Trifine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beelf van Trifine in een kapel in Pontivy

De heilige Trifine zou volgens de legende een Bretoense prinses zijn geweest, een dochter van Warok (ook Erech of Guerech genaamd), vorst van Vannes, en de heilige Pompea, allebei in feite legendarische figuren. De monnik Gildas, die zeker wél bestaan heeft, zou een grote invloed hebben gehad op Trifine's verlangen om een godgewijd leven te gaan leiden. Diezelfde Gildas speelde volgens de hagiografie een bemiddelende rol bij het huwelijk tussen Trifine en de despoot Conomor. Trifine’s vader schrok er namelijk voor terug zijn dochter te geven aan zijn buurvorst vanwege diens slechte reputatie. Conomor was vorst van Dumnonia, de noordelijke strook van Armorica. Eerder was hij getrouwd geweest met de adellijke weduwe Iona, waardoor hij in het bezit was gekomen van het hertogdom Dol. Iona was onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen.

De legende weet te vertellen dat er nog iets anders in het spel was. Conomor stond bekend als een bruut en rokkenjager. Hij had al een behoorlijk aantal vrouwen gehad die de één na de ander op ellendige wijze aan hun eind waren gekomen. Dit gebeurde steeds wanneer zo'n vrouw te kennen had gegeven dat ze een kind verwachtte. Aan Conomor was namelijk voorspeld dat hij nog eens zou worden omgebracht door toedoen van zijn eigen kind. Vandaar dat Trifine weigerde met de houwdegen te huwen. Ze werd in die houding gesteund door haar vader: "Laat hij maar een bijzit nemen, als hij zo graag zijn pleziertjes wil en niet zijn verantwoording wenst te nemen."

Iona’s zoon uit haar eerste huwelijk, Judwal, had ternauwernood het vege lijf weten te redden en moest zijn toevlucht zoeken aan het hof van de Frankische koning Childebert I. En nu had Conomor zijn oog laten vallen op de enige dochter van vorst Warok. Zijn bedoelingen waren zonneklaar: op die manier zou de tiran Vannes bij zijn gebied kunnen voegen en aldus koning worden van geheel Armorica. Geen wonder dat Warok ervoor terugschrok. Hij vreesde niet alleen voor zijn eigen leven, maar ook voor dat van zijn vijf zoons en niet het minst voor het leven van zijn enige dochter.

Ten einde raad wendde hij zich tot Gildas. Deze beloofde met Conomor te gaan praten. Gildas liet Conomor zweren dat hij zijn leven zou beteren: Tenslotte moet ik voor je in kunnen staan bij mijn heer, die mij zoveel weldaden heeft bewezen. Conomor zwoer alles wat Gildas maar vroeg. Het zo begeerde huwelijk kwam dus inderdaad tot stand. De vorst beloofde de monnik zijn leven te beteren en bezwoer hem dat zijn toekomstige schoonvader en zijn vijf zwagers niets van hem te vrezen zouden hebben. Dus raadde Gildas Warok aan elk conflict te vermijden en zijn dochter inderdaad uit te huwelijken aan zijn naburige collega-vorst. Aanvankelijk ging alles goed. Maar toen kwam de dag dat Conomor zijn schoonvader voorstelde zijn grondgebied niet onder zijn zes kinderen te versnipperen, maar het slechts in twee stukken delen: één voor zijn oudste zoon en één voor zijn dochter, dat wil zeggen voor hemzelf, Conomor. Warok weigerde. Dat maakte Conomor razend en besloot zich op zijn schoonvader te wreken door Trifine te doden. De vrouw voelde het gevaar, ontvluchtte het paleis te Kastell-Finañs en probeerde een goed heenkomen te zoeken in het bos van Quénecan. Zij stak de Blavet over en snelde naar het noorden. Intussen had Conomor de achtervolging ingezet, hij wist haar enkele kilometers buiten Gouarec te achterhalen en bracht haar om het leven. De één zegt: door verwurging, de ander door onthoofding.

Toen dit bericht werd aan Warok, ging hij op zoek naar het lijk van zijn dochter en bracht het over naar zijn paleis. Vervolgens toog hij met zijn vrouw naar Gildas om bij hem zijn nood te klagen. Verscheurd van verdriet verweet hij de monnik veel te lichtgelovig geweest te zijn en de mooie praatjes van Conomor voor zoete koek te hebben aangenomen: U hebt mij overgehaald mijn dochter af te staan, u ziet maar hoe u haar weer aan mij teruggeeft. Geschokt door de gebeurtenissen ging Gildas naar het kasteel van Conomor, maar die was afwezig en had zijn personeel opdracht gegeven niemand te ontvangen. Na een aantal vergeefse pogingen en bedreigingen wierp de heilige man een handvol zand naar het kasteel, waarop het gehele bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar stortte en door de aarde verzwolgen werd. Nu keerde Gildas terug naar de ouders van Trifine en liet zich bij de overledene brengen. Met behulp van de kennis van kruiden en medicijnen die Gildas via de beste druïdische tradities van zijn leermeester Iltutus had geleerd, en natuurlijk met de hulp van God wist hij haar tot het leven terug te brengen. Gildas sprak tot Trifine: Ik zeg je, sta op en loop!. Enige maanden later werd er een kind geboren. Zij noemde het Gildas Trec’h-Meur (meer bekend als Tremeur van Bretagne. Het kind werd toevertrouwd aan het door Gildas gestichte klooster Rhuys en Trifine trok zich op haar beurt terug in een klooster om er haar laatste levensjaren door te brengen.

Tremeur leerde lezen en schrijven en groeide op als een engelachtige jongeman. De legende weet zelfs te vertellen dat hij in zijn jeugdige onschuld al heel wat wonderen en genezingen wist te bewerkstelligen. Op een dag echter was hij ergens buiten aan het spelen met zijn vrienden, toen zijn vader Conomor hem zag. Hij kreeg zijn kind te pakken en sloeg hem het hoofd af. Sindsdien wordt de jongen als een heilige martelaar vereerd. Op de plek van de aanslag op Trifine staat thans een aan haar toegewijde parochiekerk. Volgens een oude overlevering liggen op het aangrenzende kerkhofje moeder en zoon samen begraven.

Samen met haar zoon wordt Trifine als heilige gevierd op 21 juli.