (Tricuspidalisklep linksonder)
Ventrikels zichtbaar bij verwijderde artria. Tricuspidalisklep rechtsonder.
Ventrikels zichtbaar bij verwijderde artria. Tricuspidalisklep rechtsonder.
Gray's Anatomy 138,531
MeSH A07.541.510.893
Dorlands/Elsevier v_02/12843894
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De tricuspidalisklep, valva atrioventricularis dextra, valvula tricuspis[1][2] of drieslippige hartklep[3] is een van de kleppen in het hart. Deze klep bevindt zich (in tegenstelling tot de mitralisklep aan de linkerkant) tussen de rechterboezem en de rechterkamer en voorkomt dat bloed uit de rechterkamer terugloopt naar de rechterboezem.

Bouw[bewerken]

De tricuspidalisklep is zoals de latijnse naam aangeeft opgebouwd uit drie slippen of klepbladen. Deze slippen worden op hun plaats gehouden door sterke peesdraden, de chordae tendineae. Deze peesdraden zorgen ervoor dat de kleppen niet om kunnen klappen als de kamer zich samentrekt. De peesdraden zitten weer vast aan kleine kegelvormige spieren, de papillairspieren genoemd. Deze zorgen voor de aanhechting van de peesdraden aan de wand van de kamer.

Ziekten[bewerken]

Zoals alle hartkleppen kan de klep insufficient (niet goed sluitend) of stenotisch (vernauwd, niet goed openend) worden (of beide tegelijk), maar dit komt vergeleken met de kleppen van de linkerkamer relatief zelden voor, omdat de drukken in de rechtercirculatie veel lager liggen dan in de linkercirculatie, zodat de kleppen veel minder mechanisch belast worden.

Bij intraveneuze druggebruikers wordt de tricuspidalis nog wel eens gekoloniseerd door bacteriën - het is de eerste klep die bacteriën uit een vuile spuit na injectie in een ader tegenkomen. Dit zijn gevaarlijke infecties.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  2. Meckel, J.F. (1817). Tabulae anatomico-pathologicae modos omnes, quibus partium corporis humani omnium forma externa atque interna a norma recedit, exhibentes. Fasciculus primus. London: Treutel & Würz.
  3. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
Tricuspidalisklep bij sectie